• Are you afraid of the dark?




    Er zijn jaren voorbijgegaan voor een groep wetenschappers eindelijk besluiten dat het tijd is om terug te keren naar een andere dimensie. Een duivelse, welteverstaan. Eentje waar ze een tijd terug per ongeluk terecht waren gekomen met een kapotte tijdmachine, en waar ze mensen hadden verloren.
          Het is aan de desbetreffende groep de taak om de dimensie, die ze de naam "Inferno" gegeven hebben, uit te pluizen. Maar deze opdracht zal dood en verderf met zich meebrengen, iets dat ze binnen de kortste keren te weten zullen komen. Zal het hun lukken om de dimensie te bestuderen en veilig terug te keren or will they die trying?



    Rollen †
    Wetenschappers:
    Undine • Male | Xavier “Zav” Gray – 1,5
    Tigerlily • Male | Ian Adams – 1,3
    Assassin • Female | Gabriella Grace Valenti – 1,7

    Proefdieren (Max. 5):
    Nereid • Female | Willow Nastya Reyes – 1,2
    Kiriel • Male | Rogier Brooks – 1,5
    Mashtonx • Male | Nathan Joseph Cole – 1,6

    Wezens (Stop!):
    Assassin • Male | James – 1,2
    Amaris • Female | Nyéhliah Aciaz Ryue – 1,2
    Takamasa • Onzijdig | Nameless – 1,4
    Tigerlily • Female | Dremira Shadowend “De Necromancer” – 1,2
    Sobremesa • Female | Serena Samea "Shadow" – 1,7


    Begin: Het is ochtend, bijna elf uur en de dag beloofd vooral veel buien en hetzelfde geldt in de Inferno. Alleen is daar vooral veel mist te bemerken.
    De wetenschappers komen bij elkaar om de "proefdieren" op te vangen en ze uit te leggen wat ze bij zich hebben, wanneer ze gaan, etc. In de Inferno gaan de wezens vooral hun eigen gang.

    PRAAT TOPICROLLEN TOPIC


    Regels †
    • Er mogen gewone mensen meedoen, die d.m.v. een advertentie te weten zijn gekomen over het experiment. Daarbij hebben ze geen idee over hoe de wereld er nu daadwerkelijk uitzien en / of dat ze een soort proefdieren zijn voor de wetenschappers.
    • Leeftijd moet ouder dan 23 zijn, zeker wanneer je een wetenschapper aan wilt maken.
    • Schelden en 16+ mag, maar ruzie in OOC wil ik in het topic niet hebben. Ga geen ruzie uitlokken met andere spelers, respecteer elkaar en sluit eenieder niet buiten.
    • Er is een minimum van 300 woorden. Ik wil geen one-liners als zowel personen die na enkele posts er direct mee stoppen. Denk hierdoor dus goed na voor je überhaupt mee wilt doen.
    • Schrijf en bestuur alleen je eigen personages, niet dat van een ander! Tenzij je hier vanzelfsprekend toestemming voor hebt gekregen.
    • Geen Gary-Stu’s en Mary Sue’s.
    • OOC graag tussen haakjes: () [] {}.
    • Username veranderingen doorgeven in het praattopic. Daarbij maak ik alleen nieuwe topics aan.
    • Reserveringen blijven 48 uur staan.

    [ bericht aangepast door Hyonyeo op 9 april 2015 - 22:40 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.


    James


    Ik krijg een luide 'auw' uit haar als ik haar knijp, waardoor ik me toch iets triomfantelijk voel omdat ik hetzelfde uit kon lokken als zij bij mij gedaan heeft. Verder lijkt ze toch alleen maar boos te zijn.
          "Oh, dus ík ben achterbaks en ík ben gemeen?" gooit ze op een spottende toon naar me terug. "En dat zeg jij? Alsjeblieft zeg, laat me niet lachen. Jij, James, mag heel blij zijn dat ik je niet meer pijn kan doen, dan mijn vingers in je ogen te steken, want dan was je nog lang niet jarig," sist ze, terwijl ze met haar vinger weer eens tegen mijn borstkas prikt. "Je bent echt een ontzettende baby, dat je nu gaat jammeren dat ik je in je ogen geprikt hebt. Boehoe James. Grow up. Maar je moeder heeft je vast niet geleerd hoe je dat moet doen. Oh, wacht ik vergeet iets. Jij hebt waarschijnlijk nooit een moeder gehad, dat verklaard gelijk weer waarom je zo'n verknipt wezen bent die nooit of te nimmer om iemand zal geven. Maar goed ook dat je geen hart bezit, maar slechts een holle borstkas, gezien je praktisch onsterfelijk bent, en je al die tijd helemaal alleen door zal moeten brengen."
          In eerst instantie doen haar woorden me maar weinig en blijf ik gewoon staan terwijl ze tegen mijn borstkas aan prikt. Ik voel me op het moment echt een beetje geïrriteerd en ben daardoor gevoeliger dan normaal. Het maakt me weinig uit dat ze me verknipt noemt of begint over een moeder, een hart heb ik toch ook niet nodig. Maar zodra ze zegt dat ik onsterfelijk ben en al die tijd alleen door moet brengen, barst ik toch echt uit mijn vel omdat ze een gevoelige snaar raakt bij me. De rode blos die eerder verdwenen was, komt nu terug van woede.
          "Iedereen zou liever een eeuwigheid alleen zijn, dan een kort, sterfelijk leven met jóu door te brengen! Het is maar wat je harteloos noemt, ik heb liever geen hart, dan een afgestorven hart zoals jou!" kaats ik op een erg kinderachtige toon, maar je kan duidelijk horen dat ik het me erg aantrek en ik doe een kleine stap haar richting op, waarbij ik me groter maak en haar persoonlijke ruimte binnendring, net zoals zij deed met haar vinger. Zo kijk ik op haar neer omdat ik veel groter ben. "Je mag blij zijn dat dat het enige is wat je me aan kan doen, je wilt niet weten wat ik jou anders aan had gedaan," sis ik onheilspellend, want op het moment voel ik ook echt de drang om haar erger te pijnigen dan haar enkel te knijpen. In mijn ogen vlamt er iets gevaarlijks op.




    Gabriella Grace Valenti


          "Nee, niet bepaald althans," antwoord hij, maar hij kijkt me niet aan, net zoals ik hem niet aankeek toen ik dezelfde vraag beantwoordde. "zolang ik niet wordt gestoord in mijn slaap,"
          Zijn stem krijgt een humoristische ondertoon waardoor het ineens niet al te serieus meer klinkt en ik glimlach onwennig erom. We worden al snel gestoord door een jongedame met wie hij begint te praten en zichzelf en mij voorstelt. Het mooie, blonde meisje stelt zichzelf voor als May Sador, een naam die ik herken uit de papieren. Ze glimlacht aarzelend en ze lijkt me nogal terughoudend.
          "Kan ik misschien helpen met de tenten? Of welke klus jullie nog hebben liggen?" vraagt ze om ons te helpen.
          "Eh, Je kunt je eigen tent opzetten en een persoon kiezen met wie je het aan durft om het samen te delen,’ hoor ik Xavier antwoorden, terwijl ik mezelf weer richt op de tenten.
          Ik weet zeker dat hij het wel af kan handelen, daar heeft hij mijn hulp niet voor nodig. Er klinkt nog een andere stem die ons wilt helpen, maar Xavier stuurt hem door naar Ian, onze andere wetenschapper. Hij waarschuwt de anderen dat ze niet van de open plek moeten dwalen, wat klinkt als een erg goed idee. Ik weet wel dat ik niet in mijn ergens anders heen wil. Alles wat ik hier over gehoord en gelezen heb, zorgt ervoor dat ik enorm op mijn hoede ben. Maar zelfs dat perkt mijn enthousiasme van deze kans niet erg in.
          "Vind je het handig om de apparaten nu al in elkaar te zetten of zullen we dat voor later bewaren, Gabriella?" klinkt Xaviers stem ineens vlak naast me en het duurt een paar seconden voordat ik door heb dat hij het weer tegen mij heeft en ik op kijk van de tent.
          "Oh, eh... Eigenlijk zet ik ze het liefst zo snel mogelijk op, zodat we snel kunnen beginnen," antwoord ik gehaast, maar het enthousiasme klinkt toch door in mijn stem. "Maar als je een andere mening hebt, hoor ik die natuurlijk graag. Jij bent natuurlijk de expert hier." Mijn stem klinkt even gemeend als zijn blik daarnet, omdat ik het echt meen en bereid ben om me aan zijn mening aan te passen.


