• ───── HEARTBEAT ISLAND ─────

    04:24 AM — 91,4 °F (33 °C) — Tuesday
    Maandag was de laatste dag van het opruimen van het bos, ondanks dat er nog genoeg rommel ligt. De planning is immers dat het strand nu aan de beurt is, waardoor vandaag de eerste dag zal zijn dat de meeste gevangenen deze locatie voor de eerste keer zullen zien. De anderen zullen dit echter niet gezien hebben voor een gezellige strandwandeling, dus zelfs dit zijn geen geweldige verhalen om te vertellen.
          Omdat vandaag de eerste dag is, wordt er verwacht dat iedereen meetrekt naar de aangewezen locatie. Elk personeelslid moet zijn weg erheen maken. In de eerste instantie zal het de gevangen waarschijnlijk opluchten eindelijk uit dat waardeloze bos te verdwijnen, maar het strand is alles behalve beter. Met een grote boot in het midden, wat al een uitdaging op zich zal zijn, al is wat er omheen te vinden is erger. Lijken, andere viezigheid en alles dat je niet wilt treffen in de brandende hitte.
          De douches zullen niet aangaan vandaag (waarschijnlijk mogen de gevangenen Sean bedanken hiervoor), en zelfs het eten zal kwart voor zeven geserveerd worden — wat betekent dat het meegenomen zal moeten worden om onderweg te eten. De wandeling zal zo’n half uur duren, met tassen vol zwaar gereedschap in hun rugzakken. Maar uiteraard zou het geen normale dag zijn zonder een ruzie. . .
    Outfit Quality Bag Beds


    I'm your little ray of pitch black.

    Mine.


    • • •

    :Y)

    Mine.


    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."

    ──────────────────────────────────── Chance Dotts ────────────────────────────────────

    Prison warden of Heartbeat Island      ♦      One dangerous motherfucker




    Nadat de gevangenisdirecteur zijn weg uit zij bed heeft gemaakt, weet hij nog wat fruit naar binnen te werken terwijl hij zichzelf in het driedelige pak hijst. De nieuwe lading gevangenen, welke gisteravond al hun entree gemaakt zouden hebben, lijken nu pas daadwerkelijk dichtbij het eiland te zijn. Het idee dat zijn vertrouwde ritme verstoort wordt geen prettig idee voor Chance, maar iets waar hij mee kan leven, beseffend dat hij de nieuwelingen kan gaan martelen.
          Hij wandelt richting het koelkastje dat hij in zijn bezit heeft en haalt er twee flesjes fris it, waarna hij zijn weg begint te maken richting de pier — waar hij een houten pad heen heeft laten leggen. Eenmaal daar, merkt hij de boot al op. Net op dat punt hoort Chance hoe de walky talky een luid geluid maakt, welke hij verveeld uit zijn broekzak haalt. De kleinere variant haalt hij dichterbij zijn oor, gezien er aardig wat stoorzenders op het eiland te vinden zijn, en hij er nu direct naast lijkt te staan.
          ‘Zoals gepland zijn het vijf gevangenen.’
          De woorden klinken door statisch geluid heen, waar hij niet eens op besluit te reageren. De apparatuur bergt hij weer op, waarna hij zich focust op de speedboat die richting het eiland komt. Vanuit zijn ooghoek ziet hij Richard al aankomen, één van de bewakers die al vanaf het begin van het eiland deel is van de welkomst parade. De man begroet zijn baas met een knikje, waarop Chance niets anders kan doen dan antwoorden.
          Sinds het akkefietje vorige week heeft de man amper nog maar een woord met hem gewisseld, wat hem niet deert. Het is toch een vreemde vogel, en niet eentje die hij beter wil leren kennen — ondanks dat hij al genoeg verhalen heeft gehoord over de man, en zelfs vanuit zijn eigen mond. De man is nog erger dan Ronan, wat een softie. De gevangenisdirecteur kan zelf niet verwachten hoe zulke types uitgekozen zijn voor dit werk, en wenst hen persoonlijk veel sterkte nu hij de leiding heeft.
          Wanneer de speedboat aanmeert blijft Chance zelf staan, terwijl Richard met een vriendelijke glimlach op de nieuwelingen afduikt. De andere twee cipiers die hun weg maken richting hun dienst, en daarbij evenals deel zijn van de welkomst parade, geeft hij ook een knikje. Beide beantwoorden deze op soortgelijke wijze, tot de één besluit te antwoorden.
          ‘Goedemorgen, hoeveel hebben we er vandaag hé?’
          ‘Vijf,’ antwoord Chance zelf kortaf, terwijl zijn armen achter zijn rug vouwen. De tassen die de twee mannen bij zich dragen zitten vol met het zogenaamde welkomstpakket, waar enkel en alleen de essentiële dingen in te vinden zijn. Lang weet het Chance’s aandacht niet te trekken, gezien de eerste persoon al uitstapt.
          Twee mannen komen eerst, groot en breed, maar zien er verder niet heel imponerend uit. Vervolgens komt er een blondje, tenger en klein, waarna er een brunette lijkt te volgen, waar niet veel aan te zien is, gevolgd door opnieuw een man. Deze zit vol met donkere plekken en lijkt een kras over zijn wang te hebben. Uiteraard glijdt de blik van Chance als eerste richting de twee dames, denkend dat er een akkefietje is geweest tijdens de rit op de boot — welke uiteraard al zo’n acht uur langer heeft geduurd. Het zijn eerder vrouwen die uit zullen halen met hun nagels, waardoor de eerste twee mannen al direct wegvallen voor de gevangenisdirecteur.
          Ergens tussendoor valt het hem op hoe de psychologe aangewandeld komt, bij wie hij echter wel even zijn ogen de kost geeft, voor deze terugschieten richting de gevangenen. ‘Goedemorgen Luciana.’ Zijn toon rustiger, haast vriendelijk te noemen, iets dat een gewoonte is rondom de jongedame. Haar op een dwaalspoor zetten rondom wie en wat hij is blijft een van zijn vermakelijkste bezigheden. Hij was misschien ook net iets te goed in zijn rol wanneer nodig, waardoor hij het haar niet eens kwalijk kan nemen. Het heeft niets met haar kwaliteiten te maken, eerder met de zijne. ‘Het is vreselijk dat het zo vroeg is, maar gelukkig kon je erbij zijn.’ Nu weet hij dat ze vandaag sowieso al mee zou gaan richting het werk, of althans dat was de planning, waardoor het ook al een leugen is, ondanks de glimlach rond zijn lippen.
          Intussen gaan de cipiers aardig hardhandig om met de nieuwelingen, dwingen hen hun kleding te ontdoen, terwijl de ander een poging tot een welkomstpraatje poogt te maken — al interesseert het Chance niet eens. Toch staat de man met zijn rug recht, intussen een ietwat lege blik in zijn ogen. Zijn ogen volgen kort de grootste man van het stel, welke overduidelijk geen behoefte eraan heeft om te luisteren. Zijn ene wenkbrauw trekt kort op, waarna hij richting Luciana kijkt. 'Ze werken ook nooit mee hé?'
         


