• All the good girls
    go to Hell



    Setting     




    All the good girls go to hell
    'Cause even God herself, has enemies
    And once the water starts to rise
    And heaven's out of sight
    She'll want the devil on her team


                Ieder voor zich hebben ze een keurig leven geleefd, kort als het mocht zijn.
                Zes meiden komen op exact hetzelfde moment om het leven en zouden hun
                ogen moeten openen aan de Hemelpoorten. Echter zijn het de duistere krochten
                van de Hell welke hun verwelkomen. Zonder enige keuze te hebben behoren ze
                tot een offer aan de duivel en diens zonen, want Bad Girls gaan na decennia ook
                maar vervelen en God houdt de Rulers van de onderwereld liever te vriend. Al snel
                wordt duidelijk dat ze maar beter hun best doen er bij te horen, want wanneer ze
                gaan vervelen moeten ze het Paleis verruilen voor de eeuwige brandende vlakten.
                      Tijd om er achter te komen hoe lang een Good Girl, Good kan blijven.




    Paleis     



    De Hell bestaat een oneindige brandende vlakte, waarin miljoenen zielen ronddolen zonder elkaar te zien. Iedere ziel beleeft zijn of haar ergste nachtmerries aan een stuk door en dit tot het einde der tijden. Het lijkt er altijd nacht, zonder sterren of maan. In het paleis noemen ze deze vlakten 'The Pit'. Het Paleis zelf torent hier hoog bovenuit en is gevestigd op een enorme rotsformatie. Het is opgebouwd uit zwart steen en heeft een lugubere uitstraling. Het heeft iets weg van een oude kathedraal, met oneindig veel trappen, gangen en ruimten. Er zijn overal balkons met openstaande deuren, waarvan de dunne rode gordijnen constant bewegen op het warme briesje wat er altijd staat. Er is een enorme bibliotheek, een groot binnenzwembad en een balzaal waar eeuwig gefeest wordt door nietsvermoedende zielen. Die zielen hebben nauwelijks door waar ze zijn en dansen tot hun voeten bloeden mochten ze niet gestopt worden door een van de heren. Het Paleis is gevuld met snuisterijen en dure schatten waar nauwelijks waarde aan wordt gehecht. De meiden hebben ieder een identieke eigen slaapkamer op de derde verdieping. De heren mogen het zelf bepalen, zolang het enigszins kloppend is tegenover elkaar. Er zijn in totaal vier verdiepingen en meerdere torens met verbindingen. Aangezien het altijd nacht is, wordt het hele Paleis verlicht door haarden, kroonluchters en kaarsen in nissen. De vuren lijken oneindig te branden. Buiten op de balkons heb je uiteraard enigszins 'verlichting' van de gloed van de brandende vlakten. Ook hoor je hier het eeuwige gekwelde gekerm van de veroordeelde zielen.



    Rollen



                            The Girls
                •      Cunning
                •      Daemati
                •      HICCUP
                •      Limnaden
                •      Sombre
                •      Lovelyreads
                            King
                •      TOOL
                            The Princes
                •      Hanscom
                •      Teeth
                •      Dacre
                            The Higher Ups
                •      Hargreeves
                •      Cunning

    •      Eve Beatrice Summers
    •      Josephine Whitaker
    •      Cassandra Palmer
    •      Thahira Dawn Pax
    •      Chloe Mary Felix
    •      Zehra Youssef

    •      Levi Dow Jude

    •      Valac
    •     
    •      Asmodeus

    •      Grimm
    •      Djinn


    •      1.3
    •      1.3
    •      1.2
    •      1.4
    •      1.2
    •      1.4

    •      1.2

    •      1.3
    •     
    •      1.4

    •      1.2
    •      1.4




    Regels     




    Respect voor elkaar en elkaars rollen. Zorg dat niet alleen je eigen rol                  
    tot recht komt maar probeer ook in het oog te houden hoe anderen hun
    rol neer willen zetten. Iedere post bevat minimaal 300 woorden en
    maximaal 600. Geen perfecte rollen en 16+ is zeker toegestaan. Verder
    zijn de regels van Q uiteraard in werking en hoop ik op een actief speeltopic
    met enthousiaste mensen. Alleen ik mag nieuwe topics aan maken. Vermeld
    bij iedere post met wie je bent en waar in het Paleis.



    Rollentopic      •      Praattopic




    [ bericht aangepast door Preservation op 30 sep 2019 - 11:01 ]


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving


    Opening
    Scenario


    De mannen zijn vrij in waar en waarmee ze de rpg beginnen. Het is de bedoeling dat ze zo veel mogelijk binnen het paleis zijn en ze kunnen de dames niet mee nemen naar een andere plek. De dames mogen in hun eerste hoofdstuk de max van 600 woorden overschrijden als dat nodig is voor het volgende; beschrijf kort je dood, het voelt vervolgens als een verlichting en ze openen vervolgens hun ogen aan de hemelpoorten. Dit is echter een gemeen trucje om de val heftiger te maken. Bij de eerste stap richting de poort vallen ze door de 'wolken' en beginnen hun val naar de Hel. Tijdens die val doorlopen ze hun angsten in een doorlopende loep, om zo een voorproefje te krijgen van wat ze te wachten staat als ze in The Pit terecht komen. Ze openen vervolgens de ogen in hun eigen kamer en vanaf daar ben je verder vrij.       Have Fun.


