• House of Glycias.




    De tijd waarin slaven, mannen in jurken, intriges, gladiatoren en driehoeksverhoudingen volkomen normaal was, is één familie te vinden, de Glycias familie, een immens rijk gezin dankzij hun prijsgladiatoren. Dit gezin met twee ouders — die beiden hun eigen geheim dragen — en hen kinderen, die zelf ook niet heilig blijken te zijn.
          Een groot huis is echter niet enkel gebouwd op de familie zelf, maar ook op degene die hen helpen — niet iedereen even vrijwillig — zoals hun slaven en gladiatoren, die ook ieder een uniek verhaal hebben.
          Zal de familie in gaan zien dat slaven soms ook gevoelens hebben, en dat hun rebelsheid hen ook in de problemen zou kunnen brengen. Vooral nu er word gesproken over Spartacus en zijn Ludus die aangevallen is door hem en de andere slaven..


    Rollen.
          Familie Glycias.
    » Tatyana Aquilia Glycias. || Dochter. || DarkAng3l || 1.2
    » Livia Vesni Glycias. || Dochter. || Mhyresa || 1.3
    » Aurelia Agnesca Glycias. || Dochter. || Malachai || 1.8

    » Alistair Deborus Glycias. || Zoon. || Dumbledore || 1.5
    » Castor Remus Glycias. || Zoon. || C6H12O6 || 1.5
    » Horatius Bonito Glycias || Zoon. || TonyTurtlePerry || 1.5

          Slaven.
    » Charis. || Slavin. || Wrestler || 1.1
    » Nymeria. || Slavin. || Dionysia || 1.6
    » Varinia. || Slavin. || Eavan || 16
    » Nerissa. || Slavin. || Iraious || 1.6
    » Kalani. || Slavin. || Dumbledore || 1.7
    » Canace. || Slavin. || McCarthy || 1.11
    » Kalindi. || Slavin. || Sereine || 1.11

    » Dionysius. || Gladiator. || Wrestler || 1.1
    » Saul. || Gladiator. || Blurryface || 1.1
    » Egan. || Slaaf. || Esca || 1.2
    » Mitxel. || Gladiator. || DarkAng3l || 1.2
    » Todor. || Gladiator. || Dionysia || 1.7
    » Cord. || Gladiator. || Wrestler || 1.8
    » Thorn. || Gladiator. || LakeTown || 1.11

          NPC'S.
    » Hadriana Glycias. || Moeder. || 1.6

    » Faustus Glycias. || Vader. || 1.6
    » Caius Augustus Quintillus || Doctore. || 1.11


    Regels.
    » Doe alsjeblieft niet mee als je denkt dat je er geen tijd voor hebt.
    » Er is een maximum van twee rollen per persoon.
    » Minimum van 200 woorden, dit moet gemakkelijk haalbaar zijn.
    » 16+ is toegestaan voor schelden of seksueel getinte onderwerpen.
    » Naamsveranderingen graag doorgeven in het praattopic.
    » Geen OOC in het speeltopic, daar is het praattopic voor.
    » Geen ruzies rondom dit RPG.
    » Relaties worden besproken in het praattopic, en ik wil ook dat iedereen met iedereen een relatie noteert.


    Shipnamen.
    Namen.
    Dionysius × Tatyana.
    Egan × Castor.
    Saul × Charis.

    Shipnaam.
    Dionaya,
    Cagan.
    Chaul.

    Slavenlijst.
    Familielid.
    Tatyana Aquilia Glycias.
    Livia Vesni Glycias.
    Aurelia Agnesca Glycias.
    Alistair Deborus Glycias.
    Castor Remus Glycias.
    Horatius Bonito Glycias.

    Lijfslaaf.
    Charis.
         
         
    Nerissa.
    Egan.
    Varinia.

    Namen.
    Gebruikersnaam.
    Wrestler
    Mhyresa
    C6H12O6
    Iraious
    Sereine
    Blurryface
    LakeTown
    Esca
    DarkAng3l
    Malachai
    Dumbledore
    Dionysia
    Eavan
    McCarthy
    Naam.
    Cherona.
    Nien.
    Kyle.
    Anaïs.
    Maia.
    Newt.
    Lieke.
    Xanthe.
         
         
         
    Amber.
         
         

    Het begin.
    Het avondeten is net geweest voor zowel de familie als de gladiatoren. Vandaag is er een opstand geweest omdat er nieuwe gladiatoren / slaven aangekomen waren. Beneden, waar de gladiatoren slapen hebben twee nieuwen elkaar aangevallen, en dat is erg uit de hand gelopen. Het is vandaag dus sowieso een vreemde dag geweest. Het was vandaag warm, dus daar werd het maar op gegooid. De hitte is nog niet helemaal gezakt, maar het is nu wat beter uit te houden. Sommige gladiatoren kiezen er nu dus voor om even te trainen, vooral gezien er binnenkort een evenement aankomt waar zij op en top moeten zijn. De familie zal zich even terugtrekken zo na het eten, misschien dat ze vanavond nog plannen hebben.

    [ bericht aangepast door Dairich op 26 april 2015 - 0:53 ]


    I'm your little ray of pitch black.




    Saul.

    _______________________________________________



    Charis was tegenover me in gaan zitten. Ze zag er lief uit, zo in het gras. Onschuldig zelfs. Toen ze mijn kant op keek, draaide ik snel mijn hoofd weg. Het liefste had ik naar haar willen blijven kijken, maar ik wilde niet fantaseren over mogelijkheden die er toch niet waren. Het was beter om gewoon van de stilte te genieten. Ik voelde mijn lichaam langzaamaan ontspannen en mijn ademhaling werd rustiger. De warmte van de dag begon eindelijk wat te verdwijnen en de lucht voelde lichter. Gemakkelijker om in te ademen op de een of andere manier.
          Zo verstreken enkele minuten. Geen van beiden zeiden we wat, maar ik voelde aan dat ook Charis ontspande. Ik keek haar aan toen haar eigen blik op de horizon gevestigd was, maar mijn glimlach verdween toen ik haar expressie zag. Ze had een kalme expressie, maar haar ogen waren duidelijk troebeler dan eerst. En dat gaf de dualiteit van het slavenleven perfect weer. Iedere dag was een leugen, een spel. Het was nep. Als slaaf werd je omringt door rijke, belangrijke mensen. Overspoeld met zogenoemde roem als gladiator. Uiteindelijk betekende het niets. Er was niets voor de mensen die zelf met geld waren gekocht. Het was mooi om vrienden te hebben, maar tegelijkertijd konden ze de dag erop dood zijn. Of doorverkocht. Liefhebben deed pijn, al helemaal in dit wereldje.
          ‘Wat een prachtig beeld,’ zei Charis opeens en ik moest genegen glimlachen om haar zachte toon. Ze was er zelf duidelijk niet zo van onder de indruk, want direct zag ik haar schouders rechter worden en ze schraapte haar keel. ‘Volgens mij begint mijn stem te verdwijnen.’
          'Oké, dus het was absoluut niet bedoeld als een sentimentele uitspraak?' vroeg ik nonchalant. Als snel verscheen er een lach op mijn gezicht die mijn ogen en neus deed krinkelen. 'Geen zorgen, je geheim is veilig bij mij,' zei ik vervolgens met een zakelijk knikje. Na enkele seconden verdween mijn serieuze expressie. Ik leunde met mijn achterhoofd tegen de boomstam en nam een diepe zucht.

