• Titanic
    "Where to? To the stars."


         
    We duiken terug in de geschiedenis en varen meer dan honderd jaar geleden mee met een van de grootste cruiseschepen allertijden, de Titanic.
    Op 10 April, 1912, opent het schip haar deuren en verwelkomen ze iedereen die een ticket heeft weten te bemachtigen — van rijk en welvarend, al daartussen, tot aan arm en in dienst gesteld op het schip — om van een lange en hopelijk prachtige reis te mogen genieten.
    De Titanic zal vertrekken vanuit Southampton, op weg met als eindbestemming New York.

    Samen schrijven we de verhalen binnen de verschillende classes, waar ieder van onze personages hun eigen rol in zal spelen.


    •• Rollen.

    — First Class.
    De meest luxueuze klasse op het schip. Enkel bestemd voor de rijken; oa ambtenaren, beroemdheden, etc. Voor hen zal er niets te komen zijn.
    — Second Class.
    De middenklasse, wie eveneens mogen genieten van de luxe delen op het schip, zij het in mindere mate als de eerste klasse.
    — Third Class.
    De laagste klasse. Hun hutten bestaande uit zes slaapplaatsen, luxe niet iets wat aan het is uitbesteed. Vele van hen werken dan ook op het schip om er zo toch een kleine glimp van mee te krijgen.


    “May I have your ticket, please?”
    •• Reservations.

          First Class.

    – Adelaide Rycroft • 25 jaar • 1.2 • Rionach.
    – Romilly Anastasia Jacqueline de Loughrey • 17 jaar • 1.4 • Nikos.
    – Elizabeth Cecilia Albrecht • 26 jaar • 1.5 • Epione.
    – V • leeftijd • Eclypse.
    – Wrenna Rosamund Talbot • 25 jaar • 1.9 • Isak.
    – Kezia Faith Enfield • 18 jaar • 1.9 • Chiacchierare.
    – Delilah Patterson • 18 jaar • 1.9 • Chocolatier.
    –
    – Maxwell Nolan Sullivan • 27 jaar • 1.3 • Isolophilia.
    – Clifford Baptiste Pelletier • 24 jaar • 1.3 • Raccoon.
    – Carleton Augustine Pelletier • 27 jaar • 1.8 • Amren.
    – Octavian Edward Smith • 26 jaar • 1.5 • Nikos.
    – Charles Richard Ismay • 24 jaar • 1.8 • Comedown.
    – Andrew Herbert James Clarington • 20 jaar • 1.9 • Everglow.


         
         
    Second Class.

    – Bethany Hope McAndrew - Salisbury • 29 jaar • 1.3 • Chiacchierare.
    – Charlotte Deborah Salisbury • 22 jaar • 1.4 • Everglow.
    – Aveline Cresswell • 23 jaar • 1.7 • Varian.
    – Evangeline Mary Dumbleton • 23 jaar • 1.5 • Nikos.
    – Jane Reinhart • 22 jaar • 1.8 • Chocolatier.
    –
    – Raymond Hughes • 32 jaar • 1.3 • Everglow.
    – Matthew Jock MacMillan • 30 jaar • 1.8 • Livgardet.
    – Lewis Sallow • 25 jaar • 1.5 • Lerwick.
    – Joseph John Dumbleton • 20 jaar • 1.8 • Raccoon.


         
         
    Third Class.

    – Irina Ross • 24 jaar • 1.2 • Reeses.
    – Leonora Mariah Booth • 23 jaar • 1.2 • Isak.
    – Amita Eshe Bhasin • 24 jaar • 1.4 • Isolophilia.
    – Saoirse Yeardley • 24 jaar • 1.5 • Rionach.
    – Diana Livesey • 21 jaar • 1.8 • Cleland.
    –
    – Joe William Adams • 21 jaar • 1.3 • Comedown.
    – Angus Finley • 24 jaar • 1.3 • Rionach
    – Gael Kavanagh • 28 jaar • 1.4 • Nikos.
    – Samuel Cináed MacMillan • 28 jaar • 1.8 • Dimitrescu.
    – Jackson Silva • 27 jaar • 1.8 • Shooter.
    – Ronan King • 27 jaar • 1.8 • Shooter.


    •• Het begin.

    De opkomst naar de Titanic toe is groots, de haven staat vol met mensen; ook zij die geen ticket hebben weten te bemachtigen zijn komen kijken — om afscheid te nemen, of om toe te kijken hoe het grote schip aan zijn eerste grote reis mag gaan beginnen.
    We starten de RPG dan ook vanaf hier. Onze personages staan op het punt om aan schip te gaan, sommige zijn al binnengekomen en op weg naar hun hutten gegaan. Houdt je ticket bij de hand, want zonder zal het verdomd lastig worden om binnen te geraken.

    De hutten.
    — First Class; Prive suites, luxe hutten, sommige zelfs met een privé promenadedek tot beschikking. Er is ruimte voor maximaal 3 passagiers.

    — Second Class; Iets simpelere, minder luxe hutten, geen mogelijkheid tot Privé suites. Er is ruimte voor maximaal 4 personen.

    — Third Class; zij slapen in kleine maar comfortabele ruimtes, meestal met 2, 4 of 6 personen in één hut. In dit RPG heb ik de verdeling zo gemaakt; alle vijf de dames van deze klassen slapen in één hut, en alle zes de heren van deze klassen slapen in één hut.


    Werken op het schip;

    — Irina • Dienstmeisje.
    — Leonora • Komt.
    — Amita • Barvrouw.
    — Saoirse • Zangeres.
    — Diana • Serveerster.

    — Joe • Kolenschepper.
    — Angus • Barman/ober.
    — Gael • Handyman.
    — Samuel • Spelleider/tafelheer bij kaart en gokspellen.
    — Jackson • Mechanic.
    — Ronan • Violist.