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving

    MT.


    MT


    A woman without a man is like a fish without a bicycle

    Mine.


    The way that I was, was rare


    E V E      B E A T R I C E      S U M M E R S

    Alone      •      Bedroom

          De tekenen waren er hoogstwaarschijnlijk al vanaf het moment dat ik de pier betrad, maar pas nu lijken ze in mijn hoofd te transformeren tot de waarschuwingen die het waren. Waarschuwingen van de natuur op het naderende onheil in de vorm van een golf welke ik niet ga kunnen ontlopen. Nog voor ik dat poog is de impact er al. Het water is als een muur van beton, koud en hard, en overweldigt me met zo veel gemak dat ik nooit een kans heb gemaakt. In een uiterst nutteloze poging mezelf te behoeden heb ik mijn ogen gesloten. Wanneer ik deze weer open is er niets dan het vertekenende beeld wat water met zich mee brengt. Onder, boven, er is geen onderscheid meer en toch begin ik onbeholpen te spartelen. De motoriek van zwemmen is me nooit geleerd en op latere leeftijd heb ik het nooit aangedurfd het op te pakken. Het is niet alsof het uitmaakt, want ik heb geen idee of ik me überhaupt de goede kant op beweeg.
          Mijn longen beginnen ondertussen zo erg te branden dat het met de seconde aanlokkelijker wordt mijn mond te openen. Zwarte punten beginnen mijn zichtveld te besluipen en ik raak in paniek. Zo veel paniek. Het klauwt zich een weg door mijn lichaam en schakelt logica uit hoe verder het vordert. Mijn borst voelt alsof hij gaat knappen en de druk in mijn hoofd loopt zo hoog op dat ik opgeef. Het openen van mijn mond is als een reflex en dit is het laatste wat ik doe voor het zwart wordt.
          Het lijkt echter alsof ik slechts met mijn ogen knipper en helder licht verblind me bij het heropenen. De druk op mijn borst is slechts een herinnering met een bittere smaak en de verlichting is zo groot dat ik een flinke teug adem tot me neem voor ik mijn omgeving in me op neem. Die adem wordt me direct weer ontnomen wanneer hetgeen ik zie echt doordringt. Poorten. Hemelpoorten. Dood. Ik ben dood en voor een moment voelt het opnieuw of ik verdrink, het besef minstens zo koud en kil als het water. Een hele droge; op zijn minst is het de hemel, galmt ergens achter door mijn hoofd.
          Mijn eerste stap is eigenlijk niet eens een stap. Het is een schuifeltje welke uitmondt in een soort van struikel momentje en daar waar ik verwacht mijn voet weer terug op solide grond te plaatsen, zak ik weg. Zonder enige kans te krijgen enigszins bij te komen van alle vorige schokken, tuimel ik letterlijk en figuurlijk mijn volgende in. De wereld kantelt en het gevoel van een heftige achtbaan blijft misselijkmakend aanhouden. Mijn beeld wordt eerst zwart en vervolgens bevliegt angst en paniek me in misselijkmakende golven.
          Voor mijn geestesoog ontvouwen zich beelden. Beelden waarin ik mezelf zie zwemmen, midden op zee. Geen land in zicht, geen schepen te zien. Ik ben niets dat een mier tegenover de grootte van de oceaan, maar onder mij, vanuit de diepten, wordt een enorme schaduw zichtbaar. Steeds groter, duidelijker en dus steeds dichter bij mijn weerloze vorm. Op het moment dat ik mijn mond open en begin te krijsen, vervormt het beeld en sta ik in een duistere ruimte. Het heeft iets weg van een kelder, maar het peertje geeft te weinig licht om iets met zekerheid te kunnen zeggen. Er klinkt gegiechel en er verplaatst zich iets in de schaduwen. Hoewel de angst bijna verdovend is ondertussen, doe ik toch een poging te ontdekken wie of wat zich daar schuilhoudt. Op het punt waarop ik me focus, stapt een clown mijn zichtveld in, zijn grijns onmogelijk breed en vol onmenselijk scherpe tanden. Ik deins gillend terug op hetzelfde moment dat de clown zijn Jack-in-the-box naar me uitstrekt en deze zich onder zijn kakelende gelach opent. Honderden spinnen worden in mijn richting gelanceerd en hysterie is ondertussen het enige wat ik nog ken. Dan is er ineens een klap, waarbij de lucht uit mijn longen wordt geslagen. De beelden verdwijnen net zo snel als ze waren gekomen, evenals het tuimelende gevoel en de misselijkheid. Wederom open ik mijn ogen, zwaar ademend en met tranen over mijn wangen. Ik schiet overeind in bed, in een kamer welke ik nog nooit heb gezien.


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving

    Kaspbrak schreef:
    MT.


    It's called a hustle, sweetheart.