    I'm your little ray of pitch black.

    Máirín Vespera

    "Go ahead, underestimate me."

    • Twenty-six • Eleven months imprisoned • Assassin •

          Te vroeg. Te warm.
    Máirín puft zachtjes ─ veegt met haar pols enkele zweetdruppels van haar voorhoofd af en vervloekt het feit dat ze niet op ieder gewenst moment onder de douche kan stappen. Normaliter had ze al enige moeite met het stijgende kwik op dit uur, maar de laatste dagen waren de ochtenden helemaal een ramp. Haar maag verkrampt op een pijnlijke wijze, maar de blondine tracht het te negeren terwijl ze terug naar haar bed loopt. De oude, vale en versleten rugzak exact in het midden geplaatst. Een uiterst tactvolle hint naar wat er op de planning staat vandaag.
          Onverstaanbare woorden ontsnappen al mompelend en op een vloekende wijze aan haar lippen, terwijl Máirín met haar slanke vingers een keer door haar blonde lokken heen strookt. Máirín had nul energie ─ de wandeling die hen te wachten stond kon haar dan ook compleet gestolen worden. De magere binnenkomst aan nieuwelingen al helemaal. Ze is er niet voor te porren en dat liet ze merken ook. Met een zucht zakt de blondine neer op de rand van het bed, laat haar blik een keer rond glijden tot deze ergens een glimp op vangen van haar beste vriendin.
          Wat hadden ze een lol gehad, twee dagen geleden. Hun eigen missie binnen het eiland voelde zo heerlijk aan, Máirín mist daardoor nog meer dan anders het vrije leven dat ze buiten dit terrein hadden. De opwinding, de kick en de verleidingen van alleen al de milde actie. Het simpele voor de gek houden van een arts, tot het tactvol rollen van de waardeloos gevulde medicijnkast. Het viel in het niet bij wat ze voorheen samen deden, maar het kwam er in ieder geval een beetje bij in de buurt ─ een minuscuul beetje.
          Wanneer venijnige steken opnieuw haar maag laten draaien, dwingt Máirín zichzelf terug omhoog van het bed. Met een geïrriteerde ruk aan de rugzak haalt ze deze naar zich toe, controleert de inhoud van de tas alsof deze haar ook maar iets kan schelen. Alles voor de afleiding. Alles om er maar niet aan te willen denken. Als de inhoud van de tas enigszins lijkt te kloppen, draait de blondine zich om. Te snel. Een lichte duizeling overvalt haar, waarop Máirín met haar vingertoppen kortstondig haar slapen tracht te masseren.
          "Alles oké?" klinkt het vragend ─ een stem die Máirín niet herkend als die van iemand die ze hoog heeft zitten.
          "Fuck off," gromt de blondine dan ook.
    Met een vuile blik kijkt ze op naar een van haar medegevangene; de laatste nieuwe, van de vorige ronde nog. Nog heel even en ze behoort niet meer tot die categorie. Een gepikeerd "Jeezus," is echter het enige dat de roodharige nog zegt. En, waar Máirín op ieder ander moment van de dag graag een discussie aan had willen gaan, gezien de veelzeggende uitdrukking op het met sproeten bezaaide gezicht van de jonge vrouw, gromt deze echter enkel en alleen een keer. De onrust in haar lijf ─ in haar hoofd ─ maken het dat ze anders gereageerd dan anders. Hetgeen waarvan Máirín weet dat ze dat niet te lang moet blijven doen. Er is nu dan ook nog maar een ding dat ze nodig heeft; één iemand die haar ergens met beide benen terug op aarde gaat krijgen.
          Met een frons tussen haar wenkbrauwen in genesteld zakt de blondine door haar knieën heen, laat het overkomen alsof ze haar schoenen goed schikt, maar weet ondertussen het zorgvuldig verstopte én gestolen object tevoorschijn te halen uit het ijzeren frame van het stapelbed. Het resultaat dat daarop prijkt een die haar maag opnieuw laat kantelen en waarop Máiŕin hem direct weer terug stopt, alvorens ze opzoek gaat naar Zaidee.






    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."

    SEAN ADAMS
    Head Guard ~ 42 years old ~ His own clothes ~ w/ Ronan ~ barracks of the prisoners