    [ bericht aangepast op 2 sep 2021 - 16:33 ]


    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'

    JANE REINHART
    • 22 • tweede klasse • outfit • With Roman @ second class deck •


    Vorige week zat ze nog heerlijk op een resort net buiten Liverpool en nu stond ze aan boort van de Titanic die Jane naar haar thuisland zou brengen. Een jaar had ze kunnen genieten van alle vrijheden die deze verre reis door Europa te bieden had, maar eenmaal in New York zou ze weer terug in het gareel moeten om het geliefde bedrijf van haar ouders te kunnen overnemen. Al stonden daar eerst jaren van studie tegenover. Jane zou liegen als ze zou beweren dat er niet voor over te hebben, ze wist hoeveel tijd haar ouders in de hotels gestoken hadden maar dat zorgde ook wel voor druk om deze prestaties hoog te houden; om de familienaam hoog te houden.

    Bij het horen van mannelijke stem achter haar werd Jane terug in de realiteit getrokken en draaide zich richting het geluid. Echter duurde het enkele seconden voordat ze de persoon voor haar goed kon zien doordat de wind d'r krullen in d'r gezicht blies. Met haar hand veegde ze deze behendig uit haar gezicht en glimlachte beleefd naar de jongeman. Haar blik bleef even hangen bij zijn haar dat aan beide kanten van zijn gezicht opgeschoren was. "Misschien moet je het eerst laten groeien in plaats van afscheren" kaatste ze met een subtiele glimlach terug. Schaamte had hij zeker niet, al was ze aardig immuun voor mannelijke charmes. "Nou dat ben je al maar dankjewel."

    Ze kon een voorbeeld nemen aan zijn goed bepakte kledingstijl. Ze moest ook wel toegeven dat het dragen van een jurk misschien ook niet het beste kledingstuk uit haar variabele kledingvoorraad was. Iets wat ze zeker niet zou missen waren de frisse lentedagen in het Verenigd Koninkrijk in vergelijking met die in New York. De rilling die over haar lichaam trok kon ze dan ook niet tegenhouden.

    Jane's blik gleed langs zijn jas naar de sigaret die nonchalant over de rand van de reling hing. "Heb je er toevallig nog meer bij je? vroeg ze hem zonder erbij na te denken. "Als je ze wilt delen uiteraard." voegde ze eraan toe terwijl haar hand door haar bos met krullen haalde om deze enigszins in model te houden, wat door de zeewind een onbegonnen zaak was. "Wat onbeleefd van me, ik heb me nog niet eens voorgesteld en ik wil al dingen van je hebben." zei ze met een lachje. "Jane - Jane Reinhart, aangenaam."

    Leonora Mariah Booth
    23 — third class — cleaner/maid — @ third class deck w/ Angus and Lewis

    Het imponerende schip Titanic lag al enkele dagen in de haven van Southampton, maar nu pas kon iedereen aan boord. Leonora was de afgelopen dagen vaak even naar de haven gegaan om te zien met welk voertuig ze naar de andere kant van de wereld zou vertrekken. Ze kon niet wachten, maar het duurde voor haar gevoel nog eeuwen voor ze eindelijk zouden vertrekken. Het was dus ook niet gek dat ze op de dag van vertrek een van de eersten aan boord was. Ze was redelijk snel door de controle gekomen. Een plaats op het schip was zo gewild dat er al meerdere jongemannen waren aangehouden omdat ze zonder ticket aan boord wilden sluipen. Leonora vroeg zich af of het iemand zou lukken zomaar aan boord te komen. Als ze er eenmaal waren en ze Engeland hadden verlaten, was de kans klein dat ze van boord gegooid zouden worden, toch?
          In relatieve rust wist Leonora haar hut binnen te komen. Ze was iets groter gewend in het huis waar ze had gewerkt in Londen, maar het was niet heel verkeerd. Ze had ook niet meer kunnen betalen. Voor die zeven pond had ze al heel wat maanden moeten sparen. Een tweedeklas hut had ze zich nooit of te nimmer kunnen veroorloven. Nadat ze haar zware koffer weg had gezet, plofte ze even op het bed neer. De veren in het matras piepten en kraakten. Ondanks de kleine ruimte met nog vijf andere bedden erin, voelde ze zich opgetogen en blij. Eindelijk ging ze weg uit het land dat haar niets meer te bieden had. Eindelijk kon ze ontsnappen.
          Toen ze zich een beetje had geïnstalleerd en ze meer en meer stemmen op de krappe gang hoorde, stond ze weer op. Ze trok haar jurk recht, zette haar hoed weer goed op haar hoofd en verliet de hut. Ze wurmde zich langs enkele mensen heen en kwam uit in de gezamenlijke ruimte voor de passagiers in de derde klasse. Het was er nu al rokerig en muf, maar erg vond Leonora het niet. Wat mannen in sjofele kleding roken een pijp en praatten in rap Engels in een plat dialect met elkaar. Even verderop zaten wat vrouwen te mompelen. Veel van de tafels waren nu al bezet. Leonora liep naar een tafel in de hoek die leeg leek te zijn en ging daar zitten. Aan de tafel naast haar zat een man, ook in zijn eentje, terwijl een andere ook hun kant op kwam. Leonora hoopte dat ze wel wat contact zou maken tijdens deze reis. Enkele weken helemaal alleen leek haar ook niks. Toen de man aan de tafel naast haar Leonora had opgemerkt, grijnsde hij zijn lelijke tanden bloot en baande zich een weg naar haar toe. Het duurde niet lang voor hij enkele schunnige woorden zei en Leonora opstond en wegliep. Griezel. In haar haast om weg te komen, botste ze tegen iemand [Angus] aan.
          'Sorry,' verontschuldigde ze zich meteen.


    Small and white, clean and bright. You look happy to meet me.