    Zehra Youssef

    Trying to catch myself before I fall
    Too little too late
    Can you save me



    • Universiteitsbibliotheek • alleen •




    Met haar handen in haar halflange zwarte haren probeerde Zehra zich te concentreren op haar studieboek Bedrijfsrecht. De woorden wilden echter niet tot haar doordringen. Ze had al een lange dag vol hoorcolleges gehad en het was inmiddels al vier uur in de middag. Misschien niet het beste moment om in de universiteitsbibliotheek nog drie hoofdstukken in haar kop te willen stampen voor het tentamen volgende week.
    Daarbij maakte die leuke jongen schuin tegenover haar het er ook niet bepaald makkelijker op voor Zehra. Het afgelopen uur had hij al een aantal keer haar blik gevangen en haar een aantal glimlachjes en zelfs een knipoog toegezonden. Zehra had elke keer weer met lichtrode blossen op haar wangen snel weggekeken, niet goed wetend wat te doen. Iets wat die jongen met zijn felgroene ogen enkel en alleen maar leek aan te moedigen. Ook nu weer voelde ze dat hij haar kant opkeek.
    Net op het moment dat ze genoeg moed verzameld had om dit keer niet weg te kijken en misschien zelfs een klein glimlachje te tonen, werd ze opgeschrikt door ijzingwekkend gegil gevolgd door harde knallen en nog meer gegil wat van de gangen leek te komen. Zehra keek verschrikt om zich heen en zag dat de andere aanwezigen in de ruimte ook verstijfd aan het luisteren waren. Iedereen dacht hetzelfde, maar niemand durfde het uit te spreken. Dit gebeurde zo vaak op scholen en universiteiten. Bijna wekelijks las je er over in de krant. Ze wisten allemaal dat het naïef zou zijn om te denken dat het hen niet zou kunnen overkomen, maar zou het nu dan toch echt zo zijn?
    Allen wachtten ze in spanning af of er meer zou komen, maar het bleef enkele minuten stil. Langzaamaan brak voorzichtige opluchting door op de gezichten en klonk er hier en daar wat nerveus gegiechel. Dit verstomde al snel toen er opnieuw knallen te horen waren en nog meer gegil door de gangen echode. Iedereen besefte dat het nu menens was. Paniek verspreidde zich door de ruimte en studenten begonnen angstig door elkaar heen te bewegen, niet goed wetend of ze het op een lopen moesten zetten of zich beter hier konden verschuilen. Ook Zehra keek ontredderd om zich heen en
    twijfelde wat te doen. Veel tijd had ze niet, want het oorverdovende geluid van knallen en schreeuwen leek steeds dichterbij te komen. Haar hart bonsde in haar keel en ze dwong zichzelf rustig na te blijven denken, maar de paniek in haarzelf en de chaos om haar heen deden haar verstijven.
    Ineens voelde ze hoe ze aan haar hand mee werd getrokken. Ze keek opzij en keek recht in de groene ogen van de jongen die schuin tegenover haar had gezeten. Er was niets flirterigs meer in zijn ogen te ontdekken, enkel angst, terwijl hij haar door de chaos heen naar achterin de ruimte leidde. Ze verstopten zich in een hoekje tussen twee boekenkasten in en schoven een kar met boeken voor zich net voordat de zware bibliotheekdeuren geopend werden en er een gespannen stilte neerdaalde. Zehra's hele lijf trilde terwijl ze luisterde naar het onheilspellende geluid van traag naderende voetstappen. Ze moest op haar kiezen bijten om het niet uit te gillen toen er ineens opnieuw een hard schot gelost werd. Er klonk gejammer en opnieuw een schot. En nog één. Vervolgens weer die trage voetstappen. Dit keer leken ze hun kant op te komen. Zehra kneep haar ogen stijf dicht en kroop tegen de jongen aan die ze eerder deze middag nog niet eens aan had durven kijken. In gedachten bad ze keer op keer dat de schutter hen voorbij zou lopen, maar de voetstappen stopten precies voor hen. De kar met boeken werd met een ruk opzijgeschoven.
    Dit is het dan, dacht ze nog, voordat vier kogels haar lijf doorboorden.

    Even was er niets anders dan duisternis. Complete duisternis, maar langzaamaan verscheen er in de verte een lichtpuntje dat steeds groter en groter leek te worden en beetje bij beetje de duisternis opslokte tot Zehra verblind werd door al het licht om haar heen. Het duurde even voor haar ogen zich hadden aangepast en ze een metershoge poort kon ontwaren. Een hemelpoort? flitste het door Zehra's hoofd, maar die gedachte klonk zo bizar dat ze deze gauw weer wegwuifde. Nieuwsgierig deed ze een voorzichtig stapje richting de poort, maar op het moment dat ze haar voet wilde neerzetten verdween de grond onder haar. Zehra graaide om zich heen, maar voelde niets anders dan lucht die weer donkerder en donkerder leek te worden en hier en daar opgelicht werd door een felle bliksemschicht. Ze gilde het uit terwijl ze een lange val maakte die haar misselijk en duizelig maakte. Het geluid van het oorverdovende onweer om haar heen beangstigde haar, maar nog meer het paniekerige gefluister en gekerm tussendoor dat overal vandaan leek te komen en steeds harder in haar hoofd echode. Ze wilde haar handen voor haar oren slaan, maar schrok toen ze zag dat deze rood zagen van het bloed. Zehra keek omlaag en zag dat haar spijkerbroek en blouse doorweekt waren op de plekken waar de schutter haar geraakt had. Bloed bleef maar stromen en stromen, evenals de tranen over Zehra's wangen. Net wanneer ze begon te denken dat er geen einde aan zou komen, kwam ze plots neer en net zo plotsklaps verdwenen ook het onweer, de stemmen en het bloed. Ze keek om zich heen en zag dat ze in een bed in een donkere kamer terecht was gekomen. Had ze het zich allemaal verbeeld? Was het allemaal een nachtmerrie geweest? Ze keek nog eens om zich heen en kwam tot de conclusie dat dit echter niet haar kamer was...

