• Raine werd wakker in de tent van Slater. Gelukkig had hij bij hem mogen crashen vannacht, want hij voelde zich niet best. Hij baalde behoorlijk van zijn ruzie met Starr. Ruzie met Starr was dan wel geen onbekend terrein voor hem - er waren vaak momenten dat ze elkaar in de haren konden vliegen - maar toch was het klote. Hij kroop de tent uit en liep naar de tent van Starr en hem. Hij stond al op een kiertje. Zonder iets te vragen kroop hij naar binnen.
    'Hé,' begon hij, om te laten weten dat hij er was. 'We moeten even praten. Over gisteravond.'

    [ bericht aangepast door Cordeliae op 17 sep 2016 - 11:19 ]


    You were born with wings. Why prefer to crawl through life?

    (...)
    Hoe oud zou hij zijn? Door haar wimpers keek ze weer naar de jongen, die inmiddels enkel voor zich uit staarde. Zijn mobiel hing slap in zijn rechterhand, die op zijn knie leunde. Zijn linkerarm leunde met de elleboog op zijn opgetrokken knieën en met zijn linkerhand ondersteunde hij zijn kin. Hij leek na te denken; Yenthe schatte hem ongeveer 24. Dat was een mooie leeftijd voor een topvolleyballer.
    Ze begon te typen:
    X is 24 jaar oud en speelt in het Nederlandse team van volleybal. Hij traint vijf dagen in de week en wijdt zijn hele leven aan volleybal. Zijn team is alles voor hem en zijn grootste doel in het leven is om de olympische spelen een keer te winnen. Mentaal is hem echter iets overkomen waardoor hij zijn energie kwijt is geraakt; iets volleybal-ongerelateerds, iets wat hem de lust in het leven heeft afgepakt. Waarom is hij zo droevig?
    Ze dacht even na. X moest een geschiedenis hebben. Een verleden, iets waardoor het volleyballen nog belangrijker voor hem is. Volleybal moest voor hem een manier zijn om dat had hem dwarszat, te verdringen. Maar wat? Wat zat hem dwars? Waarom keek hij zo droevig?
    Ze keek nogmaals heel kort op en zag tot haar teleurstelling dat hij opstond om weg te gaan. Dit verhaal boeide haar en ze wilde ermee verder, maar nu raakte ze het beeld van hem kwijt... Ze pakte vlug haar mobiel uit haar zak en drukte op de camera. Zo onopvallend mogelijk, alsof ze aan het typen was, zette ze hem in beeld en drukte ze op de foto. Haar hart begon als een razende te kloppen toen ze zag dat er licht uit haar camera kwam.
    Hoe kon je zo stom zijn om de flits aan te laten?!
    Ze vergrendelde vlug haar mobiel en wilde paniekerig opstaan om snel weg te lopen, maar het was te laat. X liep haar kant op, met gefronste wenkbrauwen, en vroeg haar waarom ze een foto van hem maakte. Ze wenste, zoals vaker, dat ze hierin meer als Racquel was: die had nu een flirterig grapje gemaakt, geknipoogd en had dan weg kunnen gaan. Zij stond echter met haar mond vol tanden en kon alleen maar naar de grond staren.
    'Ik vroeg je wat.' Hij klonk geïrriteerd, maar niet kwaad, en ze waagde het om op te kijken. Hij stond enkele meters van haar vandaan en had zijn armen over elkaar geslagen; ze voelde zich verschrikkelijk.
    'S-sorry.' Het was een zacht excuus, maar hij moest het gehoord hebben; hij trok zijn wenkbrauwen op.
    'Ik vind het niet prettig als mensen zomaar foto's van me maken.' Hij zuchtte.
    'Nee, dat snap ik. Sorry.' Haar hele gezicht moest knalrood zijn; haar lichaam trilde en ze gloeide van top tot teen. Ze durfde hem niet aan te kijken.
    'Ik ben geen beroemdheid, hoor. Waarom deed je het eigenlijk? Om een foto op te sturen naar vriendinnen, of zo?'
    'Nee!' Haar reactie was vlug en lichtelijk fel en ze besefte pas dat dat een belediging was nadat ze het al gezegd had.
    Het was duidelijk dat hij er niks van begreep. Even dacht ze dat hij weg zou lopen en dus overwoog ze haar opties. Als ze nu niets zou zeggen, zou hij haar heel raar vinden; als ze hem uitlegde wat ze had gedaan, zou hij haar ook raar vinden, maar misschien net iets beter begrijpen. Ze zuchtte zachtjes en schraapte toen haar moed bij elkaar.
    'Ik schrijf graag verhalen,' mompelde ze. 'Over - over mensen hier op de camping.' Heel kort keek ze op. Hij leek verbaasd, maar bleef wel staan.
