• 2300, de wereld is sinds een paar jaar helemaal verandert. Er zijn weinig mensen meer, maar de enkele mensen die nog overblijven werken als slaven voor de weerwolven. De weerwolven hebben de wereld overgenomen. Niet alleen over een land maar over heel onze planeet !Het enige wat hun in de weg staat zijn de vampiers ! Zij proberen hun al enkele jaren uit te schakelen. Ook al zijn het dodelijke wezens, is dat niet de makkelijkste opdracht! Want sommige weerwolven verhuren hun slaaf tegen een vreselijke dood! Wie wint deze strijd nu tussen de vampiers en de weerwolven? Worden de slaven wel goed behandeld? Zal de wereld dit nog lang kunnen volhouden? Wat nu als je één van die slaven bent? Hoe voelt het om elk moment in gevaar te zijn? Wat als je verhuurt wordt aan een groepje vampiers die niets goed van plan zijn?


    Regels
    * er moeten minimaal 100 woorden staan
    * er moeten ongeveer zoveel vrouwelijke als mannelijke wezens zijn
    * Je mag maximum 3 personnages maken
    * Bestuur alleen je eigen personnages
    * Geen perfecte personnages
    * Maak niet 2 keer dezelfde persoon (dus mensen die heel hard op elkaar lijken)
    * Weerwolven zien eruit als normale mensen alleen als ze zich veranderen, ze hebben ook dezelfde emotie's en gevoelens als mensen
    * Vampiers hebben een hele blanke huid en voor de rest zien ze eruit net als mensen
    * reserveringen blijven 48 uur (2 dagen)



    Rollen:
    Weerwolven:
    - Luna Woods- MoonEye 1,3 Meesteres van Lilly
    - Ysabeau de Clermont- DarkAng3l 1,5 Meesteres van Diego
    -Lucy Jans-ArianatorXx 1,6 Meesteres van Brian
    -Bella De Vain-LikeStars 1,7 Meesteres van Rose

    - Adam Messner- Briar 1,2 Meester van onbekend: hier is haar foto want ze staat niet in het topic;)


    -Matthew de Clermont (Alpha !)- DarkAng3l1,5 Meester van Alicia
    - Gereserveerd- aestivate
    -

    En nog ...
    Mensen (slaven)
    - Alicia Enderfreet- ArianatorXx 1,1 slaaf van Matthew
    -Maybell 'River' Kingsley - Briar 1,1 slaaf van onbekend :hier is haar foto want ze staat niet in het topic;)


    - Rose melay - Mevalina 1,3 slaaf van Bella
    -Lilly Ann Brooklins -GrowStronger 1.4 slaaf van Luna

    - Diego Morti- MoonLights1,5 slaaf van Ysabeau
    - Brian Ougreat -LikeStars 1,7 Slaaf van Lucy
    -Gereserveerd-aestivate
    -

    En nog ...
    Vampiers
    -Izabella ‘‘Izzy’’ Fhearson- MoonEye 1,1
    -Anna Clairson-MoonLights 1,6
    -


    - Jackson Dovestay- GrowStronger 1,4
    -
    -

    http://www.quizlet.nl/forum/topic.php?tid=164483Praattopic
    Het begint allemaal als de weerwolven en vampiers terugkomen van een zwaar gevecht met elkaar. Sommige zijn heel slechtgezind, andere zijn opgelucht dat ze niet dood zijn. Dat kiezen jullie zelf;). Sommige slaven moeten heel hard werken andere iets minder. De weerwolven en vampierschool begint om 9 uur. (Een speciale school voor weerwolven en vampieren... Duurt tot hun 30 jaar).Om 7 uur komen de weerwolven thuis. De slaven hebben geen school maar ze spreken stiekem met elkaar af tijdens dat de weerwolven weg zijn. De weerwolven wonen allemaal in één groot gebouw met kleine appartementjes. De vampieren wonen ook in een groot gebouw maar in het ander gedeelte van de wereld. Ze wonen elk alleen (behalve de weerwolven met hun slaven) maar spreken bijna altijd met enkele in een kamer af.