    C H A R I S .


    'Oké, dus het was absoluut niet bedoeld als een sentimentele uitspraak?' de schattigste glimlach ooit was op zijn gezicht verschenen. ‘Laten we het houden op het feit dat het dat maar wel was.’ Ik sloeg mijn ogen even neer en probeerde mezelf te hervatten. 'Geen zorgen, je geheim is veilig bij mij.’ Even keek ik weer naar hem, en merkte op hoe hij het ook niet al te makkelijk leek te hebben.
          Een nieuwe vlaag gleed over me heen. Ik beet op mijn lip om mijn emoties in bedwang te houden, waar ik nogal wat moeite mee leek te hebben nu. Vreemd genoeg was het enige dat ik nu echt nodig had een omhelzing, daarom keek ik even rond. Saul zou zoiets niet doen, niet na wat ik eerder had gezien. Ik liet mijn ogen weer voor me glijden. Waarom kon ik soms zo’n klein kind zijn? Vreselijk was dat.
          Na een zachte zucht gaf ik het op en staarde ik verder naar de zonsondergang. Eigenlijk zou ik nu het liefst gaan liggen, maar dat stond zo vreemd. Bovendien zou ik zo echt wel moeten gaan slapen wil ik een geweldige nachtrust krijgen. Of misschien ook niet. Ik had daar gelukkig geen problemen mee, of ik nu lang of kort sliep – ik was helder en actief.
          Zacht beet ik op mijn lip terwijl mijn hand over mijn jurkje heen gleed en ik eraan frutselde. Al snel was het jurkje niet meer interessant genoeg, en ging ik verder met mijn haren. Ze krulden onder lichtjes, wat betekende dat ik liever een bad zou nemen voor ik ging slapen.
          Mijn ogen gleden weer naar Saul toe, en eigenlijk had ik nu het idee dat ik een gesprek moest voeren om me vanavond niet al te alleen te voelen. Ondanks het gezelschap nu, kon ik me in enkele minuten eenzaamheid gelijk vreselijk alleen voelen. Dat vond ik nog het ergste aan dit leven.

    D I O N Y S I U S .



    Door een van de bewakers beneden liet ik me naar boven leidden, en al snel richting de badkamer. De mannen keken inmiddels nergens meer vreemd van op, wij gladiatoren waren haast even vaak in het huis te vinden als dat de familieleden beneden te vinden was tegenwoordig. Zij waren overduidelijk nog altijd de baas, al wilde ik het eigenlijk niet meer.
          Enkele slavinnen hadden gesproken over Spartacus, een man die altijd later op de dag – en dus na ons – in de arena mocht vechten, wat betekende dat zijn Dominus een bekendere naam had. Het betekende niet dat hij beter was. Ik dacht na over wat ik nou precies kon doen daarmee. Voordat ik de gedachtes echter verder kon uitwerken in mijn hoofd kwam ik al bij de badkamer aan.
          De bewaker liet me naar binnen lopen, en daar trof ik Tatyana aan. Ze was net onder water gedoken dus haar haren plakten langs haar gezicht. Met een lichte grijns keek ik naar haar. ‘Domina,’ zei ik met een plagerige ondertoon. Met rustige stappen liep ik verder de badkamer in, terwijl ik mijn ogen niet van haar afhaalde. Zoals altijd had ze er goed uitgezien, al had ik daar geen twijfels over gehad.
          Op een rustig tempo ontdeed ik me van hetgeen dat ons zaakje bedekte, waarna ik langzaam de treden van het bad gebruikte om erin te lopen. Het was niet bepaald warm, maar warmer dan het water bij ons vaak was. Het voelde heerlijk na zo’n warme en zweterige dag. Ik vond het water echter altijd net iets te lekker ruiken, waardoor ik er een lichte hekel aan had.
          ‘Wat je vandaag deed was niet slim, dat weet je toch?’ ik keek haar aan toen ik recht voor haar stond. Ik wist dat ze zou begrijpen dat ik het had over het feit dat ze de trainingsplaats opgelopen was terwijl andere gladiatoren aan het vechten waren.

    [ bericht aangepast door Dairich op 2 mei 2015 - 21:59 ]


    I'm your little ray of pitch black.

    Tatyana Aquilia Glycias



    Ik voelde het koele water naar beneden druppelen zodra ik terug boven kwam. M’n haar plakte tegen me aan en het koste me even moeite om een paar plukken uit m’n gezicht te strijken. “Domina.” Ik kon haast de lichte grijns in z’n stem horen, toen hij het zei, nog voor ik me omgedraaid had om het daadwerkelijk ook te zien. Ik had er al lang geen problemen meer mee dat iemand me zonder kleren zag, dus maakte het me ook niet uit dat hij me zo zag terwijl ik me langzaam naar hem omdraaide.
    “Wat je vandaag deed was niet zo slim, dat weet je toch?” Vlak voor me bleef hij staan en door z’n lengte was ik wel gedwongen om omhoog te kijken wilde ik hem aankijken. “En sinds wanneer zit jij zo in met wat slim is of niet?” Ik gaf geen krimp. Hij mocht dan wel een stuk groter zijn, ergens wist ik dat hij niets zou doen. “Ik weg, jij een zorg minder.” Er lag misschien een kleine uitdaging in m’n stem, een test misschien, om te zien hoe hij zou reageren.
    Haast achteloos gooide ik een pluk nat haar over m’n schouder. De toppen ervan dreven achter m’n rug net op het wateroppervlak, maar daar zag ik zelf niets van. “Of ben je opeens zo bezorgd om wat een Romeinse vrouw doet en dan nog wel de dochter van je eigenaar?” De woorden waren misschien hard, maar ze waren wel de waarheid. En tegelijk ook weer niet, maar dat was iets dat ik liever voor mezelf hield. Niet iedereen hoefde m’n echte afkomst te weten en het zag er niet naar uit het er ooit toe zou doen. Daarvoor was ik te zeer Faustus’ lievelingetje.
    “Je gaat me niet wijsmaken dat je ook maar een beetje bezorgd zou zijn om mij.” Zachtjes schudde ik m’n hoofd. “Het is het idee dat vader je wat zou kunnen aandoen als mij wat zou overkomen dat je ertoe aanzet om me op m’n in eerste opzicht domme actie te wijzen.” Ik maakte me geen illusies. De manier waarop sommige eigenaren hun slaven behandelden liet niet bepaald veel ruimte om vriendelijkheid of respect terug te krijgen, ook al was je anders dan de meeste Romeinen. En ik mocht dan misschien wel m’n eigen idee hebben over de man die voor me stond, maar ik maakte me evenmin illusies. Sommige dingen gebeurden nu eenmaal nooit.


