• HOLLOW GROVE





    Het is hartje winter en het is koud in Hollow Grove - het perfecte moment voor de eerste bloedveiling. Het gezellige stadsplein wordt omgetoverd tot een plek waar bloedlustige vampieren op zoek kunnen gaan naar vers bloed. Dit wordt ironisch genoeg verpakt als een buurtfeest waar iedereen bij aanwezig wil zijn. Het is immers de gebeurtenis van het jaar. Tussen het bieden en verkopen door hangt er dus eigenlijk een ontspannen, voor sommigen zelfs gezellig sfeer. Ondertussen worden de criminelen één voor één gepresenteerd. Laat het bieden beginnen!


    I'm your little ray of pitch black.

    Indigo Lefèvre
    Ryan's French Cuisine      —       Twentyseven      —       Ryan's Car      —       Ryan       —       Outfit


          "Stark." Klinkt het simpelweg, alvorens Ryan zich afzet van het aanrecht — frustrerend gracieus, zijn bewegingen gecontroleerd en bijna uitgemeten. Indi hoorde vaak dat klanten haar aan de arm wilden voor de manier waarop ze zich bewoog — elegant en verfijnd — maar twijfelt er niet aan of hij overtreft haar. Het onnatuurlijke subtiel aanwezig in alles wat hij doet. "Laten we gaan."
          En wel, als dat alles is wat ze krijgt op een poging een gesprek aan te knopen, dan was dit ook de laatste keer dat ze dat zou proberen. Haar streven in te schatten hoe hij naar haar kijkt word vruchtbaarder en ze zou niet verrast moeten zijn dat hij haar enkel bekijkt als iets wat in leven gehouden moet worden om enig nut te hebben. Ze komt voor haar doen statisch overeind en volgt hem zonder dat hij het hoeft te vragen, gewillig dan ook maar te gaan zodat ze niet langer in dit huis hoeft te zijn met enkel hem. Hij gunt Stark nog iets lekkers alvorens haar voor te gaan naar de hal.
          "Heb je op zijn minst een jas?" vraagt hij, waarop haar ogen naar de garderobe glijden en blijven steken op de teddy-stof welke ze gisteren had weten te bemachtigen. Het zou haar outfit ruïneren, de bruine kleur niet in overeenkomst met haar jurk en de snit niets wat ook maar enigszins bij zou staan aan haar look. De jas die ernaast hangt daarentegen — wel die zou perfect zijn. De lange, zwarte bontjas moet van Ade zijn, evenals de paar andere vrouwelijke jassen die er hangen. Nu hoopt ze maar dat Ryan iets van een stereotype man is en niet weet wat wel of niet tot zijn vriendin behoort. Of vrouw? Indi heeft nog geen stempel op hun relatie weten te drukken. Zonder enige twijfel te tonen grist ze de jas van zijn hanger en trekt hem aan, de warmte die haar per direct omvat zeker welkom. Deze jas is duur, hoogstwaarschijnlijk meer waard dan haar hele vroegere leven bij elkaar en komt zeker tot haar enkels. Hij is perfect.
          Al zou Ryan al iets door hebben, kiest hij er niet voor iets te zeggen. Hij opent de voordeur voor haar en ze schrijd langs hem heen, laat haar ogen over de klaarstaande auto gaan en neemt zich stellig voor geen verwondering te tonen. Het is dan ook niet die emotie welke haar ontglipt, maar juist schok wanneer hij zich razendsnel weer voor haar weet te bevinden en ook de autodeur voor haar opent. Met grote ogen beweegt ze zich langs hem heen en laat zich in de lage lederen stoel zakken, zorgend dat de jas niet tussen de deur komt wanneer hij deze sluit.
          Als ook hij eenmaal zit komt de motor ronkend tot leven, de kracht van de auto duidelijk hoorbaar. Indi kijkt stellig uit het raam naast haar, zodat hij haar uitdrukking niet kan zien, en volgt zijn order de gordel om te doen zonder weerstand op — al is het maar voor haar eigen veiligheid, wat een lachertje is met een vampier naast haar. De radio word aan gezet terwijl ze de oprijlaan afrijden en Indigo staart naar het voorbijrazende landschap in de hoop misschien ergens iets te zien wat haar op een idee zal brengen. Misschien een mogelijkheid tot ontsnapping mocht de tijd daar ooit voor aanbreken. Er lijkt echter niets te zijn dan uitgestrekte bossen, bedekt met sneeuw en weinig mogelijkheden tot het vinden van een schuilplaats. Wanneer ze echter de lichten van het stadje kan ontwaren in de verte, begint haar nieuwsgierigheid het weer te winnen en ze werpt een sluikse blik opzij, waar Ryan geconcentreerd op de weg lijkt.
          "Wat is zo de bedoeling?" vraagt ze hem zacht. "Wat voor feest is het? Moet ik de hele avond bij jou blijven?"


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving

    Ava Mae      Fells

          Worthless thief      |||      World class actress      |||      Master manipulator      |||      Enjoyer of life      |||      Outfit      |||      In a hallway w/ Royce     
    Mae is alles behalve beschaamd over wat ze hier ziet, maar schaamt zich rot om het feit dat ze zo weinig informatie heeft over haar nieuwe leefwijze. De vragen stromen door haar hoofd, laten haar hoofd kolken en zorgt ervoor dat ze niet zo goed weet hoe ze haarzelf moet dragen — haar houding hierdoor haast ongemakkelijk te noemen.
          Het is na haar vragen, of althans de poging ervan, dat ze haar blik op Royce werpt, geen idee hoe ze woorden moet uitbrengen. Alsof ze een baby is dat opnieuw moet leren. Haar hoofd voelt als een lege holte waar enkel vragen doorheen stromen, en waar denken een illusie is. Wanneer de vampier lichtjes glimlach beseft Mae dat hij haar vraag begrepen heeft, ondanks dat ze zelf niet eens meer zeker is van wat ze hem precies gevraagd heeft.
          'Het kan zo geweldig zijn als je zelf wil. Hoe meer verzet, hoe langer het duurt voor het gif zijn werk kan doen, maar uiteindelijk wint het altijd.'
          'Gif klinkt anders niet zo prettig,' zonder ook nog maar een seconde te missen weet ze deze woorden uit te brengen, haarzelf verrassend in de snelheid erachter. Haar hersenen hebben nog niet eens de tijd gehad de woorden tot zich te nemen, deze te mengen met de anderen die er te vinden zijn. Haar ogen glijden daarom weer weg van Royce, opnieuw naar de dame die haar onderlichaam duidelijk tegen dat van de mannelijke manier aan het wrijven is.
          Pas wanneer ze opmerkt dat Royce in beweging komt kijkt ze op, waardoor ze merkt hoe soepel hij zich van de deurpost af weet te drukken. Haar ogen glijden opnieuw over hem heen, compleet verbijsterd door dit nieuws. Ergens had ze wel gedacht dat iemand als Gio het haar duidelijk zou maken — haar hier dolgraag over wilde inlichten. Waarom moet ze het van een vreemde horen, waardoor ze nu een grote grap is?
          'Uiteindelijk weet het op deze wijze zelfs de meest opstandigste types uit te kleren te krijgen.'
          Hoewel haar eerste reactie is om op haar onderlip te bijten, terwijl een blos op haar wangen begint te spelen, schiet haar ene mondhoek al gauw op in een grijns. 'Mits ze meewerken.' Ondanks haar gevatte comeback is Mae toch iets te verrast door dit nieuws, en heeft ze geen idee hoe ze ermee om moet gaan. Iets in haar wil het testen, maar de angst voor de eerste beet drukt naar voren — weerhoudt haar ervan hetzelfde te doen als de dame voor zich.
          Mae's ogen glijden kort naar de beet in haar nek toe, maar veel kan ze niet zien. Het is echter duidelijk dat de dame zich vermaakt, en haast ontevreden is wanneer de vampier zich eindelijk losmaakt van haar. Haast op dwingende wijze komt ze opnieuw dichterbij, bijna op hongerige wijze dan de vampier zelf. Wanneer Mae zich net om wil draaien kijkt de dame op, haar ogen in die van Mae borend, waar de brunette de lust erin af kan lezen.
          Het gehele gebeuren zorgt voor een droge keel, zorgt ervoor dat Mae deze schraapt om het voor nu weg te drukken. 'Zo leer je elke dag iets. . .' Haar stem klinkt heser dan ze wil bekennen, en om haarzelf niet om te laten komen in de emoties die ze nu voelt dwingt ze haarzelf te bewegen, weg uit deze ruimte — de onrust voelende in haar binnenste inmiddels. 'Ik ben toe aan een drankje.'
          Met enige moeite loopt ze de ruimte uit, kijkt vervolgens zoekend rond om te zien of er hier toevallig ergens een bar is tot ze zich hoopvol tot de vampier keert. Er zal vast wel ergens een lounge nabij zijn, en met een vampier naast haar is Mae echt niet van plan oprecht op zoek te gaan naar iets als hij het simpelweg even kan horen. 'Dat brengt me naar de volgende vraag. . . waar hebben we die mogelijkheid?' Nog altijd staat er een kleine grijns rond haar lippen, en zelfs haar blossen zijn niet volledig verdwenen — enkel lichter van kleur. Mae beseft nog helemaal niet zozeer dat ze haar woorden beter had kunnen kiezen, maar haar hersenen werken nog niet helemaal mee.



    Ríoghán       O’Brien

          Invester Hollow Grove      |||      Born in Bronze Age      |||      Born Irish      |||      "English" gentleman      |||      Outfit      |||      NOS4A2 w/ Indigo     