    Your make-up is terrible

    WILLOW NASTYA REYES



          Wanneer ik uitgesproken ben, worden James zijn wangen opnieuw rood, maar het blijkt al snel dat het om een geheel andere reden is dan zonet.
          'Iedereen zou liever een eeuwigheid alleen zijn, dan een kort, sterfelijk leven met jóu door te brengen! Het is maar wat je harteloos noemt, ik heb liever geen hart, dan een afgestorven hart zoals jou!' kaatst hij terug. Zijn woorden zijn kwetsend, maar ik kan het niet helpen om tevreden te zijn om het gegeven dat ik iets heb weten benoemen wat hij zich aantrekt. Dat is dan ook duidelijk te zien, doordat mijn mondhoeken lichtelijk en triomfantelijk omhoog krullen.
          James heeft inmiddels een stap mijn kant op gezet, waarbij hij zichzelf breder maakt en boven mij uit lijkt te torenen, iets waar ik me dood aan erger. Ik onderdruk de neiging een stap naar achteren te zetten, dat zou hij toch enkel amusant vinden, en waarschijnlijk toch de afstand weer overbruggen.
          'Je mag blij zijn dat dat het enige is wat je me aan kan doen, je wilt niet weten wat ik jou anders aan had gedaan,' sist hij dreigend, met een sinistere fonkeling in zijn ogen. Ik moet toegeven dat het intimiderend is, maar ik weiger dat te laten merken en blijf staan waar ik sta.
          'Als een eeuwigheid alleen beter is dan een kort leven met mij, dan zou je me dankbaar moeten zijn dat ik vorige keer weggegaan ben, dus dan zou je mij wel wat beter mogen behandelen,' meld ik hem op een hooghartige toon, waarbij ik mijn handen in mijn zij zet. 'Maar goed, dat is een lastig iets om van je te vragen, gezien dat woord wel niet in je woordenboek zal staan,' vervolg ik. 'En wat was je dan van plan om te doen, big boy?' vraag ik spottend. 'Neem je me dan weer mee naar die achterlijke martelgrot van je? Ga je dit keer wel mijn huid er afschrapen? Alle botten in mijn lichaam breken? Al mijn nagels er uit trekken?' De honende toon in mijn stem is overduidelijk te horen. 'Wat jammer nou voor jou dat je geen zielige vriendjes hebt bij wie je over zoiets op kan scheppen. Iedereen zou zo messed up als jou worden, als ze ál hun tijd hélémaal alléén door zouden moeten brengen.'

    [ bericht aangepast door Morrigann op 8 maart 2015 - 23:37 ]


    To the stars who listen — and the dreams that are answered


    James


          "Als een eeuwigheid alleen beter is dan een kort leven met mij, dan zou je me dankbaar moeten zijn dat ik vorige keer weggegaan ben, dus dan zou je mij wel wat beter mogen behandelen," zegt ze, erg hooghartig, en ze plaatst haar handen in haar zij, maar neemt geen afstand van me. "Maar goed, dat is een lastig iets om van je te vragen, gezien dat woord wel niet in je woordenboek zal staan."
          "Je bent teruggekomen," kaats ik op een beschuldigende toon terug.
          "En wat was je dan van plan om te doen, big boy?" klinkt het op een spottende toon uit haar mond. "Neem je me dan weer mee naar die achterlijke martelgrot van je? Ga je dit keer wel mijn huid er afschrapen? Alle botten in mijn lichaam breken? Al mijn nagels er uit trekken? Wat jammer nou voor jou dat je geen zielige vriendjes hebt bij wie je over zoiets op kan scheppen. Iedereen zou zo messed up als jou worden, als ze ál hun tijd hélémaal alléén door zouden moeten brengen."
          Haar stem klinkt zo ontzettend honend en vooral haar laatste woorden maken me echt enorm boos. Ik grijp haar bovenarm vast, zelfs voor mijn doen stevig, waardoor mijn vingers bijna wegzinken in haar vlees. Ik trek aan haar arm waardoor ze nog dichterbij me komt te staan, er zitten nog maar enkele millimeters tussen ons in. Ik bries zelfs bijna omdat ik zo boos ben.
          "Wie denk je wel niet dat je bent, om zo tegen me te praten? Het is bijna alsof je het wílt!" sis ik op een kwade toon in haar oor. "Haat je jezelf dan zo erg dat je op de meest gruwelijke manier dood wilt? Ben je daarom terug gekomen?" daag ik haar uit.
          Ik ben een fysiek persoon, altijd al geweest, en erg agressief en gewelddadig. Daarom duw ik haar ruw tegen de dichtstbijzijnde boom en hou ik absoluut geen rekening met of ik haar pijn doe. Mijn kwade gezicht breng ik dicht bij de hare, mijn ogen stralen pure woede uit.


    Your make-up is terrible

    Rogier Brooks



          Blijkbaar kwam ik middenin een gesprek terecht tussen een man en twee vrouwen die met tenten bezig waren geweest. Ik kreeg nog net mee dat ze zich aan elkaar voorstelden, maar de namen vlogen langs me heen zonder dat ik ze onthield. Uit hun houdingen tegenover elkaar maakte ik op dat de jongere vrouw ook geen wetenschapper was en nieuw in deze wereld.
          'Je kunt je eigen tent opzetten en een persoon kiezen met wie je het aan durft om het samen te delen,' hoorde ik de man zeggen, waarna ik ook vroeg of ik kon helpen met de tenten.
          ‘Vragen zijn niet verboden,’ zei hij me, ‘maar voor nu lukt het wel met de tenten en wellicht heeft Ian hulp nodig. Zorg vooral dat je op de open plek blijft en niet in je eentje rond gaat dwalen.' Terwijl hij sprak, had hij iets verderop een man aangewezen, die bezig was. Ik nam zijn woorden in me op en knikte. Ronddwalen leek me inderdaad ook niet zo'n goed idee. Het zicht was door de mist vrij slecht en ik kende deze wereld, laat staan plek, totaal niet. Ondanks dat ik een vrij goed richtingsgevoel had, wilde ik deze niet uitproberen in een onbekende, misschien zelfs gevaarlijke, wereld.
          ‘Vind je het handig om de apparaten nu al in elkaar te zetten of zullen we dat voor later bewaren, Gabriella?’ ging de man verder, maar dan tegen de wat oudere vrouw, blijkbaar Gabriella genaamd. Ik besloot maar om naar die andere wetenschapper te lopen, eens kijken of hij wel mijn hulp kon gebruiken.
          'Hulp nodig?' vroeg ik hem, terwijl hij aan het klooien was met een tent.
          'Graag,' antwoorde hij, 'zoals je ziet loopt het nu niet zo heel lekker.' Ik nam gauw de tentstok van hem aan en hij glimlachte dankbaar. Hij begon wat in enkele zakken te rommelen, terwijl ik de tent overeind hield. Op zijn aanwijzingen zetten we samen de tent op, wat nog best wel vlug ging. Hij keek even om zich heen en wende zich weer tot mij.
          'Ik denk dat alles nu wel overeind staat, bedankt voor je hulp.'
          'Graag gedaan, het is beter als ik mezelf nuttig maak dan als ik wat nutteloos rond loop te hangen.'
          'Mee eens, mensen die dat doen zijn meestal ook veel prettiger om mee samen te werken. Maar... ik zou zeggen, vraag aan Zav, die man daar,' hij wees naar de man wie ik net al gesproken had, 'waar je je spullen kan laten. Ik zou dat zo gauw even niet weten.' Ik knikte en pakte mijn tas op, hing hem op mijn rug en liep weer terug naar de andere mannelijke wetenschapper bij wie ik net ook al had gestaan.
          'Waar kan ik mijn tas laten?' vroeg ik hem toen ik weer bij hem terug was. 'Zou je me trouwens ook nog wat over deze wereld kunnen vertellen?'

