• Hotel Entropy
    Entropy —
    A gradual decline into disorder.

    Iedere dag sterven er gemiddeld 150,000 mensen. Ze worden gegrepen door ouderdom, gaan ten onder aan een lange, slepende ziekte of worden – compleet onverwacht – aan hun geliefden ontnomen ze in pijn en verdriet achterlatend. En dan zijn er die enkelingen; zij die verdwijnen zonder ook maar iemand het opmerkt, alsof ze nooit echt hebben bestaan.

    22 December 2017 — Op schijnbaar onverklaarbare wijze verschijnt een groep mensen binnen Hotel Entropy. Ieder van een andere leeftijd, klasse of zelfs cultuur. Één ding hebben ze echter gemeen; ze zijn stuk voor stuk overleden op 17 december in datzelfde jaar. Nu verschijnen ze weer, levend en wel, met bij sommige enkel littekens als overblijfsel van hun eigen dood. Hun uiterlijk onveranderd, hun innerlijk. . . bij sommigen slechts een schijn van de persoon wie ze ooit waren. Onwetend over hoe zij daar gekomen zijn, of wat deze plaats precies is, weten ze wel één ding: Ze kunnen het hotel niet verlaten. In hun gevangenschap staat ze maar één keuze, los genieten van hun tweede leven met drank, drugs en zoveel meer, of ten onder gaan in hun blijvende verlangen het hotel te verlaten en naar hun geliefden en de vrijheid terug te keren.


    Extra Informatie


    • Er lijkt geen personeel rond te lopen in Hotel Entropy, doch er op ieder moment een heel buffet aan eten beschikbaar is in het restaurant, de bar dagelijks bijgevuld lijkt te worden en enige schade overheen de nacht lijkt te verdwijnen.
    • Verzoeken kunnen eveneens ingewilligd worden. Dit door middel van een briefje achter te laten op het bed. De meest populaire hierin is de vraag naar drugs, maar ook hobbymateriaal kan gevraagd worden.
    • Ieder gast heeft zijn eigen kamer en sleutel. Dat betekent niet dat er geen nachten elders kunnen doorgebracht worden in verloop van hun verhaal.
    • Bij aankomst hebben zij hun kamer ontdekt omdat ze ieder bij naam en geboortedatum in het gastenboek stonden, met daarnaast hun kamernummer. Tevens vonden zij in hun kamer op maat gemaakte kledij.
    • De gasten zijn niet langer wie ze waren voor hun dood. Op het eerste zicht is er weinig veranderd, maar sommige hebben een hele persoonlijkheidstransformatie ondergaan.
    • Alsof het een zieke grap is werken de telefoons wel binnen Hotel Entropy. Wanneer ze iemand bellen – zoals een geliefde – zullen zij hun stem horen, maar wordt heel snel duidelijk dat hun stem niet door die andere te horen is.




    Rollen

    • Finn O'Connor — Overdosis — Dylan Rieder — Entropy — 5
    • Leviathan Johnson — Verhanging — Timur Simakov — Kaur — 5
    • Christiano Rodriguez — Neergeschoten — Zayn Malik — Campeon — 1
    • Wayne Andrews — Verkeersongeval — Sempre — 3
    • Frank Dunhill — Blikseminslag — Jonathan Bellini — Soco — 4
    • Silas Monroe — Aangevallen — Ziegler — 4
    • Alexander Howel — Osteosarcoma — Max Irons — Vaiana — 4
    • Gabriël Carter — Beroofd/Neergestoken — Devin Paisley — Necessity — 5

    • Everest Moreau — Leukemie — Charlotte McKee — Entropy — 5
    • Cassidy Montana — Wurging — Naressa Valdez — Campeon — 4
    • Amelie Rousseau — Vermoord — Nadia Mejia — Gadot — 5
    • Ivory Jackson — Overdosis [ZM] — Kiersey Clemons — Gareth — 3
    • Olivia Guistina — Bevalling — Canagan — 5
    • Romy Fallon — Val 3e Verdieping — Kailey Hsu — Vaiana — 4
    • Imogen Moon — Tropische Ziekte — Lily Macapinlac — Greenlight — 4
    • Lean Keys — Verbranding — Holland Roden — Appelboompje — 5



    “Partying and dancing have never been my thing,
    but drinking I could do with reasonable familiarity and skills. I decided to begin there.”