    De jas waar Indigo naar weet te grijpen is hem nog onbekend, gezien in tegenstelling tot hoe hij zo streng is op Indigo's kledingkeuze, vertrouwd hij er zeker op aan dat Adeline altijd dressed to kill naar buiten gaat. Jassen zijn daarentegen overduidelijk geen specialiteit van Ríoghán en ogen in vele opzichten precies hetzelfde — bovendien hebben de vampieren deze meestal niet eens aan.
          Eenmaal in de auto is er niet meer gesproken, en de oude vampier hoor je niet klagen op dat vlak. Met de muziek aan, ondanks dat het niet zozeer zijn ding is, rijdt hij rustig richting het feest. Soms is het aangenaam te pronken met de auto, of simpelweg te genieten van het geluid van de motor, maar nu rijdt hij op een redelijk tempo — toch een lichte haast om zich richting het feest te verplaatsen. Ríoghán is ook onwijs benieuwd hoe die klootzak van een Altair het voor elkaar gaat krijgen, en wil de man niet zozeer wegwimpelen op hun eerste ontmoeting.
          'Wat is zo de bedoeling? Wat voor feest is het? Moet ik de hele avond bij jou blijven?'
          Schuins kijkt hij Indigo even aan, houdt zijn mond kort gesloten om zijn woorden zorgvuldiger te kiezen dan hij gewoonlijk zou doen. 'Ze beloven een feest voor iedereen, ik heb ook geen concreet beeld.' De opmerking dat ze maar eens naar beneden had moeten komen zodat ze de flyer had kunnen lezen slikt hij in. 'Je bent vrij om te gaan en staan waar je wil, binnen het gebouw althans. Het zal er echter wel stikken van hongerige vampieren, dus ik zal de situatie wel in de gaten houden.'
          Bij het horen van een geluidje weet Ríoghán subtiel zijn mobiel erbij te pakken en kijkt hij even naar het bericht van Adeline.
    From Adeline:
    No need to. I'm fine.
          Om te beseffen dat de dame alles behalve fine is hoeft hij het berichtje niet eens voor te lezen, maar al te goed bekend met haar gemoedsrust op het moment. Het is de eerste keer dat ze Royce ziet na wat er voorgevallen is, dus kwalijk kan hij het niet nemen. Zijn mobiel glijdt soepel terug in zijn zak, zich maar al te goed beseffend dat het niet lang zal duren voor ze er zullen zijn.
          De lichten naderen, waardoor hij kort door het centrum heen rijdt, om vervolgens alweer een afslag te maken richting het nog altijd verlaten deel van de stad, waar NOS4A2 zich bevind. 'Ik ben niet van plan je te dwingen ook maar iets te doen daar, ik wil je enkel vriendelijk verzoeken je felle opmerkingen binnen te houden, er zijn jongere vampieren te vinden daar welke zichzelf moeilijker kunnen bedwingen.' En dat terwijl ze hem al helemaal niet zo hoog inschat zal ervoor moeten zorgen dat ze zich zal gedragen.
          Eenmaal daar merkt Ríoghán de rode loper op, maar parkeert eerst zijn wagen op een toegewezen plek, voor hij uitstapt en zijn weg naar Indigo's zijde maakt — sneller ditmaal. Niet enkel voor Indigo, maar ook zeker om anderen te laten zien dat hij niet langer bang is deze zijde van zichzelf te laten zien. De deur opent direct, waarbij hij uitnodigend een hand uitsteekt naar zijn bloedzak, zodat deze iets eleganter uit de lage auto kan klimmen en niet iedereen hier van het uitzicht zal gaan genieten — zoals hij eerder heeft kunnen doen toen ze haar schoenen aantrok.
          Wanneer ze uit de auto is sluit hij de deur en klikt hij hem op slot, niemand vertrouwend rondom zijn geliefde, nieuwste aanwinst. Zijn garage heeft hij wat meer laten vullen met auto's sinds zijn komst, en wanneer hij richting de ingang wandelt — zijn hand opnieuw in de holte van Indigo's rug plaatsend, welke hij zelfs ondanks de jas weet te vinden — merkt hij dan ook één van zijn andere wagens op. Ondanks dat hij nog niet wist welke Adeline gekozen had, groeit zijn glimlach bij het zien van een van zijn andere favorieten.
          Toch maakt hij zijn weg richting de ingang, het feit negerend dat er mensen met telefoons zijn die hem proberen te filmen. Veel zijn het er niet, eerder een handje vol Hollow Grove bewoners die overduidelijk erg gefocust zijn op social media. Ríoghán vraagt zich af hoe lang het zal duren tot het nieuws zal zijn in New York, hij schat nog geen minuten in. Een zachte zucht verlaat zijn lippen wanneer de oude vampier zich langs de rij af dringt, de uitsmijter een knikje toewerpend alvorens ze simpelweg langs de rij af naar binnen kunnen. Echt behoefte aan wachten heeft hij vandaag niet, ergens te benieuwd naar het feest — maar ook zeker naar de toestand waarin Adeline te vinden zal zijn. En Royce, daar is hij ook niet klaar mee. Het lef dat de vampier heeft om hier op te dagen. Ergens verwacht Ríoghán nog niet dat hij Adeline gesproken heeft, daar oogde ze weer net te kalm voor. Een man kan hopen.
          Ríoghán keert zichzelf weer tot Indigo, haar ergens willen vragen wat haar verdere plannen zijn nu, maar in plaats daarvan grijpt hij naar een van de champagneglazen die hen aangeboden wordt — de vrouw met het dienblad bedankt hij door middel van een glimlach. Wanneer deze weer vertrekt keert hij zich pas weer tot Indigo, de hongerige vampieren negerend voor nu. Die zijn zo aan de beurt. 'Weet je al wat je gaat doen?'
          Wanneer de oude vampier een hongerig ogende vampier opmerkt, welke zijn ogen wel heel erg wanhopig over Indigo heen laat glijden werpt Ríoghán deze overduidelijk jongere vampier een duidelijke blik toe — eentje die hem direct er vandoor laat gaan, niet eens meer omkijkend.

    Kenna      Rhodes

          Noobie vampire      |||      Lover of reds      |||      Researcher      |||      Disneylover      |||      Outfit      |||      One of the lounge rooms w/ Gio     
    'Hoe heb ik het dan gedaan in mijn vorige jaren?'
    Kenna haalt haar ene schouder op, toch geïnteresseerd in hoe het hem daadwerkelijk gelukt is. 'Ik zou zeggen: veel hulp?' En dat is net wat Kenna niet heeft gehad, niet van andere vampieren althans. En ze verwacht het ook niet meer, geloofd niet in hulp. Haar informatie haalt ze wel van het internet, er is genoeg te vinden. Sowieso mag ze niet klagen, haar aantal staat nog maar op twee, één per maand tot dusver als je zo gaat tellen. Technisch gezien is het er eentje, maar ze neemt de dood van de tweede ook persoonlijk op zich.
          Kenna voelt de drukkende hand van Gio, maar al gauw wordt ze met aardig wat kracht weggeduwd uit de nek van de dame, iets dat een verontwaardigde sis op weet te leveren vanuit de roodharige vampier, haar frustratie duidelijk zichtbaar in haar ogen. De jonge vampier heeft zich staande weten te houden, staat nu met haar armen over elkaar naar het tafereel te kijken voor haar. Wanneer Kenna Gio op liefkozende wijze tegen het mens hoort praten voelt ze pas hoe ze zich hoort te voelen op dat moment, eerder nog overladen door de honger. Iets wat beschaamd slaat Kenna haar hoofd neer, om deze echter zo'n twee seconden later op te heffen om sterker te ogen.
          'Work in Progress.'
          Het enige dat het doet is een zucht ontvangen vanuit Kenna, die door middel van een hand om haar pols terug de bank op geholpen wordt. De frustratie is duidelijk op te merken aan haar houding, en het is iets waar Gio ook op in lijkt te spelen, gezien er geen woede te vinden is vanachter zijn duistere kijkers.
          'Het is oké, we moeten het allemaal ooit leren. 'En zij kan gelukkig wel tegen een stootje, daarom liet ik het ook toe.'
          Kenna knikt traag op zijn woorden, zichzelf pas echt beseffend hoe vreselijk de honger kan worden, en hoe dom het eigenlijk was hierheen te komen. Zacht bijt ze op haar onderlip, waar ze nog wat bloed proeft. Met haar duim veegt ze deze gauw weg, en is ze ditmaal verstandig genoeg het niet in haar mond te stoppen. De bebloede duim rust op haar been, welke ze opnieuw over de ander laat glijden.
          'Voel je je al beter, darling?'
          De jonge vampier knikt, haar ogen kort in die van Gio borend. 'Sorry, bedankt, wat dan ook.' Haar mondhoeken krullen lichtelijk op.
          'Kan ik je een drankje aanbieden? Iets wat niet die prachtige tandjes tevoorschijn haalt dan.'
          Kenna lacht dan zacht, maar knikt tussentijds. 'Graag.' Zelf glijden haar ogen al rond, zoekend naar de ober. Ondanks dat wijn haar onbekend is, in alle eerlijkheid is zowat alle alcohol dat, wijst ze subtiel richting het glas van Gio, degene daarmee aanduidend wat ze precies wil — al is het maar om het zichzelf makkelijker te maken. Verstand heeft ze er niet zozeer van. Ze keert zich vervolgens tot Gio. 'Gaat zij straks niet kwaad worden op je? Op mij is één ding dat zeker is. Helaas bestaan er geen kaarten voor dit soort situaties.' Een waardeloze grap om haar eigen gemoedsrust te beteren. Het is niet echt hoe Kenna wil dat iemand zich tegenover haar voelt, maar de honger is ook gewoon onbeschrijflijk. Ze vraagt zich ergens af hoe lang ze dit nog aankan, maar weigert de vraag te stellen — angstig voor het antwoord.


    I'm your little ray of pitch black.

    Indigo Lefèvre
    Ryan's French Cuisine      —       Twentyseven      —       Entree NOS4A2      —       Ryan       —       Outfit