    [ bericht aangepast door Helvar op 28 maart 2015 - 15:54 ]


    "You're better than waffles, Matthias Helvar."


    Gaia May Sador.
    Wat dat is met vrouwen? Goeie vraag. Het lijkt wel alsof het lichaam van een vrouw sneller geraakt is door dingen. Hoewel Gaia niet wilde blozen, deed ze het desondanks toch. Er was niets vervelender dan iets tegen de wil in doen.
          Er was zoveel wat ze zich zou moeten herinneren, maar dat nam niet weg dat ze dergelijke dingen makkelijk kon vergeten.
    De mensen waar ze bij stond leken haar aardig. Je hoefde in elk geval net als enige deze wereld te overleven en dat stelde Gaia gerust.
          ‘Eh’ hoorde ze de man aarzelend zeggen. ‘Je kunt je eigen tent opzetten en een persoon kiezen met wie je het aandurft om het samen te delen.’ Daarbij wees hij naar de kleine hoeveelheid tenten die nog opgezet moesten worden. Ze kon niet anders dan knikken. Dat leek haar het meest logisch. Echter wist ze niet goed of ze het wel in zich had om een tent op te zetten. Ze bood het graag aan, het werd echter wat anders wanneer ze daadwerkelijk tot actie over moest gaan.
    Sommige dingen dacht ze gewoon niet door.
    Nog voor ze goed had beslist wat ze ging doen, kwam er nog iemand bijstaan. De man leek net zo verloren als zijzelf. ‘Kan ik je helpen met die tenten?’ vroeg hij. Er was zoveel animo voor het opzetten van de tenten, dat het haar bijna deed doen lachen.
          ‘Vragen zijn niet verboden, maar voor nu lukt het wel met de tenten en wellicht heeft Ian hulp nodig. Zorg vooral dat je op de open plek blijft en niet in je eentje rond gaat dwalen,’
    Vooral dat laatste nam ze ten harte. Dat was iets wat ze absoluut niet ging doen. Gaia was niet gek!
    Wie weet wat je dan wel niet tegen zou gaan komen. Voor je het wist was je dood!
    Zodra de andere man wegliep, liep ik achter hem aan. Ze keek naar de tenten die nog moesten worden opgezet. Kon ze dat? Ze kon het allicht proberen.
          Met dat in haar achterhoofd pakte ze een van de tentzakken, die ze openritste. Ze snapte er vrij weinig van, maar er zat een beschrijving bij en daar moest ze toch wel een heel end mee moeten kunnen komen.
          Dapper ging ze aan de slag. Ze was niet erg handig, dat was een feit, maar ze was wel iemand die het nodige doorzettingsvermogen kende. Daar ontbrak het niet aan.


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.


    Xavier “Zav” Gray, wetenschapper
    • • •


          ‘Oh, eh. . .’ Ik laat een kalme expressie in mijn ogen bemerken, die ik op haar gestalte laat rusten, om merkbaar te maken dat ik geduldig kan zijn. ‘Eigenlijk zet ik ze het liefst zo snel mogelijk op, zodat we snel kunnen beginnen.’ Desalniettemin is haar respons redelijk gehaast, waar ik mentaal om moet glimlachen, doordat het er wel vermakelijk uitziet. Ze heeft een punt: het is beter wanneer het zo snel mogelijk allemaal klaarstaat voor gebruik, niet enkel daarvoor – tevens zodat we het op een later tijdstip niet verder hoeven te gaan. Alhoewel haar antwoord jachtig is geweest, vermindert dat niet het enthousiasme dat gemakkelijk te horen is in haar stem. ‘Maar als je een andere mening hebt, hoor ik die natuurlijk graag. Jij bent natuurlijk de expert hier.’ Voor luttele seconden heb ik niet doorgehad dat mijn blik een andere richting op is gedwaald, waardoor ik deze direct terug laat schieten naar de blondine. Ik probeer ditmaal enig spoortje van sarcasme te vinden, of iets wat erop duidt dat ze het niet meent, maar ze schijnt haar woorden te menen. Hierdoor krijg ik een verbaasde glans in mijn ogen, die al snel wordt gevolgd door een lichte glimlach op mijn lippen.
          ‘Nee, nee,’ herhaal ik het zachtjes, een grinnikende ondertoon. ‘je hebt geheel gelijk, Gabriella, we zullen het in één keer afmaken. Dat daargelaten, wil ik je wel graag vragen om me op normale wijze te adresseren. Vergeet het feit alsjeblieft dat ik hier eerder ben geweest – dit is tevens mijn laatste klus, dus reageer alsof ik één van je vrienden ben.’ Desondanks mijn toon uiterst serieus is, klinkt er een lichtelijk ongemakkelijke toon in door, vanwege het gegeven wat ze zojuist tegen me heeft gezegd. Ze hoeft tevens geen persoonlijke meningen voor mij te veranderen, daar hoort ze zich juist aan vast te houden, als dat hetgene is waar ze in gelooft.
    De jongeman waar ik zojuist enkele vragen van heb beantwoord, is ondertussen doorgelopen naar Ian. Allebei zijn ze aan het tenten aan het opzetten, waardoor ik het idee heb dat we binnen enkele minuten al klaar zijn. Nog twee voor de onderzoeken hier in Inferno, groepen maken en spullen naar de juiste tent slepen. De groepen zullen we pas maken wanneer iedereen bijeen is, waardoor mijn gedachten bijna direct uitgaan naar Willow – die eerder opnieuw in haar uppie ergens heen is gegaan. De vorige keer ging ik achter haar aan, alleen door verscheidene redenen kan ik dat nu simpelweg niet doen, wat me laat bedenken dat ik Ian wel op zoek kan laten gaan. Ze hoort niet alleen deze wereld te verkennen, zelfs niet nu ze denkt Inferno te kennen, ze weet immers dondergoed dat het onnozel is zoiets uit te halen. Mijn blik glijdt over alle jongeren heen om te zien of er wellicht nog iemand mist, wat gelukkig niet zo schijnt te zijn. Ik frons echter lichtelijk als ik merk dat Nathan verdwenen is, waarna ik in mezelf vloek. Gaia is ondertussen aan haar eigen tent bezig, maar net als ik Gabriella aan wil tikken, komt Rogier terug.
          ‘Waar kan ik mijn tas laten? Zou je me trouwens ook nog wat over deze wereld kunnen vertellen?’
          ‘Natuurlijk,’ beantwoord ik zijn vragen rustig, hoewel er in mijn hoofd verschillende dingen aan toegaan. ‘De tas kan je in je eigen tent leggen, maar de groepjes gaan we pas maken wanneer iedereen op deze plek is verzameld. Dan zal ik eveneens een antwoord op je vragen verschaffen, aangezien het dan in één keer gaat. Blijf vooral hier bij Gabriella, zij zal vast op enkele vraagstukken van jou willen reageren. Al heb ik haar even kort nodig.’ Na deze woorden trek ik haar zachtjes aan de arm mee, tot we uit gehoorsafstand zijn. Nadat ik enkele malen rondom ons heb gekeken, begin ik zachtjes te praten: ‘Er missen jongeren, twee om precies te zijn: Willow en Nathan. Ik vraag Ian om samen met mij te zoeken, als jij de anderen hier in de gaten houdt. We zullen zo snel mogelijk de tenten klaar moeten hebben, zodat de jongelui kunnen schuilen mocht het nodig zijn. De spullen die we mee hebben zullen ons horen beschermen.’
    Hierna wenk ik Ian naar me toe, die binnen een minuut bij me staat. Kort leg ik hem de situatie uit, waarop hij knikt en een kant opgaat, terwijl ik de andere kant uit loop. We hebben een soort horloge bij ons, die het mogelijk maakt om alsnog contact te houden, zodat we elkaar niet verliezen. Het heeft even geduurd, echter uiteindelijk heeft Ian Willow gevonden, maar ze is niet alleen.