    Mitxel



    Het koste me moeite om de klap op te vangen. De man gooide er al z’n gewicht achteraan en hij was niet bepaald klein of fijn gebouwd. Met de oefenzwaarden boven m’n hoofd gekruist en stevige voeting op de grond lukte het me toch om de klap te weerstaan. Als ik die op m’n hoofd gekregen zou hebben, hadden ze me kunnen afvoeren naar de medicus.
    Zodra ik kon, draaide ik me om, al was het maar om m’n evenwicht terug te vinden. In z’n weg naar de grond had Thorn me toch geraakt met z’n lichaam en me uit evenwicht gebracht. In snelheid kon ik hem echter met alle gemak bijhouden en het volgende wisselende salvo van slagen was makkelijker af te weren dan de eerste klap.
    “Goed zo Mitxel! Vang de klappen op met de platte kant van je kling...” Hij had echter niet genoeg adem om alles in 1 keer te zeggen en dat gaf me toch wel hoop. “Want als twee volwassen mannen met het scherp van hun zwaard de klappen opvangen, zullen bij een enkele flinke krachtsinspanning beide zwaarden breken.”
    “Spaar je adem, man. En hou je uitleg voor de jonkies voor achteraf.” Even grijnsde ik lichtjes. Ik wist wat hij zei al lang. “Ik ben geen groentje voor de arena hoor.” Ondertussen bleef ik echter uithalen en z’n zwakke plek zoeken. Er was er altijd wel een. Het was enkel de truc om die te vinden. Dat niet iedere uithaal even succesvol was merkte ik toen ik bijna tegen de vlakte ging.
    “Let op je tellen, Mitxel, ga er nooit van uit dat je tegenstander je slagen pareert. Ik zou nu gemakkelijk je een trap tegen je rug kunnen geven en je tegen de grond kunnen werken. Dan had je het vermoedelijk niet overleefd.” De toon was een stuk minder vriendelijk dan even tevoren. “Denk niet dat je meteen wint omdat je tegenstander tegen de grond ligt, zelf in de slechtste situatie moet je proberen er het beste van de maken. Het gevecht is pas over wanneer het over is.” Ik had me wel een paar keer uit benarde situaties weten te redden, maar dat was wel tegen minder ervaren tegenstanders dan hij.
    Het was dat ik twee wapens had, anders had ik nu een hoop zand en stof tussen m’n tanden gehad. Even keek ik op toen ik een houten oefenzwaard met een zachte plof op de grond hoorde vallen en nam de uitgestoken hand aan om recht te komen.
    “Ik kom er vast ook niet geheel ongeschonden van af.” Een tel keek ik hem aan. We hadden elkaar in ieder geval geen duimbreed gegeven. “Al vermoed ik dat niet veel tegenstanders een slag gaan laten passeren als het met scherp is. Je weet nooit wat er achter je op de grond ligt en waar je over kan struikelen.” Ik was toch een van die categorie. Liever een klap opvangen met die mogelijke gevolgen dan achteruit springen en onderuit gaan.
    “Nog een rondje, of geef je het nu al op?” Hij was me aan het uitdagen, maar ik wist da tik slimmer moest zijn. “Een andere keer. Het was warm vandaag en ik denk dat de les toch is aangekomen.” Vanuit m’n ooghoeken zag ik een paar groentjes staan die wit waren weggetrokken. De klappen die ik hen eerder had gegeven waren zacht geweest in vergelijking met die van net. “Maar de volgende keer maak ik je grondig in, daar kun je van op aan.”


    "Nothing is True. Everything is Permitted"




    Saul.

    _______________________________________________



    ‘Laten we het houden op het feit dat het dat maar wel was.' Sharis had even naar beneden gekeken met een hint van verlegenheid in haar ogen en ik kon niet anders dan haar liefhebbend aankijken. Toen ze echter met een serieuze blik opkeek, verdween mijn glimlach. De ernstigheid van de situatie kwam weer binnen en het zorgde ervoor dat ook mijn gezicht triest stond. Charis beet nadenkend op haar lip en opeens zag ze er zo eenzaam en verdrietig uit. Ze keek even om zich heen alsof ze naar iets of iemand op zoek was en ik voelde mijn hart breken. Kon ik haar steun dan niet zijn? Ik had geen idee wat er in haar hoofd omging, maar dat ze houvast nodig had was duidelijk.
          Ik kon even geen spier vertrekken, ook al wilde ik haar graag een knuffel geven. Het idee van enige vorm van intimiteit zorgde er nog steeds voor dat ik in paniek kon raken, zelfs als ik het anticipeerde. Ik voelde een kleine steek in mijn maag toen ze uit haar gedachten leek te komen en met een zucht haar blik weer op de horizon richtte. Ik hoopte dat deze stilte niet erg vond en dat ze niet het gevoel had dat ze haar tijd verdeed bij mij. Ik had echter gevraagd of we konden praten en nu we hier zaten kregen we geen gesprek op gang. Toen Charis afwezig met haar jurkje en vervolgens haar haren begon te spelen, kwam ik voorzichtig in beweging. Binnen enkele seconden zat ik naast haar, al was er nog vrij veel ruimte tussen ons. Ik zat echter dichtbij genoeg om te doen wat ik van plan was.
          Hopend dat ze niet op zou merken hoezeer mijn eigen hand trilde, nam ik haar hand vast. Het was een onschuldig gebaar, vriendschappelijk, maar ik hoopte zo erg dat het genoeg was om aan te tonen dat ik er voor haar was. Dolgraag had ik haar in mijn armen genomen, maar ik durfde het niet. Daarbij wist ik niet eens of ze dat gewild had.

    C H A R I S .


    Saul was wat gaan verschuiven, en voor ik het helemaal doorhad zat hij naast me – en ondanks dat hij me niet aanraakte voelde ik me al wat minder alleen dan ik enkele seconden had gedaan. Dit kostte hem overduidelijk meer moeite dan ik ooit zou kunnen denken, dus ik waardeerde het ook zeker wel. Met een dankbare blik had ik zijn kant opgekeken.
          Toen hij echter de hand vastpakte waar ik zonet mee door mijn haren ging beet ik opnieuw op mijn lip. De trillingen waren minder erg dan ze eruit hadden gezien, maar het gebaar deed me onwijs veel. Ik had niet verwacht dat hij het zou doen, wat me het idee gaf dat ik hem echt wilde omhelzen om mijn dankbaarheid te tonen. Die keuze leek me nu te gehaast, hij had dit immers al gedaan.
          Verlegen had ik naar de grond gekeken, terwijl er een klein glimlachje op mijn lippen begon te spelen. Ik wilde de stilte niet verbreken, maar ik wilde hem wel duidelijk maken dat ik dit waardeerde. Ondanks dat ik mijn wangen voelde gloeien wist ik dat ik het nu uit moest spreken. ‘Dankjewel, Saul.’ Mijn stem had een vreemde ondertoon die ik niet kon plaatsen. Was het angst? Was het onzekerheid? Wat het ook was, ik hoopte dat Saul er niets van meegekregen had. Met mijn duim streelde ik zacht de bovenkant van zijn hand, al was dit iets dat ik automatisch deed.
          Bijtend op mijn lip keek ik weer naar de zonsondergang, terwijl ik nu volledig kon genieten van zijn aanwezigheid. Het kleine briesje dat er hing liet zijn geur in mijn neus dringen, en hoe vreemd het ook klonk, ik voelde me alles behalve alleen inmiddels. Ik hoopte dat het hem ook goed zou doen, daarom keek ik voorzichtig zijn kant op, vanonder mijn wimpers uit probeerde ik een emotie van zijn gezicht af te lezen. Vond hij het misschien vreselijk dat ik zo’n emotioneel wrak was nu? Je wist het immers maar nooit. Misschien had hij zich wel verplicht gevoeld er nu wat aan te doen, al klonk dat niet als de Saul die ik kende.