    Een kreun rolt over Seans lippen wanneer de eerste zonnestralen door het kiertje zijn kamer inschijnen – zijn geïmproviseerde wekker bij gebrek aan één. In plaats van op te staan, draait Sean zich om met zijn rug richting het zonlicht. Dat daardoor gemakkelijk is buiten te sluiten, maar de opkomende hoofdpijn is minder gemakkelijk te negeren.
          Het was laat geworden gisteravond en met de hitte die bleef hangen ging het bier er in een veel te hoog tempo doorheen. Dat voelt Sean, iets dat zijn humeur niet ten goede komt. Ergens in zijn brein sijpelt dan ook binnen dat hij moet opstaan, dat hij taken heeft, of dat hij op zijn minst één van de guards moet inlichten die zijn taken over kan nemen. Sinds hij echter tot head guard is benoemt en hij enkel en alleen aan de gevangenisdirecteur verantwoording af hoeft te leggen, trekt Sean de lakens nog wat verder op en sluit zijn ogen.
          Twee uur later, twee aspirines en een kop koffie rijker, maakt Sean zijn weg richting de barakken. Gekleed in een simpele witte tank top, een donkergekleurde zwembroek en gemakkelijke teenslippers loopt hij tussen de paden door, proberen gebruik makend van zoveel mogelijk schaduw. Het is niet de meest ideale outfit voor een werkdag, maar Sean vertikt het om in het snikhete uniform te wandelen, zeker bij deze temperaturen.
          “Morgen, Sean!” Aan zijn collega, die overigens wel gekleed gaat in het snikhete uniform, is te zien dat ook hij nog last heeft van hun feestje van de vorige avond. Sean grijnst echter, loopt met de man op, alsnog richting de barrakken. “We zullen zo wel weer een stortvloed aan klachten krijgen,” zegt Sean, zijn toon echter onverschillig. Zijn collega knikt. “Jep. Het eeuwige, bekende gezeur,” knikt hij en werpt een blik op Sean. “De douches niet aangezet vanmorgen?,” gokt hij. Een grijns verschijnt op Seans gezicht. “Nee. Mijn bed lag nog iets te lekker.”
          Eenmaal bij de barakken aangekomen treft hij Ronan buiten aan. “Morning,” begroet hij zijn tweede collega en voegt zich bij Ronan. Een korte blik op zijn horloge laat Sean weten dat het iets over half zeven is. Zonder enig excuus te maken voor zijn te late verschijning, vervolgt Sean: “Zullen we dat tuig maar hun ontbijt geven? Anders zijn ze de hele dag niks waard. We vertrekken gewoon om zeven uur.”

    [ bericht aangepast door Reeses op 17 aug 2020 - 8:54 ]

    POPPY MAEVE WILSON
    Prisoner ~ 26 years old ~ Outfit ~ w/ Chance and Luciana ~ boat and beach ~

    Ik was doodop. Zo vlotjes als het eerste deel van de reis liep – per transportbusje, vervolgens per vliegtuig en het laatste stuk per boot – zo lang duurde de boottocht. En die hele f*cking boottocht was alles behalve aangenaam. Het eerste deel wilde nog wel, maar toen de donkere lucht zich in een razend tempo om ons heen uitbreidde wist ik dat dat gauw over was. Zodra de eerste bliksemschicht door de lucht flitste, werden mijn vermoedens bevestigd.
          Ik zat met vier medegevangenen aan boord en twee cipiers. Daar waar eerst enkel onze polsen geboeid waren en die ik nog enigszins comfortabel op mijn schoot kon laten rusten, werden onze enkels ook geboeid door één van de cipiers terwijl de ander een poging deed de boot door plots ontstane hoge golven te sturen.
          Koude golven spoelde over de boot heen en binnen enkele tellen waren we allemaal compleet doorweekt, terwijl de golven om de beurt probeerde de boot mee te trekken. Doordat mijn polsen met een ketting aan de enkelboeien zaten vastgeketend had ik geen enkele houvast. De bodem van de speedboot was glibberig waardoor ik ook geen grip kreeg. De enige reden waarom we nog niet uit de boot waren gebonjourd was doordat die ellendige enkelboeien aan een pin in de vloer waren bevestigd, al begon het metaal al in zowel mijn polsen als mijn enkels te snijden.
          De cipiers schreeuwden tegen elkaar, hun aandacht compleet gevestigd op het besturen van de boot en ervan overtuigd dat hun gevangenen geen kant op konden. Hoelang alles bij elkaar duurde wist ik niet, maar uiteindelijk leek de storm af te nemen. Al duurde het daarna nog een hele poos voor we op onze uiteindelijke bestemming arriveerden.

    Of het eiland echt zo ver van de bewoonde wereld aflag of dat we door de storm gigantisch waren afgedwaald, wist ik niet, maar toen het eiland in zicht was – was in de verste verte geen stukje land te bekennen.
          De cipiers waren vrij hardhandig, vond ikzelf. Misschien waren ze klaar met die hele boottocht of hadden ze een volgende lading gevangenen die opgehaald moesten worden. Nadat onze waren losgemaakt, volgde ik achter twee mannen, stapte de boot af en volgde hen over de houten steiger. Blijkbaar liep ik toch niet vlot genoeg aangezien ik een duw in mijn rug kreeg – duidelijk ten teken dat ik op moest schieten.
          Op het strand vormden we een rijtje en bij elk van ons werd een stapeltje kleding en een paar schoenen op het zand gegooid. “Kleding uit!,” werd er gecommandeerd. Geheel vrijwillig ontdeed ik me van mijn schoenen, blij dat die natte dingen uit konden, maar bij de rest twijfelde ik. Was dat echt nodig? Konden we niet een klein beetje privacy krijgen? Ik wierp een blik op de brunette naast me, die zich ook nog niet verroerd had en er blijkbaar net zo over dacht als ik. “Geen denken aan,” sprak de mannelijke gevangene naast me, met een soort koppige ondertoon. Ik gaf hem geen ongelijk, maar ik vond het nog iets te vroeg om nu al ruzie te zoeken met de bewakers hier.
          Ik wierp een korte blik op de man en de vrouw even verderop, maar toen de aandacht van de twee bewakers voor ons op de koppige man was gericht, trok ik gauw het uniform over mijn eigen kleding aan. Ik zou me later wel verkleden. De brunette naast me volgde mijn voorbeeld en grijnsde kort naar mij. Ik grijnsde terug
          De bewakers overduidelijk niks gemerkt, trokken ons uit de rij en met een duw werden we richting de man en de vrouw verderop geduwd, terwijl zij zich bezig hielden met de drie overige mannen.

