• Surviving with the unknown



    Een organisatie, die de Catcher wordt genoemd, verzamelde jarenlang baby's. Of ze - ze nou door stelen verzamelden of omdat de baby's aan hun werden afgegeven door ouders die ze niet wouden.
    Dit deden ze tot het moment waarop ze vonden dat ze genoeg hadden. Vijf jongens en vijf meiden groeiden daar op, gescheiden van elkaar. De jongens leefden in het ene gebouw en de meiden in het andere die verbonden waren aan elkaar.
    Door de jaren heen werden ze onder allerlei proefjes geworpen die dodelijk konden zijn. De professoren wouden kijken of een mens het aan kon hebben.
    De kinderen mochten nooit naar buiten toe, ze leerden van alles, maar mochten geen tv kijken of een boek lezen wat niet door de leiding werd goedgekeurd. Ook mochten ze geen plezier maken.
    Omdat de kinderen door hun eigen geslacht werden opgegroeid, hebben ze geen idee van hoe het andere geslacht er uitziet. Wel weten ze dat er ook mannen/vrouwen zijn, al is dat het enige.
    Op een dag moeten ze allemaal een operatie ondergaan. De professoren hebben een soort stukje metaal uitgevonden met verschillende dingen erin die een mens bovennatuurlijke krachten zouden moeten geven, die ze een chip noemden.
    Tijdens de operatie plaatsten ze de chips in de lichamen. Elke operatie ging goed, maar toen ze wakker werden was er niks verandert. De volgende dag echter kwamen de krachten, maar het liep uit de hand. Het gebouw stortte in door een mutant per ongeluk en iedereen was opslag dood, op de mutanten na.
    Opgejaagd door hunters, vluchtten ze. Ze hebben alleen geen idee van de wereld en nog minder van elkaar. Samen moeten ze proberen te overleven en ergens naartoe te gaan waar het veilig is. Al moeten ze de nodige obstakels ondergaan waaronder met hun krachten, vertrouwen en als ze gevangen worden genomen. Worden ze ooit nog geaccepteerd door de maatschappij?

    Regels
    # 275 woorden - Ik kon niet kiezen tussen 250 en 300 -
    # ABN Nederlands
    # Geen ruzie
    # Geen perfecte personages
    # Bestuur alleen je eigen personage
    # Niet meer dan 2 personages
    # 16+ mag
    # Probeer zo snel mogelijk je rol in te vullen
    # Probeer minimaal één keer in de week te reageren en waarschuw als je even niet kan reageren.
    # De mutanten mogen 1 kracht hebben.
    # De mutanten zijn zo rond dezelfde leeftijd dus er moeten geen mutanten van 5 bij zitten en dan ook opeens van 27.
    #Het is geen sneltrein!
    # Veel plezier!


    Invullijstje

    Naam:
    Leeftijd:
    Nationaliteit:
    Innerlijk:
    Uiterlijk:
    Krachten: - alleen mutanten -
    Extra:


    Mutanten

    Meiden

    - Dishanna Catcher | AD5 || 17 || 901FreeAtLast || Pyrokinese || 1,2
    - Aileen "Al" Catcher | AG6 || 19 || Phxntasia || Terrakinese || 1,3
    - Fani Catcher | AP74 || 19 || Revolutionary || Cryokinese || 1,2
    - Aya Catcher | AN0 || 20 || Homan || Vitakinese || 1,2
    - Rayelle Catcher | AR94 || 21 || Fye || Energie || 1,4

    Jongens

    - Cayden Catcher | X3560|| 22 || Davon || Pain || 1,4
    - Eugene "Gene" Catcher | Z311 || 22 || Guarnere || Organisch staal || 1,2
    - Gereserveerd door Fortis || Hydrokinese
    - Miller Catcher | MY22 || 22 || Beckendorf || Enhanced Senses || 1,2
    -


    Hunters

    Meiden

    - Drusilla Kathreen Lagunov || 23 || Abundance || 1,2
    - Alexia Hargrove || 23 || Beckendorf || 1,2
    - Aurora Malia Hunter || 22 || Stygian || 1,5
    -
    -

    Mannen

    - Zu'Salgan || 24 || Undine || 1,5
    - Kwon Kang-Dae || 26 || Nebthet || 1,4
    -
    -
    -

    Begin
    Mutanten
    Iedereen is nog in het gebouw. We beginnen op het moment dat het gebouw instort en iedereen zo snel mogelijk naar buiten moet komen. Één mannelijke mutant is over, dus die heeft het gebouw laten instorten en is onder het puin gekomen en gestorven. Hij heette Jack.
    En onthoudt; niemand is ooit buiten geweest.