    'Niet iedereen is daar van gediend,' zei hij, na een korte stilte. 'Dat je zomaar verhalen over ze schrijft. En waarom maak je dan een foto?'
    'Ik - ik schrijf niet over de persoon zelf. Ik gebruik alleen de - de situatie. Het uiterlijk. En - en daar verzin ik dan een verhaal bij.' Ze had haar blik weer neergeslagen en voelde zich onnozel. Ze had hem gewoon moeten laten gaan; nu zat ze in een sociale situatie waar ze zich helemaal niet in wilde bevinden.
    'En de foto heb je nodig om verder te kunnen?' Hij klonk iets milder, iets vriendelijker. 'En ik ben één van je personages?'
    Ze beet op haar lip en knikte.
    'Wat heb je over me geschreven?'
    Ze slikte. Ze had een fout gemaakt door de situatie uit te leggen. 'Dat je eh - dat je volleybalt. En 24 bent.'
    'Ik ben geen volleyballer, al vind ik het een leuke sport. En ik ben 23, daar zat je wel dicht bij.' Hij grinnikte nu. 'Dat is wel weinig info, hoor. Was dat alles?'
    Ze keek naar haar laptop. Waarom is hij zo droevig? Dat zou ze niet zeggen. Dat zou de situatie er niet beter op maken.
    'Keek ik droevig?' Haar hart sloeg een keer over toen ze besefte dat hij ook mee kon kijken op haar laptop. 'Sorry. Ik weet dat het asociaal is om op iemands beeldscherm mee te kijken, maar ik was nieuwsgierig.' Hij keek haar aan en hield haar blik vast. 'Keek ik zo verdrietig?'
    'Een - een klein beetje. M-maar ik overdrijf wel alles.'
    'Jemig.' Hij plofte op het bankje neer naast Yenthe. 'Wat ben ik een aansteller, zeg.' Hij begroef kort zijn gezicht in zijn handen en zette ze daarna in zijn haar. Daar staarde hij weer een paar tellen naar voren, alsof hij weer in gedachten was, en toen leek hij uit de trans te ontwaken. 'Wat was je van plan te schrijven? Waarom ik droevig was?'
    Yenthe staarde naar haar laptop. 'D-dat wist ik nog niet zeker.'
    'Hmm.' Hij keek weer naar voren. 'Vast iets vreselijks. Een scheiding. De dood van een geliefde. Zoiets.'
    Yenthe keek even naar hem. Dat waren niet dingen die ze in haar hoofd had gehad; ze wilde iets doen dat dieper ging dan dat. Iets wat in zijn verleden was gebeurd, maar wat plotseling, door een andere gebeurtenis, heel sterk naar voren kwam. Iets wat geen tijd nodig had om opgelost te worden, maar afsluiting. Acceptatie. Maar dat zou ze zeker niet tegen deze jongen zeggen. Daarom reageerde ze niet.
    'Nou, ik kan je vertellen dat het veel minder erg is dan je denkt,' zuchtte hij. 'Geldt onbeantwoorde liefde op het eerste gezicht als iets ergs?'
    Ze keek schichtig op. Vertelde hij haar dit nu echt? Was hij zo open tegen haar? Was dit de waarheid? Hij kende haar toch helemaal niet? Waarom zou hij haar dit vertellen? Ze kende al jaren niemand meer die haar ooit vertelde wat die persoon het meeste dwarszat, laat staan een vreemde...
    'Dat - dat kan best erg zijn, denk ik.' Haar gedachten gingen heel kort naar de jongen met zijn hoedje en zijn lange haar, maar dat beeld liet ze vlug weer varen.
    Hij grinnikte, al klonk het niet echt vrolijk. 'Ik had haar anders nog nooit gesproken. En toch doet de afwijzing pijn.'
    'Afwijzing doet altijd pijn.' Haar vader had haar met open armen geaccepteerd in zijn leven, maar hij was de enige. Racquel en Racquel's moeder hadden haar gehaat vanaf het moment dat ze haar zagen. Ze kon het hen niet kwalijk nemen, gezien de situatie, maar het had haar leven niet makkelijker gemaakt.
    'Dat klinkt alsof je ervaring hebt.'
    Shit. Ze wilde helemaal niet praten over haar eigen situatie. Ze haalde daarom haar schouders op en zei niets. Dat leek voor de jongen een teken te zijn om op te staan. Hij keek naar haar en zei pas weer iets toen ze hem ook aankeek. 'Dit gesprek blijft tussen ons, toch?' Hij glimlachte vriendelijk. 'Ik ben Johan.' Hij stak zijn hand uit.
    Ze pakte die aarzelend aan en dwong zichzelf om hem aan te kijken toen ze haar naam zei. Ze knikte als reactie op zijn vraag en keek hem nog kort na toen hij wegliep. Hij pakte opnieuw zijn mobiel uit zijn zak, keek even op het scherm en stopte hem toen met een zucht weer weg, terwijl hij in de richting van het strand liep.