    D I O N Y S I U S .


    Ik had naar beneden gekeken, en wat haren goed gehangen. En sinds wanneer zit jij zo in met wat slim is of niet? Had Tatyana ineens mijn kant op gesnauwd. Een frons speelde op mijn gezicht. ‘Ik weg, jij een zorg minder.’ Ik weet niet wat haar bedoeling was, vooral niet gezien haar reactie net. ‘Hoe kom je daar nou bij?’ Er begon een abrupte hoofdpijn op te komen, een die mijn hersenen aan het werd deed laten gaan. Wat had ik verkeerd gedaan? En wat was die ondertoon in haar stem geweest? Vrouwen…
          ‘Of ben je opeens zo bezorgd om wat een Romeinse vrouw doet en dan nog wel de dochter van je eigenaar?’ ging ze verder. ‘Tatyana?’ probeerde ik, ‘je weet zelf ook wel dat dit onzin is.’ Mijn doordringende ogen zochten die van haar, en ik probeerde te lezen wat er nou precies gaande was met de jongedame tegenover me. Het voelde alsof ik iets verpest had, al had ik werkelijk waar geen enkel idee wat het kon zijn.
          ‘Je gaat me niet wijsmaken dat je ook maar een beetje bezorgd zou zijn om mij,’ ze schudde haar hoofd, ‘het is het idee dat vader je wat zou kunnen aandoen als mij wat zou overkomen dat je ertoe aanzet om me op m’n in eerste opzicht domme actie te wijzen.’ Ik zette een stap van haar af en bestudeerde haar eens goed. ‘Wacht… wat? Geloof je dat echt?’ Haar gezicht toonde me het antwoord al.
          Het leek ergens ook wel weer alsof ze in de war was over wat er gaande was, ik verzachtte daarom mijn stem lichtelijk. ‘Dit,’ ik wees tussen Tatyana en mezelf in, ‘dit is echt. Ik maak me oprecht zorgen om je. Als je geraakt was door een van die eikels – mijn excuses – dan hadden zij er misbruik van weten te maken op elke manier die je je maar kunt bedenken. Ik wil niet dat jou zoiets overkomt. En ik weet al helemaal niet waar dit ineens vandaan komt.’
          Ik zette de stap weer terug zodat ik vlak voor haar stond en er weinig afstand meer te vinden was tussen onze lichamen. ‘Ik ben hier omdat ik hier wil zijn.’ En met die woorden dwong ik door middel van een vinger onder haar kin haar omhoog te laten kijken. Mijn ogen zochten die van haar. Niet dat dit een verstandig idee leek, maar soms was spontaniteit ook wel eens een aangename verrassing. Ik drukte mijn lippen op de hare voordat ze ook maar iets terug had kunnen zeggen.


    I'm your little ray of pitch black.


    Varinia.




    Zachtjes liet ik me na het zetje van Horatius op de rug van het paard zakken. Zorgvuldig schikte ik de lappen stof van mijn jurkje, waarna ik mijn vingers al kroelend door de manen van het dier heen liet gaan. Ze voelde verzorgt, schoon en zacht aan – iets wat het dier ook uit leek te stralen alleen als je er al naar keek. Rustig liet ze zichzelf begeleiden door Horatius die ons naar buiten bracht. Het was een heerlijk gevoel om boven op zo'n mooi en machtig beest te zitten. Het feit dat ze niet een poging deed om me eraf te werpen stelde me behoorlijk gerust waardoor ik voor even het gevoel had dat me niks kon gebeuren.
    Een flauw glimlachje wist mijn gezicht te bereiken, al verzwakte deze op het moment dat Horatius ook op het paard sprong – waardoor ik achter hem kwam te zitten en niet goed wist waar ik mijn handen nu moest laten gezien ik ze een paar tellen eerder in de manen van zijn paard had laten hangen. 'Als je niet zeker bent kan je me rond mijn middel vasthouden. We zullen niet te hard gaan, maar sneller dan gewoon lopen zeker wel,' klonk Horatius stem van voren. Zachtjes beet ik op mijn onderlip terwijl ik bedenkelijk naar zijn rug staarde terwijl het paard opnieuw in beweging kwam. Zomaar iemand vastpakken was niet mijn ding, het liefst meed ik zo iets zo goed als ik kon, maar als het paard sneller zou gaan lopen en ik geen houvast had dan kon je er donder op tegen zeggen dat ik binnen een mum van tijd van haar rug af zou glijden.
    Aarzelend stak ik mijn hand uit, greep de stoffen van zijn kleding vast en hoopte dat dit voor nu het beste houvast was om te kunnen blijven zitten. Stilletjes liet ik mijn ogen rond glijden, bekeek alles waar we voorbij liepen en nam alles zo goed mogelijk in me op. Echter vond ik het rustige gedeelte nadat we de poort hadden verlaten veel prettiger on in rond te lopen. Het enige geluid wat nu nog klonk waren de hoeven van het paard die neerkwamen op de zachtere grond dan eerder, de zachte zuchtjes van de wind en het geritsel van de bladeren waar het doorheen gleed. Het was rustgevend en tegelijkertijd ontspannend. Een tevreden zucht verliet daarom mijn lippen. Van dit soort dingen kon ik uren genieten, al helemaal wanneer ik alleen was geweest gezien ik dan het beste op mijn gemak was.
    'Waar kom je eigenlijk vandaan, als ik vragen mag?' De woorden die uit Horatius zijn mond kwamen verbraken de kalme stilte na een tijdje. Lichtjes schoof ik heel even heen er weer – een teken dat zijn vraag me niet helemaal prettig leek te vallen. Ik vond het moeilijk om te antwoorden vooral gezien ik niet graag sprak over daar waar ik vandaan kwam, plus het feit dat ik hem totaal niet goed kenden om ook maar een klein beetje van mezelf bloot te leggen – in tegenstelling tot Saul, daar verliep het me een flink stuk vlotter dan bij menig ander iemand. Toch wilde ik ergens niet onbeschoft overkomen dus pijnigde ik mijn hersens voor een paar stille secondes af naar een antwoord wat voldoende zou moeten zijn. Tenslotte was ik niet in de positie om een vraag van mijn Dominus te ontwijken – laat staan negeren.
    'Niet zo heel ver hier vandaan,' bracht ik vervolgens uit en richtte mijn ogen op Horatius hoofd, waarna ik een beetje opzij boog zodat ik zijn uitdrukking kon zien. Als ik iets fijn vond was het mensen aan te kijken wanneer ik sprak, of wanneer hun spraken, omdat gezichtsuitdrukkingen alleen al je zoveel konden vertellen als ze dat wilde. Op dit moment was het me echter alleen te doen om het feit of hij genoegen nam met deze reactie, of dat het hem aanspoorde naar meer.