    Assassin en Nereid: ik heb het personage van Tigerlily (Ian Adams) op jullie afgestuurd. Zo komt er althans weer beweging in de roleplay en wellicht kan James wat met hem, aangezien hij dood mag. Tigerlily heeft zich uitgeschreven en daardoor zijn haar beide personages beschikbaar daarvoor, haha. Dus mocht iemand het andere personage willen vermoorden (Dremira Shadowend “De Necromancer”) ; be my guest.
    Eveneens staat er op hetzelfde lijstje Nathan Joseph Cole, een jongere. Ik ben even kwijt of hij al vermoord is, de ja of nee, maar anders mag iemand tevens op hem jagen. Happy hunting!

    [ bericht aangepast door Hyonyeo op 22 april 2015 - 20:53 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    WILLOW NASTYA REYES



          'Je bent teruggekomen,' kaatst James beschuldigend terug, maar praat verder over wat hij van plan was om te doen als ik hem meer pijn gedaan had, en of hij me dan meegenomen had naar zijn stomme grot, gevolgd door enkele dingen waarvan ik hem er voor aanzie om te doen.
          Aan James zijn gezicht te zien bevallen mijn woorden hem niet bepaald. Dit valt ook duidelijk te merken aan zijn daden, gezien hij mijn arm erg stevig vastpakt. Het duurt behoorlijk wat pijn en het zou me dan ook niet verbazen als er een blauwe plek in de vorm van zijn hand achterblijft. Hij trekt mij ook naar zich toe, waardoor er slechts enkele millimeters tussen ons in blijven zitten. Ik voel zijn warme adem duidelijk op mijn gezicht.
          'Wie denk je wel niet dat je bent, om zo tegen me te praten? Het is bijna alsof je het wílt!' sist hij in mijn oor. 'Haat je jezelf dan zo erg dat je op de meest gruwelijke manier dood wilt? Ben je daarom terug gekomen?' vervolgt hij uitdagend, waarbij hij me ruw tegen de boom achter mij duwt. Een pijnkreetje komt over mijn lippen. Zijn gezicht bij brengt hij dichtbij de mijne. Ik moet toegeven dat ik wel degelijk bang voor hem ben, maar ik ben niet van plan het te laten zien, en zeker niet om als een bang hertje weg te kruipen.
          'Oh, James, ik haat mezelf niet hoor. Er is maar één persoon hier die ik haat, en diegene ben jij. Dus nee, ik ben niet terug gekomen omdat ik "op de meeste gruwelijke manier dood wil", als ik dood zou willen, dan zou ik dat ook gemakkelijk in mijn eigen wereld kunnen doen. En ik ben teruggekomen inderdaad, maar ik ben terug gekomen voor mezelf, en zeker niet voor jou. Ik hoop dat de wetenschappers hier een manier weten te vinden om je uit te schakelen en mee te nemen naar mijn wereld, zodat je daar lekker weg kan rotten in een wetenschappelijk lab.'
          Vanuit mijn ooghoeken zie ik iemand te voorschijn komen. Het blijkt Ian te zijn, een van de wetenschappers. 'Ga maar terug naar het kamp, ik kom er aan zodra deze mongool voor me mij losgelaten heeft,' meld ik Ian, waarna ik James een felle blik toewerp.


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Nicor – Wezen.
    'Oh, mijn krachten gaan heel wat verder dan zielen rust geven.' En ja, daar was de honende toon – en de ergernis van het wezen schroefde een toontje omhoog. 'En volgens mij gaan de jouwe ook wel verder dan enkel het eten en vernederen van zielen.' De Necromancer had een stap opzij gezet, waardoor het wezen haar beter kon zien en zijn oordeel klaar had staan. De opmerking die ze zojuist had gemaakt liet het voorbij gaan, maar niet vergeten. Het was beter om er niets op te antwoorden – anders verloor het van zichzelf en het mocht nog geen schatting maken van hoe sterk de vrouwelijke opponent was. Straks maakte het een verkeerde berekening.
          'Je hoeft je trouwens geen zorgen te maken. Het is niet bepaald dat je zielen vernietigt door ze op te eten. Je geeft me gewoon iets meer werk om ze weer netjes in elkaar te zetten.' Zo dom was het wezen dus niet. Dacht zijn vijand nu echt dat het hierin trapte? Het kreeg een heimelijke grimas op de vrouwengezicht die het nu bezat. 'Het is eigenlijk een best fijn project, zo ben ik weer even bezig.' Het wezen humde ongelovig.
          Wat klopte er niet aan dit plaatje? De vrouw had een hoofddeksel op – weliswaar horens, maar het wezen beschouwde ze als een hoofddeksel. Een klein lachje verliet zijn lippen toen hij hieraan dacht. Des te meer reden om haar aan stukken te scheuren, dacht het.
    Tevens beschikte de vrouw duidelijk niet over vriendelijke en opgewekte toon, gepaard met de respectloze woorden die ze sprak, wat het wezen al zeker niks vond. Het ergerde het wezen zelfs. Hoe durfde zij zijn territorium binnen te komen, om vervolgens haar beschamende gedachten te spreken? Ja, het wezen had al besloten – vanaf het begin – dat zij het niet zou redden. Al moest het wel toegeven dat het vermakelijk was om eens zo'n gesprek te voeren. De meesten bevroren direct als ze hem zagen of wisten niet wat te zeggen en hakkelden maar wat.
          'Ik kan jouw ziel zien, wezen. Het lijdt. Jouwe wordt misschien nog wel moeilijker te fixen dan die van al jouw slachtoffers samen.' De vrouw had lef – dat moest het wezen haar nageven, maar dat zal ook haar val zijn. En dan kon ze haar eigen ziel helen.
          “Mijn ziel?” Een oorverdovend, schallend geluid kwam vanuit zijn keel omhoog borrelen – zijn lach, maar het klonk als een onheilspellend gebonk op de deur van Hel. “Je hebt duidelijk niet genoeg je huiswerk gedaan,” begon het verder te lachen en het zette gevaarlijk enkele stappen vooruit.
          Dezelfde daden werden herhaald. Het langzame lopen was zo langzamerhand rennen geworden en eindigde in een sprong, veranderde enkel in vloeibaar water wat zich had gevestigd in het lichaam van de Necromancer, alsof het een magneet was dat het aantrok. Vrijwel direct had haar gekleurde regenboogvlies de kleur van goudkleurig aangenomen – rood, waarna het een uitgedoofde kleur blauw aannam.
          Een identiek hakkelend geluid, wat het nog geen half uur geleden had aangehoord (en hem verheugde), luidde en ze viel met een doffe val op de grond. De aardegrond had haar harde val gedempt. Wispelturig als de vrouw zelf was, kronkelde ze op de grond – vechtend voor haar leven. Het moest toegeven dat het wat moeilijker voor hem was, maar hij hield dan wel van een uitdaging.
          Hij had haar! Hét had haar!
    Ze duwde, tot aan bloedens toe, haar nagels in de grond en haar lichaam stokte even na – voor het wezen haar lichaam bediende en haar armen met krakende bewegingen voortbewoog naar het meer. Het lichaam had meerdere blauwe plekken en kneuzingen, nog maar niet te praten over de bloedende verwondingen op haar gehele lichaam.
          Wat een werk! Maar het had nu genoeg eten voor de komende dagen. De Necromancer had meerdere zielen in haar bezit en dat was iets wat een heuse vangst was voor Nicor. Haar linkeroog wat voorheen spierwit was – was zwart geworden, zo donker en duister als de nacht.
          “Ik heb namelijk geen ziel.” Sprak het als toevoeging van zijn laatste zin.