          Haar woorden vangen zijn blik, al blijft zijn antwoord onheilspellend lang weg. Ze had er werkelijk nog geen minuut bij stil gestaan wat voor soort feest ze zouden bijwonen, enkel nog maar bezig met haar duidelijk gefaalde plan om niet mee te gaan. De vibe die ze tot noch toe van Ryan heeft gekregen is een luxe en — afgaande van de prijs die hij voor haar heeft betaal — een nogal overdadige. Het beeld dat ze de rest van de avond aan champagne en kaviaar moet onder het aanhoren van klassieke muziek is plotseling een heldere. Dat is misschien niet helemaal wat zij persoonlijk voor ogen heeft bij een avond uit en al zeker niet iets waar ze voor gekleed is. De angst compleet voor schut te lopen tussen de in galajurken geklede dames grijpt haar kort aan, de reactie die Ryan had tegenover haar outfit lang niet bevredigend genoeg om die eventuele schaamte te willen trotseren.
          "Ze beloven een feest voor iedereen, ik heb ook geen concreet beeld," luid zijn antwoord uiteindelijk. "Je bent vrij om te gaan en staan waar je wil, binnen het gebouw althans. Het zal er echter wel stikken van hongerige vampieren, dus ik zal de situatie wel in de gaten houden."
          Indi vraagt zich af of hij het bloed uit haar gezicht ziet trekken, of hij doorheeft dat dat niet per se een vooruitzicht is waar ze blij van word. Dat ze vrij is te doen wat ze wil is in ieder geval één ding, maar als ze er niemand kent en de rest bestaat uit wat hij omschrijft als hongerige vampiers, dan ziet ze haar avond somber in. Ze weet niet of hij verwacht dat ze hem zal bedanken voor het feit dat hij de teugels laat vieren, maar mocht dat wel zo zijn dan stelt ze hem teleur — mocht hij haar al zo hoog in het vaandel hebben dat ze dat zou kunnen.
          "Ik ben niet van plan je te dwingen ook maar iets te doen daar, ik wil je enkel vriendelijk verzoeken je felle opmerkingen binnen te houden, er zijn jongere vampieren te vinden daar welke zichzelf moeilijker kunnen bedwingen," zegt Ryan na wederom een aantal minuten stilte. Ze werpt hem een blik vanuit haar ooghoeken en het half vermaakte — half beledigde geluidje wat haar ontsnapt is als een reflex, evenals de onder de adem ontsnappende woorden. 'Ne force pas, ne me laisse pas rire.' Alvorens zich met een subtiel rollen van haar ogen meer tot hem te richten.
          "Jij houdt de situatie in de gaten, non?" spint ze — hetgeen haar toon onderlijnt de duidelijke boodschap dat ze niet op haar tong gaat bijten en vertrouwt op het feit dat hij zijn aankoop in leven wil houden. Ze is echter niet gek. Impulsief, dat wel, maar niet gek. Waarschijnlijk is ze het grootste deel van de avond toch op zichzelf aangewezen — een gedachte welke per direct vervliegt zodra hij de auto tot stilstand brengt bij wat de locatie van het feest moet zijn. Vergeet de champagne en kaviaar.
          Het is een club, de muziek al hoorbaar vanuit de gesloten auto en de rij om naar binnen te komen indicatie genoeg over hoe druk het er zal zijn. Ryan parkeert de Bugatti en het geluid van de motor is nauwelijks weggestorven of hij is verdwenen, opent de deur aan haar kant als de galante klootzak die het is. De enige reden dat ze zijn hand aanneemt is omdat mensen naar hen kijken en ze in haar eentje niet elegant uit de lage auto kan stappen. Eenmaal naast hem vind zijn hand haar onderrug en ze is geneigd van de aanraking weg te schuwen — zij het niet dat mensen hun filmen. Hem filmen.
          Terwijl ze langs de wachtenden in de rij lopen bemerkt ze de telefoons die tot hem zijn gericht, het gefluister wat ontstaat wanneer mensen hem ontwaren en de link lijken te leggen naar wie hij is. Ze scheurt haar blik los van de menigte en wend deze schuin omhoog, om de contouren van zijn gezicht nogmaals in zich op te nemen. Wie hij is... Indi heeft geen idee. Natuurlijk begrijpt ze dat iemand die een half miljoen neertelt voor een verzetje niet werkt in het lokale café, maar ze is veel te druk bezig geweest met haar eigen hachelijke situatie om er echt tijd aan te besteden bij wat voor iemand ze in huis is gekomen — buiten het overduidelijke feit dat hij een vampiers is om. De vraag vormt zich op haar lippen, maar ze slikt het weg omdat ze het niet wil laten lijken alsof het haar interesseert. Misschien weet iemand anders het haar te vertellen, misschien zou ze het op kunnen zoeken al zou ze ergens een keer internet tot haar beschikking hebben. De champagne die haar wordt aangereikt doorbreekt haar gedachtegang en ze neemt het glas als automatisch aan.
          "Weet je al wat je gaat doen?" Een hele normale vraag binnen een belachelijk frappante situatie. Ze heft haar kin om hem aan te kunnen kijken maar ondervind zijn blik langs haar heen, het oplichten van zijn ogen autoritair en waarschuwend. Indigo weigert om te kijken naar de persoon waartoe hij het richt of haar hersenen te kraken over de reden.
          "Weg proberen te komen van jou," zegt ze op speels wijze, de kern van waarheid er duidelijk in hoorbaar. Of ze doelt op binnen de club of überhaupt laat ze over aan hemzelf om in te vullen, maar ze kan zo wel inschatten welke conclusie hij zal trekken. De Française gelooft mede hierdoor voor geen moment dat hij haar deze avond ook maar uit het oog zal verliezen, werpt hem een vermoeide blik om haar besef hierover kenbaar te maken en giet vervolgens in één teug de champagne achterover, alvorens het glas op het dienblad van een voorbijkomende serveerder te plaatsen en een nieuwe te pakken. "Dronken worden en proberen schande te brengen tot je naam."
          Haar ogen dagen hem uit haar op de vingers te tikken — haar te vertellen dit niet te doen — terwijl haar rood gestifte lippen omkrullen tot een genoegzaam lachje.
          "Misschien een staak kerven, wie weet wat de avond ons brengt."


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving

    Ríoghán       O’Brien

          Invester Hollow Grove      |||      Born in Bronze Age      |||      Born Irish      |||      "English" gentleman      |||      Outfit      |||      NOS4A2 w/ Indigo     

    Indigo oogt alles behalve opgelucht de eerlijke woorden vanuit Ríoghán te horen, iets dat hij haar ergens ook weer niet kwalijk wil nemen. Toch voelt het alsof hij hier maar beter eerlijk kan zijn, zodat ze tenminste weet waar ze naar binnen wandelt. Het feit dat hij enige mond op mond reclame heeft meegekregen vanuit andere vampieren zegt hem echter dat er veel lugubere zaakjes gaande zijn, dat de eigenaar ook zeker in de gaten gehouden moet worden. Het willen aanbieden van andermans mens gaat overduidelijk tegen het regime in, gezien dat ervoor zorgt dat Aleister de touwtjes in handen neemt. Hetgeen dat net tegen de haren van de oude vampier ingaat.
          'Ne force pas, ne me laisse pas rire.'
          De handelingen die ermee gepaard gaan zorgen tezamen met de woorden voor eerste klanken van een lach, welke hij nog stopt voor deze daadwerkelijk start. Zelfs de subtiel geplaatste oogrol mist Ríoghán niet, waardoor hij schuins haar kant op kijkt — afwachtend naar haar echte opmerking. Hetgeen dat onder haar adem door weet te glippen kan niet het enige zijn dat ze kwijt wil. Hij moet bekennen dat hij inderdaad gedaan heeft wat hij wil, maar heeft hij haar niet de ruimte gegeven voor haar vrijheid? Hij is haar niet lastig komen vallen op het enige punt na waar hij haar om gevraagd heeft. Zelfs Sage had enige vragen, welke hij met plezier beantwoord heeft.
          'Jij houdt de situatie in de gaten, non?'
          De toon in haar stem doet Ríoghán zijn wenkbrauwen op laten trekken. Ditmaal keert hij zich tot Indigo, terwijl hij vanuit zijn ooghoek uiteraard de weg in de gaten houdt. 'Maar natuurlijk.' Ondanks haar ongeloof, of misschien wat hoopvolle toon, hij kan het even moeilijk plaatsen spreekt hij oprecht, iets wat vermaakt zelfs. Haar bloed is veel te zeldzaam en voor niemand anders dan hem, dat is één ding waar hij zeker van is na het proeven van haar.
          Ergens verbaasd het hem dat ze het toelaat dat hij haar uit de auto helpt, al merkt hij al direct haar blik op richting het handje vol filmende mensen. Hun camera's achtervolgen hen zelfs tot ze binnen bereiken, iets dat hem irriteert — al uit hij dit enkel miniem. De fluisteringen, waarvan hij ieder woord op weet te vangen, laten zijn kaken samenkomen en deze hard op elkaar drukken. De blik van Indigo ontgaat hem ook zeker niet wanneer deze op hem gericht is, maar ook hier houdt hij zijn mond over dicht, vooral omdat ze zelf ook geen vragen besluit te stellen.
          'Weg proberen te komen van jou.'
          Haar gevatte antwoord, uitgesproken op licht speelse wijze duidt enkel op de waarheid. Zijn blik glijdt dan toch, met een lichte krulling van zijn mondhoeken, haar kant op. 'Ik wil het je zien proberen.' Hij kan het niet laten de uitdaging de lucht in te gooien, zich maar al te goed beseffend dat ze het niet enkel en alleen over deze avond heeft, maar elk moment waar ze een mogelijkheid zal gaan kunnen zien om te kunnen ontsnappen. Hij kan haar natuurlijk ook gewoon altijd vast ketenen. . . aan het bed zou erg vermakelijk kunnen zijn.
          Ze vergrijpt zich ook aan de champagne, giet de vloeistof in één keer achterover en weet soepeltjes naar een volgende te grijpen, haar voorgaande glas achterlatend op hetzelfde dienblad. Zijn wenkbrauw trekt lichtjes op, waarna hij zelf kalm een slokje weet te nemen van zijn eigenste glas.
          'Dronken worden en proberen schande te brengen tot je naam.'
          Een kort lachje ontglipt hem, waarbij hij zijn hoofd kantelt richting Indigo — waar hij haar uitdagende uitdrukking niet kan missen. Hij gunt haar het even zich triomfantelijk genoeg te voelen om het idee te hebben dat ze hem te pakken heeft. 'Succes daarmee, dat heb ik zelf namelijk al aardig bereikt.' Ditmaal giet hij zijn glas achterover, dumpt deze op een tafel nabij zonder echt een stap te hoeven verzetten, en gooit er een vermakelijke lach uit — haar haast opnieuw uitdagend een betere poging te doen. Het feit dat hij uitgekomen is als vampier zal hem al genoeg problemen bezorgen, maar het voelt goed eindelijk zichzelf te kunnen zijn.
          'Misschien een staak kerven, wie weet wat de avond ons brengt.'
          Ditmaal leunt Ríoghán dichterbij, alsof hij haar oprecht een geheim wil vertellen. 'Je hebt het telkens wel mooi over een staak, maar wie zegt dat dat helpt, sweetheart.' Eenmaal zo dichtbij ontgaan hem de geuren opnieuw niet, haar bloed dringt hierbij dwingend zijn neus binnen. Langzaam recht hij zijn rug weer, ditmaal zijn eigen uitdrukking genoegzaam te noemen — niet enkel door de geur van haar bloed, maar eerder om zijn woorden. Ze mag doen met de informatie wat ze wil, maar een zaadje planten dat haar enige uitweg geen daadwerkelijke uitweg is vermaakt hem meer dan hij toe wil geven.
          Na een blik om hen heen geworpen te hebben is Ríoghán eerder geneigd zijn weg naar binnen door te zetten. Na een snelle blik op Indigo, die hij wenkt door middel van een subtiel knikje, begint hij ditmaal zijn weg door de menigte te maken. Uiteraard is en blijft de oude vampier waakzaam op zijn dame, waardoor hij besluit te wachten bij de garderobe, zodat ze hier de bontjas achter kan laten. Zelf hoeft hij er niets achter te laten, maar twijfelt hij nu al kort haar zijn colbert aan te bieden — om tot de conclusie te komen dat ze maar eerst echte hongerige blikken op moet merken. En die komen al gauw haar kant op, daarvoor hoeft ze haarzelf nog niet eens perse van haar jas te ontdoen. 'Ik neem aan dat je jezelf wilt ontdoen van de dikke jas?' Het ontgaat zelfs Ríoghán niet dat de temperatuur eerder warm te noemen is dan wat anders, dat verteld de sfeer hem alleen al. Evenals de mensen die er redelijk naakt bij lijken te lopen. Het verteld hem nu al dat dit een zware avond gaat worden.


    I'm your little ray of pitch black.