    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'

    Alistair Deborus Glycias




    Mijn ogen gleden over Nerissa's lichaam heen. Ik bekeek haar van top tot teen en slikte even. Ze was de mooiste slaaf die er rondliep, dus ik ahd het erg getroffen. De meeste slavinnen keken me of niet aan of ze wilden het liefste bovenop me springen, in de hoop dat dit hen rijkdom zou brengen. Hier was ik echter niet in geïnteresseerd. De meeste mannen in mijn omgeving waren beesten - ik deed daar niet aan mee. Niet zo zeer omdat ik vrouwen respecteerde, maar omdat ik mezelf respecteerde. Begrijp me niet verkeerd, ik zag vrouwen niet als een lustobject - maar erg veel respect kon ik niet op brengen voor lustige vrouwen die me alleen wilden omdat ik een Glycias zoon was.
          'Graag,' antwoordde ik toen Nerissa me wijn aanbood. Ik had een onverklaarbare voorliefde voor wijn sinds ik toestemming van mijn ouders had gehad om wijn te drinken. Mijn vader liet dit al toe toen ik nog een klein jongetje was, maar mijn moeder had besloten dat ik pas na mijn vijftiende levensjaar mocht proeven van de heerlijke drank. Mijn moeder zag me nog steeds als haar kleintje en dat vond ik verschrikkelijk. Nog steeds ontving ik dagelijks knuffels en kusjes van haar, gewoonweg omdat ze me niet los kon laten. Onbewust staarde ik in de verte, weggezakt in mijn gedachten over mijn moeder. Ik bedankte Nerissa toen ze me de wijn overhandigde.
          'Zit,' zei ik rustig en wees naar een andere stoel in de kamer. Ik liet mezelf ook neerzakken en wachtte totdat ze ging zitten. Eigenlijk wist ik niet waarom ik haar beval om te zitten, misschien wel omdat ik behoefte had aan gezelschap. Ik wilde Nerissa niet van haar werk afhouden, maar haar gezelschap was altijd fijn. Het leek wel alsof ze mij begreep, zoals geen ander dat deed. Maar waarschijnlijk zag ze me toch maar als het lievelingetje van haar Dominus en Domina.

    [ bericht aangepast door Ziegler op 8 mei 2015 - 11:57 ]


    Big girls cry when their hearts are breaking

    NERISSA
    "Her name means sea nymph, or from the sea — but she never saw the sea nearly."



    "Graag." De mannelijke, diepe — maar tegelijk warme stem van Alistair deed me rillingen over mijn rug laten lopen. Ik zuchtte even diep uit en schonk de bloedrode wijn in z'n beker — zonder te morsen. Mijn blik bleef op het wijnglas gepind, zodat ik niet recht in de ogen van Alistair hoefde te kijken.
          Ik overhandigde Alistair de wijn en voelde me vanbinnen warm worden van zijn bedanking — al wist ik met alle zekerheid dat het simpelweg op de wijn gericht was, natuurlijk niet op mij. Ik slikte en zette de kroeg wijn weer op het lage tafeltje en schoof de druiven dichterbij — terwijl ik het bedgoed weer kritisch bekeek en eraan begon. Alistair moest goed liggen tijdens zijn slaap op zo'n luxe bed.
          Ik startte weer met fatsoeneren — en haalde tussendoor plukken achter mijn oor, die telkens weer losvielen. "Zit." Ik keek op vanuit het bed en liep met een gebogen hoofd regelrecht naar de stoel waar Alistair naar gebaarde — waar ik me op de punt liet zakken.
          Had ik iets fout gedaan? "Wenst U nog iets, Dominus? Als de wijn niet goed is haal ik nieuwe of als de druiven te zuur zijn ga ik snel naar de keukens; of benodigt U wat anders?" Ik begon te ratelen, terwijl mijn wangen ergerlijk rood werden. "Dominus," begon ik, wetende dat ik geen straf kreeg met zulke vragen aan Alistair. "Heb ik iets fout gedaan?" M'n stem leek enkel heser en hoger te werden, waardoor ik mijn blik afwendde — en naar de grond keek.


    "Satan's friendship reaches to the prison door."

    Tatyana Aquilia Glycias



    Het moest er gewoon even uit. Misschien kwam het harder over dan het bedoelt was, maar soms had ik gewoon het gevoel dat de hele wereld me dwars zat en ik kon staan schreeuwen in een volle kamer en nog niet gehoord worden. Een mens zou voor minder een rebel worden. Dat het juist tegen hem moest gebeuren was gewoon een samenloop van omstandigheden. Ik kon zo aan z’n gezicht zien dat hij niet echt snapte wat er gebeurde maar een deel van m’n brein koos er bewust voor om het te negeren, net zoals z’n eerste poging om me een beetje tot de rede te brengen.
    “Wacht …. Wat? Geloof je dat echt?” De blik die ik hem gaf sprak boekdelen en dat leek hij ook te merken. Hoe kon een mens nog recht denken, als ze niet eens meer wist wie ze was, wat haar plaats was in de wereld en eerder droomde van iets dat vast en zeker nooit zou gaan gebeuren dan van wat er eigenlijk moest gebeuren. “Dit…” Even wees hij van zichzelf naar mij en terug, “dit is echt. Ik maak me oprecht zorgen om je. Als je geraakt was door een van die eikels – mijn excuses – dan hadden zij er misbruik van weten te maken op elke manier die je je maar kunt bedenken. Ik wil niet dat jou zoiets overkomt. En ik weet al helemaal niet waar dit ineens vandaan komt.”
    Even keek ik hem nogal wrang aan. Alistair was thuis en dat wilde zeggen dat ik op de toppen van m’n tenen liep. Hij leek te vermoeden dat er met mij iets niet in de haak was en leek geen kans onbenut om me dat in te wrijven. Ik vroeg me enkel af hoeveel van de rest van de personen die in het huis woonden of in de ludus hem geloofden. En of er buiten moeder en ik eigenlijk nog mensen waren die het zeker wisten. Ik hoopte van harte van niet.
    Hij zette de stap die hij even geleden achteruit genomen had terug naar me toe. Ik kon de warmte van z’n lichaam voelen, zo dicht stond hij, ook al raakten we elkaar niet aan. “Ik ben hier omdat ik hier wil zijn.” Met een vinger onder m’n kin dwong hij me om hem aan te kijken. Automatisch zochten m’n ogen in de zijne naar een leugen. Ik had hem toch gezegd dat hij moest komen? Aan de andere kant, was het misschien toch meer een uitnodiging geweest? Toch niet als ik vader gebruikte als excuus om hem het huis in te krijgen?
    Nog voor ik wat kon zeggen voelde ik een paar warme lippen op de mijne drukken. Niemand kon zeggen dat het geen effectieve manier was om me de mond te snoeren, maar niemand anders zou het dan ook moeten proberen. Toch bleven de woorden van net door m’n hoofd spoken en dan vooral die van mezelf. Ik voelde me gevangen tussen m’n eigen harde woorden en de aandrang om in te geven aan z’n kus. Zelf de hand die ik zachtjes tegen z’n borst plaatste leek niet te kunnen beslissen of hij nu weggeduwd moest worden of niet.
    Onder m’n hand voelde ik z’n hard kloppen. Ergens wilde ik z’n woorden geloven, maar maakte ik het daarvoor voor mezelf niet moeilijker? Een paar tellen leken eeuwen te duren en toen ik me van hem losmaakte was de blik die ik omhoog wierp een die gevuld was met twijfels. “Geen leugens, niet tussen ons.” Zacht schudde ik m’n hoofd. “Tegen iedereen, maar niet tussen ons. Er worden er al genoeg verteld elke dag.”