    [ topic verplaatst door een moderator ]

    [ bericht aangepast door Surrexit op 24 juli 2014 - 22:35 ]


    ~ I have found that if you love life, life will love you back.


    Diego Morti
    Ik hoorde zacht hoe Ysabeau even opstond en al snel weer terug kwam om naast me te gaan zitten.
    "Diego..." Ik voelde hoe haar hand neerkwam op mijn schouder. Heel even deinsde ik een beetje terug, maar dat stopte toen ik besefte dat ik haar wilde vertouwen, of daar in elk geval een poging tot deed. “Ik heb de huidige regels niet gemaakt en geloof me, als ik het zou gedaan hebben, dan had ik echt een andere oplossing bedacht dan deze. Ik weet dat het de situatie vast en zeker niet makkelijker zal maken, maar probeer je huidige situatie anders te zien als een veilige oplossing.” Ik lachte binnesmonds. Een veilige oplossing. Als ik in de afgelopen jaren wel één ding had geleerd, was dat wel dat veilig lang niet gelijk stond aan beter. “Als je buiten deze muren zou leven is het vast en zeker een kwestie van tijd voor de vampiers je vinden en dan wacht je een lot dat veel erger is dan het leven dat je nu hebt.” Dat was waar. Dat lot wilde ik niet, maar het lot wat ik nu heb wilde ik even min. Ik wilde het liefst mijn eigen lot bepalen, maar dat bleek geen mogelijkheid te zijn. Niets wat ik wil is een mogelijkheid. “Blijf zitten en ga alsjeblieft niet paniekeren.” Heel langzaam stond ze van de bank op. Verward keek ik haar aan. Wat ging ze nu doen? Ik had geen idee. Ik wist nooit wat ik van haar moest verwachten en dat was nu niet anders. Dat was ook iets wat me altijd van mijn stuk bracht. Ze deed altijd hetgene wat ik juist niet had verwacht. Ik had geen idee hoe ze dat deed, maar het was wel zo en dat maakte de gehele situatie voor mij niet veel makkelijker. Misschien moest ik gewoon niet zoveel nadenken. Misschien moest ik gewoon wel doen wat ze zei. Blijfen zitten en niet paniekeren. Het zou handig zijn als ik niet denken ook aan het rijtje zou toevoegen, al leek dat in mijn geval onmogelijk. “Zie me alsjeblieft niet voor een monster.” Haar stem klonk nu minder zelfverzekerd dan anders, iets zorgzamer en ook oprecht. Dit hele gesprek klonk ze al oprecht en eerlijk. Wat moet ik daarvan vinden? Toen gebeurde er iets raars. Ik zag het niet aankomen, dus ik wist ook niet precies hoe het was gegaan. Wat ik wel wist, is dat Ysabeau ineens een sneeuwwitte wolf was. Haar ogen keken me nog doordringender aan dan anders. Even wist ik al helemaal niet wat ik moest denken, nog minder dan anders. Ik bleef verstijfd zitten. Waarom deed ze dit? Wat waren haar redenen? Terwijl ik dacht kon ik tegerlijkertijd mijn ogen niet van haar afhouden. Zij bleef steeds ook maar naar mij kijken. Er kwam geen woord aan te pas, maar ik voelde me toch sterk verbonden met haar. Sterker dan ooit tevoren. Ze deed ook niets. Ze kwam niet dichterbij. Het leek net alsof ze wachtte op mij, net zoals ze altijd doet. Ik was aan zet. Het leek net schaken, maar dan echter. Intiemer. Ze heeft altijd al op mij gewacht en ze heeft me nog niets aangedaan, omdat ze mij haast als haar gelijke ziet. En ik ben aan zet. Ik kon haar maar niet vertrouwen, maar is het niet genoeg om te weten dat zij mij vertrouwd? Ik wist het niet. Vertrouwde ze me? Kon ik haar vertrouwen?
    "Vertrouw jij mij? Kan ik jouw vertrouwen?" Zelf kon ik niet geloven dat ik dat serieus had gevraagd, al leek het zo logisch dat ik het moest vragen. Ik keek nog even in haar diepe blauwe ogen en ik hoopte het antwoord op mijn eigen vraag zelf te kunnen weten, en vooral geloven.