    [ bericht aangepast door lovelyreads op 9 sep 2019 - 23:21 ]


    “Libraries were full of ideas—perhaps the most dangerous and powerful of all weapons.” - Throne of Glass

    Mt


    I find myself pretty funny, so if i say something witty you can be sure i'm crying of laugter... Yeaaaah that me -Saa

    MT (:


    I'm a peaky blinder for god's sake.

    Josephine Whitaker
    Alleen ☆ Slaapkamer






          De ruitenwissers zijn in constant gevecht met de regendruppels die uiteen spatten op het raam, het zicht beperkend voor de roodharige bestuurster, die haar best doet de wilde verhalen te volgen die vanaf de achterbank worden gedeeld zonder haar ogen van het donkere wegdek los te scheuren.
          ‘Hailey heeft zo zo zo zwaar met Jordan gezoend’, gevolgd door een snuivende lach en een ontkennende, ‘Echt niet! Ik ben he—le—maal klaar met dat Duivels gebroed!’
    Emily, die een geheel stuk stiller op de bijrijdersstoel zit, veegt driftig door haar spotify—lijst. Zij heeft immers de aux kabel, de verantwoordelijke voor de muziek die op dit moment door de toyota van Josephine schalt. Ze is opvallend stil voor iemand die Hemel en aarde heeft bewogen om dit feestje mogelijk te maken.
          ‘Hey, is alles wel oké?’
    De blondharige dame wisselt een zijdelingse blik met Josie, die op haar beurt haar best doet om de donkere ogen van haar beste vriendin te doorgronden. Ze heeft zich meermaals verontschuldigd voor het niet meegaan naar dit feestje, maar ze kan zich niet voorstellen dat het de reden is voor haar afwezige gedrag. De wereld moet wel op zijn kop staan als Em stil is en Josie degene die de antwoorden uit haar moet trekken.
          ‘Herinneren jullie deze nog?’
    Binnen enkele seconden veranderd één of ander popliedje in een nummer dat Josephine doet denken aan freshman orientation—dag en het feestje waarop ze Emily, June en Hailey leerde kennen. Die laatste twee zingen luidkeels mee, een glimlach op Josie's gezicht toverend door hun ongeremde vrolijkheid.
          Ze zingen nog steeds wanneer de koplampen Josephine's gezicht doen oplichten als een spotlicht — de glimlach een herinnering op haar lippen, als haar handen het stuur een ruk naar links geven ; de enige gedachte die in haar opkomt nee, niet zo.
          De toyota tolt naar beneden, de berm in, kreunend en rollend en te snel om te bevatten. Jo ziet zichzelf, haar lichaam tegen haar deur geklemd, het raam dat volledig is versplinterd, de scherven ervan als parels in haar rode haar, een glimp van Emily's hand vlak naast de hare ; de alles omvattende duisternis voor ze haar ogen volledig kan openen.

          De regen is gestopt als ze de kracht heeft hervonden te knipperen, langzaam, starend naar haar handen die zich niet meer lijken te herinneren hoe stevig ze het stuur zojuist vasthielden. Haar ogen kruipen omhoog, naar de heldere lijnen van een poort, blakend in het witte licht dat haar omringt.
          De hemel.
    Josephine blijft staan, een blik over haar schouder werpend, het serene gevoel dat haar overspoelt in sterk contrast met de bijtende angst dat Emily en de rest achter haar zullen staan ; maar ze is alleen. Die realisatie zorgt er uiteindelijk voor dat ze haar ogen sluit en een stap naar voren zet — naar binnen.
          De vrije val omlaag besteelt haar de adem om te schreeuwen, haar armen uitgestoken in het niets, de angst opnieuw naar haar keel klauwend.

          Haar handen zijn over haar oren gevouwen, het geluid van gegil uitbannend, haar gegil. Met haar ogen zo strak dichtgeknepen dat ze haar hart in haar oren kan voelen bonzen — tracht ze zich een tevergeefse weg te trappen uit de donkere bezemkast waarin ze zich bevind. Het ruikt nog precies naar de schoonmaakkast waarin Tamara haar zoveel jaar geleden opsloot ; het ijzige gelach van haar oudere zus wegstervend in het geluid van haar eigen schreeuw.
          Wanneer Josephine haar keel voelt dichtslibben en de plotselinge stilte haar overvalt — wordt ze geconfronteerd door een enorme tray reageerbuisjes. De paniek heeft nog geen seconde losgelaten om opnieuw toe te slaan ; ditmaal in de vorm van handen waarvan de ze gezichten niet kan zien, naalden oppakkend om deze in haar armen te drukken, de geluiden van doktersjassen wanneer ze naar haar toe bewegen reden genoeg om blindelings de andere kant op te rennen. Nee, niet zo.
          Rechtstreeks een doolhof in.
    De mais wiegt zachtjes heen en weer op een niet—bestaande bries, meters en meters hoger dan Josephine ze ooit heeft gezien, uitstrekkend in kronkelende paden die alleen maar eindelozer lijken te worden hoe langer ze naar ze staart. Haar verwoede pogingen kinderen bij te benen de giechelend voorbij rennen is vruchteloos ; ze verdwijnen zodra ze hen bereikt, aangewezen op zichzelf — moederziel alleen.
          Josephine heeft voor haar gevoel uren gerend, soms met gesloten ogen, tot haar hoofd uiteen lijkt te knappen en ze in één klap rechtovereind schiet.