          Het lichaam verdween met een zachte, soepele beweging het water in – met nog een laatste geborrel in het water. Even was het water rood gekleurd, maar verdween al snel weer.
          Het was nog mistig.

    [ bericht aangepast door Parselmouths op 20 mei 2015 - 14:00 ]


    † Love? I want to sleep.


    James


    Een pijnkreetje ontsnapt ongewild aan haar willen als ik haar ruw tegen een boom aan duw, terwijl ik dreigend boven haar uittoren en mijn nek iets buig om haar in de ogen te kunnen kijken terwijl ik zo dichtbij haar sta. Toch laat ze naast dat angstkreetje niks merken. Ik kan haar angst ruiken, maar aan haar uiterlijk is het niet af te zien. Ze kijkt me zelfverzekerd aan, uitdagend zelfs.
          "Oh, James, ik haat mezelf niet hoor. Er is maar één persoon hier die ik haat, en diegene ben jij. Dus nee, ik ben niet terug gekomen omdat ik 'op de meeste gruwelijke manier dood wil', als ik dood zou willen, dan zou ik dat ook gemakkelijk in mijn eigen wereld kunnen doen. En ik ben teruggekomen inderdaad, maar ik ben terug gekomen voor mezelf, en zeker niet voor jou. Ik hoop dat de wetenschappers hier een manier weten te vinden om je uit te schakelen en mee te nemen naar mijn wereld, zodat je daar lekker weg kan rotten in een wetenschappelijk lab."
          Al deze nare woorden vertelt ze me op een bijzonder rustige toon, hoewel er ook een beetje dreiging in doorklinkt. Op dat moment klinken er voetstappen, ik hoorde de persoon helemaal niet aankomen door mijn emotionele schermutseling met Willow. Mijn ogen kijken haastig op, net als die van Willow, als er een jonge man uit de bosjes gelopen komt. Hij brengt een heerlijke geur met zich mee en we hebben een moment lang oogcontact. Mijn honger flakkert scherp op.
          "Ga maar terug naar het kamp, ik kom er aan zodra deze mongool voor me mij losgelaten heeft," meldt ze aan de man, die ze schijnbaar kent, en ik krijg een felle blik van het meisje.
          Door de afleiding heb ik haar al iets losser gelaten en ik doe een stap achteruit. De jonge man geeft ons, vooral mij, een wantrouwige blik, voordat hij zich omdraait en weg loopt. Ik volg hem kort met mijn ogen, waarna ik me weer op Willow richt. Ik ben nog steeds afgeleid door de geur, waardoor ik lang niet meer zo boos ben en dat is ook te zien aan mijn gezichtsuitdrukking. Ondertussen probeer ik te luisteren waar de voetstappen heen leiden, ik hoor dat ze van het vorige pad af moeten wijken om gelijk naar het kamp toe te gaan. Zo te merken heeft hij geen geweldig richtingsgevoel.
          "Wat jij wilt," mompel ik haar op een vage toon toe. "Het zal allemaal wel. Jij weet ook wel dat ze me niet te pakken kunnen krijgen, dus droom verder, darling."
          Ik geef haar een handkusje, waarna ik me omdraai en in tegengestelde richting verdwijn. Ik loop echter al snel met een, nogal snel, boogje om Willow heen richting het geluid van de voetstappen die ondertussen sneller zijn gaan lopen. Hij is bijna terug bij het kamp, ook al is hij iets afgedwaald. Aan zijn voetstappen te horen heeft hij dat laatste zelf ook door. Ik ruik de paniek en stap uit het struikgewas. Mijn maag knijpt bijna samen bij het idee aan mensenvlees. Met een grijnsje op mijn lippen stap ik voor zijn neus, waardoor hij lijkt te schrikken. Zijn hart slaat sneller dan daarnet en pompt zijn bloed vol kracht en adrenaline door zijn lichaam.
          "Zoek je het kamp?" De jongeman knikt op mijn vraag, niet in staat om te antwoorden. "Gelukkig voor jou weet ik waar het is! Je bent een beetje verkeerd gelopen, gast. Maar ik weet niet of ik wel zin heb om de weg te wijzen..." plaag ik hem met een gemene grijns op mijn lippen, waarop hij een paar stappen naar achter doet, weg van mij. "Ze hebben je vast gewaarschuwd, Xavier of Willow, voor wezen zoals ik hier."
          Ik zie de herkenning in zijn ogen bij deze namen en waag een paar snelle stappen naar voren om hem in zijn kraag vast te kunnen pakken zodat hij nergens meer heen kan. Helaas voel ik me gehaast, er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen nu de mensen hier terug zijn! Maar ik vind het ook leuk om mijn tijd te nemen voor ik ga eten. Ik trek mijn shirt over mijn hoofd, niet omdat ik naakt wil zijn, maar bij gebrek aan beter. In een vliegensvlugge beweging scheur ik het shirt, pak ik zijn handen, bind ik ze samen met mijn shirt en maak ik er een scheur in zodat ik zijn handen boven zijn hoofd aan een tak vast kan maken en een lap voor zijn mond kan binden.
          "Je had beter moeten luisteren."
          Nu grijp ik gelijk de kans om de anderen bang te kunnen maken. Het kamp is vlak bij, dus misschien horen ze zijn gedempte schreeuw wel, waardoor ik de lap iets losser maak zodat het luider zal klinken. Met een grijns die te groot is voor mijn gezicht, zet ik mijn nagels in zijn schouders en trek ik ze langzaam door zijn vlees naar beneden, waardoor er bloedende striemen ontstaat. Hij schreeuwt inderdaad, gedempt door de lap om zijn mond, maar alsnog luid door al de pijn. Een euforisch gevoel stroomt door mijn eigen aderen als de verse geur van bloed mijn neusgaten bereikt. Verheerlijkt lik ik mijn vingers, die onder het bloed zitten, af.