    EMORI

    Wanderer • Tiny Ancient One • NOS4A2, piano room • with Aleister • Outfit




          Onaangedaan door haar kortdurige observatie nipt de vreemdeling van zijn drankje. Een soortgelijk aan degene die zij eerder heeft weggezet. Dorst naar alcohol heeft Emori niet, en ze heeft zo lang toneel moeten spelen op dat gebied dat het bijna verlossend is om dat nu niet te hoeven doen. Ze overweegt het glas uit beleefdheid echter op te pakken van zijn vergeten plaats naast het bankje, wanneer hij een verrassend geluidje laat klinken op reactie van haar eerdere woorden en ze één van haar wenkbrauwen de hoogte in voelt schieten.
          ‘Ik zou dit niet klein noemen,’ zegt hij, overduidelijk doelend op de voorstelling die ze zojuist heeft gegeven. Emori trekt haar naakte schouder op, het achteloze gebaar aansluitend op de informele sfeer die er tussen hen in lijkt te hangen. Voor iemand als zij, die eeuwen heeft gehad om deze vaardigheden tot in de kneepjes te leren beheersen, is het weinig enerverend meer. Het zijn mensen als hij die haar er bijtijds aan herinneren dat het niet iets vanzelfsprekend is. ‘Emori Skelton,‘ herhaald hij, elke letter proevend voor hij deze bedachtzaam uitspreekt.
    De zilverharige kantelt haar hoofd iets, alsof ze zijn intens groene ogen kan lezen en deze haar dingen kunnen toefluisteren die zijn expressie niet willen verraden.
          Emori vraagt zich af of het niet de eerste keer is dat hij haar naam heeft gehoord, al acht ze die kans extreem klein. ‘Je naam is niet zo engelachtig als je gelaat.’ Verrast genoeg om te gniffelen bij zijn conclusie leunt ze iets achterover, haar geringde vingers ontspannen in haar open schoot vouwend.
          ‘Engelachtig, hmm?’ mijmert ze, onbewogen wakend over het moment dat hij zich gewiekst in haar persoonlijke ruimte waant, heel even maar, om zijn inmiddels lege glas op het pianodek te zetten. Waar Emori zich eerst op weinig anders kan concentreren dan de toenemende sterkte van zijn verleidelijke geur—valt haar getrainde blik al snel op iets anders dat haar aandacht trekt, naast de roepende klopping van de slagader in zijn hals. Het litteken.
          ‘Maar Emori, wat brengt jou naar NOS4A2?’ Hij tikt tegen zijn onderlip en zij bijt zich vast in de hare, weinig gevend om het risico dat ze daarbij waarschijnlijk de rode lippenstift schaadt. ‘Het kan niet alleen zijn voor dit prachtige exemplaar van een piano.’
          ‘De uitnodiging,’ zegt ze, haar ademhaling over haar tong naar buiten blazend, voor ze hem een lome, scheve glimlach schenkt. Mor gebruikt het respijt over de piano om haar ogen onnodig lang over het ivoor te laten glijden. In haar nieuwe onderkomen is geen ruimte voor een dergelijk exemplaar. Misschien zal ze het excuus aangrijpen om hier meer avonden door te brengen, hoewel. . . Vanuit haar ooghoeken steelt ze een blik op de donkerharige man, wetend dat ze helemaal geen excuus nodig zou hebben.
          ‘Wie heeft je leren spelen?’ Wederom een vraag die haar verbaasd. Emori is het gewend dat mannen duidelijk maken wat ze willen en hier niet al te veel poespas omheen hangen; zeker in een dergelijke sfeer. Het is bijna lachwekkend, middenin een orgie, een gesprek voerend over een klassieke piano. Ze kan niet zeggen dat ze haar intrigerende compaan erop heeft betrapt rond te kijken.
          ‘Vivaldi.’ Ze strekt haar vingers onbewust, een geamuseerde glimlach onderdrukkend als ze zich afvraagt of de naam enig belletje zal doen rinkelen. Hij was bepaald geen Mozart, of een stuk chagrijn als Beethoven, maar tevens ook niet één van de minsten. ‘Debussy was een stuk vrouwvriendelijker, maar een goede leermeester laat zich niet kennen,’ voegt ze daar hoofdschuddend aan toe. ‘Al was dat wel de tijd waarin mannen zich nog fatsoenlijk voorstelden.’
    Ze stoot één van haar knieën suggestief tegen de zijne, hoewel haar kijkers ongepikeerd fonkelen. Namen hebben niet veel betekenis in haar beleving; het zijn gezichten die Emori nooit vergeet. Hij zou magnifiek zijn in olieverf op een zwart doek. Gelukkig heeft ze voor een schildersezel wel alle ruimte. Ze betwijfeld niet dat hij zich zou lenen als naaktmodel.
          ‘De Victoriaanse tijd,’ zegt ze uiteindelijk, terugkomend op haar eerdere antwoord, waarbij ze voorover leunt, een kleine glimlach om haar mond spelend. ‘De kunst, voornamelijk,’ prevelt ze, alsof het iets voor de hand liggend is. ‘Maar de seks was ook niet mis.’
    Zijn ademhaling is warm en zoet, een bijzondere test voor het eerst in jaren, en ze zou hem gemakkelijk kunnen overmeesteren om haar stekende dorst de overmacht te geven. . .
          In plaats daarvan laat de zilverharige een vingertop vederlicht over het litteken in zijn hals glijden. ‘Deze plek doet me denken aan een hemel die ik nooit ga zien.’


    Que sera, sera

    GIOVANNI CAIO DE ANGELO

    Voor het regime • Vampier • 29 (766) • With Kenna • Outfit


    'Sorry, bedankt, wat dan ook.' Ik glimlach als ik een kleine lach op haar lippen zie ontstaan. ''Maak je niet al teveel zorgen,'' zeg ik simpel en leun wat naar achter. Kenna lacht zacht na mijn voorstel om ons goed te doen aan meer humane drankjes. 'Graag.' Ik knik haar toe en kijk naar een van de obers die ze aan houd. ''Maak er daar twee van.'' glimlach ik naar hem en richt mij dan weer op Kenna.
    'Gaat zij straks niet kwaad worden op je? Op mij is één ding dat zeker is. Helaas bestaan er geen kaarten voor dit soort situaties.' Ik grijns bij deze woorden. ''Wat is er gebeurt met do-it-yourself kaarten? Die hebben ook enige charme.'' plaag ik haar, maar dan haal ik mijn schouders op. ''Ik weet het niet, misschien een beetje. Maar tot nu toe heb ik het altijd goed kunnen maken wanneer we ruzie hadden.'' zeg ik met een lichte glimlach op mijn lippen. ''Voel je niet te schuldig oké? It's on me.'' vervolg ik dan en neem een van de glazen die voor ons worden neergezet. De inhoud draai ik wat rond en ik zucht. ''Daarnaast... Je weet waar je aan toe bent als je naar deze feesten komt, zeker als mens.'' mompel ik en frons even licht voor een moment. Ik had haar nog verteld dat ik haar liever niet hier rond had lopen, maar ze stond erop. Ze nam de volledige verantwoordelijkheid voor alles wat er zou kunnen gebeuren. Wie ben ik dan om haar te weigeren?
    Ik hef mijn glas wat als ik mijn blik wat op Kenna richt. ''Cheers Beautiful.'' glimlach ik en klink mijn glas tegen dat van haar. ''Let's make it a good Night.'' met die woorden neem ik een slok en een tevreden uitdrukking vormt op mijn gezicht. ''Weet je.. Als je ooit hulp nodig hebt, bij iets van dit hele leven, je mag gewoon naar mij komen. Ik vind het niet erg.'' zeg ik tegen haar. Het klonk zeker niet alsof ik haar dwong, het was haar eigen keuze hoe ze alles wou leren natuurlijk. Maar de mogelijkheid voor een helpende hand kan nooit kwaad.


    A woman without a man is like a fish without a bicycle







    Royce Irvine

    ”Darling, you're already in my veins.”

    • 29/432 • Vampire • Unknown • NOS4A2 • w/ • Outfit •

          "Gif klinkt anders niet zo prettig."
    De snelheid waarop Mae haar woorden laat klinken, weten een glimlach op het gezicht van Royce te vormen. Hij kon het zich enigszins wel voorstellen hoe het voor een mens moest klinken, maar de belofte die er achter lag was bijna het tegenovergestelde dan de eerste initiële reactie die het woord opriep.
          De zachte blossen, welke Mae' wangen zacht weten te kleuren, ontgaan de mannelijke vampier niet, maar het is het lipbijten wat zijn uiteindelijke aandacht resoluut weet te vangen. "Mist ze meewerken."De gevatte opmerking ontlokt een zachte lach bij Royce, waar zijn lippen het veelzeggende 'Touché' vormen en hij haar een knipoog schenkt. De werkelijkheid was echter dat wanneer het gif eenmaal goed zijn werk deed, niemand er nog aan dacht tegen te werken. De man ziet dan ook hoe de nieuwsgierig groeit in haar kijkers — de stille behoefte ergens fluctuerend om het te willen proberen, maar de grens vooralsnog niet durven te passeren. Royce voelde ergens voor het eerst een verlangen om dit pad des maagdelijkheid met haar uit te proberen. Echter, ze was zijn mens niet.
          "Zo leer je elke dag iets. . . "
    Gesproken met een hese ondertoon, welke een vibratie door de vampier heen stuwt, kijkt Mae weg van het tafereel binnenin de kamer. De lust in de ogen van de brunette werken echter als een aansteek-lont op het zijne, waarop Royce wijselijk besluit zijn donker wordende kijkers van haar af te halen.
          "Ik ben toe aan een drankje." Royce knikt, zijn blik nog altijd niet op haar gericht terwijl ze hem in een ietwat moeilijkere pas voor lijkt te gaan. "Dat brengt me naar de volgende vraag. . . waar hebben we die mogelijkheid?"
          Een ondeugende grijns verschijnt in Royce zijn uitdrukking. Ditmaal richt hij zijn blik wel weer tot de jonge vrouw en tilt hij één enkele wenkbrauw op in een zoveel zeggend gebaar. De mannelijke vampier ziet dat het besef van haar eigen woorden nog niet tot haar doorgedrongen is, ondank de zoete grijns vederlicht op haar eigen lippen.
          "Well," brengt hij daarom dan ook quasi-bedenkelijk uit. In een langzame, ietwat sluipende tred, loopt hij op de donkere schone af. Zijn blik volledig gefocust op het hare terwijl de man zijn best doet de groeiende honger in zijn binnenste gedeisd te houden. Royce wilde haar enkel en alleen een beetje plagen, maar ze maakte het hem verdomd lastig om op deze manier niet alsnog van haar te proeven.
          "Voor mij is een slok van de rode wijn wel heel erg dichtbij."
    Zodra Royce zich voor Mae bevindt, veegt hij een lange donkere krul over haar schouder heen, waardoor haar hals open en bloot komt te liggen. Tactvol tracht hij zijn scherpe hoektanden te verbergen door zijn kaken krachtig opeen te klemmen, terwijl zijn wijsvinger vederlicht de lijn van haar kaak volgt — in de richting waar hij overgaat naar haar hals.


    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."