          Haar val uit het bed lijkt haar amper tegen te houden, de samentrekking van haar maag reden genoeg om naar de dichtsbijzijnde hoek van de de kamer te kruipen en toe te geven aan het gal dat omhoog golft, rillend tot er niets meer komt.
          Op haar knieën, haar rode haar als een schild om haar gezicht, met haar handen op een gepolijste ondervloer, knijpt ze haar ogen nogmaals dicht.
          Nee, niet zo.


    The way that I was, was rare

    Thahira Dawn Pax

    Alone      ○      ●      ○      Bedroom





          ‘RAA-HAY!’ roep ik nogmaals voorafgaande aan de dichtslaande voordeur. Ik draai me om en glij met mijn rug terneergeslagen tegen de deur naar beneden, de zijkanten van mijn handen rood van het beuken tegen het hout. Opsluiting in de badkamer; dat is nieuw. Pap en mam zijn aan het werk, Dallen is bij zijn vriendin en Ray is nu weet ik het waarheen. Ik hijs mezelf omhoog en zie door het minuscule raampje nog net hoe Ray in zijn auto stapt en weg rijd. Lekker dan, hier zit ik nog wel even.
          Thank God voor mam haar relax-bad dagen, met haar tijdschriften stapel kan ik hier nog wel vier dagen zitten. De klok geeft 15.39 aan, wat betekend dat ik hier al een half uur zit. Pap en mam zouden thuis eten, dus nog even volhouden. Ik schrik op uit mijn tijdberekeningen wanneer er een knal klinkt en zet mijn oor tegen de deur. Verder blijft het echter stil en ik slenter naar het bad en laat mezelf er in zakken. Linda nummero drie wordt open geslagen maar al snel worden mijn ogen zwaar en val ik in een rusteloze slaap.
          Ik word wakker door het gebrek aan zuurstof, in een dichte rook. Mijn ogen prikken en mijn adem stokt in mijn keel. Bij het te snel opstaan glij ik terug het bad in, stoot mijn hoofd en zie sterretjes. Nadenken Hira, gebruik je hoofd. Handdoeken, ik moet handdoeken hebben! Ik kruip voorzichtig op de tast uit het bad, druk mezelf tegen de grond en hiermee uit de rook. De handdoeken trek ik uit de kast en gooi ze in het bad, duw de kraan open en het koude water doordrenkt ze. Ik sla één doorweekte handdoek om me heen en schuif de rest voor me uit over de vloer. Hier prop ik ze voor de opening onder de deur, maar merk het al bijna direct; ik ben te laat, voel de warmte, zie de rook die zwarter wordt. De vlammen likken aan de deur, een oranje gloed vult de badkamer. Angstig schuifel ik naar achter tot ik niet verder kan. De warmte, de hitte, het is overweldigend. Ik schreeuw een onhoorbare smeekbede.
          Mijn handen liggen op een zachte bodem, de warmte is weg. Mijn ogen prikken niet meer en ik kan weer voor me kijken. De frisse teug adem maakt het plaatje compleet. Maar waar ben ik? Het voelt alsof ik zwevend omhoog kom, mijn voeten verdwijnen in een soort licht roze suikerspin. Mijn blik reikt nu verder dan waar ik zelf sta en ik zie een grote poort. Wacht; de suikerspin, het zijn wolken. Verbijsterd zet ik een stap richting de poort en dan zak ik weg.
          Plots lig ik in een stoel, verblind door een fel licht. Ik hoor mensen, tientallen stemmen. Ze komen dichterbij en ik raak er van bewust dat ik niet kan bewegen. Ze hebben naalden, zo veel naalden. ‘Neeee, laat me met rust!’ Ze stoppen. Of toch niet? Er klinkt nog geschuifel. Vanuit mijn rechter ooghoek zie ik nog iemand dichterbij komen.
          ‘Dallen?’ vraag ik. Is hij dat echt? ‘Dallen, haal me hier weg, ik weet niet wat er gebeurd.’
          ‘Such A disappointment, little sister,’ zijn stem... zo praat hij nooit tegen me. Dallen is trots op wie ik ben en wie ik aan het worden ben. ‘Vader en Moeder zullen nooit trots zijn op jou. Wat breng jij nou voor extra’s, jij kleine nakomeling. Een ongelukje, dat is alles wat je bent.’ De naald in zijn hand glimt als hij zijn laatste stap naar mij toe zet. Ik gil de longen uit mijn lijf als de naald met een immense snelheid op me afkomt en dan val ik. Ik blijf maar vallen en vallen, alles raast aan me voorbij. De grond nadert, sneller en sneller. Met een smak bereik ik deze, de tranen stromen over mijn gezicht. Ik leef. Ik leef nog! Ik schiet overeind in een groot bed, mijn naakte huid streelt het zachte beddengoed.
          Where the hell am I?
    ○      ●      ○