    Gabriella Grace Valenti


    "Nee, nee," herhaalt hij zichzelf zachtjes, een grinnikende ondertoon waardoor ik mijn ogen kort neersla. "je hebt geheel gelijk, Gabriella, we zullen het in één keer afmaken. Dat daargelaten, wil ik je wel graag vragen om me op normale wijze te adresseren. Vergeet het feit alsjeblieft dat ik hier eerder ben geweest – dit is tevens mijn laatste klus, dus reageer alsof ik één van je vrienden ben."
          Hoewel hij dat zegt, komt zijn houding nogal ongemakkelijk over en dat is die van mij ook als ik knik naar hem. Eigenlijk zag ik hem wel een beetje als de leider van de expeditie, degene die meer antwoorden zou hebben dan wij, meer ervaringen. Er komt ondertussen een jongeman langs die vragen stelt, waarna ook hij tenten gaat opzetten met een ander. Hierdoor zullen we allemaal snel klaar zijn, het samenwerken gaat tot nu toe prima en daar ben ik dan ook zeer tevreden over.
          "Waar kan ik mijn tas laten? Zou je me trouwens ook nog wat over deze wereld kunnen vertellen?" vraagt de jongeman met de naam Rogier aan Xavier.
          "Natuurlijk," antwoordt Xavier gelijk en ik luister mee omdat ik nieuwsgierig ben. "De tas kan je in je eigen tent leggen, maar de groepjes gaan we pas maken wanneer iedereen op deze plek is verzameld. Dan zal ik eveneens een antwoord op je vragen verschaffen, aangezien het dan in één keer gaat. Blijf vooral hier bij Gabriella, zij zal vast op enkele vraagstukken van jou willen reageren. Al heb ik haar even kort nodig."
          Ik ben nogal verbaasd, maar hij trekt me zachtjes mee naar een plek waar we buiten gehoorsafstand zijn van de rest. Hij lijkt ietwat nerveus als hij om zich heen kijkt voor hij iets zegt, waardoor ik automatisch mee kijk, maar niks bijzonders zie. Ze komen ons niet afluisteren, maar zijn gewoon bezig.
          "Er missen jongeren, twee om precies te zijn: Willow en Nathan. Ik vraag Ian om samen met mij te zoeken, als jij de anderen hier in de gaten houdt. We zullen zo snel mogelijk de tenten klaar moeten hebben, zodat de jongelui kunnen schuilen mocht het nodig zijn. De spullen die we mee hebben zullen ons horen beschermen."
          Ik knik ernstig. "Natuurlijk," antwoord ik hem snel. Nu pas zie ik ook dat zij missen, ik hoop dat ze gewoon zijn afgedwaald en weer terug komen.
          Xavier wenkt Ian en legt het hem uit, waarna hij opzoek gaat en Xavier zelf de andere kant oploopt. Ik probeer gewoon zo rustig mogelijk te blijven en mijn gezicht neutraal te houden als ik verder ga met waar ik mee bezig was. De tenten staan nu, waardoor ik bij de grote, beschermende koffers neerhurk om deze te kunnen openen. Hier zit van alles in, voornamelijk apparatuur. Dan sta ik op en kijk ik om me heen.
          "Zou één van jullie me kunnen helpen om de tenten met apparatuur in de richten en de dozen te verslepen?" vraag ik met een zachte, maar heldere stem aan de jongeren die er nog zijn.


    Your make-up is terrible

    Rogier Brooks



    De man, Zav, leek lichtelijk bezorgd toen ik weer terug kwam, alweer met ongeveer dezelfde vragen. Maarja, als niemand er een duidelijk antwoord op kon geven of er tijd voor leek te hebben, bleef ik het gewoon proberen. Ik zou toch vanzelf wel een keer antwoorden moeten krijgen. Ik was benieuwd naar het resultaat van deze poging.
          ‘Natuurlijk,’ begon hij met het beantwoorden van mijn vragen en hoop gloorde ik mij op. ‘De tas kan je in je eigen tent leggen, maar de groepjes gaan we pas maken wanneer iedereen op deze plek is verzameld. Dan zal ik eveneens een antwoord op je vragen verschaffen, aangezien het dan in één keer gaat. Blijf vooral hier bij Gabriella, zij zal vast op enkele vraagstukken van jou willen reageren. Al heb ik haar even kort nodig.'
          En weer bleef hij onduidelijk in zijn antwoorden. Hij gaf wel antwoord, maar momenteel had ik er niet erg veel aan. Kortom, ik moest wachten tot ik meer duidelijkheid zou krijgen. Ergens begreep ik het wel dat ze nu geen tijd hadden om ieders vragen apart te beantwoorden, maar een beetje meer informatie vooraf had ook gemogen. De vraag waarom ik me hier in hemelsnaam in had begeven, schoot door mijn hoofd. Ik wist inderdaad bijna helemaal niks over deze "missie" en het zou me weinig verbazen als deze wereld gevaarlijk zou zijn. De sfeer hier die ik tot nu toe had meegekregen, bevestigde dat wel.
          Na zijn antwoord liep Zav weg met Gabriëlla en terwijl ik hen nakeek, zag ik ze ernstig met elkaar praten. Gelijk voelde ik aan dat er wat aan de hand was en ik keek nerveus om me heen. Wat was er aan de hand, was er iets gevaarlijks gesignaleerd? Waren we in direct gevaar of dreigde het alleen? Ik wist het niet en ergens vermoedde dat ik daar niet gelijk antwoord op zou krijgen. Maar afgelopen paar uur was het me wel weer erg duidelijk geworden dat ik totaal niet van onzekerheid hield.
          Het duurde niet lang voor Gabriëlla weer terug kwam, maar Zav was weggegaan. 'Zou één van jullie me kunnen helpen om de tenten met apparatuur in de richten en de dozen te verslepen?' vroeg ze doodnormaal, alsof er niks aan de hand was.
    'Ik kan wel helpen,' bood ik aan, 'ik heb toch niets te doen op het moment.' Ik liet mijn tas maar staan naast een al opgezette tent, het had ook geen zin om deze telkens mee te slepen. Ik volgde haar aanwijzingen op, maar op een gegeven moment verstarde ik plotseling. Een ijzingwekkende schreeuw klonk en direct draaide ik mijn hoofd naar vanwaar die schreeuw kwam. Even ontstond in mijn neiging op er gauw op af te gaan, te kijken wat er aan de hand was, om diegene in nood te helpen. Gelukkig besefte ik gauw genoeg dat dat nu niet slim was. Ik wits niks, ik wist niet eens wie schreeuwde, vriend of vijand. Al leek vriend mij logischer, maar toch. Wat zou ik kunnen doen tegen een nu nog onbekende vijand. Ondanks dat ik graag wilde helpen, moest ik ook aan mijn eigen welzijn denken.
    'Wat zou er aan de hand kunnen zijn,' vroeg ik voorzichtig en wat angstig aan Gabriëlla. 'Wat loopt er allemaal in deze wereld rond?' Direct na die vraag werd ik weer overspoeld door een gevoel van grote onrust, ik voelde me momenteel behoorlijk onveilig. Het gevoel van onveiligheid was echter niet te onderdrukken en ik holde naar buiten naar mijn tas, greep het uitstekende gevest van de katana die ik had meegenomen voor de veiligheid, ik wilde me kunnen verdedigen, en trok het zwaard om daarna weer terug naar Gabriëlla te lopen.
          'Sorry,' verontschuldigde ik me, 'na die schreeuw vind ik het toch veel prettiger om mezelf te kunnen verdedigen, mochten we aangevallen worden of iets in die trant.'


    "You're better than waffles, Matthias Helvar."


    Gabriella Grace Valenti


          "Ik kan wel helpen," biedt de vrijwilliger Rogier zich aan, "ik heb toch niets te doen op het moment."
          Er verschijnt een oprecht dankbare glimlach op mijn lippen als hij dit zegt en geef hem vriendelijk een paar aanwijzingen zodat we samen verder kunnen gaan aan de tenten. Het zit me echter wel dwars dat Xavier en Ian weg zijn, net als Willow en Nathan. Zijn eerdere woorden baren mij zorgen. Die zorgen worden nog extra versterkt als ik een ijzingwekkende schreeuw hoor. Net als Rogier hef ik gelijk mijn hoofd op en kijk ik in de richting waar het vandaan kwam, maar dat is dan ook alles wat we horen, direct daarna is het weer stil. In mijn ogen staat angst te lezen en ik hoop dat ik het eruit weet te knipperen voordat ik iemand aansteek.
          "Wat zou er aan de hand kunnen zijn," vraagt hij, ook in zijn stem is angst te horen. "Wat loopt er allemaal in deze wereld rond?"
          Ik krijg echter niet de tijd om te antwoorden, want hij rent opeens weg. Even ben ik bang dat hij het bos in rent en wil ik hem achterna roepen, maar hij stopt bij zijn tas en trekt er iets uit. Als hij terug loopt, zie ik dat het een soort van zwaard is. Maar dat stelt me echt niet gerust, ik vind dat ding in mijn buurt eigenlijk nog enger dan die schreeuw, misschien omdat het dichterbij is. Rogier lijkt echter wel veel kalmer nu hij een zwaard vast heeft.
          "Sorry," verontschuldigt hij zich alsnog, "na die schreeuw vind ik het toch veel prettiger om mezelf te kunnen verdedigen, mochten we aangevallen worden of iets in die trant."
          "Eh, weet je wel hoe je ermee om moet gaan?" vraag ik voorzichtig. "En ik weet zeker dat het niks was. Misschien zijn Willow en Nathan was aan het kloten en heeft de één de ander laten schrikken of proberen ze ons bang te maken."
          Dat excuus is dan ook voor mijn eigen gemoederen, maar ik heb er al helemaal niks aan als Rogier nog verder gaat panikeren. Ik ben nou niet het type om panikerende mensen in het gareel te houden, maar ik ben wel blij dat Xavier Ian heeft gestuurd in plaats van mij, want in het bos zou ik nog meer uit mijn doen raken dan hier. Ik geef Rogier een voorzichtig glimlachje en probeer hem aan te sporen om zijn zwaard weg te leggen en zich te concentreren op het volledig opzetten van de tenten. Dat is prioriteit.