    "Nothing is True. Everything is Permitted"



    Kalindi – “Kali”

    Plant your own garden
    and decorate your own soul
    instead of waiting for someone
    to bring you flowers.

    Het ogenblik waarop ze zacht contact ondervindt, de hand van Livia Glycias waarvan ze de blanke huid vergelijkt met een geheimzinnig soort fluweel, krullen haar mondhoeken lichtelijk om. Ondanks het gegeven dat ze al wat jaren meedraait in het “slavin – zijn”, besluit ze haar taken simpelweg uit te voeren en niet verwikkelt te raken in de vele draden die het merendeel laat struikelen. Dit betekent echter niet dat ze de simpele doch tedere aanraking niet waardeert. Evenals de woorden die over haar lippen rollen, weet de jonge vrouw wel dat haar “Dominus” absoluut geen kwaad in de zin heeft. Ze zou simpelweg niet kunnen ofwel willen geloven dat zij haar zou gebruiken om haar eigen doeleinden te behalen. Wat zou ze met deze handelingen kunnen bereiken? Kali weet het antwoord hier daadwerkelijk niet op, waardoor ze hier op een gegeven moment geen aandacht meer aan schenkt.
    Het enige waar haar hersenspinsels nog een ronde over draaien, is het gegeven dat grootste gedeelte van de personen die hier rondlopen haar onschuldig vinden. Niet op een pure wijze, waar zij zichzelf onder verdeelt, maar goedgelovig en ergerlijk. Ze zou liegen mocht ze zeggen dat het haar geen pijn deed, want momenteel ervaart ze desondanks toch een steek door haar lijf schieten. Het is jammer dat mensen haar niet op zo'n manier zien, maar dat houdt haar niet tegen van de dagelijkse opdrachten of haar geluk. Zelf ziet ze liever de wonderen van het leven, geniet ze van elk moment volop––– dan op een gegeven moment doorhebben dat ze op geen enkel punt gelukkig is geweest. Als ze slechts door dit gedeelte op zo'n wijze wordt beoordeeld, dan zal het zo zijn ; Kali zal daar voor niemand door veranderen. Ze hoort enkele van de vrouwen wel gniffelen wanneer zij langs hen komt lopen.
    Zorgvuldig heeft ze alles op de langwerpige, houten tafel neergeplaatst, waarbij ze gevraagd heeft of ze wellicht haar eerste gedeelte van de informatie aan haar vrij zou kunnen maken. Of het waar is, zou dan weer een andere vraag zijn, maar daar had de jongedame niet om gevraagd––– Livia wilt enkel weten wat er in dit gebouw de rondte gaat.
          'Ga zitten,' verlangt vrouwe Glycias van de jonge slavin, 'Eet.' Het is als een zonneklare dag te bemerken dat het een commando is die ze niet zou mogen weigeren. Hierdoor knikt de jongedame enkel kort, waarop ze binnen enkele seconden naast de vrouwe plaats heeft genomen. Hoogstwaarschijnlijk is Kalindi één van de weinige slaven die daadwerkelijk direct het bevel uitvoert wat van haar wordt gevraagd, op zo'n dergelijk moment. Hoewel ze zich onomstotelijk realiseert dat er weinig andere slaven in de zaal aanwezig zijn en deze vrijwel hun ogen in haar rug prikken, hindert Kali dit vrij weinig. Het is geen warm eten, maar met elk voedsel – warm ofwel koud – is zij tevreden. Ze is gemakkelijk hierin, aangezien ze al blij is eten binnen te krijgen.
          'Vertel me ondertussen wat je te weten bent gekomen.' Haar eigen gezondheid komt echter pas na die van de vrouwen als zowel mannen met meer status en aanzien, waardoor ze zichzelf automatisch op de laatste plaats zet.
          'Ik dank U voor deze gelegenheid, vrouwe,' begint ze, alvorens ze in haar hoofd zacht een dankgebed prevelt richting de Goden. Haar donkere kijkers zijn hierbij kort gesloten, Kali's slanke vingers zijn ineengestrengeld. 'Daarstraks in de keuken heb ik verscheidene zaken gehoord, waarbij één van deze praat U betreft. Blijkbaar gaat het gerucht dat U wordt uitgehuwelijkt, daardoor bent U pas zojuist teruggekomen van familie.' Kali's tengere, gebruinde handen reiken naar de druiven, waar ze enkele van neemt om deze in haar mond te stoppen. De zoete smaak die haar tegemoetkomt, overweldigt haar met een vreugdevolle glimlach.
          'Het volgende nieuws betreft jongemannen waar de namen niet van gezegd werden ; kennelijk hebben er twee nieuwe gladiatoren elkaar aangevallen, wat uit de hand is gelopen. Wilt U dat ik achter de namen van deze twee kom, dame Glycias?' Met nieuwsgierige fonkelingen in haar poelen blikt ze jegens haar, waarna ze deze lichtelijk afwendt.

    [ bericht aangepast door Hyonyeo op 5 mei 2015 - 0:24 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.




    Saul.

    _______________________________________________



    Toen Charis haar blik afwendde was ik even bang dat ik te voorbarig was geweest. Daarna zag ik echter dat ze met een kleine, verlegen glimlach haar ogen had neer geslagen. Ik beet even hard op mijn lip en probeerde een glimlach van mijn lippen te houden.
          ‘Dankjewel, Saul,’ zei ze uiteindelijk met een zachte stem. Er was een ondertoon te ontdekken, maar ik kon niet plaatsen wat het was. Dat ze voor de rest wel op haar gemak was werd duidelijker toen ze met haar duim over mijn hand streelde. Automatisch voelde ik mijn grip iets strakker worden.
          'Geen dank,' vertelde ik haar, bijna ademloos. Ik wist voor de rest echt niet wat ik moest zeggen, maar gelukkig leken er geen andere woorden nodig te zijn. Ik keek even naar onze handen en ik stond versteld van de rust die ik voelde. Geen paniek, geen flashbacks. Haar huid voelde zo zacht aan, haar aanraking was bijna liefdevol te noemen. Ik liet langzaamaan mijn lichaam ontspannen en mijn ogen dicht glijden. Ik probeerde me te focussen op de combinatie van het koele briesje en de laatste warme zonnestralen van die dag. De plek waar Dionysius me hard had geraakt deed nog pijn, maar het oncomfortabele gevoel was naar de achtergrond verdwenen. Morgen zou ik er goed last van hebben, maar daar wilde ik nu even niet aan denken.
          Ik vroeg me af hoe we op anderen over moesten komen. Ik kon me voorstellen dat we eruit zagen als twee verlegen, onschuldige kinderen en door die gedachte moest ik bijna lachen. Sinds ik hier was, was alles grof en smerig geweest. Iedereen deed het met iedereen -of zo leek het in ieder geval-, we werden afgeslacht als vee en voor die tijd werden we ook als varkens behandeld. Tijd voor liefde en vriendschap leek er bijna niet te zijn.
          'Wat doe je morgen?' vroeg ik en ik probeerde nonchalant te klinken. Stomme vraag. Morgen deden we wat we altijd deden. Ik hoopte dat ik de neiging om mezelf voor mijn kop te slaan kon verbergen. Toch, ik had van mezelf iets moeten vragen. De stilte was fijn geweest, maar ik wilde van dit moment liever gebruik maken door ook daadwerkelijk gedachtes te delen.