    MT


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Mijn topics.


    ray of sunshine

         
          Wanneer Ronan haar heeft aangesproken, draait de jongedame kundig naar hem om op haar voeten op het dek — haar krullen daarbij koppig vliegend. Direct schieten haar kijkers richting zijn haar (half opgeschoren aan de zijden), aangezien hij het hare daarop heeft aangesproken. Grijnzend wacht hij rustig af, hopend op een pittige persoonlijkheid, waarop hij niet wordt teleurgesteld. De fonkeling in haar kijkers zegt voldoende: ze is een ware vechter, zelfs voor een vrouw in deze tijden. Volgens zijn moedertje is dat een godswonder.
          'Misschien moet je het eerst laten groeien, in plaats van af scheren.'
          Ronan's grijns wordt zo mogelijk nog grootser, gelukkig met het feit geen saaie jongedame te hebben gevonden.
          'Nou, dat ben je al, maar dank je wel.'
          Hoofdknikkend schenkt hij haar een woordeloos antwoord, een verwijzing naar een buiging — deze niet uitvoerend.
          'Heb je er toevallig nog meer bij je? Als je ze wilt delen, uiteraard.' Knipperend volgt Ronan haar blik, uitkomend op de sigaret in zijn hand. Terwijl ze haar lokken weer in bedwang tracht te houden, steekt hij een hand in de binnenzak binnen zijn overjas. 'Wat onbeleefd van me — ik heb me nog niet eens voorgesteld en ik wil al dingen van je hebben. Jane— Jane Reinhart, aangenaam.'
          Ronan haalt de platte container met sigaretten tevoorschijn uit zijn binnenzak, deze geopend voor haar houdend. 'Met prachtige jongedames zal ik altijd delen,' charmeert hij dan. 'King, Ronan King — insgelijks, mejuffrouw Reinhart. Daarbij er van uitgaande dat je niet gehuwd bent. . .' Ronan tracht een ring te vinden aan haar ringvinger, maar vindt daar geen sieraad. 'Wat brengt jouw op deze grootse avonturenreis naar het westen?' Ronan steekt een lucifer af, inclusief enige moeite vanwege de harde wind. Hij gebaart haar dichterbij te komen om haar sigaret te ontsteken.

    Ronan King

    27 • 3rd Class | Violist • Outfit • @ Deck • & Jane


    •

    JANE REINHART
    • 22 • tweede klasse • outfit • With Roman @ second class deck •


    'Met prachtige jongedames zal ik altijd delen,' Haar groene kijkers volgde zijn armbeweging naar de binnenkant van zijn jas, waar hij zijn sigarettenstash tevoorschijn toverde. Jane pakte er hier een uit en knikte dankbaar. "Heb ik geluk dat ik er goed uitzie" grapte ze nadat hij zijn charmes had getoond. 'King, Ronan King — insgelijks, mejuffrouw Reinhart. Daarbij er van uitgaande dat je niet gehuwd bent. . .' Ze glimlachte haar tanden bloot na het horen van zijn aanname over haar huwelijke staat. "Dat heb je goed gezien, mijnheer King," sprak ze uitermate beleefd, haar wenkbrauw licht opgetrokken. "Net zoals jij." Ook bij hem miste een ring om zijn vinger. De getrokken sigaret plaatste ze tussen haar lippen om vervolgens een stap in zijn richting te zetten zodat hij hem kon aansteken. Ze boog zich licht naar voren zodat de wind niet bij de vlam kon komen om deze te doven voordat haar sigaret ontstoken was.

    Een rookwolkje werd vanuit haar mond door de wind weggeblazen de zee op nadat hij erin geslaagd was de sigaret aan te steken. Ze nam niet de moeite terug te stappen naar de plaats waar ze zojuist stond; met als voornaamste reden dat hij nu de wind blokkeerde die anders over de ontblootte delen van lichaam zou razen. 'Wat brengt jouw op deze grootse avonturenreis naar het westen? Ze keek hem kort in zijn blauwe ogen terwijl hij de vraag tot haar richtten. "Ik woon in het westen" beantwoorde ze met een tevreden glimlach, leunend met haar ellenboog op de leuning. "Ik ben op reis geweest hier in het Oosten en ik keer op deze manier huiswaarts." Jane nam een hijs van de sigaret die ze vervolgens behendig aftikte over de rand van het nog stilliggende schip. Al zou het niet lang meer moeten duren voordat we zouden gaan afmeren en koers zouden zetten richting New York. "En jij? Vanwaar ben jij aan boort van de Titanic gestapt?" besloot ze hem de vraag terug te kaatsen, met oprechte interesse uiteraard.

         
          'Heb ik geluk dat ik er goed uit zie.'
          Ronan knippert enigszins verbaasd met zijn kijkers — de manier van praten van de jongedame voor hem onbekend. Alhoewel. . . niet volledig onbekend. Het is eerder alsof Ronan zichzelf kan horen praten in een vrouwelijke vorm. Twijfelend of dit feit eng of interessant zou kunnen zijn, buigt hij zichzelf over het aansteken van de beide sigaretten. Normaliter werden vrouwen giechelend in zijn gezelschap, gemakkelijk onder de tafel te praten door zijn gladde stem. Jane daarentegen is van een ander kaliber — vermakelijk.
          'Dat heb je goed gezien, mijnheer King — net zoals jij.'
          Nooit. Hij zou nog liever van het grootse schip af springen, dan een ring om zijn vinger voelen als een dwangbuis. Ronan heeft gezien wat huwelijken kunnen doen, of liever gezegd: wat ze niet kunnen doen. En, daarin zou hij nooit ofte nimmer trappen.
          Wanneer Jane dichterbij hemzelf stapt, kan hij een vlaag van parfum ruiken — zoet, maar niet overheersend. Verbazingwekkend — een gevoel welke de jongedame vaker op weet te roepen — blijft ze bij hem staan, op een afstand welke normaliter schandalig is. Maar, haar lokken bewegen momenteel minder. Wellicht schermt hij haar af, de wind geen kans meer haar lokken continu te teisteren. Het bracht de aandacht naar haar gezicht: open voor de hele wereld, zoekend naar plekken om te kunnen ontdekken.
          'Ik woon in het westen.' Nu kan hij het Amerikaanse accent horen. 'Ik ben op reis geweest hier in het oosten en ik keer op deze manier huiswaarts.' Ronan kan zichzelf niet voorstellen dat iemand wil reizen in deze oostelijke delen, aangezien de rijkdom in het westen ligt. Zwijgend trekt hij aan zijn aangestoken sigaret.
          'En jij? Vanwaar ben jij aan boort van de Titanic gestapt?'
          Ronan draait zichzelf, zodat hij met zijn rug tegen de reling kan leunen. Alsnog blijft hij voor de wind staan, ter bescherming van Jane's lokken. 'Ik ben gevraagd vanwege mijn muzikale kwaliteiten,' zegt hij autoritair — alsof hij een zeer bekende muzikant is, in plaats van een lage derde klasser.
          'Schijnbaar konden ze niet zonder een violist, hetgeen begrijpelijk is — de viool is de spil van orkesten.' Ronan lacht vanwege de woorden, aardig en zacht. Hij hield van de viool, dat is duidelijk. 'Wellicht hoor je me eens spelen tijdens deze reis huiswaarts, Jane Reinhart. Wellicht speel ik een nummer voor je, alleen voor jou.' Meestal was dat voldoende voor vrouwen om volledig te bezwijken, het gevoel speciaal te zijn voor hem. Ronan kan zijn geluk momenteel niet op — nog geen uur aan boord en nu al bijna raak.