    Your make-up is terrible

    Rogier Brooks



    "Eh, weet je wel hoe je ermee om moet gaan?" Gabriella lijkt zich een stuk minder op haar gemak te voelen met een zwaard in de buurt dan ik doe. "En ik weet zeker dat het niks was. Misschien zijn Willow en Nathan was aan het kloten en heeft de één de ander laten schrikken of proberen ze ons bang te maken."
          Ik geloof echter weinig van haar mogelijke verklaring. Als iemand enkel schrikt, dan is het niet zo'n angstaanjagende kreet, eentje die meer in de buurt van pijn en doodsnood komt dan van iemand die schrikt. Ik weet hoe kreten van pijn klinken, ik heb ze wel eens gehoord tijdens het kendo wanneer het er per ongeluk iets te hard aan toe ging. Dit was zo'n soort kreet, maar dan vele malen erger.
          "Ik weet hoe ik ermee om moet gaan," antwoord ik dan ietwat kribbig, "ik zit al van jongs af aan op kendo en daar leer je wel met dit soort wapens omgaan. Geloof me maar, ik kan de gemiddelde persoon de baas hiermee." Maar ik ga niet echt in op haar opmerking betreft de kreet. Het lijkt me niet slim als ik er tegenin ga met mijn opvatting en we dan aan het speculeren raken over allerlei vreselijke mogelijkheden, dat zal ons beiden waarschijnlijk alleen maar banger maken en ik houdt nu het liefst mijn hoofd koel. Als ik nu in paniek raak, hebben ze hier niks aan mij.
          "Dat zou kunnen en ik hoop maar dat het zo is," antwoord ik maar. Zij vraagt mij om mijn zwaard weg te leggen om verder aan de tenten te kunnen en ik doe dat. Maar het blijft in de buurt, zodat ik het binnen enkele seconden weer in mijn hand kan hebben. Ik snap dat we verder aan het werk moeten, maar ik wil mijn wapen binnen handbereik hebben, mochten we plots bedreigd of aangevallen worden.
          Terwijl we de tent verder opzetten, blijven mijn gedachten wel bezig. Eerlijk gezegd ben ik er vrij zeker van dat er iemand van ons in gevaar is. Zover ik kan zien zijn er maar enkelen aanwezig in het kamp, terwijl we toch echt met meer waren. Één van de opties is dat de ontbrekende mensen het bos in zijn gegaan en ik had al gehoord dat het bos gevaarlijk was. Ik zou graag wat kunnen doen, maar als we allemaal dat bos in rennen is de kans geloof ik redelijk groot dat er dan maar enkelen of zelfs niemand uit terugkeert.


    "You're better than waffles, Matthias Helvar."


    Xavier “Zav” Gray, wetenschapper
    • • •


    Mijn gedachten gaan vooral terug naar de woorden die Gabriella aan me beloofd had, daarstraks. Hoewel ergens in een donker hoekje ik mezelf afvraag of ze daar lang genoeg veilig zijn, realiseer ik me al dat dit een dodenmissie zal worden. De wetenschappers hebben ons expres gestuurd, omdat wij te missen zijn en ik ben voor een laatste keer meegegaan – terwijl ik geen idee heb of ik het überhaupt nogmaals overleef. Het is net een zieke droom.
          ‘Niet te geloven dat ik terug ben in deze Hel,’ scheld ik onder mijn adem, ‘ik had gehoopt hier nooit weer terug te keren.’ In een flits zie ik Willow voor me, zoals ze de vorige keer was, jaren geleden, en hedendaags. Vroeger was ze al mooi, maar nu is ze daadwerkelijk een prachtige, jonge vrouw. Eentje die haar klauwen uitslaan vast niet verleerd zal hebben, gok ik. Bij deze hersenspinsels speelt er een bittere glimlach rondom mijn mondhoeken, aangezien ik daar niet altijd mee overweg kon. Ze moest immers weten wanneer het handig was haar mond te openen en wanneer dat niet het geval was. De vorige keer was er zoveel misgegaan dat ik mijn gevoelens niet kan benoemen, in de gewone wereld ben ik de afgelopen jaren gevoellozer geworden, ben ik meer aan de drank gegaan.
          Geritsel laat mijn oren plots op scherp stellen, waardoor ik rondom me kijk en de taser – die ik ondertussen uit mijn jaszak had gehaald – stevig in mijn hand houd. Ondanks ik niet zo ver van het kamp ben, denk ik iets te zien tussen wat bomen door, waardoor ik zo behendig en snel mogelijk dichterbij probeer te komen. Zeker doordat ik Ian denk te herkennen, die zijn ogen dicht heeft en vastgebonden is aan een boom. Voor hem staat een man, een wezen, die zijn vingers aflikt. Ze zitten onder het bloed en ik raak misselijk door de geur als zowel het aanzicht, die ik steeds beter kan volgen. Mijn houding is ineengekrompen achter een boom, vlakbij het angstaanjagende tafereel. Het doet me denken aan de tijd dat ik James zijn “voedsel” zag verorberen, de nachten die daarop volgden heb ik maandenlang nachtmerries gehad. Ik heb het aan niemand durven te vertellen en voel me alleen maar stommer dat ik hiernaar terug gekomen ben. Het lijkt wel alsof ik zelf een doodswens heb.
    Mijn knokkels hebben een krijtwitte kleur gekregen door het harde knijpen in de taser. Moeizaam slik ik een brok in mijn keel door, terwijl ik me bedenk dat ik dit helemaal niet wil aanzien en ik wat moet doen. Krijg ballen, Zav, vloek ik tegen mezelf, taser de gek! Maar er gebeurt niets, en ik wil weg. Stiekem ben ik zo’n angsthaas dat ik rechtsta en aanstalten maak om weg te gaan. Met een laatste blik richt ik het op mijn collega, waarvan de ogen gesloten zijn en ik geen flauw idee heb of hij nog leeft of niet. Hoogstwaarschijnlijk niet meer, door het vele bloedverlies. De rode vloeistof blijft voor mijn ogen dansen als ik een stap naar achteren zet. Shit.
          ‘Wie. . .’ stamel ik, omdat het wezen me nu toch al door heeft. Verder dan dat kom ik niet en ik voel mijn gehele lichaam verstijven. Mijn groenbruine ogen flitsen van diegene voor me naar Ian en terug. Hij heeft geen shirt aan en het schijnt alsof hij het gebruikt heeft als touw voor zijn slachtoffer. Ik schuifel naar achteren, maar tegelijkertijd vecht ik tegenstrijdig in mijn hoofd: val ‘m aan! Val ‘m aan! Maar ik wil wegrennen en doe moeite dit te onderdrukken als ik vastgenageld aan de grond blijf staan, met de taser in stevig in mijn hand. Het is mijn enige wapen.

    [ bericht aangepast door Hyonyeo op 20 aug 2015 - 17:29 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.