    Horatius Bonito Glycias || Ross
    Varinia voelde zich duidelijk niet helemaal prettig bij, maar ik kon er nu niet helemaal achter komen of dat kwam door Bella of door mij. Intussen stuurde ik het paardje de stad uit, naar het bos en naar de rust. Ik liet de teugels wat vieren, terwijl ik het paard door het bos manoeuvreerde. Het was gewoon fijn om weg te zijn, of ik hier nu alleen was geweest, of nu met haar. Ik vond het dan wel belangrijk te binden met mijn slavin, het was zoizo fijn om even los te zijn van alles. Ik voelde het meisje achter me ontspannen terwijl het donker ons steeds meer verzwolg. we gingen nog een stukje verder, voor ik haar toch vroeg naar haar vorige leven, het leven voor de slavernij, want het was wel te zien dat ze geen levenslange slavin was. Zo kon ik ook meteen zien hoe ze daar tegenover stond... Of niet, bleek iets later . Ze wiebelde erg en bleef lang stil, zo lang dat ik net wilde zeggen dat ze het niet perse hoefde te zeggen, ik kon het ook aan mijn vader vragen, maar toen zei ze het toch. Ik knikte stilletjes bij haar woorden en sloot even mijn ogen. Ze wilde het er duidelijk niet over hebben, maar ik wist niet waarom. Misschien kwam het ooit nog, maar nu was het wel duidelijk dat ze er niet over wilde praten. Ik zuchtte en opende mijn ogen weer. Ik wist gewoon niet wat ik van het meisje moest denken, en dat maakte me enorm ongemakkelijk. "Wil je me alsjeblieft iets over jezelf vertellen? Of wil je liever dat ik eerst iets over mezelf vertel?" vroeg ik aan haar. Misschien was dit niet de manier om je slaaf te behandelen, maar ik was echt niet meer gewent aan slaven om me heen. Ik snapte de rangen en standen, in het leger had je die ook, maar ook met mijn minderen kon ik soms dit soort gesprekken houden, gewoon om ze meer op hun gemak te kunnen stellen. Ik vond het ook niet heel erg om over mezelf te praten, zelfs al was mijn leven nu niet heel interessant, zeker als het leger wat naar de achtergrond werd geduwd. Dat was namelijk al mijn volwassen jaren mijn leven geweest en de rest van mijn leven was niet enorm interessant geweest, in elk geval dat vond ik zelf. Ik ging wat verzitten en sloeg een arm naar achter, om haar vast te kunnen houden, voor extra stabiliteit. "Denk er nog maar even over na. Dan gaan we eerst een stukje harder." zei ik rustig, voor ik Bella de sporen gaf, waardoor ze in galop sprong. Ze ging niet heel hard, maar het was soepel en daar ging het om. Ik wilde niet dat ze eraf zou donderen, en daarvoor stuiterde draf te veel en een heerlijke volle galop was net iets te snel van het goede. Toch was het heerlijk om te voelen hoe de wind om ons heen woei en het landschap langs ons heen vervaagde.


    Bowties were never Cooler

    C H A R I S .


    Na mijn bedankje had hij mijn hand wat steviger beetgepakt, waardoor ik zacht op mijn lip beet – op de meest positieve manier die er maar te bedenken viel. Het liet me stukken beter voelen, en ik hoopte dat hij dat zou begrijpen. Saul leek me iemand die eerst veel te goed nadacht over zijn daden, en zich teveel zorgen maakte om anderen. Hij mocht weten dat hij me hiermee een heel stuk beter had laten voelen. Maar hoe deed ik dat zonder hem aan te raken – al was het maar een omhelzing? 'Geen dank.’ Mijn blik gleed kort zijn kant op, vooral omdat hij buiten adem klonk.
          Ik merkte op hoe Saul zichtbaar leek te ontspannen, hoe hij rust leek te vinden. Het was volgens mij te lang geleden voor ook maar één van ons rust had weten te vinden, Saul had ik geloof ik nog nooit zo kalm gezien, er leek altijd zoveel door zijn hoofd heen te gaan, zoveel negatieve dingen. Ikzelf probeerde er niet meer aan te denken. Ik had hier niet veel meegemaakt, maar de paar zware dingen die wel gebeurd waren had ik me overheen weten te zetten. Natuurlijk kon ik mijn problemen niet met die van anderen vergelijken, aangezien ik geluk had gehad in dit huis. Behalve die man…
          Ik hapte even naar adem terwijl ik Saul’s hand bleef strelen. Zijn kant op kijken was het laatste dat ik even wilde doen, niet na zo’n reactie. Ik hoopte zo dat hij hem niet opgemerkt had, en dat hij het anders als iets positiefs had gezien – al kon ik me dat moeilijk inbeelden. Het vreemde was echter dat die gedachten uit mijn hoofd begonnen te glijden, alsof ze langzaamaan leken te verdwijnen.
          'Wat doe je morgen?’ vroeg Saul nonchalant. Met een klein lachje keek ik zijn kant op, en daarom besloot ik het ook een positieve kant op te gooien. ‘Nou, naar de markt uiteraard, en dan wat koken. Vervolgens de kinderen ophalen bij hun vriendjes, en uiteraard vervolgens lekker lang in bad bijkomen van zo’n zware dag.’ Ik bedacht me achteraf pas hoe stom deze klonk, dus ik wuifde het weg. ‘Ik heb geen idee wat Tatyana van plan is eigenlijk, maar het is niet zo erg als het allemaal klinkt. Ze had me eerder gezien, maar ze liet me hier ook zitten,’ ik glimlachte licht, ‘en wat zijn jouw bijzondere plannen? Op die ribben na.’ Ik had de blauwe plekken zien komen, maar ik had er niets over gezegd. ‘Doe je wel voorzichtig? Ik wil me niet nog meer zorgen hoeven maken om je.’ Zacht beet ik op mijn lip terwijl ik vol schaamte naar de grond staarde. Zei ik dat nou echt? Bij de Goden…


    D I O N Y S I U S .