    Beginsituatie
    22 December ’17 — 18:25
    Enkele uren geleden zijn de verscheidene gasten van Hotel Entropy gearriveerd, om exact 16:01 op deze koude winteravond. Ze herinneren zich niks van hoe zij daar gekomen zijn, het laatste moment in hun geheugen zijnde dat van hun dood of net daarvoor. Sommigen zijn zich meteen bewust dat ze gestorven zijn, anderen nog niet zo overtuigd. Echter hebben ze stuk voor stuk hun naam in het gastenboek gevonden, met daarna hun eigen kamersleutel.
          Nu zijn de gasten het hotel aan het ontdekken, aan het genieten van de nieuwgevonden luxe of op zoek naar antwoorden. Of ze die zullen vinden, is nog maar de vraag.

    *In het restaurant op het gelijkvloers staat een rijkelijk gevuld buffet, de bar is aangevuld en in hun kamers ligt gepaste kledij. Tevens ligt er een notitieboekje met de titel 'Request' waarin ze hun verzoeken kunnen noteren, die niet veel later zullen verschijnen.
    .




    [ bericht aangepast door Orwell op 20 juli 2017 - 4:04 ]


    A girl who wonders.

    MT


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Mt


    I could be your perfect disaster, you could be my ever after.

    MT


    A woman without a man is like a fish without a bicycle

    MT


    Some people in your life come as blessings, others come in your life as lessons.

    MT.


    — the sound of ocean water —

    Everest Moreau

    19 • France • Leukemia • Bar > No one.


    Stap per stap verplaatst ze zich door de hal, als haar voeten het zachte tapijt raken. Haar schoenen had ze achtergelaten in haar kamer, in de ontdekking dat er heel wat zaken klaarlagen —alsof de kamer voor haar bestemd was. Haar kamer. Nog steeds klonk het absurd in haar gedachten. Er is niks vertrouwelijks aan deze hallen, kamers. Zelfs de geur lijkt niet het kleinste beetje bekend. En toch wist ze dat ze hier moest zijn. Als wat, dat wist ze niet.
          Wat ze wel weet, zijn twee dingen. Als eerst is ze zich bewust dat zij – Everest Moreau – overleden is. Althans, daar voelt ze toch enige zekerheid over. Ze herinnert zich haar zwakke lichaam, dat te weinig energie bezat om haar ogen te openen. Ze herinnert zich het loslaten — het moment waarop ze besloot dat het oké was te sterven. Twéé — Ze is hier niet alleen. Integendeel. Er bevindt zich een hele groep personen in dit hotel, doch ze nog geen enkele gesproken heeft.
          Zachtjes trekt ze haar mondhoek weg en verschijnt er een subtiele frons op haar gelaat, als ze haar bril —zonder welke ze nauwelijks een woord zou kunnen lezen – ietsje verder op haar neus duwt. Het oude ding heeft altijd de neiging van haar gezicht af te zakken als ze niet oplet. Zo had ze hem een keer stuk gekregen, en zo weet ze dat ze weldegelijk haar eigen bril draagt. Het stukje tape wat ze gebruikt had om hem zelfstandig te repareren hangt er nog steeds aan. Dat kleine aspect voelt dan tenminste vertrouwd.
          In het besef dat ze geen antwoorden lijkt te vinden en nu zelfs niemand weet te lokaliseren, overvalt haar een vlaag van impulsiviteit; ze roept. “Is er iemand? Hallo?”
          Als ze langs twee grote deuren komt, duwt ze ze met twee handen op en valt een ruimte binnen die ze meteen herkent als de bar. Zonder er veel bij na te denken stapt ze erachter, beseffend dat er geen enkele medewerker te spotten is. De goed gevulde kasten trekken echter meteen haar kasten, waarna ze neer hurkt en de sterkste drank die ze kan vinden uit de kast trekt. Haar eerste keer drinken, kan maar meteen goed zijn, niet?
          Toch fronst ze, als ze de fles bestudeert. Het zal branden wanneer ze drinkt. Althans, dat hoopt ze. Misschien leeft ze dan toch.