    Aleister      Golden

          User of people      |||      New in town      |||      Owner of NOS4A2      |||      Gambler      |||      Conman      |||      Outfit      |||      Piano room w/ Emori     





    Natuurlijk heeft Aleister geen compleet beeld van deze dame, maar de wijze waarop ze haar schouder optrekt na het compliment duidt er ongetwijfeld op dat zijn eerste bevindingen met betrekking tot deze dame waar zijn. Ze is oud, zéér oud. Jaren heeft zij het mogen perfectioneren, misschien meerdere bekende leermeesters gehad. Het is echter wanneer haar lichtgrijze poelen zich in zijn eigen groene variant boren dat hij kort overrompeld wordt door de doordringende blik achter haar ogen, maar Aleister zou Aleister niet zijn als hij zichzelf niet snel kon herpakken.
          'Engelachtig, hmm?'
          Het ontgaat hem zeker niet dat wanneer hij dichterbij komt, haar persoonlijke ruimte hierbij betredend, dat haar blik op zijn hals werpt. Het verdomde litteken, al draagt hij het tegenwoordig met trots, een herinnering aan ieder dat er niet met hem te sollen valt.
          Zijn vraag zorgt ervoor dat de Scandinavische dame op haar lip bijt, of althans iets lijkt het te doen. Haar rood gekleurde onderlip verdwijnt grotendeels, wat zijn aandacht kort naar haar mond laat glijden — geheel onbedoeld. Wanneer hij dit beseft zoeken zijn ogen de hare met genoegen weer op. Aleister kan inmiddels vol tevredenheid zeggen dat hij nu enkele vrouwelijke vampieren kent, allen hebben ze hun eigen schoonheden waar je deze man niet over zult horen klagen.
          'De uitnodiging.'
          De scheve glimlach die ze hem vervolgens werkt duidt er in zijn ogen haast op dat ze het niet eens meent, wat hem enkel nieuwsgieriger maakt. 'Hmm. . . dat betekend dus dat ik die vaker op je mat moet laten vallen?' Zijn eigen mondhoeken krullen op in een subtiele grijns, gemakkelijk vermaakt dankzij zijn eigen opmerking.
          'Vivaldi.'
          Aleister's mondhoeken krullen op. 'Dan kun je vast ook prachtige noten spelen op een viool.' Zijn woorden klinken al alsof hij er zeker van is, gezien hij er geen seconde over durft te twijfelen. Klassieke muziek is hem vreemd genoeg aardig ingestampt, iets dat nog altijd onwijs misplaatst voelt — het zorgt er echter wel degelijk voor dat hij er nu soms nog van kan genieten.
          'Debussy was een stuk vrouwvriendelijker, maar een goede leermeester laat zich niet kennen. Al was dat wel de tijd waarin mannen zich nog fatsoenlijk voorstelden.'
          Een zachte lach rolt over zijn lippen heen, welke iets rekt wanneer haar knie de zijne weet te raken. Het feit dat haar ogen hem vertellen dat ze helemaal niet beledigd is maakt het complete plaatje af. 'Ik dacht dat je het nooit zou vragen.' Een grijns siert zijn gezicht wanneer hij zijn hoofd miniem kantelt. 'Aleister Golden.' Simpel, geen poes pas en geen speciale manier om zijn echte naam uit te spreken.
          'De Victoriaanse tijd. De kunst voornamelijk. Maar de seks was ook niet mis.'
          Aleister's wenkbrauwen schieten geïnteresseerd op, hij kan niet anders, is maar een simpele man. 'De kunst heeft zeker wel iets. . .' Brengt hij dan uit reagerende op haar opmerking met betrekking tot dat, alsof het welbekend is. 'Maar seks was daar achter gesloten deuren, niet? Want alles dat ik erover gehoord heeft duidt erop hoe dat soort praktijken als het ware taboe waren.' Een grijns glijdt over zijn gezicht heen, eentje die duidelijk maakt dat bepaalde ideeën al door zijn hoofd stromen. In het geheim is het toch net altijd wat spannender. Zijn ogen glijden vervolgens dan toch echt even over Emori heen. Al zou in het openbaar ook geen punt zijn op dit moment, de geluiden van de orgie om hen heen zorgt al voor een bepaalde sfeer in de ruimte.
          Wanneer haar ene vingertop zacht over zijn hals glijdt, de plek waar het litteken te vinden is, schieten zijn nekharen direct omhoog. Niet uit angst, maar vooral omdat tot dusver niemand het nog echt aan heeft durven of willen raken. De plek is onaangetast voor zeker een jaar nu, en de eerste aanraking sinds het gebeurt is, buiten dat van dokters om, voelt vreemd.
          'Deze plek doet me denken aan een hemel die ik nooit ga zien.'
          Aleister's mondhoek krult lichtelijk op. 'Dan moeten we hel maar om weten te toveren tot een hemel.' Het ergste aan zijn woorden is dat hij ze oprecht meent. Niets lijkt hem nog gek genoeg, en zelf is hij er ook aardig realistisch over. Als er daadwerkelijk een hemel en hel bestaat, gaat hij gegarandeerd naar beneden. Op naar de vlammenzee, want met het aantal zonden dat hij heeft gedaan zal hij in een van de binnenste ringen te vinden zijn. 'Of misschien is hel wel vermakelijker voor types als ons.' Of ze echt hetzelfde type zijn weet hij zozeer nog niet, maar het feit dat ze er beide heen zouden kunnen gaan doet hem toch lichtelijk het idee geven.
          'Maar gezien je van kunst houdt,' begint Aleister vermakelijk, 'heb je al goed door het gebouw heen gekeken? Het zijn niet de originele exemplaren die er te vinden zijn, maar plagiaten die er verrassend veel op lijken.' Naar het schilderij dat in dezelfde ruimte te vinden is knikt hij niet, dat is waarschijnlijk iets dat haar al opgevallen is.


    I'm your little ray of pitch black.

    Kenna      Rhodes

          Noobie vampire      |||      Lover of reds      |||      Researcher      |||      Disneylover      |||      Outfit      |||      One of the lounge rooms w/ Gio     
    'Maak er daar twee van.'
    Die woorden laten haar aandacht weer naar Gio glijden, iets dat de oudere vampier ook lijkt te doen. Het is dan ook direct dat Kenna het de wereld in wil hebben en hem vraagt naar zijn mens. Ze oogt niet alsof ze gekocht is door hem, of althans dat is niet het idee dat Kenna krijgt.
          'Wat is er gebeurt met do-it-yourself kaarten? Die hebben ook enige charme.'
          De grijns, gepaard met de woorden laten de roodharige vampier dan toch lachen. Ze ziet haarzelf al helemaal zitten om letterlijk een kaart voor het mens te maken, hoopvol dat deze haar vergeeft omdat de charmes van een eigengemaakte kaart het hem net zal doen. 'Ik vrees dat ik niet zo creatief ben, mits mijn transformatie mij heeft omgetoverd tot een creabea?' Haar wenkbrauw schiet dan toch op, haast afvragend of dat echt het geval is. Het klinkt te absurd, maar in alle eerlijkheid heeft ze vreemdere dingen gelezen die ze nog niet heeft kunnen uittesten.
          'Ik weet het niet, misschien een beetje. Maar tot nu toe heb ik het altijd goed kunnen maken wanneer we ruzie hadden. Voel je niet te schuldig oké? It's on me. Daarnaast... Je weet waar je aan toe bent als je naar deze feesten komt, zeker als mens.'
          Kenna knikt traag, alsof ze het dolgraag wil geloven maar er toch enige moeite mee lijkt te hebben. Heel erg vind ze het ook weer niet, ze zou liegen als ze zo zou spreken. Er zijn ergere dingen in het leven, zoals ze met de roodharige zelf uitgespookt hebben voor ze dit lot in haar handen geduwd heeft gekregen. 'Ikzelf ben niet bekend met dit soort feesten overigens.' Kenna is oprecht zo onschuldig als ze maar kunnen zijn, en dat is duidelijk hoorbaar bij het uitspreken van die woorden.
          Waar Gio al naar een glas heeft gegrepen pakt Kenna deze nu pas op, waarbij ze haar neus weer richting het glas leidt om vervolgens nog altijd niet tevreden te zijn met de geur. Het is echter het heffen van zijn glas dat haar aandacht terug naar de Italiaan brengt.
          'Cheers Beautiful. Let's make it a good Night.'
          'Proost,' antwoord ze glimlachend. Ze tikken hun glazen tegen elkaar, voor ze zijn voorbeeld neemt en ook een slok neemt — minder tevreden dan hem, maar ze drinkt in elk geval. Het glas plaatst ze weer op de tafel voor haar, waarbij ze kort met de onderzijde speelt, haar vingers op en neer halend.
          'Weet je.. Als je ooit hulp nodig hebt, bij iets van dit hele leven, je mag gewoon naar mij komen. Ik vind het niet erg.'
          Kenna keert zich tot hem, haar hazelnootkleurige poelen kort in zijn donkere variant borend voor er een lichte glimlach ontstaat. 'Dankjewel.' Toch is hetgeen dat Gio uitstraalt voor haar niet de term "leermeester", of misschien enkel en alleen andere vlakken. 'Dat zal ik onthouden.'
          Op elegante wijze laat ze haar billen wat verder op de bank glijden, waardoor haar rug nu in zijn geheel tegen de rugleuning drukt. Haar benen slaat ze opnieuw wat netter over elkaar, zich maar al te bewust hoe boers ze soms kan zitten. 'Maar wat brengt jou eigenlijk hier?' Expres laat ze de vraag open, te benieuwd naar zijn antwoord. Of het nu over Hollow Grove, NOS4A2 of hier met haar op een bankje gaat is geheel aan hem. Haar hooft kantelt lichtelijk, een vragende uitdrukking duidelijk in haar ogen zichtbaar — haast alsof ze hem ermee probeert te vertellen dat hij één kans heeft en deze niet te verspillen.
          Het glas heft ze nogmaals naar haar mond, maar rust daar even voor ze alsnog een slokje neemt. De geur zorgt ervoor dat er al een kriebel in haar keel ontstaat. Haar is eens gezegd dat alcohol helpt tegen de bloedlust, maar dat moet je er natuurlijk wel behoefte aan hebben. Toch zet ze uiteindelijk het glas tegen haar lippen aan en neemt ze een kleine slok. Het glas laat ze vervolgens in haar hand draaien tot de vloeistof erin kolkt, kort afgeleid door deze simpele handeling is haar blik erop gericht.



    I'm your little ray of pitch black.