    Ysabeau de Clermont
    Hoe kon je een mens je laten vertrouwen als je hem constant opsloot? Ik wist dat het verkeerd was, maar wat moest ik anders? Zelf was ik ook gebonden aan regels en als ik die niet volgde, dan zat ik ook met problemen. Het was al erg genoeg dat ik me zo on-wolfs gedroeg met momenten, als ik dan ook nog eens een slaaf ging weigeren zou het he pas echt van de dam geweest zijn. Wolven leefden in groep. Volgde je de regels niet, dan werd je verbannen en alleen zou ik het nooit overleven, zeker niet zodra een groep vampiers het te weten zou komen. Ik snapte z’n binnensmondse lach bij m’n woorden echt wel, maar het was nu te laat om ze terug te nemen.
    Ik had hem al zo vaak gezegd dat ik niet was als de anderen. Als hij het ook maar een keer zou gaan snappen. Ik wist prima hoe andere wolven hun slaven behandelden of hoe ze zich in het algemeen gedroegen. Daar stond ik zelf mijlenver vanaf. Vanuit zijn ogen moest het lastig te zien zijn, zeker en vast, ik bleef immers een van hen, maar voor mij was er een wereld van verschil.
    Het was misschien heel lastig om in te beelden, maar ik liep eigenlijk constant op de toppen van m’n tenen om hem niet een nog grotere hekel aan me te laten krijgen, of aan andere wolven. Het zou zoveel makkelijker zijn als ik he top een of andere echt duidelijke manier aan z’n verstand kon brengen, maar die bestond gewoon niet. In zekere zin had ik te maken met een dier dat gevangen zat en niet wist welke kant het op moest en of het z’n verzorgers wel moest vertrouwen. Vandaar ook de beslissing die ik nam. Op dat vlak waren we beide soort van hetzelfde.
    Ik mocht er dan wel uit zien als een mens, vanbinnen zat ook een wild dier dat niet thuis hoorde in dit appartement, maar buiten. Toch was het een kant dat ik van mezelf niet echt onder ogen wilde komen. Het was niet altijd even makkelijk om te zijn wie je moest zijn. Ik hoorde de familie trots te maken, de brave wolf te zijn en me ook zo te gedragen, maar soms voelde het gewoon verkeerd aan en voelde ik me zelf onder de wolven een vreemde eend.
    Ik had enkel gezegd dat hij kalm moest blijven om geen reactie uit te lokken. Als wolf was ik geprogrammeerd om aan te vallen en te doden. M’n neus was zoveel keer sterker dan de zijne en ik kon angst ruiken in de lucht. Het was hoe we prooi opspoorden. Op deze manier was het voor mij een worsteling om m’n verstand bij de zaak te houden, maar als het me lukte zou hij misschien zien dat ik niet zo gevaarlijk was als hij dacht dat ik was. Zwijgend bleef ik hem in de gaten houden, focussend op het deel van me dat menselijk was en de dierlijke reactie onderdrukkend.
    “Vertrouw je mij? Kan ik jou vertrouwen?” Z’n woorden klonken vreemd in m’n oren, maar ik verstond ze toch. Een paar tellen bleef ik hem aankijken voor ik zachtjes knikte en ging zitten alsof ik een hond was. De innerlijke strijd had ik voor nu gewonnen, maar de aandrang zou er altijd zijn. Hopelijk zou hij nu beseffen dat ik telkens weer strijd moest voeren met dit deel van mezelf, ook met hem in de buurt en het me ondanks dat lukte om menselijk te blijven. In een oogwenk was ik weer mezelf, al bleef ik even op een knie zitten om er zeker van te zijn dat ik mezelf onder controle had, voor ik naar hem opkeek. “Je kan me vertrouwen.”