    [ bericht aangepast door Reeses op 14 aug 2020 - 14:49 ]

    Luciana Santiago
    28 years old | psycholoog | beach | Chance & Poppy

    Die ochtend kwam de dame maar moeilijk uit haar bed. Bijna elke ochtend had ze wel een afspraak staan met Sean en dat begin van haar dag.. dat maakte het uit bed komen een stuk gemakkelijker. Vooral na zo'n warme, plakkerige en slapeloze nacht. Helaas voor haar had Chance iets anders op de planning staan: de nieuwelingen verwelkomen. Nog altijd snapte ze niet waarom ze mee moest - of wílde ze het niet snappen - maar ze had niet geprotesteerd. Ze wist beter.
          Met enige tegenzin hees ze zichzelf in haar outfit, het ontbijt sloeg ze over. Niet heel wijs met het warme weer en de lange dag op komst maar het was heus niet de eerste keer en de hitte zorgde voor weinig eetlust. In haar kantoortje verzamelde ze het bekende notitieblok - gewoon voor de zekerheid, voor het geval ze meteen mee door moest naar de werkplek van de gevangenen - en daarmee vertrok ze naar het strand. Van veraf zag ze de boot en het groepje mensen al. Misschien was ze ook wat laat maar zelfs al zou ze daar voor op haar donder krijgen, dan maalde ze daar niet om. Tot nu toe had Chance haar niet écht aangepakt en ze verwachtte ook niet dat dat zomaar zou gebeuren.
          ''Goedemorgen Luciana,'' begroette hij haar, bijna alsof hij dacht dat ze niet zou opmerken hoe hij naar haar keek. Ze forceerde enkel een vriendelijke glimlach en begroette hem met een zachte 'goedemorgen' terug terwijl ze halt hield naast hem en haar blik op het groepje gevangenen viel.
          ''Het is vreselijk dat het zo vroeg is, maar gelukkig kon je erbij zijn.'' Ze knikte en haalde haar schouders op. ''De vroege uurtjes zijn hier niks nieuws,'' Soms vroeg ze zich af of hij écht dacht dat ze niet door had dat hij een spelletje met haar speelde. Soms dacht ze wel dat hij oprecht was maar later twijfelde ze dan toch weer aan zijn oprechtheid. Waarom zou de gevangenisdirecteur immers écht zijn hart luchten tegen de psychologe? Het was niet logisch, het was eerder een formaliteit dan iets anders maar stiekem hoopte ze wel dat als ze maar lang genoeg vol hield, ze alsnog iets uit hem kon trekken.
          ''Ze werken ook nooit mee hé?'' merkte Chance op. Probeerde hij nu een reactie uit te lokken of deed hij gewoon een poging tot een beleefd gesprek? De dame haalde enkel haar schouders ietsjes op en blikte vervolgens naar Chance.
          ''Heb je ze liever gehoorzaam dan?'' wierp ze tegen, al klonk haar stem vriendelijk genoeg om het niet beschuldigend te laten klinken of op een andere manier negatief over te laten komen. Fronsend verlegde ze haar aandacht naar de twee dames die hun kant op werden gebracht, al had ze geen idee waarom enkel de dames en niet de mannen.
          ''Wilde je ze apart houden?'' vroeg ze dan ook met enige verwarring en een knikje naar de twee dametjes, die nog buiten gehoorsafstand waren.

    [ bericht aangepast door Velns op 16 aug 2020 - 0:43 ]

    Jax Thorpe
    27 years old | Prisoner | 25 months | barracks| Nunnie

    Het was ondertussen een gegeven dat Jax een ochtendhumeur had en de meeste gevangenen waren er ook van op de hoogte en lieten hem over het algemeen met rust. Die ochtend had één of andere debiel het toch niet kunnen laten om hem wakker te maken, misschien onbedoeld weliswaar maar hij was wakker en dat verergerde zijn ochtendhumeur alleen maar. Hij was nog voor de normale tijd wakker en had besloten om dan maar naar de douches te vertrekken in de hoop als eerste te zijn.
          Helaas voor hem, bleek daar aangekomen, dat de bewakers vandaag geen zin hadden in een douche en had Jax daar voor niets staan wachten. Strike two for today. Tegen de tijd dat hij weer terugkeerde naar zijn bed, zaten alle frustraties hem dan ook al hoog. Helaas voor Nunnie, die hij aan trof bij zijn bed. Op een afstandje zag hij haar al geknield zoeken onder zijn bed, waar zijn gesmokkelde drankfles lag verstopt. Nog voor hij haar had bereikt had ze hem al in haar handen. Zijn ijsblauwe ogen stonden koud en hij voelde zijn spieren al aanspannen. Dit meende ze niet?
          ''Wat hebben we hier,'' gromde hij zodra hij achter haar stond. Ze had hem tot nog toe opgemerkt - hij had automatisch dan ook op zijn tenen gelopen om het verrassingseffect te vergroten. ''Wat dacht jij?'' Hij greep haar bij haar haren en trok haar ruw omhoog.
          ''Jax mist het niet? Ik kan ongezien iets komen jatten?'' Ruw draaide hij haar om en knalde hij haar met haar rug tegen de muur terwijl hij dreigend op haar af kwam.
          ''Kon je zelf niks regelen? Was het te moeilijk voor onze Nunnie?'' bracht hij spottend uit.

    Nunniemurra "Nunnie" Early
    29 years old            2 months            Hacker (and a bunch of lies)            Sleeping baracks, with Jackson