    Those who mind don't matter and those who matter don't mind.

    Starr had een ontzettende hoofdpijn, en ze betwijfelde of een kater de enige oorzaak was. Ze had niet goed geslapen vannacht. Ze had steeds Raines verontwaardigde gezicht voor zich gezien, afgewisseld met herinneringen die ze al heel lang had verbannen. De grottentocht, de gruwelijke verminkingen die ze tijdens haar tweede jaar had gezien, de schietpartij in het jaar dat volgde. Het stelde niets voor als je wist wat de anderen hadden doorgemaakt, maar soms droomde Starr dat zij het was die werd neergeschoten of gemarteld. Het had haar óók kunnen overkomen.
    ‘Ik wil niet praten,’ mompelde Starr. Ze keek hem niet aan en trok een tas naar zich toe, op zoek naar een flesje water. Ze draaide de dop eraf toen ze er een had gevonden en trok een vies gezicht toen ze proefde hoe warm het water was. Ze had geen zin om Raine iets te vertellen over wat ze had meegemaakt. Oprakelen maakte het gevoel nog erger. Hij moest haar gewoon even met rust laten, dan trok het gevoel wel weer weg.
    ‘Het spijt me van gisteren,’ zei ze toch, wetend dat ze dan het snelst van zijn gezeur af was. ‘Laat me vandaag maar effe, oké?’


    Every villain is a hero in his own mind.

    Alienna’s luchtbed kraakte toen ze zich op haar zij draaide en naar Jelles slapende gezicht keek. Hij zag er lief uit. Ze had hem vannacht niet horen binnenkomen en vroeg zich af of hij extra zachtjes had gedaan of dat ze zo van de wereld was geweest. Ze deed de elastiek waarmee ze haar dreads had samengebonden uit en maakte een nieuwe staart, wat hoger op haar hoofd. Het was warm. Ze wilde Jelle echter niet wakker maken. Ze zou er niet van opkijken als hij er pas net een paar uur in lag. Hij had Izzy al een lange tijd niet gezien, dus ze hadden vast een hoop om bij te praten. Ze ritste zachtjes haar slaapzak open, schudde haar kussen iets op en pakte een boek uit haar tas.