    [ bericht aangepast door Orwell op 5 juli 2017 - 4:33 ]


    A girl who wonders.

    Finn O’Connor

    26 • Ireland • Overdose • Main Desk > No one.


          ‘Daniels Huis, u spreekt met Sarah Grace.’
          Het zachte stemmetje slaat in als een donderslag, als hij zijn kleine halfzusje er meteen in herkent. Toch blijft hij stil, als hij de telefoon tegen zijn oor gedrukt houdt en mentaal smeekt dat ze verder zal praten. ‘Hallo?’
          Hij kauwt op de binnenkant van zijn wang als hij zijn mond dwingt te openen, maar er eerst niet anders dan een hees geluid zijn keel weet te verlaten. ‘Ik ben het,’ begint hij dan, ‘Hoor je me?’ De vraag is bewust, en gekweld. Het was immers niet de eerste keer hij belde en ook nu leert hij al snel dat hij niet te horen is voor het kleine meisje aan de andere kant van de lijn. Het moment hij hoort dat ze naar haar moeder roept, legt hij de hoorn met een luide, gefrustreerde klap weer neer.
          ’Godverdomme,’ weet zijn lippen brommend te verlaten als hij zijn hoofd een seconde in zijn handen laat rusten. Geen enkel idee heeft hij, over waar hij zich bevindt. Een hotel, ja. Entropy; een woord wat voor hem geen enkele betekenis kent. Maar hij wilt meer antwoorden. Nee — hij moet meer antwoorden.
          Niet lang na aankomst had hij plaatsgenomen aan het bureau aan de ingang, waar ze ook hun sleutels gevonden hadden. Hij laat zijn vingers langs de pagina van het gastenboek glijden. Wayne, Antionette, Amelie. Zovele namen, waaronder sommige hij al eens subtiel had horen vallen onder de anderen. Namen, maar geen antwoorden.
          Duidelijk gefrustreerd neemt hij het boek in handen en gooit het met alle macht over de balie heen, waarna het een eindje verder op het helderrode tapijt belandt.
          ’Is dit een of andere zieke grap?!’ schreeuwt hij, als hij zich naar boven richt — naar God. Ja. Hij is nooit het gelovige type geweest, maar hij moest naar iemand schreeuwen. Waarom niet de voor hem onbestaande entiteit?

    [ bericht aangepast door Orwell op 5 juli 2017 - 4:47 ]


    A girl who wonders.

    Mt


    The purpose of a writer is to keep civilization from destroying itself.

    Mt


    Ik ben wat drukker dan gewoonlijk dus mijn posts kunnen even duren!

    Leviathan Johnson
    I was angry ——— I didn't mean what I said. I was happy ——— I didn't mean what I said.

    23 • United Kingdom • Suicide — Hanging • @ Bar • Everest

    Leviathan staat met beide handen tegen de spiegel in de badkamer geduwd — geconcentreerd glijden zijn kijkers over zijn gezicht. Als hij niet anders zou weten — zou hij denken dat hij zojuist wakker was geworden in zijn kleine slaapkamer die hij deelde met zijn jongere broertje en op het punt stond om opnieuw te beginnen aan een dag rond zwerven in de stad. Zoals gewoonlijk staan er donkere kringen rondom zijn bruine kijkers en zijn— zijn wangen ingevallen. Echter — hetgeen op het moment anders is dan normaal, is de rode striem die rondom zijn keel staat gebrand alsof die daar altijd heeft gezeten. Leviathan weet waardoor die striem is gekomen en wat dat te betekenen heeft.
          Hij is dood.
          Eindelijk.
          Maar dit is niet de dood die hij zich al die jaren heeft voorgesteld in zijn gedachten — dit is een dood waarin hij precies dezelfde gevoelens heeft als in zijn gewone leven. Woedend laat Leviathan zijn hand naar achteren schieten en opnieuw naar voren komen. Het geluid van brekend en rinkelend glas laat weten dat hij doel heeft getroffen en de spiegel aan diggelen heeft geslagen. Vaag is hij bewust van een aantal piepkleine sneetjes in zijn vingers die slechts drie druppels bloed vertonen. Godverdomme — zelfs na de dood bestond er geestelijke en lichamelijke pijn. Het was oneerlijk. Hij wilde opnieuw dood.