    Drie soorten contrabande, inleveren voor je dienst.
    Nunnie heeft geen geweldige nachtrust gehad, maar haar ochtend lijkt nog erger. Eén van de cipiers heeft haar namelijk een leuke opdracht achtergelaten, welke in een verschrikkelijk handschrift achter is gelaten bovenop haar deken, als je het al zo kunt noemen.
          Kleine opdrachten heeft ze gevonden sinds haar komst, maar na pogingen deze te negeren is ze veel te hard aangepakt. Tot vorige week toe was haar de gehele nacht wakker houden iets dat een handje vol cipiers leuk leek, maar dit hebben ze maar gestopt, al weet ze niet waarom. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat de opdrachten stukje bij beetje moeilijker worden. Ze willen haar zien falen. En dit kan best eens de oplossing zijn.
          Nunnie heeft Jackson eerder zien verdwijnen, en verwacht dat die nukkige Nico nog wel even onrust zal gaan stoken nabij de douches, toiletten, het eten of elke andere locatie waar hij te vinden is. Het is daarom dat ze het papiertje verfrommelt en deze in haar broekzak stopt, terwijl ze in haar schoenen schiet voor ze opstaat. Een zachte klaagzang verlaat haar mond, voor ze in enkel haar lange broek en witte hemd richting het bed van Jackson wandelt.
          Na een soepel blik om haar heen focust de brunette zich op hetgeen dat er onder haar bed te vinden is door op haar hurken te zakken. Ongeduldig tast ze de vloer af, mompelend dat het daar ergens moet zijn. Haar aandacht volledig gericht op de fles die ze onder zijn bed had zien glippen de vorige nacht. De weerspiegeling had ze toch niet verkeerd gezien? Wanneer ze hem eindelijk treft, houdt ze de nek van de fles stevig vast. Een opgeluchte zucht is duidelijk hoorbaar vanuit de brunette, waardoor het haar geheel ontgaat dat Jackson al plaats achter haar heeft genomen.
          'Wat hebben we hier. Wat dacht jij?'
          Het lage gegrom dat de man maakt iets dat haar doet verstarren, maar evenals haar woede doet aanwakkeren. Haar hersenen zeggen het een, terwijl haar lichaam besluit net nu tegenstrijdig te zijn. Flight. Fright. Freeze. Flight. Fright. Freeze. Haar twee vlechten worden ruw beetgepakt, terwijl ze al voelt hoe Jackson haar omhoog hijst. Met haar vrije hand poogt ze haar nagels in zijn hand te drukken — zo hardhandig dat ze hoopt dat hij zal bloeden. 'Jax!' Haar eigen klanken al ziedend genoeg door zijn wijze van handelen.
          'Jax mist het niet? Ik kan ongezien iets komen jatten?'
          'Beauty and brai—' Nunnie kan haar zin niet eens afmaken, gezien de man haar om weet te draaien waarna haar rug met een luide klap tegen de muur achter haar weet te belanden. De handeling zorgt ervoor dat haar longen direct ontdaan zijn van alle lucht erin, gevolgd door een flinke, wanhopige teug adem die ze weer naar binnen tracht te werken. De brunette is allang blij dat ze intussen geleerd heeft haar hoofd niet levenloos mee te laten bewegen, haar achterhoofd heeft veel te vaak de muren weten te raken sinds haar aankomst op Heartbeat Island.
          'Kon je zelf niks regelen? Was het te moeilijk voor onze Nunnie?'
          'Wat is er gebeurt met samenhorigheid, Jaxiepoo?' ondanks het absurde koosnaampje dat ze zijn kant op werpt is er niets in de vorm van liefde te vinden in haar woorden. Woede, frustratie en misschien een tikkeltje angst, maar geen liefde. Pas wanneer Jackson dichtbij genoeg is, en ze er haast zeker van is dat hij verder zal handelen geeft ze hem een krachtige kopstoot. De impact voelt ze zelf, waardoor haar gezicht even samentrekt in een pijnlijke grimas, voordat haar woede terugkeert. De poging zijn wenkbrauw te raken een gefaalde sinds hun grootteverschil. Vervolgens steekt Nunnie de fles voor haar uit, deze wanhopig tussen hun lichamen te houden met de onderkant ervan zijn kant op. Niet zozeer om het hem aan te bieden, maar vooral om hem op gedwongen afstand te houden — al weet te brunette maar al te goed dat ze niet opgewassen is tegen hem.
          'Volgens mij heeft er iemand een goede beurt nodig,' sist ze hem toe, waarbij het haar niet ontgaat hoe er al een cirkel om hen heen is gevormd. Dramazoekers. Hoofdschuddend keert ze zich weer tot Jackson, overduidelijk al afgeleid door de omgeving.