    Ava Mae      Fells

          Worthless thief      |||      World class actress      |||      Master manipulator      |||      Enjoyer of life      |||      Outfit      |||      In a hallway w/ Royce     
    'Touché.'
    Mae reageert maar amper op het woord, voelt zich ergens toch triomfantelijk omdat ze ergens een waarheid heeft weten te vinden. Toch geloofd ze amper in deze waarheid, ze heeft nu immers anders gezien — letterlijk het tegenovergestelde anders. Het is verwarrend, kost haar enige moeite om te beseffen en zorgt ervoor dat gedachten door haar hoofd dwalen als verloren spoken op een begraafplaats. De knipoog laat haar vervolgens wel echter haar hoofd lichtelijk schudden, ergens toch wel in vermaak. Het is overduidelijk dat Royce dit erg vermakelijk vindt.
          Wanneer haar ogen die van Royce opzoeken is het duidelijk dat hij wegkijkt van haar, wat waarschijnlijk ook voor het beste is. Zelf weet ze even niet waar ze haar ogen moet laten, welke plek veilig is om haar ogen heen te laten glippen. Het is dan ook dat ze besluit te vragen waar het drinken gehaald kan worden, op een wel erg lompe wijze — iets dat haar zelfs ontgaat bij het zien van zijn ondeugende grijns. Wanneer ook zijn wenkbrauw optrekt op een wijze die haar veel duidelijk moet maken voelt ze haarzelf echt even dom en misplaatst in een wereld als dit, toch verdwijnt haar grijns niet. Ergens is ze namelijk ook zeker vermaakt hier.
          'Well.'
          De manier waarop Royce haar vervolgens benaderd zorgt ervoor dat Mae zich vastgevroren op haar plaats voelt. Zijn groenbruine ogen op de hare gericht alsof ze een of ander prooi is — waar ze technisch gezien ook zeker onder zal vallen. Haar keel lijkt er toch wel het meeste moeite mee te hebben, deze slikt opnieuw — onbewust gezien Mae dit totaal nog niet lijkt te beseffen tot ze het geluid zowat in haar oren hoort brommen.
          'Voor mij is een slok van de rode wijn wel heel erg dichtbij.'
          Wanneer Royce een pluk haar wegveegt beseft Mae pas dat ze haar adem aan het inhouden is, al kan ze simpelweg niet stoppen. Zijn wijsvinger glijdt zacht over haar kaak naar haar hals, waar ze elke beweging duidelijk bij voelt. Geen millimeter ontglipt de dame. Haar ogen focussen zich weer op zijn gelaat, waardoor ze opmerkt hoe zijn kaken op elkaar geklemd zijn — wat er op haar beurt weer voor dat Mae op haar onderlip bijt. Wat ze echter nog slechter lijkt te beseffen dan die beet is het feit dat ze richting zijn aanraking hangt, haar hals haast zijn kant opduwend, voor zover dat natuurlijk lukt.
          Echt spreken durft ze niet zo gauw, ergens bang dat ze ook maar één handeling of beweging zal missen vanuit de mannelijke vampier. Het is dan toch dat ze de stilte in haarzelf wil verbreken, enkel en alleen om het smekende stemmetje binnenin haar te smoren. 'Ik vrees dat ik je opnieuw zal moeten teleurstellen. . .' De heesheid achter haar stem duidelijk hoorbaar, maar ongegeneerd spreekt ze ditmaal door. 'Rode wijn stroomt niet door deze aderen.' Haar mondhoek krult dan toch op, lichtelijk als uitdaging. 'Dat denk ik althans.' En daar was de duidelijke uitdaging. De woorden die op het puntje van haar tong hadden gerust, maar uiteindelijk over haar lippen weten te rollen. Vreemd genoeg jaagt het haar geen angst aan, of althans minder dan ze wil bekennen. Het zorgt er dan ook voor dat een lichte frons tussen haar wenkbrauwen vormt, al trekt deze binnen het knipperen van haar ogen alweer weg. Nee, er is geen spijt.
          Waar Gio toch teveel interesse heeft in zijn gratis te verkrijgen mens, heeft Mae niet eens vragen durven of willen stellen. Heel graag wilde ze niet gebeten worden, en ze weet nog niet zeker of dat hetgeen is dat zo veranderd is voor haar, maar nu ze deze informatie heeft. . . hoe kan iemand als Mae niet happen? Of gehapt worden eerder. Alles valt in zijn plek, en het is dan ook haar hart die overduidelijk sneller aan het kloppen is door de opwinding, welke nog altijd groeiende is.


    I'm your little ray of pitch black.

    EMORI

    Wanderer • Tiny Ancient One • NOS4A2, piano room • with Aleister • Outfit





          ‘Hmm. . . dat betekend dus dat ik die vaker op je mat moet laten vallen?’ zegt hij op haar initiële antwoord. Onwillekeurig bevestigd hij daarmee het vage vermoeden dat de zilverharige onsterfelijke eerder over hem heeft gehad. Eerlijk toegegeven was de reactie van de brunette daar al doorslaggevend in—maar nu hijzelf subtiel heeft laten vallen het meesterbrein te zijn achter deze wonderlijke business, voelt ze toch de neiging hem nog eens van top tot teen in zich op te nemen. Ze had verwacht dat haar soortgenoten zich eerder gretig aan zo'n concept zouden wagen, zoals ze al doen zolang Emori zich kan heugen. Het ziet er naar uit dat de mysterieuze man tussen haar benen er een snelle gewoonte van heeft gemaakt haar te verbazen.
          Nadat ze de naam van haar oudste leermeester heeft laten vallen, scant ze zijn gelaat voor de reactie die ze denkt te ontlokken. Ze heeft hem hiermee ongetwijfeld laten weten dat ze oud is, maar verbleken doet hij niet. ‘Dan kun je vast ook prachtige noten spelen op een viool.’ Zo zeker als hij van zijn zaak is, en hoe terloops hij met de informatie omgaat, ontlokt haar een daadwerkelijke lach. Eentje waarvoor ze haar hand omhoog brengt, om deze over haar mond te schuiven alsof ze hem had willen tegenhouden. Haar ogen glinsteren, zelfs in het bordeaux halfduister.
          ‘De viool is een favoriet,’ stemt ze in, een zilveren pluk achter haar oor strijkend zonder zijn blik te ontheven. ‘De cello heeft mijn persoonlijke voorkeur.’ Allicht omdat het apparaat groot genoeg is om achter te verdwijnen, op een geheel andere manier dan de piano. Haar mijmeringen worden pas onderbroken nadat hij haar speelse woorden heeft behapt met een lach van zichzelf, zijn gezicht kantelend.
          ‘Ik dacht dat je het nooit zou vragen. Aleister Golden.’ Een naam bij het gezicht. Net zo echt als de hare is, zij het meer gepast voor op een zakelijk kaartje. Ze betwijfeld of hij de naam met dezelfde zorgvuldigheid heeft gekozen. Maakt het haar iets uit? Nee. Emori buigt haar hoofd iets, Aleister Golden in haar gedachten prentend.
          ‘De kunst heeft zeker wel iets. . . Maar seks was daar achter gesloten deuren, niet? Want alles dat ik erover gehoord heb duidt erop hoe dat soort praktijken als het ware taboe waren.’ Emori tuit haar lippen, een fractie van haar kostbare aandacht op het genotzalige gehijg richtend dat vanaf de grond slechts enkele meters van haar voeten komt. Tussen satijnen lakens waar twee vrouwenlijven in complete extase verkeren, tot voor kort enkel vergezeld door mannelijke stervelingen, maar waar Emori nu ook een soortgenoot opmerkt. Hij beantwoord haar blik met glanzende, zwarte kijkers, zo snel dat ze betwijfeld of de anderen noch Aleister hem erop hebben kunnen betrappen dat zijn aandacht op zijn prooien verslapte—maar dan slaat hij toe, snel en geoefend, het aroma van zijn opwinding een afrodisiacum dat haar overweldigd, zijn tanden door het zachte vlees tussen de borsten van zijn eerste slachtoffer zinkend. Emori kan het pure bloed vanaf hier door zijn lippen horen stromen en sluit haar ogen, focussend op het ritmische slaan van Aleister's hartslag.
          ‘Je zou je bronnen moeten vergeven dat ze de waarheid voor zichzelf houden. . . Het was een hoogtepunt, werkelijk, alles gebeurde in het donker waar we ons het meest comfortabel voelen. Vergis je niet, plekken als deze hebben altijd bestaan. Zij het. . . minder smaakvol.’ Het glimlachje dat haar mondhoeken doet omkrullen gaat geheel vanzelf. De verschuiving van haar concentratie op het litteken helpt. De uitwisseling van bloed en gif verdwijnt weer naar de achtergrond, zij het met enige dwang, waarbij de dorst tot een stil lijden overgaat. Ze leeft er al te lang mee om het als onverdraaglijk te ervaren, maar plezierig is het allesbehalve. Zo dichtbij. . .
          ‘Dan moeten we hel maar om weten te toveren tot een hemel,’ zegt hij, nadat ze met fascinatie heeft toegekeken hoe zijn lichaam reageerde op haar aanraking. Hij was beter af geweest als hij zich abrupt uit haar web had losgemaakt. ‘Of misschien is hel wel vermakelijker voor types als ons.’ Emori schudt haar hoofd, langzaam. Zijn huid voelt warm, warm en levendig onder haar roerloze vingertoppen en diens onberispelijk gevijlde nagels. Kwetsbaar. Zo kwetsbaar.
          ‘Er is geen hiernamaals voor ons,’ antwoord ze, een weloverwogen gedachtegang waar ze inmiddels al enkele eeuwen achter is. Met ons doelt ze niet op haar en Aleister, maar het drastische verschil tussen hen; sterfelijk en onsterfelijk. ‘Ik zou me geen zorgen maken, Aleister. Jij windt de duivel nog om je vinger.’ Ze hoeft hem niet te kennen om te weten dat zijn charmes niet zijn aan komen lopen. ‘En als dat niet werkt. . . kun je altijd je tong nog gebruiken.’ De dubbelzinnigheid van die opmerking laat ze geheel in het midden. Er zijn vampiers met minder charisma dan hij, en dat is voorbode genoeg.
          ‘Maar gezien je van kunst houdt, heb je al goed door het gebouw heen gekeken? Het zijn niet de originele exemplaren die er te vinden zijn, maar plagiaten die er verrassend veel op lijken.’ Het is makkelijk om hem te mogen, bijna te makkelijk waarschuwt ze zichzelf, al weerhoud dat haar er niet van om haar ellebogen op haar bovenbenen te plaatsen, waarbij ze haar kin op de rug van haar samengevouwen handen plaatst. Het toonbeeld van interesse.
          ‘Ik heb mezelf een kleine tour gegeven,’ geeft ze toe. Emori heeft nog geen kijkje genomen in de rest van het gebouw, afgeleid door de piano. Ze gaat te eenvoudig op in dingen, een valkuil van alle tijd in de wereld hebben. ‘Er is meer authentiek dan je denkt.’ Niet de schilderingen die hij ter decoratie heeft laten ophangen, maar details aan dit gebouw en de vergane tijd waarin het gebouwd is.
          ‘Ik sta erop dat je me een rondleiding geeft,’ zegt ze. Het vergt uiterste controle om traag overeind te komen, haar mond naar zijn oor te brengen en zo te blijven staan. ‘Maar eerst kun je toekijken, in de gang op me wachten, of meedoen.’ De fluistering is zo zacht dat ze weet dat de andere vampier haar met geen mogelijkheid heeft kunnen horen. Hem geheel vrijlatend in de keuze, laat ze haar lippen zacht over zijn ruwe kaak glijden wanneer ze zich terugtrekt.
          Haar hoektanden zijn zichtbaar en de intentie ligt onverdund in haar geloken kijkers, al is de gedateerd geklede vampier de enige die haar daadwerkelijk lijkt op te merken wanneer ze door hun cirkel breekt. Het duurt echter niet lang voor één van de naakte dames begerig aan haar kleding begint te trekken. Emori maakt een klakkend geluidje met haar tong, een waarschuwende blik op de vampier werpend, voor ze zich over de nog onaangeraakte dame buigt en diens veel te gretige handen in één simpele beweging boven haar oranjerode krullen tegen de satijnen ondergrond pint. Aan haar linkerzijde kruipt de eerste jongeman al naar haar toe, zijn aandacht voor de rest verdwenen met het vooruitzicht dat de zilverharige vampier biedt. Ook deze geeft ze de kans niet haar naakte huid bloot te leggen; ze is niet van plan dit langer te laten duren dan nodig. De sfeer mag dan misschien een greep hebben over haar gevoelige vampierkant, Emori is bijna zakelijk te noemen als ze op haar knieën voorover buigt, het kronkelende lichaam van de ginger langer en voller dan het hare, en toch is er helemaal niets dat deze zou kunnen beginnen tegen de petite vampier.


    Que sera, sera







    Royce Irvine

    ”Darling, you're already in my veins.”