          Leviathan weet met grote passen door de gangen van het hotel te benen. Zojuist had hij in zijn slaapkamer geprobeerd om zijn polsen door te snijden met de scherven van zijn spiegel. Echter — het enige gevolg daarvan was dat er op het moment twee bloedrode strepen op zijn polsen stonden. Na enige periode was het bloeden simpelweg gestopt — maar hij was niet opnieuw dood gegaan.
    Daarna was de euforie gekomen — een euforie die hij nooit ofte nimmer heeft gekend in zijn andere leven. Hij bleef leven. Hij kon zichzelf pijnigen en hij bleef leven. Daarnaast — hij had een slaapkamer voor zichzelf. Niemand die hem commandeerde wat hij moest doen in de naam van God. Leviathan heeft een brede glimlach rondom zijn lippen. Dit was fantastisch.
          Gedurende zijn zoektocht door het verlaten hotel ziet hij plotseling een man in de aankomsthal staan die een groot boek door de ruimte gooit. Licht argwanend gaat hij weer naar achteren, vastberaden om zijn goede bui niet te laten verpesten door een agressief persoon.
    Speurend gaat Leviathan verder, waarbij hij verschillende deuren weet te openen — maar niemand tegen weet te komen, totdat hij een deur opent die bij een bar eindigt. Daar staat een meisje met een fles sterke drank in haar handen en aangezien ze niet zo agressief over komt als de man van zojuist, neemt Leviathan de impulsieve beslissing met haar te gaan praten.
          'Dat spul is verdomd slecht voor je, weet je dat?'


    — the sound of ocean water —

    - Mine.


    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."

    Imogen Ivy Moon

    22 Years | Tropical sickness | Main desk | With Finn


    She was delightfully chaotic; a beautifull mess
    Loving her was like a splendid adventure.

    Imogen haar vingers streken langs de stof van het dekbed, over het bureau, langs de muur, ze raakte alles aan elke hoekje van haar kamer. Het was prachtig en echt, het voelde allemaal zo echt onder haar vingers aan. Zo stevig dat het er wel echt moest zijn, Imogen probeerde elk klein tekstje wat ze kon vinden te lezen keek tien keer naar vingers. Elk ding wat er op zou moeten wijzen dat ze dit aan het dromen was ze checkte het allemaal, maar niks wees er op dat dit een droom was. Geen droom, maar wat dan wel? Was ze opgestaan uit de dood en hier in dit hotel gedropt? Ze kon zich toch nog zo goed herinneren hoe ze langzaam het geluid van de hartslag monitor weg hoorde ebben. Hoe ze haar ouders nog heeft horen smeken voor haar om wakker te blijven en hoe alles langzamer hand zwart werd. Dan kon ze toch niet zomaar opgestaan zijn uit haar dood, Imogen begreep er niks van.
    Uiteindelijk besloot Imogen dat ze de antwoorden voor al haar vragen niet in haar kamer zou vinden, ze had elk hoekje bekeken en er was helemaal niks. Dus besloot ze dat ze dan maar elk hoekje van het hotel moest bekijken, wellicht vond ze daar meer. Imogen verliet haar kamer, deed de deur op slot als of de kamer echt enige waarde aan deze kamer hechte en draaide zich toen om. Ze liet haar ogen door de gang glijden, uitgestorven. Heel even vielen haar ogen op het bordje van de lift, maar toen besloot ze deze te negeren en de trap te nemen. Imogen was nooit een fan geweest van liften.
    Terwijl Imogen langzaam de trap af daalde bleef ze elke hoek van het trappenhuis inspecteren, ze mocht geen enkele hoek missen. Antwoorden konden uit een onverwachte hoek komen, als ze er al vanuit ging dat het hier niet kon zijn dan miste ze al iets. Toen ze net de laatste trede afdaalde en aankwam in de hal hoorde ze plotseling een stem. ’Is dit een of andere zieke grap?!’ klonk de stem, Imogen volgde hem. Hoewel de stem al even wanhopig klonk als Imogen zich voelde hoopte ze toch dat hij haar misschien kon helpen. Misschien konden ze elkaar helpen.
    In de hal zat een jongeman achter een bureau naar de hemel te kijken. 'Persoonlijk dacht ik aan het hiernamaals, maar een grap kan het ook zijn.' zei Imogen terwijl ze hem benaderde, langzaam hees ze zich zelf op het bureau met haar gezicht naar hem toe. Haar blik viel kort op het boek waar ze eerder haar eigen naam en kamer in had kunnen lezen, nu lag het boek in het midden van de ruimte. 'Nog niet veel ontdekt?'