    Hunters
    De Hunters zijn in het hoofdkwartier, naslag werk aan het doen over hun laatste werken of andere dingen aan het doen. Een alarm gaat af die ervoor staat dat de mutanten zijn ontsnapt. Het hoofdkwartier is in een stad en eerst gaan ze naar de instelling toe waar de mutanten horen te zitten. Als ze daar zijn aangekomen, zien ze wat er is gebeurt, zijn de mutanten weg en begint de hunt.

    [ bericht aangepast door Magnus op 7 mei 2015 - 20:13 ]


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki

    [MT]


    "At least I am much stronger than when I was unaware of my own weakness."

    [Mon Topieks, gezien ik niet precies weet hoe alles te omschrijven etc. wacht ik wel eventjes tot iemand anders heeft gepost.]


    The monsters running wild inside of me. I'm faded

    Cayden Catcher | X3560



    Ik liet mijn ogen fronsend door de ruimte heengaan. Alles leek normaal te zijn, al had ik kunnen zweren dat ik een seconde daarvoor een hard geluid gehoord had.
    Net op het moment dat ik me wou omdraaien en terug gaan naar mijn kamer, klonk er weer een hard geluid. Als een explosie. Het gebouw begon te trillen en stof dwarrelde van het plafond naar beneden toe.
    Ik kreeg een naar gevoel in mijn maag. Tegen de tijd dat de tweede knal klonk, begon het gebouw half in te storten. Professoren begonnen door elkaar heen te rennen, het was één grote chaos. Velen probeerde naar buiten te komen terwijl het gebouw steeds meer begon in te storten.
    Stenen, blokken vielen naar beneden toe. Als in een waas keek ik om me heen, pas toen er stenen hard op mijn been vielen, kwam ik in beweging. Ik baande me een weg langs de professoren die veel van hun werk probeerde te redden nog.
    Er waren meerdere uitgangen waar ik van wist. Snel begon ik te rennen en ging naar een deur die niet velen gebruikten, al oud was en daarom niet een van de sterksten meer was. Toen ik hem echter probeerde open te maken, gaf die niet mee. Ik begon er tegenaan te dreunen terwijl ik een vluchtige blik achterom wierp naar de neervallende spullen. Steeds meer stortte in en als ik niet snel was, lag ik er zo onder.
    Ik deed een paar stappen achteruit en rende hard met mijn schouder tegen de deur aan. Ik hoorde iets in mijn schouder kraken, maar voelde geen pijn. Dat was eenmaal mijn nieuwe gave. De deur gaf mee en ik viel naar buiten toe.
    Toen ik weer opstond, zag ik hoe het gebouw in elkaar zakte als pudding. Ik draaide me om, weg van het gebouw, terwijl ik me afvroeg of iemand anders behalve ik het had overleefd.
    Ik pakte mijn zonnebril op die van mijn neus was gevallen toen ik viel en zetten hem weer op mijn hoofd.
    Vluchtig nam ik de omgeving om me heen in me op. Overal stonden bomen, wel ik nam aan dat het bomen waren, en ik wist dat we in een bos waren. Voor even bewonderde ik hetgene wat ik nog nooit in het echt had gezien.
    Met een zucht draaide ik me om en keek of er misschien nog mensen in het puin lagen die ik kon helpen. Ik liep een paar stappen naar het gebouw toe en dat was pas het moment dat ik zag dat mijn been bloedde en ook mijn schouder zag er niet al te fraai uit door een stuk bot die zich iets door mijn huid had gestoken. Nu was ik blij dat ik geen pijn kon voelen. Voorzichtig probeerde ik het bot een beetje terug te duwen, maar liet het toen voor wat het was.
    Toen ik mijn blik weer op de puinhoop voor me richtte, zag ik enkele lichamen. Maar toen ik er naar uitreikte, zag ik dat ze al heengegaan waren. Hoe had dit kunnen gebeuren?