    "Nothing is True. Everything is Permitted"


    Rose melay
    Bella kwam de badkamer en werpt me geen blik. ''Ga maar weg en maak gelijk wat te eten klaar'', vroeg ze aan mij.
    'Is goed Bella', antwoordde ik. Langzaam liep ik naar de keuken. Al snel stond ik in de keuken. Wat zou ik kunnen maken? Ik wou wat pasta maken, maar er was geen pasta meer. Ik zuchtte. Ik besloot om Chinees te maken. Ik had het geleerd van mijn mama toen ik klein was. Het was haar lievelingseten. Ik vond het ook best lekker. Gelukkig was ik daarstraks naar de winkel gegaan en had ik gekocht wat ik nu nodig had. Chinees was best moeilijk te maken. Het enige waar ik toch wat bang voor was, was of weerwolven dat wel lekker zouden vinden.... Maar je moest het altijd eens proberen.''Rose, pak eens wat te drinken'', hoorde ik Bella schreeuwen. Snel pakte ik een glaasje en liet er koud water in. Ik zette hem op de tafel en eindigde de maaltijd. Na een korte tijd riep ik weer naar Bella.
    " Hij is klaar, je mag komen eten''.

    [ bericht aangepast door Arioline op 27 juli 2014 - 8:22 ]


    I'm not perfect, but I'm glad because perfect is boring


    Alicia Enderfreet
    Lucy haar geschreeuw hoorde ik tot mijn kamer. Ze was duidelijk niet blij let iets. Bijna zoals altijd eigenlijk. Na het geschreeuw hoorde ik de voordeur hard klappen. Ik schrok en besefte al snel dat Lucy boos was terug gegaan. Ik twijfelde of ik de kamer wel uit wou. Matthew zou nu misschien erg slecht gehumeurd zijn door Lucy. Ik besloot maar gewoon verder te koken en kwam de kamer uit. 'Is ze weg?', vroeg ik Matthew een beetje onzeker. Ik wist niet zeker of ze wel echt weg was maar snel merkte ik al dat er verdwenen was. Ik einigde het avondmaal en zette een mooie tafel klaar. Ik had toch mijn best gedaan en ik hoopte dat het niet was mislukt zoals de vele andere keren. Ik zuchtte een laatste keer en riep naar Matthew:" Het eten is klaar ! Je mag komen eten''.


    ~ I have found that if you love life, life will love you back.


    Diego Morti
    Haar kop boog iets naar beneden. Ze knikte. Het maakte amper geluid, dus mijn oren konden het niet horen. Al zagen mijn ogen wel dat ze ging zitten. Pas toen besefte ik hoe mooi de wolf voor me wel niet was. Een wolf is een gevaarlijk beest, dat wist ik wel, maar deze wolf leek niet zo ontzettend gevaarlijk. Dat gevaarlijke leek zij om te zetten in mooie kracht en vreemd genoeg sierde dat haar. Ze leek inderdaad wel aanvallend, maar ook beschermend tegelijkertijd. Die twee uiterste van kwaad en goed had ze allebei. Ik vond het prachtig om te zien, maar begrepen deed ik het niet. Ineens, sneller dan mijn ogen konden volgen, was ze weer mens, al bleef ze op een knie zitten. Het leek alsof ze ergens heel erg over na moest denken voordat ze opkeek, recht in mijn gezicht.
    "Je kan me vertrouwen." Haar stem was duidelijk, oprecht en nog veel meer tegelijk.In eerste instantie zei ik niets. En toen wist ik wat ik moest doen, of eerder gezegd zeggen.
    "In dat geval zal ik dat ook doen. Zo goed als ik kan. Dat beloof ik. Misschien moet ik de eerste paar dagen er even aan wennen. Maar als jij mij die tijd gunt, dan vertrouw ik je." Ik pakte de lijst met pizza's van tafel en ik bekeek hem vlug. "Doe mij maar pizza salami. Lust jij ook pizza? Of vind je daar te weinig vlees opzitten?" Na al die tijd klonk mijn stem eindelijk weer een beetje normaal, zoals het vroeger was. Iets opener, iets meer mezelf. Ik hoopte mezelf ook weer te vinden de aankomende tijd. Dat hoopte ik zo graag.