    • 29/432 • Vampire • Unknown • NOS4A2 • w/ • Outfit •

    Royce ziet hoe Mae lijkt te bevriezen op haar plek — een menselijk instinct wat haar zegt niet op de vlucht te slaan in de aanwezigheid van een roofdier. Net als dat hij hoort hoe ze slikt, naarmate hij steeds dichterbij komt. Haar donkere kijkers volgen hem net zo goed, waar ze opmerken dat hij zijn kaken opeen klemt om het verlengen van zijn hoektanden tegen te gaan. De warmte van haar huid is voelbaar als Royce zijn vinger vederlicht over haar kaak heen laat glijden. Alles om hen heen lijkt stil te vallen wanneer zijn aandacht zich enkel en alleen op de dame voor zich richt, het kloppen van haar hart overduidelijk het enige dat hem nog opvalt.
          "Ik vrees dat ik je opnieuw zal moeten teleurstellen. . ." Royce glimlacht subtiel, voelt hoe de brunette desondanks zijn aanraking tegemoet lijkt te komen — de heesheid in haar klanken niet onopgemerkt. "Rode wijn stroomt niet door deze aderen. Dat denk ik althans."
          Hij had zich voorgenomen om zich netjes te gedragen, om niet aan het bezit van andere te komen, maar de uitdaging die Mae hem voor de voeten wierp was er één die Royce niet aan zich voorbij kon laten gaan. Niet bij het zien van het bijten op haar onderlip, de verleiding zo nog groter maken, evenals de opwinding die hij overduidelijk kan horen — welke op elke slag dat haar hart maakte mee sloeg in het ritme. Als haar eigenaar zo met haar begaan was, dan had hij Mae niet in haar eentje het hol van de leeuw in moeten laten gaan. Mae had zoveel slechter kunnen treffen nu.
          "Denk je, hm?"
    Licht kantelt Royce zijn hoofd iets, laat zijn hand over haar hals heen glijden in de richting van haar kaak, omdat hij simpelweg de verleiding niet kan weerstaan met zijn duim licht over haar onderlip heen te vegen. Langzaam buigt hij zich dan naar Mae toe, brengt zijn mond dicht bij dat van haar, maar stopt enkele millimeters voor ze elkaar raken. Een grijns verschijnt op zijn lippen, zijn ogen donker vanwege de honger die in de diepte te lezen was. Ditmaal daagde hij haar uit.
          "Ik weet zeker dat het voor mij precies zo zal smaken," fluistert hij dan, zacht tegen haar lippen aan alvorens haar geur diep in hem op te nemen. "Ga je me tegen houden het te proberen?"
          Subtiel trekt Royce een van zijn wenkbrauwen op in een stille vraag. Hij zou zich niet opdringen, ondanks dat hij inmiddels zo naar haar verlangde was de vampier niet meer de man die hij jaren geleden was — degene die nam wat hij wilde en daar alles voor over had, de persoon die bijna iemand tot de grond toe had afgetakeld enkel omdat ze meer wilde dan hij haar ooit durfde te geven.
          "Hoe zoet smaak jij, Mae?"
    Liefkozend sprak Royce zijn laatste woorden uit, veegde vervolgens met zijn lippen vlak langs de hare af — kuste plagend haar mondhoek, de lijn van haar kaak tot vlak onder haar oor. Alles met in zijn achterhoofd houdende dat Mae alle ruimte had die ze nodig had, mocht ze bij hem vandaan willen gaan.












    Adeline Doan Sandlin

    ”Damaged people are dangerous.
    They know how to make Hell feel like home.”

    • 26/333 • Vampire • Tegen Regime • NOS4A2 • w/ Sage —> Ríoghán & Indigo • Outfit + Nails •

    Na haar laatste woorden trok Adeline zich terug in zichzelf en nam afstand van Sage. Om zichzelf onder een bedwang te kunnen houden liet ze de barman haar glas rijkelijk bijvullen, telkens wanneer deze leeg was — telkens wanneer haar gedachten afgleden naar haar verre verleden en de man die door de jaren heen plots weer voor haar verschenen was. De brunette negeerde wat er tegen haar gezegd werd, mocht er überhaupt tegen haar gesproken worden, en klampte zich onbewust steeds meer vast aan de wetenschap dat Ryan hier elk moment kon zijn. Een grom ontsnapte echter bij die gedachten, waarop ze opnieuw een sterk goedje achterover kapte.
          "Onafhankelijk, my ass," mompelde Adeline enkel hoorbaar voor zichzelf, schudde daarbij licht met haar hoofd, waarna ze haar donkere blik minuten later besloot een keer rond te gaan. Op vrijwel exact hetzelfde moment spotte ze Ryan, de lange man sprong direct in haar oog, maar het zoetsappige gebeuren met zijn nieuwste aanwinst was hetgeen dat er voor zorgde dat de vrouwelijke vampier vooralsnog haar afstand hield. Ze kon zien dat hij zich gevoed had, zijn uitdrukking vertelde haar genoeg — wat enkel een haast mistroostig glimlachje op haar lippen liet doorschemeren.
          Het is uiteindelijk niet Ryan waar de aandacht van de brunette op blijft hangen, maar de brunette naast hem. De jas die de jonge vrouw draagt is er één die Adeline uit duizenden weet te herkennen — de vrouw bezat veel spullen, sieraden minder, maar de hoeveelheid kleding lieten haar kasten nog net niet uit hun scharnieren klappen. Adeline was zuinig op alles wat ze in haar bezit had, ondanks dat geld geen issue meer voor haar was, was het een link naar het verleden dat ze bij zich droeg; een van de redenen waarom ze alles dat privé was koesterde en het niet gauw zomaar deelde met iemand. Al helemaal niet met iemand die ver onderaan haar lijstje stond. Zelfs Ryan moest er soms nog om vragen wilde er iets zijn dat hij van haar nodig had, wat voor haar vice versa gold.
          Adeline liet Sage voor wat het was, gedreven door de nijdigheid die door haar aderen heen sijpelde liet ze haar achter bij de bar. Desondanks stapte ze met een veel te kalme uitstraling op het tweetal af. Haar ogen fonkelde, haar hoektanden verscherpt terwijl de vampier ze terug drong, Dit was niet haar avond en in niets leek het er nog op dat het dat nog ging worden ook. Het laatste wat er dan nog welkom bij was, was een mens met een verdomd slecht inschattingsvermogen — het niet weten wat wel of niet goed voor haar was in een hok vol roofdieren. Eens ging dat nog fout, een belofte die ze haar maar al te graag durfde te maken.
          "Wie heeft gezegd dat deze jas voor haar is om te dragen?"
    Subtiel trok Adeline haar wenkbrauw op, haar blik vragend op Ryan gericht alvorens ze deze verschoof naar de brunette aan zijn zijde. Licht vernauwde haar kijkers zich, stak de vrouwelijke vampier haar hand uit om het zachte bont van de peperdure jas te strelen terwijl ze deze vervolgens gevaarlijk met haar vlijmscherpe nagels dichtbij de kraag bracht — vlak bij de blote hals die daaronder lag, waar aderen pulseerde op het ritme van haar hart en minieme gaatjes haar vermoeden van eerder bevestigde.
          "Waren de regels niet duidelijk genoeg voor je, mon préféré*?"
    De waarschuwing in de klanken van haar woorden lijken te zijn ondergedompeld met niks minder dan vergif, haar uitdrukking een uitstraling die verried dat het vanavond geen tijd was voor spelletjes. Adeline kon zich er nu niet toe zetten
    — niet nu ze zo wankelde, haar roekeloosheid de kop op steeg en herinneringen ongevraagd haar hoofd binnen dreven. Als Adeline besluit om haar gezicht dichter naar dat van Indigo te brengen, haar lippen vlak bij diens oor, richten haar bijna zwarte kijkers zich op Ryan. Het was geen waarschuwing direct voor hem, maar wel een die hem vroeg beter op zijn bloedzak te letten nu ze zichzelf niet vertrouwde.
          "Raak nog één keer één van mijn spullen aan en de twee kleine gaatjes in je nek zullen je minste zorg nog zijn."

    *mijn lieveling

    [ bericht aangepast door Feichin op 23 mei 2020 - 15:55 ]


    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."

    GIOVANNI CAIO DE ANGELO

    Voor het regime • Vampier • 29 (766) • With Kenna • Outfit


    'Dankjewel. Dat zal ik onthouden.' Ik knik haar toe en glimlach lichtjes, voor ik weer een slok neem. Natuurlijk had ik in het verleden de greenies wel wat geleerd, maar nooit langdurig. Ik was nou eenmaal niet het mentorstype, tot nu toe niet in ieder geval. 'Maar wat brengt jou eigenlijk hier?' Ik blik weer naar haar en lach zachtjes, ''dat is een hele brede vraag, darling.'' prevel ik zachtjes. Kort kijk ik om me heen. ''Hier, omdat je nooit een goed feest moet afslaan. Als ik je een advies moet geven in het leven,'' ik lach zachtjes en plaats mijn hand zachtjes op haar been. ''Je weet nooit wat voor mooie dingen je tegenkomt op evenementen als dit.'' zeg ik en kijk naar haar.
    ''Als we het over Hollow Grove hebben.. Geen idee, ergens wil ik zeggen toeval maar ik had ook al een aantal verhalen gehoord die me bevielen.. Misschien is het een combinatie van beide geweest.'' Ik grijns speels. ''Dat zijn trouwens goede verhalen geweest, normaal hou ik namelijk van een meer warme omgeving.'' Ik zet mijn glas wijn op tafel en keer wat meer naar haar toe. ''Hiervoor heb ik een paar maanden in Marokko gespendeerd, prachtig land. Misschien wil je een keer mee?'' stel ik voor en laat mijn blik langzaam over haar gezicht gaan. ''Ik bedoel maar, je hebt nog een heel lang leven te gaan. Wat valt er te verliezen..''
    Ik duw zachtjes een van haar lokken uit haar gezicht met mijn pink en geef haar een charmante glimlach, voor ik mijn wijn weer pak. ''Maar wat brengt jou hier?'' vraag ik haar, de vraag ook breed zodat ze kan antwoorden hoe ze wil.