    [ bericht aangepast door Magnus op 7 mei 2015 - 19:42 ]


    It's not that I don't love our little talks, it's just... I don't love them. ~ Loki

    > Mijn topics.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Undine schreef:
    > Mijn topics.


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Mi topico.


    † Love? I want to sleep.

    MT


    Kwon Kang-Dae, 26 jr | Hunter.
    Wat een werk. Knipperende lichtjes van de automaten en een boel gepiep van de computers, om gek van te worden. De Koreaanse jongeman was al van 's morgensvroeg tot 's avonds laat op het werk gebleven om allerlei verslagen en nawerken af te maken. Hij liep ver achter, omdat hij liever in het veld was dan de verslagen van de observaties te maken over de mutanten. Hoe dit werk ooit bestond dacht hij liever niet over na, het was ook moeilijker dan iemand dacht, maar iemand moest het doen.
    Alhoewel de man liever alleen werkte en dat tevens liet merken aan de rest met zijn leuke uitspraken - hij heeft iemand een keer jankend z'n verslag in laten dienen - is de rest daar niet zo blij mee. Wellicht is dat zijn intentie ook. Moeten ze hem maar niet zo rond commanderen.
    “Eens zien," bromde hij tegen zichzelf, terwijl hij zijn vuile voeten op z'n bureau gooide, een plakkaat druilerig modder plakte eraan, en het volgende werk pakte. Nogmaals bromde hij toen hij de naam bovenaan het werk zag staan. “Dit hoort hier niet," sprak hij gevaarlijk. Zijn ogen op duister wanneer hij opkeek van het werk naar de desbetreffende persoon. Aurora Hunter.
    Dat een vrouw dit werk ooit kon doen, daar was hij nog steeds verbaasd over. Hij stond zelfverzekerd op en stond al met een paar grote passen voor haar, waar hij vlak voor haar neus, haar naslagwerk op gooide. Met een gebrom liet hij weten dat hij dit niet wilde hebben en voor hij zich helemaal had omgedraaid, voegde hij er ook nog brommend aan toe “dat hij het de volgende keer weg zou gooien." En hij liep weer terug naar zijn bureau. Nog een laatste verslag, dan kon hij eindelijk in het veld werken.

    Wanneer hij net wilde zitten, gingen alle alarmen af. Zoiets was niet vaker voorgekomen, want ze zorgden er tevens voor dat ze de mutanten niet los lieten. En toch was het rood van al de loeiende sirenes.
    Hij sprong direct op. De halflege kop koffie, die ondertussen lauw was geworden, liet hij staan en hij rende naar de uitgang. Dat dit ooit nog mocht gebeuren. Met een sprong in zijn hummer, start hij de motor, en brult met gierende banden weg. Eenmaal hij weg was kwam hij er pas achter dat hij niet alleen in de auto zat. Dezelfde vrouw die hij er eerder op aansprak zat achterin de auto. Geen idee wat ze daar deed.

    [ bericht aangepast door Parselmouths op 8 mei 2015 - 11:33 ]


    † Love? I want to sleep.

    Aurora Malia Hunter.
    In order to be irreplaceable, one must always be different.