    Every villain is a hero in his own mind.

    Bobbi rekende de zak pistoletjes af en liep naar de camping. Een klein stukje bij haar busje vandaan stond een drie tafels met een grote groep stoelen eromheen. Ze wist dat die van de vriendengroep waren van wie Gail en Helen een beetje deel uitmaakten en ging alvast zitten. Ze wilde zich er meteen een beetje in mengen en met deze vers ruikende broodjes kon ze er vast wel een paar paaien.


    Every villain is a hero in his own mind.

    'Waarom raakte je zo in paniek?' vroeg Raine. Hij zuchtte toen hij haar gezicht zag en stak zijn handen op. 'Prima, ik zeg wel niks meer.' Hij pakte een schone zwembroek en liet Starr daarna alleen. Als ze zo graag alleen wilde zijn moest ze vooral haar gang gaan. Hij was dat dwarse gedrag even zat.

    [ bericht aangepast door Cordeliae op 17 sep 2016 - 17:17 ]


    You were born with wings. Why prefer to crawl through life?

    Cyrith en Lotte hadden zich beiden opgefrist en waren naar het campingrestaurant gedaan. Er werden goedkope ontbijtjes geserveerd en hij vond het wel fijn om aan een tafeltje te zitten dat niet onder de troep van anderen werd bedolven. Hij nam een slok sinaasappelsap en keek toe hoe Lotte stukjes van haar kaascroissant af plukte en in haar mond stopte. Moest hij er nu over beginnen? Hij wilde haar ochtend niet verpesten en met herinneringen aan Ashlee en Steve zou hij dat vast wel doen.
    Ze keek naar hem op en glimlachte. Hij perste er zelf ook een glimlach uit.
    Vroeger had dat niet gehoeven, realiseerde hij zich. Toen had één glimlach ervoor gezorgd dat al mijn zorgen naar de achtergrond verdreven.
    Nu was dat niet meer zo. Nu was hij zich er de hele tijd van bewust dat het ook Lotte zou schaden als hij zijn leven niet op de rit kreeg.


    Every villain is a hero in his own mind.

    Starr vloekte binnensmonds toen Raine haar met een kwaad gezicht alleen liet. Dat wilde ze toch? Waarom voelde ze zich er dan zo kut over? Ze knipperde de tranen die in haar ogen sprongen weg en haalde een paar keer diep adem. Stel je niet zo aan, trut. Ga even uitwaaien ofzo.
    Ze trok een zwemshort en een hemdje vol gekleurde doodskoppen aan en verliet haar tent. Ze had geen idee waar ze naartoe moest. Ze was zich pijnlijk bewust van het feit dat ze eigenlijk geen vrienden had. Haar boosheid welde weer op toen ze aan Izzy dacht. Waarom moest ze nou zo nodig een relatie met een meid hebben? Ze had de afgelopen jaren nota bene twee vriendinnen gemaakt en die waren ook nog eens pot! Hoe had ze dat in vredesnaam voor elkaar gekregen?
    Ze struinde een tijdje over de camping en zakte uiteindelijk op een bankje neer dat uitzicht gaf over het meer.


    Every villain is a hero in his own mind.

    Met haar strandtas over haar schouder en haar badlaken onder haar arm liep DJ alvast naar het strand, waar ze die ochtend met de meesten hadden afgesproken. Jasper was even naar zijn vrienden gegaan en een beetje in gedachten verzonken liep ze naar het meer toe. Hun avond was meer dan fijn geweest de dag ervoor en er verscheen een lichte blos op haar wangen toen ze eraan terug dacht. Kon het maar altijd zo fijn zijn tussen hen... Haar gedachten ebden weg toen ze Starr in het oog kreeg, die er nogal stilletjes bij zat. Een vreemde gewaarwording.
    'Hé,' groette DJ haar. 'Is alles oké? Je ziet er niet heel vrolijk uit op je tweede vakantiedag.'