    • • •

    RONAN      LOGAN      WILSON
    " I'm going to make a very beautiful life for myself —— no matter what it takes. "
    Ronan, die overduidelijk nog niet onder de rest van de cipiers valt volgens hen, is gisteren niet uitgenodigd naar happy hour, zoals hij deze geregeld genoemd hoort worden. Ondanks dat hij er al zeven maande werkt, lijken ze hem nergens daadwerkelijk bij te willen betrekken, alsof ze kunnen ruiken dat hij niet als hen is.
          De rookie is geen fan van alcohol en wat het met een mens kan doen, maar vreemd genoeg is drugs iets dat hem wel lekker ligt. Ronan is echter niet dom, weet dondersgoed dat alcohol niet het enige is dat rijkelijk vloeit op zulke avonden, toch houdt hij zich gedeisd tot hij eens te horen krijgt dat hij mag komen. Al zou het ook aan hem zijn om juist daarom niet op te komen dagen, gezien er al veel te veel tijd verstreken is.
          Ronan heeft vanmorgen maar besloten een rondje hard te lopen. Niet te lang gezien de hitte, maar voldoende om zijn conditie op peil te houden. De douche was kort en warm zodat hij geen klap in zijn gezicht zou krijgen en opnieuw zou gaan zweten. Een lekker luchtje werd opgespoten en een mini vorm van deodorant werd in zijn zak gestoken nadat hij deze gebruikt heeft. Zijn werkriem, met alle benodigde wapens hangt futloos over zijn heup als een verwarde fanny pack.
          Hij verlaat zijn persoonlijke huizing, waarna hij zijn weg richting de barakken maakt. Het ontgaat hem niet hoe hij, zoals iedere dag, de eerste is. Geduldig leunt hij daarom tegen de muur, terwijl hij een sigaret opsteekt, al rust deze al binnen enkele tellen tussen zijn vollere lippen. Vrijwel automatisch rust zijn ene voet al gauw tegen de muur omdat zijn been optrekken goed voelt. De schaduw laat de temperatuur haast nog lekker voelen, waardoor hij er voor nu nog van geniet.
          Het bos bood nog enige schaduw, maar hij heeft al het idee dat het strand niet zo vrijgevend zal zijn. Zelf is Ronan er nog nooit geweest, heeft ook nooit de behoefte gehad met dit kloteweer vrijwillig de hitte op te zoeken. Pas wanneer meerdere cipiers aangewandeld komen, sommige in outfit en anderen even casual als hijzelf worden er knikjes gedeeld met de nieuwste cipier, maar het blijft stil.
          'Morning.'
          'Morgen,' beantwoord Ronan dat simpele woord, haast met een vlaag van wanhoop erachteraan. Hij weet dit echter nog net binnen te houden, waardoor een miniem knikje volgt.
          'Zullen we dat tuig maar hun ontbijt geven? Anders zijn ze de hele dag niks waar. We vertrekken gewoon om zeven uur.'
          Ronan knikt instemmend, hoopvol op het strand te zijn voor de hitte teveel zal worden. De wandeling zorgt altijd voor de ergste momenten, hardste geklaag en in ernstige gevallen het neervallen van een gevangene. De rookie heeft hier ook snel geleerd dat diegene omhoog helpen hem niet geliefd maakt onder de cipiers, en dat het de gevangenen niets kan interesseren.
          Wanneer de blonde man echter hoort dat er iets gaande is, het geschreeuw van gevangenen duidelijk hoorbaar door de magere muren van de barakken, wacht hij hoopvol tot Sean de deur opent, gezien hij toch zijn hoofd-cipier blijft. Ondanks dat beide mannen de deur hoogstwaarschijnlijk geopend willen hebben om andere redenen, wacht Ronan ongeduldig tot Sean handelt. De sigaret hangt nog altijd tussen zijn lippen, terwijl hij er her en der een hijs van neemt.
          Ronan laat zijn blik door de ruimte glijden wanneer het hem opvalt dat er inderdaad een grote groep gevangenen in een halve cirkel lijken te staan. Het kost al zijn wilskracht om niet te handelen, poogt hierbij na te denken of hij deze ochtend zijn pilletjes wel geslikt heeft — al weet hij altijd dat hij dit heeft gedaan. Zijn gehele ochtendroutine wordt doorgenomen in zijn hoofd om te kalmeren. De drang om de groep op te breken te groot bij de rookie.
          'En daar gaat hun ontbijt. . .' de woorden klinken mompelend vanuit de nieuwste cipier, terwijl hij iets verder naar binnen loopt, de twijfel nog altijd voelende, voor hij uiteindelijk maar het luik van de cafetaria opent. De dames erachter kijken geschrokken op, lijken ook nog niet eens gereed om het ontbijt te serveren. Nog iets dat Ronan niet kan begrijpen. 'Wat nu?' Zijn blik richt hij op Sean, ergens hoopvol dat hij toch zal zeggen dat ze later gaan vertrekken, ondanks de hitte. Als de gevangenen niet gaan eten zal het helemaal niet goed komen vandaag.
    Cipier            7 months
    Outfit            Barracks, with Sean


    • • •

    ───────────────────────────────────── Zaidee Sloan ─────────────────────────────────────

    Prisoner of Heartbeat Island       ♦      17 months       ♦      Sleeping barracks w/ Máirín



    De brunette klimt vermoeid uit haar bed om de toilet op te zoeken, al wordt ze onderweg afgeleid door vanalles en nog wat. Nunnie lijkt voor de verandering al eens wakker te zijn, even chagrijnig is altijd in haar bed liggende. Haar gehele houding staart al vijandigheid uit, waardoor Zaidee de andere dame geen blik meer gunt, haar kijkers daarom weghaalt van de andere brunette.
          Eenmaal bij de toiletten merkt ze de drukte al direct op, waardoor ze rechtsomkeer maakt, zo snel als ze kan. Hoofdschuddend snuift ze de lucht op, ergens hoopvol dat het eten eens op tijd zal zijn, maar ook dat lijkt al geen realistische gedachte te zijn. Het pad van Zaidee bewandelt leidt haar daarom terug naar haar bed, haar zogenaamde plekje van rust. Nou moet ze bekennen dat het alles behalve rust bezorgd.
          Heel dit eiland laat haar nachten wakker liggen, haar wantrouwen in anderen te groot om ook maar beide ogen gesloten te kunnen houden door de nacht heen. De enige keren dat ze daadwerkelijk slaapt zijn wanneer ze zichzelf in het bed van Jackson of Máirín dwingt, iets dat te zeldzaam is. Het is alweer weken geleden dat ze dit heeft gedaan, waardoor de vermoeidheid af te lezen is aan haar gehele houding en uitdrukking. Van de bleke huid tot de wallen, van de bloeddoorlopen ogen tot haar schouders die ze amper meer omhoog kan houden bij gebrek aan nodige vitamines. Toch bijt ze door, ergens weet het vermaak van een paar dagen terug haar nog grandioos beter te laten voelen, een glimp van oudere, betere tijden.
          Op haar eerste dag had Zaidee haarzelf afgevraagd hoe lang het zou duren tot ze zou doordraaien. Tot ze haar zouden breken. Zes maanden was ze zo goed als alleen, al trof ze Jackson aardig snel. Na die zes maanden werd het echter zwaarder voor haar, de komst van Máirín was iets dat ze niet gecalculeerd had, wist haar te slopen. Ondanks dat ze blij was met de komst van een bekend gezicht, heeft het haar pijn gedaan, zich maar al te goed beseffend wat voor martelingen zij heeft moeten doorstaan, welke nu ook richting haar beste vriendin zouden gaan. Zaidee zou liegen als ze zou zeggen dat ze dit wenst dat zelfs haar grootste vijanden zich hier niet hoeven te begeven, daarvoor is de dame echter te wraakvol. Toch durft ze het uit te spreken, gezien ze hen allen al de mond heeft gesnoerd.
          ‘Zaidee, je mag je hond voortaan wel de mond snoeren.’
          Ze hoort het Genevieve haar kant op werpen tijdens het passeren, waardoor de brunette de roodharige dame tot een halt brengt — een simpele hand tegen haar sleutelbeen voldoende voor de tengere dame. ‘Pardon?’ De jongere dame lijkt nu toch even geschrokken door haar eigen keuzes, waardoor deze gehaasd haar hoofd schudt en poogt een lach rond haar lippen te toveren. Het is dan dat Zaidee haar kaken van elkaar af haalt en deze hardhandig weer op elkaar laat zakken, alsof ze haar hiermee wil laten weten dat zij de hond is. De impact die haar tanden maken harder dan bedoeld gezien, zoals haast iedereen zal hebben, het gebrek aan vitamines. Genevieve fronst diep, voor ze langs haar arm afglijdt en er vandoor gaat.
          Kort kijkt Zaidee de jongedame na, voor haar blik richting een zeker blondje, of hond zoals Zaidee zojuist gehoord heeft. Het is dat ze oprecht wil weten hoe Máirín eraan toe is, anders had ze Gen best nog eens wat aangedaan. Het is echter te vroeg, te warm en ze moet nog altijd naar de toilet. En ruzie is net iets waar Zaidee nog niet klaar voor is in haar gemoedsrust. Nog niet.
          'Rin,’ hoort ze haarzelf geheel onbewust uitspreken, een welbekende begroeting vanuit de brunette. Vooral op stikhete ochtenden als dit. Ze kan zich echter beter, warmere ochtenden bedenken die de twee gedeeld hebben. Betere tijden. Zoveel betere tijden. Gezien haar blonde hond op de grond zit nabij haar bed kan het de opmerkzaamheid van Zaidee niet ontwijken. De verstopplek die ze haar geleerd heeft lijkt in gebruik te zijn. ‘Hoe voel je je?’ De brunette schraapt haar keel, een handeling die ze vaker maakt richting haar beste vriendin, al beschrijft dat niet in hoeverre hun relatie is, wanneer ze de waarheid spreekt. 'Ik hoop niet dat je een toiletbezoekje nodig hebt, want anders moet ik even gaan bulldozeren.'
          Net op het moment dat Zaidee plaats wil nemen op het bed van haar beste vriendin hoort ze het gejoel, eentje die indiceert dat er een ruzie gestart is. De brunette kan het niet laten haar ogen te rollen. ‘En dan noemen ze vrouwen dramatisch.’ Voor haar chocoladebruine kijkers de lichtere poelen van Máirín vinden en alsnog op het bed gaat zitten.
          Het openen van de deuren iets dat de waakzame femme fatale ook niet kan ontgaan, gezien ze daar Sean, Ronan en het andere zooitje ongeregeld treft. Soms, heel soms, vraagt ze zichzelf af wie het ergste zijn op Heartbeat Island — de gevangenen of de cipiers die veel te veel vrijheid hebben. Haar blik glijdt daarom richting Rin. ‘De Prinsen van Hel zijn weer ontsnapt hoor.’