    Administratie. Verslagen. Papierwerk.
    Hoe je het ook wilde noemen, het werd er niet beter van. Waarom alles opschrijven wanneer je heden ten dage ook gebruik kon maken van opnameapparatuur? In Aurora’s ogen was het simpeler om beelden vast te leggen. Daar kon je een betere leer uittrekken dan constant die vervelende geschreven werken doorlezen.
    Geen wonder dat ze het dan ook altijd tot het laatste moment uitstelde – iets wat ze absoluut niet zou moeten doen omdat het niet anders meebracht dan problemen. Oeps.
    Het was nu te laat om daar aan te denken. Gebeurd was gebeurd.
          De mutanten waren een fascinatie op zich. De voornaamste reden dat ze zich had gewaagd in de wereld van wetenschappers en observators. Weinig mensen achtte dit werk geschikt voor vrouwen. Waarom? Waarschijnlijk omdat de mannen vonden dat ze het zwakkere geslacht waren. Urgh. Belachelijk.
    Aurora luisterde niet graag naar de aanwijzingen of instructies van anderen. Ze wist wat haar te doen stond en daar had ze de hulp van anderen niet bij nodig.
    Ze konden beter zichzelf helpen dan haar.
          Enkele jaren geleden was ze met dit werk begonnen. Destijds was ze een jonge bloem geweest die onzeker was over alles. Gek hoeveel er kon veranderen binnen drie jaar.
    Als ze het zo mocht zeggen, dan was ze een van de weinige die redelijk met de mutanten op kon schieten – Het zijn vreemde wezens! Blijf bij ze uit de buurt als er geen noodzaak bij is! Elke waarschuwing over hen bestaan sloeg ze in de wind. Ze zou haar eigen conclusies wel trekken.
          De jonge vrouw klapte een dossier dicht waar ze aan had zitten werken. De vertrekken hier waren allemaal even saai en kaal. Geen wonder dat je snel afgeleid raakte. Ze verwonderde zich erover. Waarom was het immers zo lelijk? Een werkplek moest aantrekkelijk zijn voor de werknemers. Zo kwamen ze elke dag graag terug.
    Een zachte zucht verliet haar lippen. Minder klagen, meer doorwerken.
    In de avond had ze pas tijd voor het papierwerk. Overdag waren ze te druk bezig met de experimenten. Alhoewel ze zo nu en dan een uitzondering maakte omdat het moest.
    Zoals nu.
          De klok sloeg tien uur. Tijd om te stoppen. Het werk was zo goed als af. Als iemand er ook maar over zou klagen, dan zou ze flippen.
    Met ferme stappen liep ze het kantoor binnen van – wat was zijn naam nog maar? Lichtelijk argwanend keek ze naar de persoon. De man zag er al gepikeerd uit. Vast dat dit hem dan ook niet zou bevallen.
    ‘Dit hoort niet,’ sprak hij gevaarlijk uit, kort nadat hij haar werk had doorgenomen. Geweldig.
    Aurora wierp hem een uiterst giftige blik toe. Hoe durfde hij haar werk te bekritiseren? Alsof hij het zelf een haar beter deed!
          ’De volgende keer gooi ik het weg!’ beet hij haar toe. Aurora’s mond zakte nog net niet open van ongeloof. Deze achterlijke imbeciel beweerde dat ze haar werk niet goed deed? Dan moest hij wel een vrouwenhater zijn.
    ‘Pardon?’ begon ze op een uiterst koele toon. Ze trok haar mond open om de lading dodelijke woorden over haar lippen te rollen. Echter kwam het daar niet van.
          Alarm.
    Onmiddellijk kleurde alles om hen heen rood. Het geluid was vreselijk. Aurora beschermde haar gehoor door zorgvuldig haar slanke handen over haar oren te plaatsen. Waarom wist ze niet, maar ze volgde de Koreaanse man naar de uitgang.
    Het kon immers maar een ding betekenen wanneer er alarmen afgingen: de mutanten hadden iets uitgespookt.
          Buiten was het kiezen. Of hier blijven staan en straks niet weten wat er gaande was, of nu meegaan en zelf de feiten beoordelen.
    Nummer twee dus.
    Jammer was dat ze bij hem in de auto stappen moest. Dat moest ze voor een keer maar voor lief nemen
    Heel geniepig nam ze plaats op de achterbank van de hummer. Ze had de deur nog niet dicht of ze werd naar links gegooid omdat de bestuurder nogal wild door de bocht ging.
    Mannen!
    De rit duurde in haar ogen veelte lang. Wanneer er iets gebeurde, dan wilde Aurora er snel zijn. Welke idioot had bedacht om de gebouwen uit elkaar te plaatsen?
    Bij het tot stilstand komen van de hummer, verliet ze zonder een woord te zeggen het voertuig.
    Vol ongeloof keek ze naar het gebouw van de mutanten. Wat in de vredesnaam was hier gaande?!