    [ bericht aangepast door Venustic op 5 juli 2017 - 10:30 ]


    I could be your perfect disaster, you could be my ever after.

    Love the posts, omg. Ik ga straks meteen met Ivory! [MT dus]


    Put that in your pipe and smoke it.



    ALEXANDER EZEKIEL HOWEL

    24 | Death by Osteosarcoma | Hallway | With Olivia


    Diep in gedachten verzonken zat Alex op zijn bed, zijn ellebogen steunend op zijn knieën en zijn lippen peinzend tegen zijn samengevlochten handen gedrukt. Het leek nog maar enkele uren geleden dat hij zijn laatste zucht had uitgeblazen en het trieste gejammer hoorde van zijn vriendin naast hem. Sophie. Het meisje die tot zijn laatste seconden liefkozend door zijn haren had gevreven, hem vertellend dat hij niet alleen was. Echter voelde de jongen zich nu nog eenzamer dan ooit, ondanks dat hij zonet tientallen namen in het gastenboek had gelezen. Alex stond stil op en liet zijn blik even door de hotelkamer glijden, het was een mooie ruimte maar niets verwees naar iets persoonlijk van de jongen. Zelf geen foto of een horloge die hij vaak aan had. Het maakte hem ergens misselijk, hij had niets dat hem Alex maakte , enkel een spiegel waar hij nu tegenover stond. In het beeld voor hem zat een ietswat vermoeide jongeman, maar met een iets donkerdere huidkleur dan het lijkbleke dat hij was, toen hij de laatste keer had gechekt. Langzaam ging zijn borstkas op en neer en de bruine poelen had Alexander even op het borstgebied van zijn weerspiegeling gericht. Dit was het moment waarop Alex zijn lichtgrijze hemd ophoog schoof en kwam dan ook tot de conclusie dat er niets mis mee was. Geen litteken, heen bakje die hij die afgelopen twaalf jaar bij had, geen draadjes waar hij medicatie moest in toevoegen niets. Het linnenshirt gleed weer uit zijn trillende vingers. Het was onmogelijk, droomde hij nou echt? Alexander neep zich even in de arm en een lichte pijnscheut vertelde hem dat dit echt was. "Hoe kan dit in hemelsnaam" mompelde hij verward waarna hij enkele stappen achteruit zette, tegen het bed opbotste en er ietswat onhandig in neer plofte. Na een zachte 'oef' richtte hij zijn blik op het plafond boven hem. Waar was hij terecht gekomen? Het enige wat hij wist was de naam van het hotel. Entropy, maar hij wist niet wat dit betekende... Nu kwam het idee in hem op dat hij ondanks het eenzame gevoel, hij hier niet alleen was. Al die namen die hij had gezien, zij moeten hier toch ook te vinden zijn? Alexander kwam weer omhoog en voelde even aan zijn kuit waar hij toch nog zijn litteken voelde en liet zijn blik er op rusten. De tattoo op zijn kuit vertelde hem dat hij nog steeds de man was die niet lang geleden overleden was, maar toch een gelukkig leven heeft geleid. Dit haf hem de moed om het bed uit te komen waarna Alex zijn kamerdeur opentrok en de hal even bekeek. Hij kon niet de enige zijn. Alex slenterde iets aan de trage kant door de ruimte heen, maar dit haf hem de kans om alles eens goed te bestuderen. Zo goed dat hij opmerkte dat er één deur op een kiertje stond. Kort hield Alexander zijn adem in waarna hij toch voet zette naar de deur en hier drie keer zacht op klopte voordat hij de deur zacht openduwde. Een dame, versierd met tatoeages stond er, waardoor de jongen ook wel door had dat dit haar kamer hoorde te zijn. Een zacht verbijsterd lachje verliet dan ook zijn lippen waarna hij kort zijn hoofd schudde. Dit kon toch niet... " Weet jij waar we zijn? Ik hoor in een ziekenhuis te liggen..." vroeg de jongen met zijn Britse accent haar iets verward en ongelovig, zijn stem was iets hees want dit was ook het eerste wat hij echt luidop had gezegd sinds hij zichzelf had voelen doodgaan. "Ik hoor dood te zijn...niet in een hotel." vervolgde hij iets gefrustreerd waarna hij haar weer even aankeek. Wat als iedereen hier hoorde dood te zijn?