    Ronan King

    27 • 3rd Class | Violist • Outfit • @ Deck • & Jane


    •

    MT


    That is a perfect copy of reality.

    Mt ^^


    I have seen my own sun darkened

    JANE REINHART
    • 22 • tweede klasse • outfit • With Roman @ second class deck •


    Iets wat Jane in de korte tijd dat ze elkaar spraken opviel was dat Roman amper verbaal antwoordde op haar opmerking of antwoorden, enkel met non-verbale communicatie die nogal als flirten gezien kon worden door de heteroseksuele dames. Niet dat ze het erg vond, ze moest gewoon wat harder werken om antwoorden uit hem te krijgen. Iets waar ze genoeg ervaring mee had - met hard werken dan.

    Geïnteresseerd knikte ze terwijl hij sprak over zijn muzikale kwaliteit. En het feit dat hij blijkbaar een viool bespeelde vond ze hem nog interessanter dan dat ze al vond. "Schijnbaar konden ze niet zonder een violist, hetgeen begrijpelijk is — de viool is de spil van orkesten." Zijn adem verwarmde haar gezicht terwijl hij lachte om zijn eigen gemaakte opmerking. "De viool is zeker een mooi instrument," zei ze, gevolgd door een instemmend knikje met haar hoofd - alsof ze zichzelf er van moest overtuigen. Ze nam nog een hijs van de sigaret die inmiddels al half opgebrand was. 'Wellicht hoor je me eens spelen tijdens deze reis huiswaarts, Jane Reinhart. Wellicht speel ik een nummer voor je, alleen voor jou.' Haar wenkbrauwen maakte een vlucht omhoog waardoor haar ogen vergroot werden en Jane schoot in de lach,

    De rook schoot door het plotse gelach door haar luchtpijp waardoor ze van lachen overging in hoesten. Hierdoor kwam ze nu zo dicht in zijn buurt dat ze bijna met haar hoofd tegen zijn borst kwam. Haar hand legde ze op zijn bovenarm om zichzelf staande te houden terwijl ze de rook uit haar longen kuchte. "Excuses mijnheer King, het was niet mijn bedoeling je uit te lachen tijdens onze eerste ontmoeting" verontschuldigde ze zich, gevolgd door een knipoog, nadat ze haar adem had teruggevonden. De hand liet ze nog even op zijn bovenarm liggen voordat ze hem weer terug langs haar lichaam liet hangen. "Al moet je de versieringspogingen anders maar achterwegen laten." Het feit dat ze al meerdere keren niet op zijn charmante opmerking was ingegaan, zou toch een belletje moeten laten rinkelen in z'n hoofd? Ze had namelijk niet de behoefte al direct te vermelden dat ze niet op zijn soort viel. Ze kende de jongeman net. "Wel aandoenlijk hoor." voegde ze er als laatste nog aan toe terwijl ze de sigaret weer naar haar mond bewoog.

    "Speel je allang viool? En hoe ben je erbij gekomen om uitgerekend dit instrument te leren bespelen?" Opnieuw schoten haar groene kijkers richting zijn blauwe terwijl ze tegen hem sprak, iets wat ze van thuis aangeleerd had gekregen. Alle normen en waardes die je maar kon bedenken waren er van jongs af aan al ingeprent. "Ik kijk ernaar uit je eens te horen spelen ."

    LEWIS SALLOW

    25 • Second Class • Third Class deck • with Leonora & Angus


    “If you don't get caught, you deserve everything you steal.”