    James


    Ik heb zoveel plezier in het halfhartig martelen van het mens en zijn bloed te proeven, dat ik mijn zintuigen niet meer op scherp heb staan. Ik heb me op zijn hartslag geconcentreerd, de hartslag die steeds langzamer wordt en zachter is. Veel te laat hoor ik het geluid, waarna ik hem ruik. Zijn geur zet alles op scherp en als ik zijn stem hoor, bevries ik voor enkele seconden, mijn handen bloederig halverwege mijn mond. Het kost me moeite om mezelf weer tot beweging om te zetten, ik stop mijn vinger in mijn mond en draai me op mijn hielen een kwart slag, zodat ik de man kan zien die daar in de bosjes naar ons staat te kijken.
    Hij ziet er anders uit, net als Willow. Ouder. Hij ruikt ook anders, een fractie maar. Zuurder, meer chemisch. Het kost me moeite om mijn neus niet te rimpelen door de geur. Xavier schuifelt op dat moment naar achteren, nu ruik ik de angst duidelijker dan de rest. Willow was woedend, Xavier is bang. Hij weet natuurlijk niet wie ik ben, herinner ik me. Al snel krijg ik het wapen dat hij op me gericht houdt, in de gaten. Zijn knokkels zijn wit omdat het bloed eruit getrokken is. Het bloed dat nu zo hard door zijn lichaam heen pompt. Ik herken het wapen vaag, er is wel eens op me geschoten. Er zitten dingen in die door je lichaam heen dringen en waarschijnlijk fataal zijn voor mensen. Niet voor mij, ik ontwijk het, of het slaat tegen mijn lichaam aan waardoor ik misschien een blauwe plek krijg. Eentje is eens in mijn borstkas gedrongen, een stukje.
          Mijn ogen locken zich op die van Xavier vast, maar al snel kijk ik weg van hem en naar het wapen. Niet in zijn ogen kijken. Ik wil niet dat hij weet wie ik ben, nog niet. Misschien wel nooit, als een bepaald iemand het niet komt verpesten. Zo is het beter, maar ook leuker voor mij. Bij Willow was het in ieder geval zeer vermakelijk, maar dat ga ik niet nog eens doen, niet op die manier tenminste. Ik zuig op mijn vinger voordat ik hem uit mijn mond haal.
          "Wat wilde je daarmee doen, op me schieten?" vraag ik honend en ik lach zacht. "Veel succes."
          Ik laat de man die vast zit aan de boom voor wie hij is en zet een paar kleine, dreigende stappen richting Xavier. Niet te dichtbij en ik kijk hem niet recht aan. Op mijn gezicht is een gruwelijke grijns te zien. In mijn mondhoek zit nog bloed van mijn meest recente slachtoffer. Tijd om Xavier angst aan te jagen en mijn wraak te krijgen.




    Gabriella Grace Valenti


    "Ik weet hoe ik ermee om moet gaan," antwoordt Rogier kribbig, alsof ik een hele stomme vraag gesteld heb, of misschien wel omdat hij mijn verklaring niet goed vond. Ik vond hem ook niet erg goed, maar ik wil het wel geloven. "Ik zit al van jongs af aan op kendo en daar leer je wel met dit soort wapens omgaan. Geloof me maar, ik kan de gemiddelde persoon de baas hiermee."
          "Oké, sorry," mompel ik vervolgens verontschuldigend, ik ben allang blij dat ik niet geheel dicht klap nu, normaal gesproken zou dat wel het geval zijn namelijk.
          "Dat zou kunnen en ik hoop maar dat het zo is," zegt hij dan en het duurt even voordat ik snap waar hij het over heeft.
          Ik ben echter wel blij dat hij dat zegt, voor mij lijkt de sfeer wat lichter te worden, maar ik ben nog steeds niet gerust op het zwaard. Daarom vraag ik of hij het niet beter weg kan leggen zodat we verder kunnen met de tenten. We zijn nu toch bijna klaar. Gelukkig begrijpt hij het en legt hij het weg, maar wel ergens waar hij er zo bij kan. Zo erg is dat nou ook weer niet, voor het geval er echt wat fout gaat, zeg ik tegen mezelf. Aan mij heb je nog minder en Rogier ziet er best eng uit met dat ding in zijn handen.
          "Laten we de tenten maar gaan inrichten," zeg ik, als alle tenten goed en wel staan. "Deze zijn voor de apparatuur en die zijn om in de te slapen. Ze moeten wel gedeeld worden..."
          De tenten staan in een cirkel met een ruime binnenplaats. De tenten zijn stevig en van een sterk materiaal gemaakt, ze moeten zeker wat gekost hebben. Elke koffer met spullen is gelabeld met 'lab' of 'privé', waardoor we precies weten welke koffer naar welke tent moet. In de zwaarste koffers zitten spullen voor het lab, in de overige zitten spullen om ons verblijf aangenaam te maken. Veldbedden, klamboes, een kookstel, aanmaakspul voor een kampvuur, eten. Er is aan van alles gedacht.
          "Zou je me kunnen helpen met deze koffer?" vraag ik voorzichtig aan Rogier als ik een zware koffer probeer te verslepen, maar hem niet van zijn plaats krijg. "Dus eh, waarom heb je besloten om vrijwilliger te worden?" vraag ik dan zo luchtig als ik kan om een gesprek met de man aan te knopen, hoewel dat niet echt mijn sterkste punt is. Proefpersoon vind ik dan ook weer een rotwoord om te gebruiken, dus zeg ik vrijwilliger.


    Your make-up is terrible

    WILLOW NASTYA REYES



          Ian lijkt te twijfelen, maar uiteindelijk loopt hij toch weg. James heeft mij ondertussen losgelaten en volgt Ian. Enkele seconden later richt hij zijn blik weer op mij en het is duidelijk te zien dat hij niet meer zo boos is. Niet dat mij dat wat uitmaakt, maar goed.
          'Wat jij wilt,' mompelt James. 'Het zal allemaal wel. Jij weet ook wel dat ze me niet te pakken kunnen krijgen, dus droom verder, darling.' Hij werpt me nog een handkusje toe waarna hij verdwijnt. Ik vind het allemaal maar verdacht, dat hij nu wel zomaar weggaat nu Ian geweest is. Ze mogen dan wel tegenovergestelde richtingen op gelopen zijn, toch vertrouw ik het niet. Ik besluit eerst terug naar het kamp te lopen en als Ian daar niet is, weer terug het bos in te gaan om hem te zoeken, hopelijk voor hij James tegenkomt.
          Net wanneer ik de rand van het kamp bereik, hoor ik een gedempt geschreeuw. Godver. Ik loop richting het geluid en het duurt niet lang voor ik Xavier en James zie. Mijn blik valt gelijk op de bloederige massa op de grond. Net als enkele jaren geleden kan ik nog steeds niet goed tegen bloed, dus ik laat mijn blik gelijk weer omhoog flitsen en ik kijk James woedend aan. 'Het zal niet lang duren voor je weer helemaal alleen bent als je nu al begint met iedereen op te eten,' snauw ik hem toe. Wanneer ik mijn ogen op Xavier richt, merk ik dat hij er nogal verstijfd uitziet. In zijn hand heeft hij een taser en ik vraag me af waarom hij die nog niet gebruikt heeft. 'Wat sta je daar als een lamzak, gebruikt dat ding!' Ik heb geen zin om te wachten tot Xavier in actie komt, dus ik probeer de taser uit zijn hand te trekken, maar hij geeft niet gemakkelijk mee. 'Godsamme, Xavier,' grom ik. Uiteindelijk zet ik mijn lange nagels in Xaviers hand en zo weet ik de taser in mijn eigen hand te krijgen. Ik heb geen idee of dit werkt op James, maar daar zullen we vanzelf achter komen. Zonder er verder nog over na te denken, richt ik de taser op James en schiet ik.


    To the stars who listen — and the dreams that are answered