    A woman without a man is like a fish without a bicycle

    Indigo Lefèvre
    Ryan's French Cuisine      —       Twentyseven      —       Gardarobe      —       Ryan & Adeline      —       Outfit


          Succes daarmee, dat heb ik zelf namelijk al aardig bereikt. De woorden doen haar dan misschien niet stoppen met haar poging hem op de zenuwen te werken, maar weten zeker ergens in haar geheugen te schieten. Waar doelt hij op? Hoe bedoeld hij die opmerking? Werd hij gefilmd omdat hij zichzelf compleet voor schut heeft gezet? Is hij een corrupte politicus of advocaat? Het is het volgende raadseltje en langzaamaan is ze wel klaar met het puzzelen, beseft zich dat ze al heel wat sterker zou staan al zou ze weten wat zijn achtergrond is. Nog steeds gaat ze het hem niet vragen in ieder geval, neemt zich voor iets of iemand te vinden die het haar kan vertellen. Zijn toenadering na haar laatste statement doet haar in eerste reactie verstijven, al is het maar voor het kortste moment, haast onbewust de kraag van de jas hoger optrekkend.
          "Je hebt het telkens wel mooi over een staak, maar wie zegt dat dat helpt, sweetheart," fluistert hij haar op vertrouwde wijze toe, als het delen van een van zijn grotere geheimen. In eerste instantie zoomen haar hersenen in op de benaming welke hij haar geeft, het woord zoet gesproken en compleet buiten de context van hun relatie. Ze haat het koosnaampje — haat dat het zo vaak werd gebruikt door mannen die haar als niets anders zagen dan een lustobject en koppelt het aan iets neerbuigends, alsof ze enkel een mooi gezichtje heeft en geen inhoud. Ze slaat haar ogen af om te pogen hem die wetenschap te onthouden en staart kort naar het glas in haar handen. Tot de rest van zijn woorden betekenis krijgen. Indigo kijkt hem met een abrupte beweging weer aan, de blik in zijn ogen al zelfgenoegzaam te noemen alsof hij niets minder dan die reactie had verwacht.
          De insinuatie dat het niet zou werken maakt dat haar lippen vaneen wijken om hem ernaar te vragen, hem het genoegen te geven om te happen. Ze sluit ze weer voor er ook maar een klank over haar tong kan rollen en brengt het glas champagne in afleiding naar haar lippen, nipt er deze keer bescheiden aan. Het is niet alsof hij haar gaat vertellen hoe ze hem om kan brengen in zijn slaap. Als hij al slaapt. Indi voelt zich met de minuut onwetender en kan het niet verkroppen, voelt haar irritatie enkel stijgen wanneer ze weer in zijn richting kijkt en hij haar wenkt alsof ze niets dan een huisdier is. Wat — zo bedenkt ze zich vol walging — niet eens zo ver van de werkelijkheid ligt waarschijnlijk.
          Ze volgt hem door de drommen mensen, voorkomt iedere vorm van aanraking met anderen en probeert vooral niet te veel om zich heen te kijken, hoopt dat ze het besef dat ze zich wederom tussen vampiers bevind nog wat langer op de achtergrond kan houden. Eenmaal tot stilstand gekomen ondervind ze zijn ogen op haar.
          "Ik neem aan dat je jezelf wilt ontdoen van de dikke jas?" En ondanks dat ze puur en alleen om dwars te liggen 'nee' zou willen zeggen, begint de warmte van de club haar hier in de hal al aan te grijpen — de blos op haar wangen met de minuut levendiger. Indigo zal net het bont van haar schouders laten zakken wanneer de werkelijke eigenaresse van de jas haar blikveld in loopt — diens blik bevestiging genoeg.
          "Wie heeft gezegd dat deze jas voor haar is om te dragen?" De wenkbrauw welke omhoog schiet is er een met getrainde precisie, iets wat voortkomt uit jaren aan oefening en is geperfectioneerd tot iets achteloos. Ade haar hand reikt richting haar hals en hoewel dit exact is waar Indi op uit was — al was het misschien onduidelijk hoe het precies uit zou spelen — krimpt ze toch iets in elkaar. Het is de kant waarin Ryan zo'n uur geleden nog zijn tanden had verzonken en haar beweging is als een reflex, ondanks dat ze de vrouw zelf uit heeft gedaagd en had gehoopt een sterker beeld neer te zetten. "Waren de regels niet duidelijk genoeg voor je, mon préféré?"
          "Het leek er niet op dat je perse heel veel waarde hecht aan één specifiek kledingstuk, mon chérie," hoort de Française haar eigen stem klinken, alsof ze toekijkt als zijnde toeschouwer. Ze voelt de hand van de vrouwelijke vampier gewoonweg in de buurt van haar hals, voelt de stille dreiging bezit nemen van haar lichaam tot zo'n beetje iedere alarmbel af gaat en weet het vooralsnog te negeren — tot het moment dat Ade haar nadert, lippen slechts centimeters verwijderd van de punctie-gaatjes en haar adem iets wat kippenvel laat ontspruiten over heel Indi haar lichaam. Weer is er geen sprake van flight or fight — weer verraad haar lichaam haar door iedere connectie naar haar hersenen te verliezen.
          "Raak nog één keer één van mijn spullen aan en de twee kleine gaatjes in je nek zullen je minste zorg nog zijn." En Indi gelooft haar, gelooft de woorden die in haar oor worden gefluisterd zonder dat ze de waarheid in de vrouw haar ogen hoeft te zien. Haar spraakvermogen verdwijnt met eenzelfde noodgang als haar mobiliteit en het is alsof haar lichaam gelooft dat; als het maar stil genoeg blijft staan, de dreiging vanzelf zal verdwijnen. Het bloed wat eerder haar wangen nog een gezonde kleur had bezorgd is nu weggetrokken, haar complexie een bleke en haar hartslag een onregelmatige. Ze haat haar zwakte. Haat dit gevoel. Haat hen.
          Toch zoeken haar ogen Ryan, waarom ze zichzelf achteraf waarschijnlijk enkel nog maar meer zal vervloeken. Ze zoekt hem vanuit haar ooghoeken en wanneer ze hem vind heeft haar blik niet zozeer een emotie als wel een boodschap. Jij zou me beschermen, bescherm me dan ook.


    You are aloud to be Angry and Selfish and Unforgiving

    Ríoghán       O’Brien

          Invester Hollow Grove      |||      Born in Bronze Age      |||      Born Irish      |||      "English" gentleman      |||      Outfit      |||      NOS4A2 w/ Indigo     





    Ongeacht of een reactie vanuit Indigo miniem is of niet, Ríoghán focust zich erop — leest haar alsof ze een vooralsnog ongelezen boek is. Echter ruiken boeken lang niet zo heerlijk als deze dame en haar verfrissende bloed. Terwijl zij alle gegeven informatie door haar hoofd laat malen, hetgeen dat hem enorm weet te vermaken, houdt hij haar in de gaten. Beter dan elke serie of film die hij ooit in zijn lange bestaan heeft gekeken. Het menselijke brein is en blijft een perfect raadsel, ieder zo anders — doch zo hetzelfde.
          Wanneer haar lippen zich openen in een perfecte O om hem — hoogstwaarschijnlijk — te vragen naar iets, wil hij haar dichterbij leunen alsof hij geen vampier is met supergehoor, zijn aandacht volledig op zijn bloedzak gericht. Het is echter het sluiten van haar mond dat zijn hoofd lichtjes doet kantelen uit vermaak, zonder dat zijn gezicht ook maar iets van deze emotie toont — totaal onveranderd blijft deze achter in zijn neutrale staat.
          Eenmaal dichter bij de garderobe te vinden biedt Ríoghán Indigo niet bepaald iets vreemds aan, maar het is een bepaalde aanwezigheid die de oude vampier maar al te goed kent. Haar persoonlijke geur gemengd met de parfum die door zijn huis dwaalt, haar gemoedsrust en zelfs haar complexe aanwezigheid doen hem nog naar Adeline keren voor deze zich daadwerkelijk bij hen gevoegd had. Haar trage loopje tezamen met de glinstering in haar ogen verteld hem niet veel goeds. Dit heeft niets te maken met Royce, haar ogen lijken namelijk een gat in zijn bloedzak te boren.
          'Wie heeft gezegd dat deze jas voor haar is om te dragen?'
          Zonder een blink te missen focussen ook de hazelnootkleurige ogen zich op Indigo. Het ergste is nog dat Ríoghán het Adeline niet eens kwalijk kan nemen, evenals zichzelf. Gerust dat zijn beste vriendin niet te ver zal gaan grijpt de oude vampier naar een glas dat langs hen af dwaalt, een verloren ober die zijn weg vanuit de keuken lijkt te maken. \
          'Waren de regels niet duidelijk genoeg voor je, mon préféré?'
          De duidelijke toon in de stem van Adeline doet hem echter zijn wenkbrauw op doen trekken, afwachtend naar wat ze gaat doen.
          'Het leek er niet op dat je perse heel veel waarde hecht aan één specifiek kledingstuk, mon chérie.'
          Vrouwen. Met zijn haast emotieloze houding glijden zijn ogen van Adeline naar Indigo toe, zich niet beseffend waar ze het lef zo vandaan weet te halen. Ergens wil hij het oprecht applaudisseren — vermaakt met zijn eigen keuze deze dame te kiezen. Tot dusver is het nog zeker niet tegengevallen, ondanks dat hij zelden zulke spontane keuzes maakt. Of althans, spontaan, in zijn ogen — zelfs dit is vaak enorm doordacht.
          'Raak nog één keer één van mijn spullen aan en de twee kleine gaatjes in je nek zullen je minste zorg nog zijn.'
          Een simpele fluistering in het oor van Indigo zou je denken, maar Ríoghán weet beter. Het zorgt ervoor dat zijn wenkbrauwen nu optrekken — niet uit frustratie, ongeloof of woede. Nee, een speelsere wijze, enkel bekend voor de elite binnen zijn vriendengroep. Voornamelijk weggelegd voor Emori en die keren dat Adeline hem mee weet te sleuren. Ditmaal is het echter de oude vampier die een start gaat maken. 'Ade, je hebt genoeg kleding — Indigo heeft amper een goede winterjas.' Hij verwacht dat hij niets aan zijn houding hoeft te veranderen om de vrouwelijke vampier het idee te geven wat hij probeert uit te spelen. Zijn stem even autoritair en duidelijk als altijd, terwijl zijn ogen niets verraden.
          Het feit dat Indigo haast lijkwit oogt — een vermakelijk contrast tegenover het razendsnel kloppend hart dat hij duidelijk hoort kloppen, zorgt ervoor dat hij doorzet. De blik die ze hem toewerpt, overduidelijk machteloos laat hem doorgaan. Dat is het laatste zetje om dit voort te zetten. De stille roep om hulp laat hem een grijns wegdrukken voor deze ook maar zijn gezicht weet te bereiken. Hij keert zich daarom weer tot Adeline. 'Ik vind dat je te streng bent voor mensen, geef Indigo een kans — je woont immers in één huis samen met haar.' Ríoghán stem onveranderd. Het kost hem veel moeite om dat heb ik ook gedaan in te slikken en deze woorden om te wisselen, gezien Adeline hem te goed kent en direct zal weten waar hij het over heeft — al twijfelt Ríoghán geen moment aan het feit dat ze het al doorhad voor ze de huid van Indigo's nek heeft gezien.
          In zijn kalme staat neemt hij een slok van de champagne uit het zojuist verkregen glas, kantelt zijn hoofd lichtelijk tegenover de vrouwelijke vampier, waar zijn ogen haar lijken te vragen hoe het met haar gaat — daarbij de boodschap dat ze niet alleen is. Om dit te versterken, maar niet zomaar de facade te verbreken, pakt hij haar zacht bij haar pols vast en laat hij zijn hand zacht langs haar blote arm omhoog glijden tot deze stof bereikt — alsof hij poogt Ade weg te halen bij Indigo. 'Je weet dat ik geen besef heb van wat van wie is.' De stem van Ríoghán klinkt haast nonchalant, een emotie die niet vaak naar voren lijkt te komen mits het over zijn getrainde houding gaat. Leugen, alleen met de kleding die Adeline bezit kan hij het lang niet allemaal weten. Ook zijn geheugen heeft limieten — hij is immers al oud te noemen.
          Kort glijdt zijn blik even naar zijn bloedzak, er haast een geruststellende glimlach te vinden. 'We kunnen altijd even ergens plaatsnemen?' De woorden gooit hij de lucht in zonder het echt tegen één van hen in het bijzonder te hebben. Of misschien is het wel tegen beide, ergens verwacht hij toch geen medewerking vanuit één van hen.


    I'm your little ray of pitch black.




Add Your Banner Here