    Enkele seconden lang was Lewis bang geweest dat ze hem op de één of andere manier toch zouden betrappen. Toen hij zijn -gestolen- kaartje aan de controleur had laten zien, had hij zijn breedste glimlach getoond. Alsof dat de man ervan zou overtuigen hem niet zonder pardon van het schip te gooien. Gelukkig was zijn paranoïde gevoel voor niks geweest en was er helemaal niets aan de hand. De man had hem een keer van kop tot teen aangekeken, maar had daarna al gauw teken gedaan dat hij aan boord kon komen. Een opgeluchte zucht had toen toch niet kunnen ontbreken.
          Het schip was zoveel groter dan Lewis zich had voorgesteld en hij keek zijn ogen uit. Overal liepen mensen en zoals het een echte zakkenroller betaamde, begon hij meteen een mentale inventaris te maken. Zoveel dure horloges en juwelen had hij nog nooit samen op één plek gezien. Zijn vingers jeukten, maar het was een slecht plan om nu al op jacht te gaan. Dan zou hij sowieso betrapt worden en konden ze hem alsnog terug van het schip zetten. Nee, hij moest eerst op verkenning gaan.
          De jongeman dwong zichzelf om de verleiding de rug toe te keren en wandelde resoluut de andere richting uit, waar het minder druk was. Hij had geen idee waar hij heen ging, maar dat maakte niet uit. Zijn doel bestond er net uit om het schip en zijn mogelijke vluchtroutes te leren kennen. Als zakkenroller moest hij natuurlijk snel en onopvallend kunnen verdwijnen en daarvoor moest hij de omgeving kennen. In zijn hoofd probeerde hij dan ook een mentale plattegrond bij te houden.
          De eerste trap die naar beneden leidde die hij tegenkwam nam hij. Zijn hand gleed over de koude, ijzeren leuning terwijl hij naar beneden liep. Meteen werd het een stuk krapper en moest hij half tegen de muur leunen wanneer er een tegenligger passeerde. Hij knikte telkens vriendelijk, hopend dat niemand hem plots tegen zou houden omdat hij zich op verboden terrein bevond. Ook de volgende trap naar beneden nam hij. Dat dit schip een doolhof in zijn buik verborgen hield werd Lewis al snel duidelijk. Het ging nog een hele opdracht worden om alles te onthouden.
          Uiteindelijk kwam hij in een ruimte uit waar heel wat mensen zich verzameld hadden. Aan de mensen te zien was dit duidelijk de derde klasse. Hij zou zelf tot deze klasse behoren als hij geen ticket voor de tweede klasse had kunnen stelen. En wat was hij blij dat hem dat gelukt was. Enkele kerels wierpen hem een vieze blik toe. Ook zij leken door te hebben dat Lewis hier eigenlijk niet hoorde. Tijd om zich uit de voeten te maken.
          Doelbewust stapte hij af op twee mensen die er best degelijk uit leken te zien. 'Sorry voor het storen,' begon hij verontschuldigend tegen de vrouw en de man, 'maar ik heb per ongeluk ergens een verkeerde trap genomen en ben verdwaald.' Dat was natuurlijk een leugen, maar niemand had iets tegen een verdwaalde jongeman. 'Weten jullie toevallig hoe ik bij de hutten van de tweede klasse geraak?'



    Nothing is impossible in my own powerful mind.

    Half verscholen achter de brede schouder van Mister Tibbot, mijn lijfwacht die mij deze hele reis naar New York zou gaan vergezellen, bleef ik kalm wachten tot we door de ticketcontrole waren gekomen. Net als ik zei mijn lijfwacht vrij weinig – al bleef hij de omgeving en mij nauwlettend in de gaten houden. Wanneer onze blikken kruisten, schonk ik hem een vriendelijke glimlach. Het lichtelijke optrekken van zijn mondhoeken vertelde me dat hij deze korte moment van erkenning apprecieerde.
          Ietwat wankel stapte ik op het dek en Mister Tibbot zijn spieren verstrakten als in een reflex – klaar om me op te vangen waar nodig. “Misschien is het verstandiger om eerst naar uw cabine te gaan zodat u kunt rusten na onze lange heenreis.” Er viel niets van zijn gezicht af te lezen maar toch deed ik alsof ik zijn eventuele bezorgdheid wegwuifde. De hand waarmee ik de railing omklemde, was echter minder overtuigend. Mijn knokkels zagen wit van de kracht die ik gebruikte. De spieren moesten zich zo aanspannen dat ze begonnen te trillen.
          Voor een kort moment sloot ik mijn ogen en vermande mezelf. Ik liet mijn angst – of hoe dat gevoel ook heette wat zich in mijn binnenste woedde – niet deze reis verpesten. Mijn spieren begonnen zich meer te ontspannen en ik nam een ademteug van de frisse zeewind die mijn blonde haar alle kanten op liet waaien.
          “Het gaat al wel weer,” fluisterde ik zachtjes naar de stevige man naast me. Ik schonk hem een glimlach om mijn woorden te ondersteunen. Voorzichtig schuifelde ik dichter naar de railing toe zodat ik eroverheen kon kijken. De witte schuimkoppen van het water dat tegen het schip aanklotste, leken tikkertje met elkaar te spelen – een spel waar ik niet aan mee zou willen doen. Ik had immers nooit geleerd om te zwemmen dus ik was al bij voorbaat aan de verliezende hand.
          Plotseling viel me een derde persoon op die ook de frisse lucht bovendeks verkoos. Haar gezicht kwam me ergens bekend voor en ik trok Mister Tibbot aan zijn jasje. “Kent u die dame?” vroeg ik hem op fluistertoon zodra hij door zijn knieën was gezakt om ter hoogte van mijn mond te zijn. Mister Tibbot schonk me een zijdelingse blik alvorens hij opstond en de dame ongezien in zich opnam. “Nee, ik ken haar niet. U wel?” fluisterde hij terug. Ik beet op mijn lip en wond een lok haar om mijn vinger om beter na te kunnen denken.
          “Ik weet het niet. Ik heb het gevoel haar eerder te hebben gezien. Denk je dat ik het mag vragen? Aan haar, bedoel ik?” Ik keek naar Mister Tibbot die me bedenkelijk aankeek om vervolgens een diepe zucht te slaken. Hij liet zijn armen over de railing hangen en ik kende hem lang genoeg om te weten dat hij me toestemming gaf om zijn zijde kort te verlaten. Natuurlijk bleef ik de gehele tijd onder zijn toeziende oog – iets wat de voorwaarde van mijn vader was geweest toen hij me de tickets voor de Titanic aanbood.
          Uit een opwelling van blijdschap maakte ik een soort hinkelsprong en liep ik op de bruinharige vrouw af. Met iedere pas die ik zette, begon ik echter de moed te verliezen totdat ik een veilig heenkomen zocht waarachter ik ongehinderd haar bewegingen kon bestuderen. Waarschijnlijk was het niet de beste verstopplaats ooit aangezien de vrouw opeens begon te spreken.
          “Wat vind jij? Zal de rest er straks nog mooier uit gaan zien?” vroeg ze. Ik knipperde een aantal keer verbaasd met mijn ogen waarna ik helemaal tevoorschijn kwam en mijn handen verlegen ineen vouwde.
          “H-had u het tegen mij?” vroeg ik bedeesd en ik sloeg mijn ogen neer. “Ik weet het niet zo goed, moet ik u eerlijk bekennen. Het is best spannend om een reis als deze te maken.” Behoedzaam kwam ik dichterbij en positioneerde mezelf naast de brunette. Op het eerste gezicht leek ze van een eenvoudigere komaf te komen dan ik dat deed – hoewel haar uiterlijk niets weghad van de smerige mensen die ik op mijn heenreis was tegengekomen. Vooral haar heldere blauwe ogen maakte dat ik mijn blik langer op haar gezicht gericht hield. Dat ogenblik herinnerde ik me weer waar ik dacht haar van herkend te hebben.
          “Mag ik u iets vragen?” vroeg ik de dame beleefd – iets wat niet lang duurde aangezien ik zonder haar antwoord af te wachten mijn vraag er al uit had geflapt: “Kan het zijn dat ik u eerder gezien heb. . ? U komt me heel bekend voor.” Ik giechelde lichtelijk nerveus en friemelde aan de borduursels op mijn reisjurk.