    Matthew de Clermont
    M’n blik bleef strak op de deur gericht toen ze vertrok. Voor hetzelfde geld kwam ze terug binnen stormen, al hoopte ik eigenlijk voor haar van net. Ik mocht dan misschien veel geduld hebben, maar het raakte ook een keer op. En om de een of andere reden wist zij telkens weer ervoor te zorgen dat het rapper opraakte dan anders.
    Pas zodra ik zeker wist dat de kust veilig was draaide ik me om om terug in de zetel te gaan zitten. Zelf de whisky die ik vast had leek niet bepaald te helpen om m’n zenuwen te kalmeren. Ik had kunnen verwachten dat ze kwam, maar toch bleef het altijd weer een worsteling om kalm te blijven. God wist maar al te goed dat ik haar eens goed op haar plek wilde zetten.
    ”Is ze weg?” Even keek ik op doen ik de vraag hoorde, afwachtend en onzeker. “Ja.” Mompelde ik zachtjes, momenteel te kwaad om meer uit te brengen dan een enkele lettergreep. Zwijgend bleef ik zitten broeden, terwijl ik achter me hoorde hoe Alicia verder ging met het avondeten.
    “Het eten is klaar! Je mag komen eten.” Hoewel de woorden me toch iets van rust of dergelijke zouden moeten brengen, was het niet bepaald het geval. Ik was nog steeds gespannen toen ik op m’n stoel neerplofte. Hopelijk werd dit geen ramp, anders was de kans groot dat ik vannacht niet thuis zou zijn. Al was het maar om ongelukken te voorkomen.
    Even keek ik op naar Alicia. Ik kon zo merken dat ze gespannen was. Geen wonder, na het ‘vriendelijke’ bezoekje van Lucy en gezien mijn niet bepaald vrolijk humeur. Dit werd weer een gespannen avond.




    Ysabeau de Clermont
    Schijn kon gigantisch bedriegen. Ik wist dat ik niet bepaald het meest gangbare plaatje was als je wolven opzocht. Gewoonlijk kreeg je de grijze of bruine soortgenoten, maar niet standaard de witten, zoals ik zelf was. Het had inderdaad een zekere aantrekkingskracht, maar dat maakte me zeker niet minder gevaarlijk dan m’n normaal gekleurde soortgenoten.
    Ik was ook niet te begrijpen, maar aan de andere kant ook weer wel. Vanbinnen was ik een wolf en die dieren stonden nu eenmaal bekend voor hun groepsmentaliteit. Tegenover buitenstaanders waren we levensgevaarlijk, maar degene die we beschouwden als een deel van onze groep, als soort van familie, genoten onze bescherming. En voor Diego gold het laatste bij mij. Misschien niet bij de anderen, maar wel bij mij.
    “In dat geval zal ik dat ook doen. Zo goed als ik kan. Dat beloof ik. Misschien moet ik de eerste paar dagen er even aan wennen, maar als jij me die tijd gunt, dan vertrouw ik je.” Kalm stond ik op toen hij antwoorde. Ik knikte zachtjes. Het was wel het minste wat ik kon doen. Terwijl ik even keek naar wat hij deed, plofte ik weer in de zetel. “Doe mij maar een pizza salami. Lust jij ook pizza? Of vind je daar te weinig vlees op zitten?” Hij was in ieder geval weer terug ontspannen. Het was een begin.
    “Ik lust zeker pizza. En als ik het gewoon doorgeef als ik zo meteen bestel, dan leggen ze er met alle gemak meer vlees op.” Het was niet zo vreemd dat een wolf om pizza belde, en ze hielden er zeker rekening mee. Rustig viste ik de telefoon van de salontafel en begon het nummer in te geven. “Wolven eten heus niet alleen vlees hoor, als je dat denkt.” Terwijl ik wachtte tot er iemand opnam, keek ik hem een halve tel aan. Zodra ik iemand aan de lijn had, gaf ik de bestelling door. “Half uurtje en ze komen ze brengen.”