    [ bericht aangepast door Exalted op 15 aug 2020 - 7:49 ]


    I'm your little ray of pitch black.

    SEAN ADAMS
    Head Guard ~ 42 years old ~ His own clothes ~ w/ Ronan ~ barracks of the prisoners

    Sean treft Ronan aan, leunend tegen de muur van één van de barrakken. Een sigaret bungelt tussen zijn lippen en wanneer Sean hem tegemoet loopt, krijgt hij een “Morgen” terug als reactie op zijn begroeting – waarop Sean meteen over gaat tot de orde van de dag. De relatie tussen hem en de nieuwste cipier bevat nog weinig diepzinnigs waardoor hun contact voornamelijk werk gerelateerd is.
          Op zijn volgende woorden knikt Ronan, waarna Sean hem voorgaat naar binnen. Het geschreeuw van meerdere gevangenen komt hen tegemoet waarop er automatisch een blik van leedvermaak op Seans gezicht verschijnt. “Ah, kijk eens aan. We hebben een ruzie,” mompelt Sean tegen niemand in het bijzonder – al zou het tot de blonde bewaker achter hem gericht kunnen zijn. Sean knijpt zijn ogen tot spleetjes en meent een glimp op te vangen van Nunnie en Jax, die zich in de cirkel van gevangenen lijken te bevinden.
          Het gemompel van Ronan negeert Sean, zich er niet om bekommerend dat de gevangenen hun ontbijt missen – dat is hun eigen pakkie-an. “Wat nu?” De vragende blik van zijn collega-bewaker doet Seans grijns breder maken en hij knikt met zijn hoofd in de richting van het groepje. “Op wie zet jij in?,” vraagt Sean doodleuk, terwijl zijn hand zich naar het handvat van zijn wapenstok begeeft. “Vijftig dollar op Jax.” Hij gebaart Ronan hem te volgen en blaft ondertussen richting een aantal gevangenen – die duidelijk niet weten of ze wel of niet bij het gevecht willen kijken – zich buiten op te stellen om te vertrekken.
          Hij vervolgt zijn weg richting het groepje gevangenen en met zijn wapenstok baant hij zich een weg door het groepje, al dan niet zachtzinnig. Haast onverschillig kijkt Sean richting het vechtende tweetal, al doet hij geen enkele moeite ze uit elkaar te halen. “Als dat onze Jax en Nunnie niet zijn,” schampert Sean – opnieuw tegen niemand in het bijzonder. Hij werpt een korte blik op zijn horloge, bergt zijn wapenstok op en vist een sigaret uit zijn broekzak. “Laat het me even weten als jullie klaar zijn. Al gaat dat natuurlijk wel ten koste van de pauze.”