    Romilly Anastasia Jaqueline de Loughrey

    17 jaar | dress | Saoirse | op het dek


    [ bericht aangepast op 20 aug 2021 - 1:26 ]


    I have seen my own sun darkened

         
          Ronan kan Jane's gedachten zichtbaar zien draaien achter haar kijkers, ten teken dat de jongedame berekenend is, niet gemakkelijk af te schrijven. Alsnog kan hij zijn geflirt niet tegenhouden, het is simpelweg een gedeelte van hem. Ondanks Jane's fijne uiterlijke kenmerken, weet hij tevens dat hij geen enkele avance zal gaan maken jegens haar — wetend dat de boottocht maanden tot weken zal gaan duren. Normaliter kan hij simpelweg verdwijnen van vrouwen, hetgeen op een varend schip behoorlijk lastig zal gaan worden.
          'De viool is zeker een mooi instrument.'
          Jane's woorden zijn een understatement. De viool is Ronan's redding — het geluid daarvan als engelen in hemel. Gedurende zijn jeugdige jaren heeft hij zichzelf daaraan vastgeklonken als een reddingsboei op stormachtige zee. Daarbij, momenteel heeft het instrument hem een aangenaam avontuur gegeven.
          Wanneer hij de jongedame voor zich belooft om een liedje te gaan spelen, blijft haar reactie kortstondig uit — totdat een lach uit haar lichaam glijdt. Ronan's wenkbrauwen schieten geamuseerd omhoog, toekijkend hoe haar lachbui overglijdt in een hoestbui door rook. Terwijl Jane steun bij zijn lichaam zoekt, klopt hij zacht haar rug ter ondersteuning.
          'Excuses mijnheer King, het was niet mijn bedoeling je uit te lachen tijdens onze eerste ontmoeting.' Ronan grijnst door haar woorden, wetend dat zijn eerdere opmerking iets te veel van het goede was geweest — tevens voor hemzelf. 'Al moet je de versieringspogingen anders maar achterwege laten. Wel aandoenlijk hoor.'
          'Mejuffrouw Reinhart, u kan een man zijn poging daartoe niet kwalijk nemen — niet in uw aangename gezelschap.' Ronan neemt eveneens een nieuwe teug van zijn opgebrande sigaret. Het ijs was volledig gebroken tussenin hen — daarbij niet op seksuele manier, eerder op een vriendschappelijke wijze.
          'Speel je allang viool? En hoe ben je erbij gekomen om uitgerekend dit instrument te leren bespelen? Ik kijk ernaar uit je eens te horen spelen.' Ronan kijkt omlaag in haar groene kijkers, welke nog steeds fonkelen van puur plezier — allemaal aangedaan door zijn geflirt. Ach, hij heeft ten minste een vrouw laten lachen deze ochtend.
          'Ik speel viool sinds mijn dertiende verjaardag. Ik kreeg het instrument aangeboden als prijs in een kaartspel, aangezien mijn tegenspelers zakken al geleegd waren. Ik won het spel opnieuw en dacht het instrument te verkopen voor een mooi zakcentje — totdat een oude vriend me liet horen hoe het klonk.' Ronan kijkt even naar de golvende zee. 'Ik was verkocht,' laat hij er dan zuchtend achteraan volgen. 'Later bleken mijn vaardigheden talent te bevatten, waardoor het balletje ging rollen. En nu ben ik hier terecht gekomen.'
          Ronan neemt een laatste hijs, waarop hij zijn opgebrand sigaret overboord werpt. 'Wat doet een vrouw als jij alleen in het oosten? Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Volgens mij kan jij jezelf wel redden. Maar. . . gevaren zitten in een klein hoekje hier. Had je geen gezelschap tijdens je reis?'

    Ronan King

    27 • 3rd Class | Violist • Outfit • @ 2nd Class Deck • & Jane




    •

    Angus Finley
    "In the end they'll judge me anyway, so whatever."

    24 • 3rd Class • Bartender/waiter • Third Class deck, w/ Leonora & Lewis
    Het was vuil spel geweest, daar was Angus zich dondersgoed van bewust, maar de tijd dat hij zich ook maar een klein beetje rouwig voelde om het bewust oplichten van de rijkere mensen, is volledig voorbij. Hij heeft niets met de hogere klassen, degene die laatdunkend doen over harde werkers zoals Angus en Floyd zijn. Het geld is hen naar het hoofd gestegen en nu maken de twee broers daar schaamteloos zo nu en dan eens misbruik van; Floyd nog wel meer dan Angus, daar de jongste van de twee broers zijn centen ook nog eens verdiend op verschillende bouwplaatsen. Nu staan ze aan het begin van een veel grotere uitdaging — de reis zover, het kan van alles voor hen betekenen. Voor hun moeder, die ze helaas met dikke tranen zullen moeten achterlaten.
          ”Pas goed op je broertje, Floyd. Ik wil dat je op hem let nu ik er niet bij zal zijn,”snikt Edna zacht, terwijl een nat spoor aan tranen over haar wangen heen biggelt. Angus glimlacht echter bemoedigend en laat zich door zijn moeder in de armen trekken voor een stevige knuffel. “Doe alsjeblieft geen domme dingen, oké?”vraagt ze hem, zacht fluisterend in zijn oor zodat Floyd het niet kan horen. “Soms denk ik dat jij beter degene kan zijn die op hem moet letten.”
          Angus grinnikt zacht. Zachtjes plaats hij zijn handen aan weerszijde van zijn moeders schouders.
          ”Het komt goed, moeder. Voor u het goed en weer door heeft zullen we allang weer terug zijn, u krijg niet eens de tijd om ons echt goed te missen.” Met een grijns op zijn lippen neemt Floyd hun moeder over, trekkend in een net zo stevige omhelzing als dat ze Angus eerder heeft gegeven. Zacht gemopper verlaat haar lippen, maar op een liefdevolle manier — zoals alleen een moeder dat kan doen, voor haar twee ondeugden van zoons. Na nog een paar beloftes, dikke en natte zoenen op hun wangen, lopen de twee broers het schip tegemoet. Nog voor Angus de lange loopplank verlaat, werpt hij nog een blik in de verte; zoekend naar zijn moeder, waarop zowel hij als Floyd hun hand opsteken om haar uit te zwaaien.