    "Nothing is True. Everything is Permitted"


    Alicia Enderfreet
    Gespannen keek ik hem aan. Zou hij dit eten lekker vinden? Ik wist niet wat ik moest doen of zeggen. Na de komst van Lucy was Matthew stil gebleven. Het enige woord dat hij had gezegd was een simpele ''ja''. Al even voelde ik me wat duizelig, mijn maag deed ook zoveel zeer. Ik kon me niet concentreren over wat Matthew nu deed of zei want mijn hoofd leek niet meer op deze planeet. Ik voelde hoe het beetje bij beetje meer pijn deed en voelde een steek. ''Men hoofd... Het gaat niet'', kon ik er net uitbrengen. Ik probeerde naar m'en kamer te lopen maar dat lukte niet met de pijn. Ik wist niet wat er gebeurde, het ging allemaal zo snel. Ik kon het geen plek geven in mijn hoofd. Mijn zicht werd wazig. Alles rond me heen. Na enkele seconde werd alles zwart en hoorde ik nog net een harde bonk van mijn lichaam tegen de grond ...

    [ bericht aangepast door Surrexit op 27 juli 2014 - 17:03 ]


    ~ I have found that if you love life, life will love you back.


    Lucy Jans
    Ik haatte die Matthew. Zelf nog meer dan Brian. Boos liep ik door de gang. Je kon elke keer weer mijn hakken op de grond horen. Ik keek achter me en zag een schaduw verschijnen. Ik schrok.
    "Is daar iemand?'', vroeg ik hopelijk aan niemand. Maar achter me hoorde ik voetstappen. Bang, bleef ik versteend staan. Even had ik geen idee wat ik nu moest doen. Maar al snel veranderde ik me een in een weerwolf, ik was klaar om aan te vallen. Ik deed een weerwolven geluid en liep naar het geluid toe. Verbaasd keek ik naar de twee weerwolven die gewoon gezellig stonden te kletsen. Ze keken me vreemd aan, dat was begrijpe lijk wang ik had me in een weerwolf veranderd voor niks. Beschaamd, veranderde ik me weer in het menselijk ras. Ik wierp hun geen blik meer maar ik hoorde dat ze me nog aanstaarde. Het was best een leuk gevoel, als mensen naar je keken. Al snel kwam ik aan mijn appartement. ''Brian, ik ga slapen !", riep ik naar mijn slaaf. Ik was zo moe, poetste mijn tanden, deed mijn nachtkleed aan en ging slapen.


    ~ I have found that if you love life, life will love you back.

    Laat jullie personnages nu langzaam gaan slapen;)


    ~ I have found that if you love life, life will love you back.

    Maybell 'River' Kingsley

    De deur vloog met een knal open, waardoor River wist dat ze in de ingang moest zijn. Ik liep dan niet al te enthousiast, maar vriendelijk genoeg naar de ingang van het grote huis. Adam. Helemaal onder wonden en schrammen stond ie weer in de ingang. "Haal wat water." Ik keek hem dan wat wantrouwig aan. Hij had zelfs een blauw oog. Als er iemand was, die zich echt met iedereen een ruzie moet beginnen, is het Adam wel. "Gaat het wel?" Ik probeerde zo vriendelijk mogelijk te klinken. Adam ging nu voor haar staan. Ik keek omhoog. Hij is stukken groter als ik. Soms is dat best wel aanstaangjagend. Hij praatte langzaam en erg onderdrukt tegen me. Hij was vlak voor een woedeuitbarsting. "Ik zei dat ik water wil.." Hij wurmde zich uit z'n leren jas en gooide hem tegen me aan. Ik probeerde me kalm te houden. Terwijl Adam naar de woonkamer liep, hing ik z'n jas netjes op. Ik liep dan gehaast door naar de keuken. Ik pakte een glas uit de keukenkast en rommelde in de vriezer naar ijsblokjes. Ik pakte dan 3 ijsblokjes en deed die in het glas. Deze vulde ik met water en liep dan naar de woonkamer. Adam wou het water altijd met ijsblokjes. Ik zette het glas op het tafeltje en keek vragend naar Adam, voor een klus.. "Volgende keer wat sneller ja, ik heb het er niet op om te wachten." Hij keek haar minachtend aan. "Maak het avondeten, een beetje snel ja." Hij wendde zich tot de televisie, waar hij naar iets aan t' kijken was. Toen ik even naar buiten keek, dacht ik iemand gezien te hebben, maar schudde dan met m'n hoofd alsof het verbeelding was. Ik liep dan naar de keuken en begon met het avondeten..


    "Satan's friendship reaches to the prison door."