    Jax Thorpe
    27 years old | Prisoner | 25 months | barracks| Nunnie

    ''Jax!'' Het deert hem niet dat ze protesteert. Haar nagels in zijn huid zijn iets moeilijker te negeren waardoor zijn gezicht kort vertrekt maar het doet zijn greep niet verslappen.
          ''Beauty and brai—'' Na een oogrol zorgt Jax ervoor dat ze haar zin niet af kan maken - aangezien hij haar al tegen de muur knalt. Alsof hij zin had om naar de rest van haar gejammer te luisteren. Hijzelf daar in tegen, kon het niet laten om verder te gaan met haar stangen. Helaas voor hem ging ze er alleen maar tegen in - en dat wakkerde zijn woede meer en meer aan.
          ''Wat is er gebeurt met samenhorigheid, Jaxiepoo?'' Een combinatie van een verontwaardigd en gefrustreerd geluid rolde over zijn lippen als reactie. Hij had geen idee hoe Nunnie op het koosnaampje kwam maar het leidde hem voldoende af om de kopstoot niet meteen aan te zien komen, waardoor haar hoofd zijn kaak raakte. Hij zou bijna zweren dat hij iets hoorde kraken en proefde bloed - daar hij per ongeluk op zijn eigen wang beet door de impact. Al vloekend lost hij zijn greep iets en voor hij het wist had Nunnie de fles tussen hen in gekregen. Voor een moment wreef hij over zijn kaak en keek hij fronsend naar de fles. Zou ze hem ermee durven slaan? Ja. Daar zag hij haar wel voor aan.
          ''Volgens mij heeft er iemand een goede beurt nodig.'' Al grommend richtte hij zijn blik weer omhoog, op haar gezicht. ''Bied je jezelf aan?'' vroeg hij geamuseerd. ''Nee dankje Nunnie, je bent niet mijn type, leugenachtig onderkruipsel e—'' nog voor hij zijn zin af kon maken, hoorde hij een stem achter zich die genoeg impact had op hem om hem stil te laten vallen - voor even dan.
          ''Als dat onze Jax en Nunnie niet zijn. Laat het me even weten als jullie klaar zijn. Al gaat dat natuurlijk wel ten koste van de pauze.” Jax hoefde niet om te kijken om de stem aan Sean te linken. De woorden waren duidelijk genoeg en de bewakers grepen (nog) niet in, waardoor hij zijn kans schoon zag en met een snelle beweging hard op de pols van Nunnie sloeg, in de hoop dat hij daarmee genoeg impact had en ze de fles los zou laten. Als dat niet zo was, dan had hij haar hard genoeg geraakt om vervolgens weer de afstand tussen hen in, in te sluiten, waarna hij uithaalde en haar flink in het gezicht raakte. Dat het een vrouw was en ze amper partij was kon hem geen reet schelen: dan had ze met haar tengels van zijn spullen af moeten blijven.
          Het volgende moment greep hij haar aan haar vlechten en trok hij haar hoofd zo achterover zodat hij haar aan kon kijken. ''Al spijt van je actie?''

    Máirín Vespera

    "Go ahead, underestimate me."

    • Twenty-six • Eleven months imprisoned • Assassin • w/ Zaidee •

          ”Rin.”
          De blondine hoeft niet op te kijken om te zien wie het is, de begroeting op deze wijze die haar welbekend is. Zaidee. Nog voor Máirín overeind komt controleert ze vlug of hetgeen ze gestolen en gebruikt heeft, weer goed in zijn verstopplek zit. Het laatste waar ze op zat te wachten was dat een van de andere het vond, of er mee aan de wandel ging.
          “Hoe voel je je?” klinkt het daarop volgend gauw.
    Máirín voelt hoe haar maag poogt te draaien, waar ze opnieuw weigert aan toe te geven. Zo leeg als deze nu was, ging ze er niks meer uit krijgen. De zuren tasten nu al haar keel aan, gaven het een rauw gevoel, welke de hese klank in haar stem nog iets leek aan te dikken. En dan was dit nog maar het begin. . .
          ”Alsof ik overreden ben door een vrachtwagen,” weet de blondine uit te brengen.
          ”Ik hoop niet dat je een toiletbezoekje nodig hebt, want anders moet ik even gaan bulldozeren,” zegt Zaidee vervolgens.
    Een zweem van een glimlach trekt over de lippen van Máirín heen, gelijktijdig met dat ze miniem haar hoofd schud. Echter, wanneer ze een tactvolle opmerking in de richting van haar beste vriendin wil werpen, onderbreekt luid gejoel het korte onderonsje tussen de beide dames. Het was niet nodig om te vragen wat er aan de hand is, het geluid een perfecte attendering voor het zojuist uitbreken van een ruzie.
          ”En dan noemen ze vrouwen dramatisch.”
          Met een weinigzeggende frons tussen haar wenkbrauwen in blikt Máiŕin in de richting vanwaar het kabaal vandaan lijkt te komen, terwijl de brunette langs haar het zich gemakkelijk maakt op de rand van haar bed. Het verschijnen van Sean en Ronan doet Rin’s kaken verstrakken — dien eerste mannelijke cipier niet de persoon waar ze op te wachten zit. Haar bloed start alleen al met koken wanneer ze Sean ook maar ergens lijkt te horen.
          ”De Prinsen van Hel zijn weer ontsnapt hoor.”
          Máirín laat een afkeurend geluid horen, klakt met haar tong om het extra aan te zetten, terwijl haar blik de ruzie vanop een afstand waarneemt. Jax en Nunnie overduidelijk in een gevecht samen, maar daar waar de blondine huurmoordenares normaliter haar afgifte kenbaar zou maken op de mannelijke gevangene, zweeg ze nu. Haar lichaam voelt slapjes aan van de vele uren die ze brakend boven de pot heeft mogen hangen — het weinige voedsel daar alles behalve een goede bijdrage aan, evenals het gebrek aan gezonde vitamine.
          ”Stelletje waardeloze sukkels,” brengt Máirín uit — blijft nauwlettend in de gaten houden wat er verderop gebeurd. Als de cipiers echter niet direct in lijken te grijpen, en Nunnie van enkele rake klappen wordt voorzien, kantelt de blondine haar hoofd ietwat bedenkelijk. Er was geen vraag nodig om te weten waar de bewaking op uit leek, vooral de Hoofdcipier in het bijzonder. Een grotere sadist was er haast niet, op de Warden na.
          ”Het is weer zo ver,” mompelt Máirín daarom, terwijl een van haar handen afwezig over haar onderbuik heen ligt. “Hoe lang dit keer voor ze ingrijpen, denk je?”






    "Though I may kneel before you, I will never be below you.."