    Vanaf dat ze één voet op het schip gezet hebben, werd het beide jongens al duidelijk dat de hoge verdiepingen een speelparadijs aan dobbel en kaartspel kon gaan worden. Floyd zou zichzelf ook niet zijn als hij onderweg naar de Derde Klasse toe al wat buit heeft gemaakt — een peperdure horloge, een sjieke sigaretten container en een paar muntstukken. Angus hoefde het niet te proberen, zijn vlugge vingers bezaten alleen geluk wanneer hij het bij het gokken en dobbelen hield.
          ”Het ziet er naar uit dat we niet dezelfde hut delen, Gus,” mompelt Floyd, eens ze de desbetreffende slaaphutten hebben bereikt. Angus humt, eerder van ongenoegen dan wat anders. Helaas zat er voor nu niets anders op, wellicht dat ze later nog een manier konden vinden om bij elkaar te geraken. Tenslotte zouden ze meer in de gezamenlijke ruimte doorbrengen dan in de hut zelf, althans Angus was niet van plan zijn reis al slapende te maken. “Ik ga alvast een rondje lopen,” zegt de jongste van het tweetal dan, nadat hij zijn spullen in de gedeelde hut heeft gedropt en terug naar Floyd is gelopen. “Kijken we straks eens verder op het schip?” vraagt hij zijn broer nog, waarop deze instemmend knikt — een gestolen sigaret tussen zijn lippen gestoken, welke hij met een vlugge haal van de lucifer weet aan te steken. “Ik zie je zo wel, kiddo.”
          Hoofdschuddend draait Angus zich om en gaan de Finley broers ieder hun eigen kant op. Nieuwsgierig en met zijn handen in de zakken van zijn broek gestoken loopt Angus rond. Zo nu en dan tikt hij een keer met zijn vingers tegen de stoffen pet op zijn hoofd aan, een ondeugende glimlach speelt rond zijn lippen gevormd. Angus kijkt er naar uit om het schip verder de ontdekken. Hij en Floyd op de Titanic, wie had dat gedacht? Degene waar ze de tickets op slinkse wijze van hadden gewonnen in ieder geval niet. Hij was nu vast een van de balende toeschouwers op de haven.
          Na slechts een paar minuten bereikt Angus de gezamenlijk ruimte voor de derdeklassers, echter ver komt hij niet. Nog voor hij het midden van de ruimte überhaupt heeft kunnen zien, botst er een kleiner lichaam tegen het zijne aan. Om te voorkomen dat de persoon aan het wankelen kan gaan, grijpt Angus de vrouw met beide handen aan haar schouders vast. ”Sorry,” klinkt het direct. Schaamteloos kijkt Angus op de vrouw neer, een knappe blonde schone. De grijns op zijn lippen verbreed zich miniem.
          ”Geen zorgen, ik ben nog heel,” reageert Angus. “Alles oké?” vraagt hij de blondine vervolgens, daar botsing niet zacht te noemen is geweest — haast alsof ze bijna aan het rennen is gegaan. Kortstondig kijkt Angus dan ook een keer op en rond, alvorens hij zijn heldere kijkers weer tot de vrouw voor hem richt. Echter is het niet zij die begint te spreken, maar een stem vlak achter hen weerklinkt op verontschuldigende wijze over het geroezemoes heen. Angus draait zich half om, om naar de man te kijken.
          ”Sorry voor het storen, maar ik heb per ongeluk ergens een verkeerde trap genomen en ben verdwaald. Weten jullie toevallig hoe ik bij de hutten van de tweede klasse geraak?”
          Onbewust laat Angus zijn blik een keer over de man heen glijden. Dat hij hier niet thuis hoorde, werd al gauw duidelijk — alleen zijn kleding verraadde al genoeg. De blikken die sommige andere derdeklassers op de man wierpen spraken eveneens boekdelen; de vreemdeling hoorde hier niet thuis, ook al waren ze allemaal vreemden voor elkaar. Lichtjes trekt Angus dan ook een van zijn wenkbrauwen op, maar waar hij geleerd had niet direct van de vooroordelen uit te gaan, besluit hij een stuk vriendelijker te reageren dan sommige andere naar hem kijken.
          ”Het is inderdaad duidelijk dat je ergens de verkeerde afslag hebt genomen,” reageert Angus, zijn stem vervuld met licht vermaak doch nog zonder enige afkeer er in verweven. Zijdelings werpt hij een keer een blik op de blondine, wie nog altijd bij de twee heren stond “Ik was van plan zometeen eens een rondje door het schip te lopen, de verdiepingen hogerop eens bekijken. Ik gok dat je daar namelijk moet zijn,” vervolgt hij zijn woorden, waarbij een hand optilt om met zijn wijsvinger naar het plafond van de gezamenlijke ruimte te wijzen. “Anders lopen jullie mee?”


    [ bericht aangepast op 20 aug 2021 - 12:07 ]


    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'

    Saoirse Yeardley
    "My music will tell you more about me than I ever will."