    [ bericht aangepast door Witcher op 5 juli 2017 - 12:35 ]


    Ik ben wat drukker dan gewoonlijk dus mijn posts kunnen even duren!

    IVORY JACKSON
    "Hush, little darling, nobody will believe you anyway." So I kept my mouth shut.


    20 • United States • Suicide: overdose • at the bar • with Leviathan and Everest

    Ik ben weer terug. Ik snap het niet, ik dacht dat het gelukt was... Ik dacht dat ik eindelijk klaar was met leven, dat ik alles achter me kon laten en dat ik verder nooit meer om hoefde te kijken. Het ging zo goed. Ik voelde het leven uit mijn lichaam wegvloeien en toen ik mijn ogen sloot, was het klaar. Maar...
          Ik kijk rond, ik sta in een lege, koude kamer. Het lijkt niet op mijn eigen kamer. Dat is maar beter ook, want aan de kamer in Washington wil ik niet meer denken, daar wil ik niet meer zijn. Ik wil daar nooit meer aan herinnerd worden. Helaas lijkt dat nu al een hopeloze zaak, want mijn hersenen draaien overuren en ik kijk rond. Als Michael hier zou staan, zou ik me per direct het raam uit werpen. Ik wil nooit meer iets met die klootzak te maken hebben.
          Als ik helemaal gek word van mijn eigen gedachten, gaat mijn hand naar mijn buik. Ik weet nog hoe ik me voelde. Ik was zwanger van zijn kind. Het maakt me weer misselijk. Een kind dragen van mijn stiefvader is zo enorm fout. Dat duwde me over de drempel heen. Het is weg... Ik besluit dan de kamer snel te verlaten. Ik weet dat ik niet alleen ben. Ik heb al stemmen gehoord en het jaagt me angst aan. Wat doe ik hier? Ik was dood, ben dood! Ik kom als eerst bij de keuken aan en mijn oog valt daar op twee onbekenden. Ik moet toegeven dat er wel opluchting door me heen trekt als ik zie dat het niet Michael is, maar het zijn niet mijn ouders of broers... wie kunnen het dan zijn?
          Even blijf ik stilstaan en ik bijt op mijn onderlip als ik ze in me opneem. Zouden zij ook... ik durf het niet eens te vragen. Ik vraag me wel af of ze hier pillen hebben. Ik word gek van mijn eigen gedachten en fuck, ik heb niet voor niets mijn eigen leven genomen, toch? Ik haal mijn hand door mijn ravenzwarte haren en ik bijt op mijn onderlip. Ik voel me haast misselijk worden. Ik wil niet meer terug op aarde zijn.
          Ik begroet de twee met een zachte 'hoi' en ik slik kort. Damn it.


    Put that in your pipe and smoke it.