    You were born with wings. Why prefer to crawl through life?

    ‘Vooruit dan maar.’ Mosh en Ellie liepen in de richting van de receptie, waar ook wat andere gebouwtjes waren. Er was een losse koffiecorner, maar hij had geen zin om lang te staan en liep daarom maar het restaurant binnen. Hij stak even zijn hand op naar Lotte en Cyrith toen ze die passeerden, maar ging bewust een eindje bij hen vandaan zitten. Ze hadden vast nog het een en ander bij te praten. Mosh vroeg zich af of hij ook moest vragen hoe het met Cyrith ging, al kon hij zich voorstellen dat hij er niet blij van werd als iedereen erover zat te zaniken. ‘Wil je er nog wat anders bij?’ vroeg hij Ellie. Hij had een beste trek en het was vast al een uur of elf. Een stuk appeltaart of een muffin ging er wel in.


    Every villain is a hero in his own mind.

    ‘Nah, ik ben gewoon moe,’ mompelde Starr. Misschien was dat het inderdaad wel gewoon en trok ze zich alles te erg aan.


    Every villain is a hero in his own mind.

    DJ had het idee dat Starr niet helemaal eerlijk was, maar ze wist dat zij zich er misschien maar niet mee moest bemoeien. Ze kende Starr nauwelijks. 'Zin om mee te gaan naar het meer? Ik was net onderweg om ernaar toe te gaan. Lekker even van het zonnetje genieten.'


    You were born with wings. Why prefer to crawl through life?

    De uitnodiging verbaasde Starr een beetje. Hoewel Starr niets tegen haar had, had ze niet het gevoel dat ze ooit een klik met elkaar hadden gehad. Maar ja, alleen was ook maar alleen. ‘Oké.’ Ze stond op. ‘Wilde Jasper niet met je mee?’
    Starr vroeg zich af of zij soms ook ruzie hadden. Ze schaamde zich een beetje voor die gedachte, maar dacht dat ze zich daar wel beter door zou voelen. Ging dat niet altijd zo? Gedeelde smart is halve smart? Of betekende dat iets heel anders?
    ‘Hoe heb jij geslapen?’ wilde Starr weten. Ze kon maar beter praten. Straks wist de hele wereld dat ze niet lekker in d’r vel zat. ‘Ik vind het altijd maar kut op zo’n luchtbed. Elke keer vraag ik me af waarom ik niet ter plaatse een matras koop.’


    Every villain is a hero in his own mind.

    'Nee dank je, ik heb al ontbeten. Had niet zoveel honger.' Ellie wachtte even tot hij iets besteld had en nam een voorzichtige slok van haar koffie. Haar maag was onrustig.
    'Hoe staat het verder eigenlijk in het leven Mosh? We zijn gisteren niet echt aan praten toegekomen.' Ze glimlachte even onschuldig, al was er een klein stemmetje in haar hoofd die zei dat ze fout bezig was.


    You were born with wings. Why prefer to crawl through life?

    ‘Oh best hoor. We hebben de afgelopen twee maanden door Noord-Amerika en Mexico getourd. Het was geweldig, maar wel erg intensief. Ik ben blij nu even vakantie te hebben.’ Hij nam een stuk van de appeltaart, die er in de glazen vitrine groter had uitgezien dan hij werkelijk was. ‘En jij? Wat doe je ook al weer voor werk?’
    Hij dacht iets met kinderen, maar had dat de laatste tijd aan zoveel vrouwen gevraagd dat hij er absoluut niet zeker van was.


    Every villain is a hero in his own mind.