    Ik vond het vreselijk haar zo te zien, ze had overduidelijk mijn woorden niet geloofd, ik wist dus dat ik het met daden moest bewijzen, hoe akelig dat idee ook was. Als dit de verkeerde zet was had ik alles verpest, inclusief mijn eigen leven waarschijnlijk. Dit had niets met haar vader te maken, of niets met haar broers of zussen. Dit ging om haar, en nu om haar en mij.
          Ik had Tatyana’s hand tegen mijn borst gevoeld en wist niet precies hoe ik hiermee om moest gaan. Had ik me los moeten maken van de kus, of had ik me dichter tegen haar aan moeten drukken, zodat ze die mogelijkheid niet eens zou kunnen bedenken? Ik wist niet eens wat zij wilde, aangezien haar keuzes telkens leken te verwisselen. Ik voelde het aan haar, ik voelde de innige strijd die ze voelde.
          Uiteindelijk brak Tatyana de kus, en keek ze me met twijfelachtige ogen aan, en ergens diep in mij voelde ik een steek. Was dat mijn hart? Was dat het drukkende gevoel op mijn borst? Of was dat het feit dat haar hand van mijn borst verdwenen was? Wat het ook was, ik voelde me ineens erg klein – ondanks het feit dat ze omhoog moest staren om oogcontact te maken. ‘Geen leugens, niet tussen ons,’ ze schudde haar hoofd, ‘tegen iedereen, maar niet tussen ons. Er worden er al genoeg verteld elke dag.’
          Begripvol had ik geknikt. ‘Oké. Wil je dat ik het opnieuw herhaal, want het ziet er niet naar uit dat je me geloofd.’ Ik brak geen oogcontact, ik wilde dat ze me zou geloven. Ik zette nu alles op het spel, zelfs mijn eigen leven. Waarschijnlijk zou ze dat niet kunnen begrijpen, maar een deel van mij hoopte er wel op. Dat deel van mij hoopte op wat begrip, medeleven… dat deel van mee begon te groeien. ‘Je kunt het misschien niet begrijpen,’ even dacht ik na over mijn woorden, ‘maar ik ben hier omdat ik hier wil zijn. Ik zeg dit omdat ik dit kwijt wil aan je.’
          Ik legde mijn handen tegen beide wangen aan terwijl ik haar aankeek. ‘Ik wil echt niet dat je iets overkomt, Tatyana. Niet omdat je de dochter van mijn Dominus bent, niet omdat je een deel van de familie bent, maar omdat ik om je geef,’ ik slikte zacht, ‘je maakt me soms gek, maar op de meest positieve manier die ik me maar kan bedenken.’
          Zacht zuchtte ik. ‘Je hoort bij de familie Glycias, of je dat nou wilt of niet. Je bent één van hen, maar dat maakt wat er tussen ons is niet minder waar.’ Wat ongemakkelijk legde ik mijn hand in mijn nek. Wat kon ik nog meer zeggen om haar duidelijk te maken hoe ik me voelde?


    I'm your little ray of pitch black.

    Tatyana Aquilia Glycias



    Hij leek meer mee te krijgen van wat ik zei dan omgekeerd. Het kostte me meer moeite dan ik gedacht had om m’n verstand om te schakelen en te luisteren, in plaats van te denken en te piekeren over alles. Het was alsof ik hem vanop een afstand zag knikken waarna ik vaag iets hoorde van herhaal en geloofd. Ergens had ik het idee dat hij het moeilijk had met m’n houding op dit moment, maar ik kon het zelf niet helpen. Vanbinnen voelde ik me gewoon verscheurd. Kwam het door de oneerlijkheid die er bestond in onze samenleving? Dat een mens een voorwerp was voor een ander, terwijl we eigenlijk net dezelfde waren?
    “…Maar ik ben hier echt omdat ik hier wil zijn. Ik zeg dit omdat ik dit kwijt wil aan je.” Ik was even niet mee met de draad van het gesprek eigenlijk. In m’n halve droomtoestand moest ik wat gemist hebben waarschijnlijk. Een halve tel sloot ik m’n ogen toen ik z’n handen langs m’n gezicht voelde. “Ik wil echt niet dat je iets overkomt, Tatyana. Niet omdat je de dochter van mijn Dominus bent, niet omdat je een deel van de familie bent, maar omdat ik om je geef.” Zwijgend keek ik hem aan. Hij leek het echt te menen. Ik had het idee dat ik in z’n ogen een soort kwetsbaarheid zag die ik niet meteen kon verklaren. “Je maakt me soms gek, maar op de meest positieve manier die ik me maar kan bedenken.”
    Ik wist niet wat ik moest zeggen. Gewoonlijk had ik een behoorlijk grote mond die op alles wel wat wist te zeggen, maar dit keer wilde die blijkbaar niet werken. Een zachte zucht rolde door de badkamer. “Je hoort bij de familie Glycias, of je dat nou wilt of niet. Je bent één van hen, maar dat maakt wat er tussen ons is niet minder waar.” Op de een of andere manier zei z’n wat ongemakkelijke houding zoveel meer dan z’n woorden en leek het tot me door te dringen wat hij echt bedoelde.
    Zachtjes schudde ik m’n hoofd terwijl z’n hand van voor z’n hand wegtrok. “Ik behoor niet tot de familie, enkel tot mezelf.” Even keek ik naar onze handen. Zelf daar wat het grootteverschil duidelijk merkbaar. Zachtjes plaatste ik z’n hand over m’n hart, voor ik mijn hand over het zijne plaatste. “Ik hoor bij wie m’n hart heeft.” Zwijgend keek ik op. Vast dat ik me in de ogen van de familie hiermee voor eeuwig zou verdoemen, maar dat kon me geen bal schelen momenteel. Onder m’n vingertoppen voelde ik weer die sterke hartslag die me meer rust en zekerheid leek te schenken dan wat dan ook. Even speelde m’n vrije hand met z’n haar in z’n nek, voor ik op m’n tenen ging staan tegen hem aan. Ik kwam nog amper hoog genoeg, maar goed, dat was nu eenmaal het gevolg als je zelf klein was en je de grootste man uitkoos in de wijde omtrek. “Je bent schattig als je verlegen bent.” Zachtjes grinnikend fluisterde ik de woorden in z’n oor, voor ik, met wat moeite, m’n lippen op de zijne drukte op een manier die zoveel meer zei dan ik ooit onder woorden zou kunnen brengen.


    "Nothing is True. Everything is Permitted"

    Alistair Deborus Glycias




    Er verscheen automatisch een glimlach op mijn gezicht toen Nerissa bang was dat ze iets fout had gedaan. Een glimlach was niet vaak op mijn gezicht te zien, maar zo nu en dan had ik van die typische Alistair binnenpretjes. Toch wist ik de lach snel van mijn gezicht te vegen, omdat ik Nerissa niet bang wilde maken. Daarom schudde ik mijn hoofd en probeerde zo vriendelijk mogelijk uit mijn ogen te kijken - wat soms een hele klus voor me was. Ik wist dat ik achter mijn rug om nare dingen genoemd werd, vanwege mijn norse instelling. Ik praatte niet graag en dat deed me chagrijnig en negatief lijken. Het maakte me niet veel uit wat andere mensen van me dachten. Ik wist zelf immers beter.
          'Je hebt niks fout gedaan,' zei ik rustig. Ik wist eigenlijk zelf niet eens waarom ik Nerissa beval om te blijven. Daarom verzon ik gauw een smoes, zodat ik niet vreemd over zou komen. 'Vandaag is me iets opgevallen. Charis en Saul-' Verder zei ik niets, zodat Nerissa me aan kon vullen. Zij zou wel weten wat er speelde tussen die twee. De rare spanning die er hing, was te snijden en dat vond ik ongemakkelijk. Het maakte me niet uit als ze met elkaar naar bed gingen, zolang Charis geen baby van Saul zou dragen. Dat zou te gecompliceerd worden.
          'Slapen ze met elkaar?' vroeg ik ten slotte.


    Big girls cry when their hearts are breaking