    [ bericht aangepast door Mahoganaea op 8 mei 2015 - 15:21 ]


    The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.

    Undine schreef:
    > Mijn topics.


    I don't know if life is greater than death — but love was more than either

    EUGENE "GENE" CATCHER • Z311


    “Never, never, never, never give up.” || 22 years old || Organisch staal


    Terwijl ik op mijn bed niets lig te doen, zegt mijn instinct me dat er iets niet klopt. Ik ga rechtop zitten en kijk om me heen. Ik zie dingen omvallen, en grote stofwolken verschijnen. Alles begint te trillen. Stenen vallen op de grond, en ik ren mijn kamer uit.
          Eenmaal daar zie is het enige wat ik zie paniek en chaos. Professoren rennen door elkaar heen, en ik besluit ook maar te gaan rennen. Het staal kruipt over mijn huid naar boven, om mij te beschermen tegen het puin dat naar beneden valt. Alles stort in. Alles wat eens bekend was, nu in puin gelegd. Ik bijt op mijn onderlip. Wat is er toch allemaal aan de hand? Dit is zeker geen oefening, dat weet ik zeker. Het alarm klinkt erg luidt in mijn oren, en een korte zucht verlaat mijn lippen als ik nog wat harder ren.
          Ik let echter niet op waar ik ren, en bots tegen iemand op. "Het spijt me..." mompel ik terwijl ik de persoon geen aandacht meer schenk en hard verder ren. Ik ben net buiten, als het gebouw achter mij ineen zakt. Ik duik naar de grond, en wacht tot het lawaai voorbij is, waarna ik opsta en mijn kleding afklop. Ik sta op, en kijk om me heen, terwijl het staal zich terugtrekt en mijn gewone huid weer zichtbaar wordt.
          Ik klim overeind, en kijk naar de bomen om me heen. Het is er naar mijn idee iets te groen. Dan draai ik me om naar het puin. "Wat is er in godsnaam gebeurt..." mompel ik zacht.


    [ bericht aangepast door 707 op 8 mei 2015 - 18:55 ]


    "At least I am much stronger than when I was unaware of my own weakness."

    FANI CATCHER • AP47
    "Trust is like paper. Once it's crumbled it just can't be perfect again."


    Het was allemaal zo wazig. Het ene moment lag ik compleet relaxed op mijn bet met een druppel water te spelen, het andere moment vielen er rotsblokken naar beneden en moest ik maken dat ik wegkwam.
    Het eerste wat ik deed was naar mijn badkamer rennen en zoveel mogelijk water als mogelijk was pakken en meenemen. Ik bevroor het water en hield het als een schild boven mijn hoofd zodat ik niet geraakt kon worden door rotsblokken. Ook maakte ik een 'masker' van bevroren water en deed het op mijn gezicht, zodat ik geen eventuele giftige gassen in kon ademen. Ik rende naar buiten, echter werd ik gelijk omver gerend door een ander project. Het was een jongen, echter wist ik niet meer. Hij mompelde een excuus wat onverstaanbaar was te noemen tussen het lawaai van al de afgaande alarmen en het gegil van alle professoren.
    Direct stond ik op en merkte ik al gelijk barsten op die zich in mijn schild bevonden, iets wat niet bepaald goed was te noemen. Ik wist niet waar ik heen moest, noch wat ik moest doen, wat al helemaal perfect uit kwam in de actuele situatie. Een vrouwelijke professor kwam langs mij gerend, gillend dat we naar buiten moesten. Buiten, een plek waar ik nog nooit eerder mijn voet heb gezet. Ik volgde alle borden die 'Uitgang' aanduidden en kwam uiteindelijk buiten uit, het masker van mijn gezicht trekkend en het op de grond smijtend, evenals mijn schild. Ik hoestte het uit, blijkbaar was mijn masker niet bepaald een succes te noemen.
    Ik draaide me om en keer naar de puinhoop waarin zich het laboratorium verkeerde. Mijn blik schoot hierna vrijwel direct naar mijn voeten, die zich speels in het groene gras, wat grijs begon te worden van al het as wat het gebouw verliet, bewogen. Dus, dit was het dan. Buiten. Ik was te erg in de war en te niet in de mood om iets te zeggen, waar ik me dan ook aan hield. Het enige wat ik deed was levenloos voor mij uitstaren, naar het gebouw waar ik was grootgebracht wat nu aan het afbranden en instorten was.