    Salty eyelashes and the endless Ocean

    𝒞𝒽𝓁𝑜𝑒́ ℳ𝒶𝓇𝓎 ℱ𝑒𝓁𝒾𝓍





    Chloé • 19 • park › gates of 'heaven' • Josephine


    Ondanks dat het keihard aan het onweren was, ging ik Body uitlaten. Zelf vond ik onweer helemaal niet erg, heel ontspannend eigenlijk. Mama was het er niet helemaal mee eens, ze had liever dat papa hem uit ging laten, maar ik vond dat ze zich aanstelde. Met een warme jas liep ik dan ook de deur uit, samen met Body. Body was een Duitse herder, hij was best groot en echt ontzettend fluffy. Je kon heerlijk knuffelen met hem. Het liefst ging ik met body voor de openhaard zitten en samen knuffelen, het allerliefst nog met een kop koffie er bij. Zodra ik met Body aan kwam in het park, wat zo'n drie minuten lopen was, liet ik hem los. Zo kon hij lekker even rennen en in alle rust zijn ding doen. Zelf ging ik even op het bankje zitten naast een prachtige eik. De donder leek steeds harder te gaan, maar het stoorde me totaal niet. Ook de bliksem die ik zag was echt prachtig. Met een soepele beweging haalde ik mijn mobiel uit mijn zak zodat ik de bliksem kon fotograferen. Er klonk een ontzettend harde knal, waardoor zelfs het bankje waarop ik zat een beetje dreunde. Nu werd het wel heel erg hard, de donder was waarschijnlijk precies boven me. Er verscheen een grote flits en op nog geen twee meter afstand zag ik de bliksem de grote boom inslaan. Het was een harde knal en er vlogen takken alle kanten op, waarvan één grote tak mijn kant op. Ik voelde een harde klap tegen de zijkant van mijn hoofd, waarna vervolgens mijn zicht wegviel. Ik voelde mezelf neer gaan op het bankje en ook kon ik Body horen blaffen. Alles was zwart en mijn hoofd bonkte keihard.
          Wanneer ik mijn ogen weer open probeerde te doen scheen er ontzettend fel licht in mijn ogen, waardoor ik ze meteen weer dicht kneep. Voorzichtig probeerde ik overeind te komen, met mijn hand voor mijn ogen. Zodra ik mijn ogen weer open had kon ik de omgeving wat beter bekijken. Het leek wel een gigantische bronzen of gouden poort, ik kon de kleur niet helemaal plaatsen. Mijn hand ging even naar mijn hoofd, naar de plek waar ik geraakt was door een tak. Het bonkte ontzettend en voelde alles behalve goed. Voorzichtig stond ik op en bekeek ik de poort en de omgeving wat beter.
          'Is dit een grap...' kwam er zacht over mijn lippen zodra het besef kwam dat ik niet meer op aarde was. Ik had hier vaak over gelezen in de bijbel, maar natuurlijk wist niemand of het nou echt was. Met grote ogen bekeek ik de poort, waar ik een hand naar uitstak. Zodra ik een stap vooruit wilde zetten om de poort open te duwen, voelde ik mijn voet wegzakken. Ik probeerde mijn evenwicht te vinden, maar ik viel desondanks om. Ik kneep mijn ogen dicht bij het raken van de witte dons, bang dat het pijn zou doen, maar ik voelde niks behalve dat het koud was.
          Weer opende ik voorzichtig mijn ogen en stonden ze direct wijd open. Ik zag in mijn ooghoek op mijn hand een gigantische spin. In paniek sloeg ik hem van me af, alleen om te ontdekken dat ook op de andere arm meerdere insecten zaten. Ik schreeuwde het uit en probeerde alle beestjes van me af te krijgen. Het voelde zo smerig, ik voelde me smerig. Uit paniek begon ik te huilen en kwam ik bijna niet meer op adem.
          'Stop met huilen.' Hoorde ik een duistere stem dwingend zeggen. Het huilen stopte dan ook meteen en met verwarde ogen keek ik naar waar de stem vandaan kwam. Achter me stond een grote man, een man met hoorns en een duivelse glimlach. Nerveus slikte ik de prop in mijn keel weg. De man kwam mijn kant opgelopen en greep me bij mijn keel, waarna hij me op de grond gooide. Weer kreeg ik een harde klap op mijn hoofd, deze keer de achterkant. Door de pijn sloot ik mijn ogen weer. Na enkele seconden deed ik mijn ogen weer open, maar de omgeving was veranderd. Ik lag in een kamer op de grond. Verward keek ik weer om me heen, het leek op een slaapkamer.
          'Oh wat gebeurd er toch...' mompelde ik in mezelf. Voorzichtig stond ik op en meteen werd het zwart voor mijn ogen, ik was ontzettend duizelig. Geen idee hoeveel klappen ik nu al tegen mijn hoofd had gehad, maar het was niet goed. Tuimelend liep ik naar een deur, die ik voorzichtig opende. Mijn hoofd ging naar buiten en keek even heen en weer. Het was een grote gang. Stapje voor stapje ging ik door de gang, tot ik achter een andere deur een harde klap hoorde. Vervolgens hoorde ik een geluid dat leek om iemand die aan het overgeven was. Aarzelend liep ik richting de deur, waarna ik de deurknop in mijn handen nam en de deur opende. In de hoek van de kamer zag ik een persoon zitten. Mijn gok ging uit naar een dame, aangezien ze een gigantische bos rode haren had.
          'Hallo...? weet jij misschien wat dit is?' vroeg ik dan ook zacht aan haar.