    24 • 3rd Class • Singer • On the deck w/ Romilly
    Wanneer Saoirse haar woorden heeft laten klinken, kijkt de blonde jongedame een tikkeltje verschrikt doch verlegen op — alsof ze niet verwacht had dat Saoirse tegen haar zou spreken, maar eerder tegen een volwassen iemand. Aan de manier waarop ze naar voren komt gelopen wist Saoirse op te merken dat ze zichzelf gepoogd had zo goed als kon te verbergen, schuifelend achter wat het dan ook was waar ze onzichtbaar zou kunnen zijn. Voor heel even doet ze haar dan ook aan Aine denken en wordt Saoirse voor luttele seconden terug in het verleden gezogen, in de tijd dat haar zuster nog leefde — maar niet voor lang. Aine mocht niet ouder dan dertien worden, iets wat de blonde jongedame voor haar toch zeker wel is. Misschien niet veel ouder, maar toch zeker wel een paar jaar.
          ”H-had u het tegen mij?”
          Saoirse humt, een geluid dat haar vanzelfsprekend op een muzikale manier afgaat, terwijl een glimlach rond haar lippen speelt — warm en bemoedigend. Met haar hoofd knikt ze lichtjes, instemmend met dat ze het inderdaad tegen de jonge blondine had. Daarnaast was er verder immers niemand in hun buurt te vinden, of niet degene die Saoirse's aandacht bij het omdraaien wist te trekken. “Ik weet het niet zo goed, moet ik u eerlijk bekennen. Het is best spannend om een reis als deze te maken,” spreekt de blondine verder.
          "Is het je eerste reis?" vraagt Saoirse haar — met een stem vervuld van oprechte interesse, welke eveneens gepaard gaat met de aangeboren beleefdheid die de Ierse bezit; in ieder geval wanneer het een jonger iemand betreft. "Of je eerste grote reis, over de zee heen?" Lichtjes besluit Saoirse tegen de reling aan te leunen, met haar onderrug tegen de metalen stangen aan, de hutkoffer nog altijd naast haar gepositioneerd, waarop haar vingers losjes rond het handvat geklemd liggen. De behoedzaamheid waarop de blondine naast haar komt staan kan Saoirse enkel beantwoorden met een zo open mogelijke houding, alles om het jonge ding niet direct weer af te schrikken gezien ze zo verlegen op haar af is gekomen.
          ”Mag ik u iets vragen?” klinkt het dan, zacht doch beleefd. “Kan het zijn dat ik u eerder gezien heb. . ? U komt me heel bekend voor.” Een geamuseerd uitdrukking verschijnt op Saoirse's gelaat. Er is geen ruimte om de vraag tussendoor te beantwoorden die de jonge vrouw aan de zangeres stelt, maar haar vrolijke enthousiasme — verborgen onder de eerste initiële onzekerheid — heeft een aanstekelijk en gunstig effect.
          "Dat ligt eraan," antwoord Saoirse. "Was het tijdens een feestje, misschien? Of met het dorpsfeest, twee maanden geleden?" Lichtjes krullen Saoirse's mondhoeken iets op, terwijl ze langzaam iets naar voren buigt — richting de jonge vrouw voor haar, want dat is ze; ongeacht welke leeftijd ze draagt. "Of was het misschien tijdens een avondje uit met wat vriendinnen? Ik ben zangeres," fluistert Saoirse dan, een tikkeltje plagend maar absoluut niet gemeen. De Ierse tenslotte nog geen grote zangeres, waar ze haar naam nog moet maken en daarmee hoopt te beginnen op dit schip.
          Toch zijn er inmiddels steeds meer mensen die haar lijken te herkennen — van een feestje waar ze voor uitgenodigd is, of nog terug bij waar het allemaal is begonnen; de stamkroeg op de hoek van de straat. Saoirse treedt meer en meer op, vooral nu ze de hogere kringen steeds meer lijkt te kunnen bereiken. De mensen kijken echter niet naar haar, of wie ze is en waar ze vandaan komt. Als Saoirse gekleed is in een van haar meest dure jurken zouden ze het nog niet kunnen raden. Het enige dat de rijkelui van haar wil horen zijn de muzikale klanken dat Saoirse met haar stem kan maken. En Saoirse wil niets meer van hen dan de waardevolle muntstukken waarmee ze haar betalen.
          Dan gaat Saoirse terug rechtstaan en schenkt ze de man, enkele meters bij de blondine vandaan, een geruststellende glimlach — gezien de brunette geen enkel kwaad in zich heeft. Soepel steekt Saoirse haar hand uit naar de jonge vrouw voor haar, een handgebaar dat aanduidt dat ze op het punt staat zichzelf voor te stellen. De andere hand rust nog altijd op de hutkoffer, al heeft ze het lederen handvat inmiddels losgelaten.
          "Saoirse is mijn naam, Saoirse Yeardley. En de jouwe, als ik zo vrij mag zijn?" Met haar hoofd een klein stukje gekanteld kijkt Saoirse naar het fijne gezichtje voor haar. Nu ze zo dichtbij elkaar staan valt het pas op dat haar huid de gezonde rozige gloed mist, waarbij de slanke hand nog kleiner aanvoelt in dat van de zangeres. Zou ze ziek zijn geweest, of maakt het zachte heen en weer deinen van het schip de blondine nu al zeeziek? Dat beloofd nog wat dan als ze verder de zee op varen.
          "Zeg, is dat daar een vriend van je?" vraagt Saoirse dan en met een subtiele knik naar de man bij de reling. Een ietwat speelse gloed poelt door haar ogen geen, de volgende woorden niets meer bedoelt dan het verdere ijs te breken in de hoop dat de blondine haar verlegenheid durft te laten varen. Vervolgens buigt ze weer iets naar voren, om zachter te kunnen spreken — onverstaanbaar voor de man achter hen. "Hij kijkt naar me alsof ik er heel eng uitzie, wat denk jij?"



    'Three words, large enough to tip the world; I remember you.'