    I don't know if life is greater than death — but love was more than either

    {Mon Topieks, beter laat dan nooit x) }


    "I'm fine with internet communication, it's just the real life I have problems with!" ~ Dan Howell

    Aileen "Al" Catcher || AG6
    “Sometimes crying and laughing are the only options left, and laughing feels better right now.” || Terrakinesis


          Ik had net mijn ogen gesloten in een poging om nog wat verder tot rust te komen, toen ik een zware trilling door de grond voelde gaan waarna er een harde knal volgde. Mijn ogen schoten direct open. Er waren wel vaker van dit soort geluiden te horen aangezien mijn kamer dicht bij de oefenruimte stond, maar dit geluid was anders, het klonk als een explosie.
          Mijn gevoel werd bevestigd toen er ook een tweede knal te horen was. Ik schoot op uit mijn bed en opende de deur van mijn kamer. Binnen enkele seconden werd ik overspoeld door de geur van as, rook en andere gassen en kon ik niets anders doen dan kuchen. Langzaam maar zeker zag ik stukken plafond naar beneden komen en professoren in complete chaos hun weg naar buiten zoeken.
          Ik begon een sprintje te trekken door de lange gang heen, maar werd al snel tegengehouden door een blokkade van het puin. Ik stak mijn hand uit naar de stenen en concentreerde me op de berg. Stukje bij beetje zag ik een van de stenen aan de kant schuiven. Toen het gat groot genoeg was om doorheen te komen vervolgde ik mijn sprint naar de uitgang.
          Ik had eigenlijk geen idee waar ik heen moest, we hadden ons nooit echt voorbereid op dit soort situaties. Ik zag echter al snel een lichtgevend bordje boven een deur staan, dit moest het zijn. Met een harde klap opende ik de deur en voelde kou en zoete lucht me overspoelen.
          Ik voelde nogmaals een knal door de grond trekken, maar deze harder dan alle vorige. Ik werd vooruit gedrukt door een harde wind die vrijkwam en kwam met een harde klap op de grond terecht. Voor een aantal seconden bleef ik buiten adem, snakkend naar zuurstof en met gesloten ogen op de grond liggen. Hoewel het hard aan zou moeten voelen, deed dat het niet.
          Toen ik mijn ogen opende, zag ik dat het niet de harde stenen vloer was wat ik gewend was en dacht tegen te komen, maar bestond het uit een zacht, groen, sprietig materiaal wat licht vochtig aanvoelde toen ik er met mijjn hand langs heen ging.
    'Gras,' mompelde ik binnensmonds toen ik het voor mij onbekende groen verder bekeek. Ik had het wel eens boeken van de professoren zien staan, maar om het zo zelf te zien, was het toch wel indrukwekkender.
          Wat ik achter me zag toen ik opstond, was tevens indrukwekkend, maar niet op die zelfde goede manier. Het gebouw waar ik mijn hele leven had gewoond was compleet ingestort waardoor er niets meer van over was en het compleet onherkenbaar was geworden. Waar ik nu naar toe zou moeten was voor mij een gigantisch raadsel


    "I'm fine with internet communication, it's just the real life I have problems with!" ~ Dan Howell

    [Ik schrijf me toch maar uit, gezien mijn rooster van de komende tijd die tot de zomervakantie blijft. Het spijt me heel erg, maar met twee andere RPG's ben ik al verder en die hebben al een interactie. Mijn excuses.]


    The monsters running wild inside of me. I'm faded