    [ bericht aangepast door Sombre op 10 sep 2019 - 16:26 ]


    I'm a peaky blinder for god's sake.

    VALAC

    • • •

    Chloé & Josephine Josephine's room
          Valac staat met gespreide armen en benen op het balkon — een perfect overzicht hebbende op The Pit, waar ontelbare zielen doelloos ronddwalen. Valac's borst en voeten zijn geheel ontbloot, een zwarte pantalon laag op zijn heupen. Genietend kijkt hij over zijn persoonlijke koninkrijk — oftewel, bijna, als Lucifer momenteel niet regelrecht in de weg zou staan — maar in gedachten is hij ergens anders, wachtend op het moment dat alles grandioos zou gaan veranderen.
          Daar.
          Valac gaat ietwat rechter staan, zijn handen krullen zich om de reling. Vanaf een afstand ziet hij ze vallen — zes engelen onderweg naar hel. Valac stoot een giechel uit, de neiging om een vreugdedans te maken nauwelijks te onderdrukken. Valac buigt ietwat naar voren, zijn donkere kijkers over de vlakte glijdend. Daar: een roodharige jongedame, haar blanke huid vrijwel lichtgevend. Ze is prachtig. Valac laat zijn vochtige tong langzaam over zijn lippen glijden. Snel glijdt zijn blik naar twee blondines, beiden luid schreeuwend van angst. Als hij een exotische jongedame ziet rennen, schiet Valac luid lachend omhoog — zijn controle momenteel volledig verdwenen, windvlagen om hen heen razend.
          Uiteindelijk is het moment daar dat de jongedames de poorten weten te bereiken en betreden. Valac voelt zich als een klein kind. Binnen enkele seconden vliegen windvlagen hem omhoog, terug naar binnen — snel. Valac wil de eerste persoon zijn die de jongedames zien — hij heeft het meer dan wie verdiend.
          En de roodharige krijgt de hoogstaande eer.
          Wanneer Valac zichzelf op zijn blote voeten neer laat zinken voor haar kamerdeuren, vangt hij een stem op. Grommend van ongenoegen dat hijzelf niet de eerste aanwezige is, haalt hij zijn handen door zijn lokken — welke direct recht overeind schieten.
          Dan blaast hij de deuren wagenwijd open, zijn handen losjes in zijn pantalons zakken.
          Beide jongedames bevinden zich in de hoek van de kamer — de roodharige schoonheid zittend op de grond. Echter, hun beide gezichten staan vol met doodsangst. Valac lacht hard, zijn kijkers genadeloos over hun lichamen glijdend. Degene welke de beslissing nam om hem slechts zwarte lingerie aan te geven, is een genie.
          Dan valt Valac's blik op het overgeefsel, de manier waarop de roodharige eroverheen buigt — en zijn gezicht vertrekt van uiterste walging. Hetgeen haar redt, is de vormen van haar blanke lichaam — sterk afstekend tegen de zwarte lingerie stukken.
          'Het is je redding dat je pluspunten in huis hebt — meerdere, zelfs.'
          Valac's mondhoeken krullen omhoog in een grijs, zijn kijkers gericht op Josephine's lelieblanke borsten. Opnieuw loopt het kwijl in zijn mond. Vervolgens richt hij zijn hongerige blik op de kortharige blondine, ook zij stelt niet teleur.
          'Welkom in de prachtige hel, schatjes.'
          Valac grijnst breed, zijn zwarte vleugels plotseling uitgespreid achter hem als indrukwekkend schouwspel.


    heaven in her eyes
    hell behind mine



    GRIMM


    Ondanks dat ik dit al sinds mijn besta deed, was het transporteren van de juist overledenen altijd wel fascinerend. Iedere dode had bijna altijd dezelfde reactie toen ze hier voor de poorst stonden. De hemel, een adembenemend iets. Ze waren altijd zo gefacineerd over de poort en hoe ze hier geraakt waren, dat ze niet eens omkeken. En als ze dat deden, stonden ze oog in oog met yours truly. Toch was vandaag anders geweest. Om de zoveel decennia stuurt god enkele 'offers' naar de hell om de vrede met Lucifer wat te bewaren. Echter lag de taak eerder op mijn schouders gezien ik 5 prachtige engeltjes naar beneden moest brengen. Deze keer was toch wel een gruwelijke manier om de maagden naar de hell te sleuren. Ze kregen namelijk valse hoop en alle zes maakten ze allemaal dezelfde fout.
    Het was intigrerend om te bewonderen eerlijkwaar. Het pure onsculd in hun blik, de glinsteringen van de helempoort dat in hun ogen weerschenen en de voorzichtige stap die ze poogden te nemen naar de plek waar ze hoorden te eindigen. Met in elkaargevouwde armen keek ik toe hoe ze allen door de donsige wolkenlaag heen vielen, opweg naar de diepste kroten van Hell. Een kleine zucht verliet dan ook mijn lippen toen de laatste ook al gillend naar beneden donderde waarna mijn blik nog een korte glims schonk naar de gouden poort, waarna ik mijn wandelstok nam en mezelf transporteerde naar de Hell.
    Eens beneden liep ik de trappen af, richitng het balkon waar Lucifer en de prinsen toekeken hoe de maagden nog naar beneden aan het vallen waren. Ik plofte me echter op mijn stoel, welke een stuk lager lag dan de tronen. Niet dat ik daar over klaagde, ik was een onderdaan aan Lucifer, zo gecreëerd en dat ging niet veranderen. Toch betekende dit niet dat ze onrespectvol tegen me moesten zijn, dankzij mij hadden ze tenminste nieuw speelgoed om kapot te rijten. Nadenkend wreef ik met mijn duim over mijn onderlip, terwijl ik mijn blik strak op de prinsen gericht hield. Valac leek voornamelijk enthouasiast te zijn met de komst van zijn nieuwe pakjes. Zo enthouasiast dat het niet lang duurde voor hij al naar zijn nieuwe prooi toeliep. Dit haf mij een teken om ook in beweging te komen, en richting de reilingen te gaan, welke mooi uitkeek op de zes kamers. "U heeft zichzelf weer overtroffen." sprak ik tegen Lucifer, de val naar de hell was spectaculair en wreed geweest. Ik wachtte nog even geduldig af waarna ook ik me nu een weg naar beneden waande richting de kamers. Ongegeneerd liep ik in één van de eerste kamers binnen. "Goodmorning Darling."


    I find myself pretty funny, so if i say something witty you can be sure i'm crying of laugter... Yeaaaah that me -Saa

    Zehra Youssef

    You can’t wake up
    This is not a dream



    • Slaapkamer • Met Grimm•




    Als verstijfd bleef Zehra nog minutenlang op het bed liggen dat niet van haar was. Met een versnelde ademhaling en verhoogde hartslag die haar vast hadden kunnen doden als ze niet al morsdood was, bekeek ze de duistere, maar luxueus ingerichte ruimte. De muren waren donker en verhuld in zware gordijnen met gouden kwasten en de kamer was gevuld met sierlijke houten meubels die met donkerblauw satijn waren bekleed. Aan het hoge plafond hing een goudkleurige kroonluchter met druipende kaarsen in de houders.
    Ergens was Zehra onder de indruk van wat ze om haar heen zag, maar bovenal bezorgde het haar vooral de kriebels. Toch besloot ze in beweging te komen om te ontdekken wat hier nu precies gaande was. Ze trilde op haar benen toen ze het bed afstapte en haar voeten op het hoogpolige tapijt zette. Het was niet zo oorverdovend geweest als tijdens haar val, maar toch durfde ze te zweren dat ze ergens van ver gekerm, gehuil en gekrijs hoorde.
          'Dit is niet echt, dit is niet echt, dit is niet echt.'
    Als een mantra fluisterde Zehra deze woorden keer op keer, maar terwijl ze verbouwereerd haar vingers over een kandelaar en andere spullen in de kamer liet glijden kwam ze tot de ontdekking dat het helaas allemaal wel heel echt aanvoelde. Ineens hoorde ze hoe een deur achter haar werd geopend. Met een snelle beweging trok ze haar hand verschrikt terug en draaide zich om naar de deuropening waarin nu een man was verschenen.
          'Goodmorning Darling,' begroette hij haar, zijn stem als een duistere fluistering met een spottend randje.
    Zehra wist even niet wat te antwoorden. Met grote ogen staarde ze naar de man waarvan ze - hoe langer ze naar hem keek - steeds overtuigder raakte dat hij misschien wel helemaal geen man, helemaal geen mens was. Zehra kon er met haar verstand niet bij, maar alles aan hem straalde duisternis uit. Alsof sinds zijn binnenkomst de temperatuur in de kamer gelijk met tien graden gedaald was en er plots tientallen schaduwen over de muren achter hem dansten. Hij deed een stapje haar kant op, waarop Zehra er vlug één achteruit deed. Terwijl ze de man nauwlettend in de gaten hield dwaalden haar vingers naar de kandelaar die ze eerder aangeraakt had, klaar om toe te slaan als dit echt nodig was. De man schudde slechts zijn hoofd en stootte een laag gegrinnik uit alsof hij de gehele situatie wel amusant vond.
          'W-waar ben ik?' vroeg ze hem met overslaande stem. 'Zeg me, waar ben ik?' herhaalde ze toen hij nog altijd niet geantwoord had.
    Ontspannen schoof hij zijn donkere haren met zijn hand naar achteren waardoor Zehra nu goed zicht kreeg op zijn beide ogen. Haar adem stokte bij het zien van zijn rechteroog dat volledig spierwit zag. Haar vingers klemden zich nu om de steel van de kandelaar en hielden deze stevig vast. 'En wie ben jij?' vroeg ze, elk woord trillend maar nadrukkelijk uitgesproken.

    [ bericht aangepast door lovelyreads op 12 sep 2019 - 12:24 ]


    “Libraries were full of ideas—perhaps the most dangerous and powerful of all weapons.” - Throne of Glass